De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Spurgeon’s 'Pastorale adviezen’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Spurgeon’s 'Pastorale adviezen’

6 minuten leestijd

I.

'Pastorale Adviezen' is de titel van het boek, samengesteld uit een bloemlezing van de nu ongeveer honderd jaar geleden door Spurgeon gehouden praktisch-pastorale college's voor zijn studenten. Nu bestaat er zonder kwestie een overvloed van geschriften die hulp bieden bij de praktikale toerusting voor het predikambt. Wij herinneren ons, hoe wij indertijd het bekende compendium van Achelis voor ons kerkelijk voorbereidend examen hadden te doorworstelen. Waarom dan zoveel aandacht voor Spurgeon in deze materie? Het antwoord moet luiden: Omdat het ondanks zijn vanzelfsprekend tijdgebonden karakter, fris en sprankelend en origineel is gebleven, actueel ook in onze twintigste eeuw.

Het nu al weer enige jaren geleden verschenen boek met de prikkelende titel: 'Hoe vindt u, dat er gepreekt moet worden?' Stelt deze vraag niet alleen aan de prediker, maar ook aan de gemeente. En het antwoord op deze brief zou Spurgeon ook nu nog kunnen geven: Op de man af, direct, bijbels, bevindelijk ja, maar ook op z'n tijd streng-voorwerpelijk gereformeerd, in de trant van het paulinische woord: Jezus Christus alléén en Die gekruisigd!

Hulde aan de vertaler, ds. W. de Graaf, ook voor zijn verhelderende voetnoten. Een boek, voor predikanten èn studenten, ja, maar ook voor het kerkelijk medelevende gemeentelid.

Charles Haddon Spurgeon, geb. 1834, deze held van de prediking, heeft deze colleges gegeven in zijn anno 1856 gestichte Theologische School, het zijn 'Pastor's College'. In deze school zijn met grote zegen honderden Evangeliedienaren gevormd. Het moeten er in 1892, het sterfjaar van de stichter, reeds 1226 geweest zijn!

Spurgeon's oogmerk was, om Baptistische predikers, die reeds minstens twee jaar de predikdienst beoefenden, verder op weg te helpen. Baptistische predikers, ja, want Spurgeon was Baptist, al kan men hem stellig, hoe ook afwijkend op het punt van de praktijk van de H. Doop, bij de oude Calvinisten rekenen. Wat nu de studenten betreft, dezen moesten eerst toegelaten worden op aanvrage en na door Spurgeon zelf geleid onderzoek. En dit was nogal selectief, want niet iedereen kwam in aanmerking. Maar wel verklaarde de stichter, dat niemand behoefde te vrezen, vanwege zijn armoe niet te worden aangenomen, mits evenwel in ieder gegadigde 'godsvrucht, ijver en de Heilige Geest woonden'. Het lijkt mij nogal een opgave om dit, vooral het laatste, uit te maken, niet het minst, als éen persoon dit te beslissen heeft. Maar daar kwam nog een conditie naar voren: De sollicitant moest ook 'de voor een prediker onmisbare spreekgaven' bezitten. De eis lijkt mij nogal overtrokken. Want er is verscheidenheid van gave. Een groot orator is soms maar een middelmatig catecheet en een uitmuntend catecheet is nog niet altijd een voortreffelijk zielszorger. Doch dit terzijde latende, is het van groot belang, dat Spurgeon met klem verklaarde, dat men behoorde vast te houden aan de leer der genade en het oude, rechtzinnige geloof'. Wat hij noemt de 'ontelbare theologische nieuwigheden', een zachte term voor het verwoestend modernisme, dat in de 19e eeuw zijn duizenden versloeg, zijn ook voor hem in zijn oordeel niets dan gemodificeerde en dus schijnbaar moderne herhalingen van stokoude dwalingen.

De stichting van de school was een van de talloze geloofswaagstukken, door Spurgeon in zijn uiterst vruchtbaar leven ondernomen. Men bedenke, dat het instituut, het 'College', in stand gehouden werd door vrijwillige gaven. Er bestond niet eens een rooster van vaste contribuanten. Financiële moeilijkheden deden zich niet voor. De stichter leefde uit de hand des Heeren, gelovende, dat de Heere het zou voorzien. In dit vertrouwen is hij nimmer beschaamd geworden. Zelf heeft hij er nooit ook maar een cent voordeel van getrokken. Ja, naar bekend werd, heeft hij naast deze belangeloze dienst, soms ook geldelijk het zijne er toe bijgedragen. En toch was er minimum 1200 gulden per week nodig, om het in het geloof begonnen werk voort te zetten, een zeer hoog bedrag, gerekend naar de geldswaarde van honderd jaar geleden. En in dit alles brandde bij Spurgeon deze éne begeerte, om nimmer iets na te laten, wat er naar zijn vaste overtuiging toe kon bijdragen, om zielen van mensen te winnen voor Christus, zijn Zaligmaker.

Wie wordt niet beschaamd, als hij geconfronteerd wordt met dit groot geloof! Hoe vaak stuiten bij ons allernoodzakelijkste dingen in het Koninkrijk Gods af op geldgebrek. Men zal zeggen, dat de tijden veranderd zijn. Hoeveel gecompliceerder liggen de dingen tegenwoordig! En moet men de kosten niet berekenen, alvorens men een toren gaat bouwen? Het is nog evangelisch ook! En toch, de hoed af voor Spurgeon! Want wij mogen er uit leren, dat het geloof bergen verzet, en dat, waar de Koning roept, de beurzen omgekeerd behoren te worden om Jezus' wil.

Spurgeon werd op 19 juni 1834 te Kelvedon (Essex) geboren als de oudste zoon van ds. John Spurgeon. Vooral ook zijn moeder heeft door haar Puriteinse opvoeding veel tot de vorming van zijn karakter bijgedragen. Maar ook zijn grootvader, ds. Jacobus Spurgeon, die drie en vijftig jaar te Stambourne (Essex) predikant is geweest, heeft grote invloed op hem gehad.

In het jaar 1849 onderwijzer geworden, hoe jong toch reeds, maakte, hij sombere dagen door. Zijn ziel was ontrust. Hij kende geen zekerheid. Op 6 januari 1850 liep hij, misschien door een zware sneeuwbui naar een veilige plaats gedreven, een klein lokaal binnen. Daar betrad een eenvoudig man uit het volk de kansel, omdat de predikant, waarschijnlijk door het noodweer verhinderd, niet verschenen was. De tekst was het Evangeliewoord uit Jesaja 45:22: 'Ziet op Mij, alle gij einden der aarde, en wordt behouden, want Ik ben God en niemand meer' (Engelse vertaling). Aan het eind van de preek gekomen, richtte de spreker zich tot de vijftienjarige knaap — er waren maar vijftien mensen aanwezig —, en hij bepaalde hem persoonlijk bij het wonder, dat alleen het zien op Jezus zaligheid schenkt. Toen brak opeens het verlossende licht door en Spurgeon vertelt, dat hij wel kon springen en zingen, toen hij naar huis ging. Hij sloot zich bij de Baptisten aan.

In 1850 vertrok hij naar Cambridge, waar hij veel werk maakte van de zondagsschool. Op zekere dag werd hij onverwacht gevraagd om ergens voor te gaan. De zestienjarige Spurgeon preekte toen over 1 Petr. 2:7. Dit was het begin. De ene aanvraag volgde nu weldra op de andere. En op zeventienjarige leeftijd, in 1851, werd Spurgeon daarop predikant bij de Baptistengemeente van Waterbeach. Twee jaar later preekte hij reeds te Londen, waarbij een jong meisje, Susannah Thompson, zich onder zijn gehoor bevond. Met haar trad hij 8 januari 1856 in het huwelijk. Zo zijn de wegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Spurgeon’s 'Pastorale adviezen’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's