De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De doop met de heilige Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De doop met de heilige Geest

9 minuten leestijd

I

Eén van de kernpunten van het verschil tussen de kerk en de Pinkstergroepen is zonder twijfel wel aangeduid met dat wat we in het opschrift noemden: De doop met de H. Geest.

De opvatting die men daarover heeft in de Pinksterbeweging zouden we kunnen beschouwen als het vertrekpunt van de lijnen van kerk en Pinksterbeweging, die van daaruit steeds verder uit elkaar gaan lopen.

We zullen er dus goed aan doen als we, met name op dit punt, ons zetten tot luisteren naar elkaar, maar vooral ook luisteren naar de H. Schrift.

Wat het eerste betreft, het luisteren naar de ander, willen we ons bezig houden met een tweetal geschriften, om daaruit te horen wat die ons te zeggen hebben over de doop met de H. Geest.

Het eerste is een geschrift van R.A. Torrey, D.D., getiteld 'De Heilige Geest', met als ondertitel: 'Zijn aard en werking, en hoe wij Hem in de volle omvang van Zijn genadedienst kunnen leren kennen'. In nederlandse vertaling is het uitgegeven in 1966; een uitgave van E. Klassen, Frankfurt.

In dit boekje vinden we een uitvoerige uiteenzetting over de doop met de H. Geest. En blijkbaar vertolkt het de mening van diverse Pinkstergroepen. De schrijver er van is namelijk reeds in 1928 overleden, maar ook nu nog wordt dit boekje weer uitgegeven en door de Pinkstergroepen verspreid ter nadere informatie over hun zienswijze. Als zodanig werd het mij ook van die zijde toegezonden.

Het boekje bevat diverse toespraken over de H. Geest, en op aandrang van D.L. Moody zijn ze op schrift gesteld en worden ze tot op vandaag toe nog verspreid.

We mogen dus aannemen dat de meningen die daarin neergelegd zijn in grote lijnen nog gezaghebbend zijn in de Pinksterbeweging.

Het tweede geschrift is een boek van ds. D.G. Molenaar 'De doop met de Heilige Geest', J.H. Kok, Kampen 1963.

De schrijver was gereformeerd predikant; hij overleed reeds twee weken nadat hij de kopij voor dit boek bij de uitgever had gebracht.

U merkt dus dat dit tweede geschrift niet komt uit de kringen van de Pinksterbeweging. Toch kozen we dit boek, omdat zijn opvattingen over de doop met de H. Geest praktisch geheel overeenkomen met de visie van de Pinkstergroepen; maar vooral viel onze keuze op dit boek omdat dit in onze kringen meer bekendheid geniet dan de uitgaven van de Pinksterbeweging zelf.

Als we eerst eens even het terrein gaan verkennen, beginnen we maar meteen met het noemen van het uitgangspunt, waar alles om draait en verder van afhangt. Men stelt, dat we een duidelijk onderscheid moeten maken tussen wedergeboorte en de doop met de H. Geest. Dat zijn twee verschillende zaken.

De wedergeboorte is ook een werk van de H. Geest, maar de zaak is niet af als alleen maar de wedergeboorte plaats gehad heeft. De doop met de H. Geest moet er nog bij komen. Men kan wedergeboren zijn en toch niet met de H. Geest gedoopt. Wanneer een mens is wedergeboren, is hij gered; als een wedergeborene sterft, komt hij in de hemel. Maar al is iemand gered, hij is daarmee nog niet geschikt voor de dienst aan God. Hij heeft nog niet alles wat hij bij mogelijkheid kan hebben en hebben moet. (Torrey, blz. 81—83).

De doop met de H. Geest is altijd verbonden met getuigenis en dienst, en in de eerste plaats gegeven met het oog op dit doel; Hij moet ons niet gelukkig maken, maar in de eerste plaats bruikbaar voor God ter redding van verloren mensen (blz. 87). Het maakt nog wel enig verschil of de H. Geest in ons woont, wat bij elke gelovige het geval is, en dan in een verborgen hoekje van ons, waar wij ons zijn tegenwoordigheid niet helder bewust zijn, òf dat deze in ons wonende Geest de volledige heerschappij heeft overgenomen van het huis dat hij bewoont, zoals het geval is bij iemand die is gedoopt met de H. Geest, of er mee is vervuld (blz. 130). Wel is het zo, dat de wedergeboorte en de doop met de H. Geest tegelijk kunnen plaats hebben, maar het zijn en blijven dan toch twee onderscheiden zaken (blz. 83). Ook Molenaar is op dit punt zeer beslist. De doop met de H. Geest gaat uit boven het werk van de H. Geest bij wedergeboorte en bekering. De doop met de H. Geest is een 'plus', in de zin, waarin bijv. de heiliging een plus kan worden genoemd tegenover de rechtvaardiging, en de liefde tegenover het geloof (Molenaar blz. 34).

Bij onze terreinverkenning komen we nu bij een tweede stelling, die regelrecht uit de eerste voortvloeit. De doop met de H. Geest is alleen maar voor de gelovigen, de wedergeborenen. Men kan wel door de H. Geest wedergeboren zijn zonder dat men de doop met de H. Geest heeft ontvangen; maar niet omgekeerd.

De doop met de H. Geest is het voorrecht of het geboorterecht van elke gelovige (Torrey blz. 84). Niet elke gelovige heeft weliswaar zijn geboorterecht opgeëist, maar toch is het zijn eigendom, het is hem beloofd door God en door middel van een gekruisigde, opgestane en verhoogde Heiland. Indien u uw geboorterecht nog niet hebt opgevraagd, is dat uw eigen schuld. Ge kunt het alsnog vandaag doen. (Torrey blz. 107).

Ook Molenaar laat ons op dit punt niet in het onzekere. Hij spreekt van twee soorten christenen: onmondigen en volwassenen; en de Schrift noemt ook de sterken naast de zwakken, of die bouwen op hout, hooi en stoppelen tegenover degenen die bouwen met goud, zilver en kostelijke stenen (Molenaar blz. 37 e.v.).

Een volgend punt is dit. Deze doop met de H. Geest is niet een voorrecht dat men eens en voor altijd ontvangt. Het moet telkens vernieuwd worden.

Een christen heeft in elk apart geval voor de dienst aan de Heer een nieuwe vervulling met de H. Geest nodig (Torrey blz. 102). Ook Molenaar heeft dit, blz. 28/ 29. Maar hier begint het iets moeilijker te worden. Nu kan men immers deze doop met de H. Geest niet zonder meer verbinden aan een doopbehandeling of handoplegging. Die kan men natuurlijk niet bij elk geval voor de dienst aan de Here gaan herhalen.

Molenaar zegt wel dat de doop met de H. Geest iets is, dat ieder christen ontvangen mag, want hij is nauw verbonden met de waterdoop (blz. 12). Maar iets verderop schrijft hij dat de doop iets eenmaligs heeft. Hij staat aan het begin van het christelijk leven en kan maar eenmaal plaats hebben. Daarom wil Molenaar de doop met de H. Geest verstaan als het vervuld-worden met de H. Geest voor de eerste maal. En bij de verdere herhalingen wil hij, met het nieuwe testament, liever spreken van vervuld-worden met de H. Geest (blz. 13).

We dachten dat we hiermee wel de hoofdgedachten uit de leer van de doop met de H. Geest hadden aangeduid. Thans willen we gaan luisteren naar hetgeen de Schrift ons over deze materie zegt.

Het spreekt vanzelf dat we bij ons onderzoek vooral aandacht moeten geven aan het Pinkstergebeuren te Jeruzalem en wat daar omheen ons in de Schrift wordt meegedeeld. Immers het gaat voor een goed deel over de vraag of dat Pinkstergebeuren uit Hand. 2 zich in de loop der eeuwen telkens zal herhalen, ja of neen. De groepen wier opvattingen we aan het onderzoeken zijn heten niet voor niets 'Pinkster'-groepen of 'Pinkster'-beweging.

Op dit punt willen we eerst eens luisteren naar Molenaar, omdat hij — veelmeer dan Torrey — de nadruk legt op het unieke, het volstrekt eenmalige heilsfeit van Pinksteren (blz. 17 e.v.). En toch doen we de Pinksterbeweging geen onrecht als we deze schrijver, die niet tot hen behoort, citeren. Immers het wonderlijke feit doet zich voor, dat Molenaar wel spreekt van het unieke van Pinksteren, maar er in één adem aan toevoegt, dat het zich toch kon herhalen (blz. 22).

Nu is het niet onze bedoeling iemand te vangen op een woord, maar we noemen dit eigenaardig bezig-zijn met woorden toch even, omdat we menen dat we hier nu stoten op hèt punt waar ongeveer alles om draait, wat betreft het gedoopt worden met de H. Geest. Later hopen we dan ook uitvoeriger terug te komen op die kwestie van eenmalig en herhaalbaar. Nu willen we eerst gaan zien wat de Schrift zelf over één en ander zegt.

Op het punt van het Schriftbewijs is vooral Torrey uitvoerig. Hij gaat uit van Hand 2:39. Daar hebben we — zo schrijft hij — Gods eigen antwoord op de gewichtige vraag: Wie kan nu met de H. Geest gedoopt worden (blz. 104).

In Hand. 2:39 hebben we de bekende woorden: Want voor u is (St. Vert.: komt toe) de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here onze God er toe roepen zal'.

De vraag waar alles van afhangt, is: Wat is nu de (inhoud van de) belofte waar Petrus hier over spreekt?

Volgens Torrey bestaan er twee uitleggingen voor dit vers:

a. Het is de belofte van redding; dit vers geeft dus het privilege weer van het verbond van de gelovigen, dat inhoudt dat hun kinderen worden gered. Op zichzelf twijfelt de schrijver niet aan de waar­heid daarvan. Maar, zo vraagt hij, is dat nu de betekenis van dit vers?

b. De belofte van dit vers 39 is de belofte, of de gave, of de doop met de H. Geest.

Met onze woorden nagezegd, is de kwestie dus deze: Wat bedoelt Petrus als hij in vers 39 spreekt over 'de belofte'? Is dat nu de belofte die God reeds aan Abraham deed (Gen. 17:7), de belofte van het genadeverbond dus? Of bedoelt Petrus de belofte van het gedoopt-worden met de H. Geest? Uitvoerig gaat Torrey nu aantonen dat hier het laatste bedoeld is: het gedoopt worden met de H. Geest. We gaan hem in zijn betoog volgen in het volgende artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De doop met de heilige Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's