De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wet en evangelie bij Luther

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wet en evangelie bij Luther

De verhouding Kerk en Wereld

10 minuten leestijd

IV

Critiek op Luthers tweerijkenleer

Reeds jaren geleden schreef Paul Althaus een artikel over 'Luthers leer van de beide rijken in het spervuur der critiek.'

In onze tijd is dat spervuur er beslist niet minder op geworden.

In de marxistische ideologie is Luthers ethiek en dus ook zijn tweerijkenleer er nooit best afgekomen, daar waren wij wel aan gewend. Luther zou met zijn prediking van de christelijke bereidheid tot lijden en onrecht verdragen het volk een flinke dosis opium hebben toegediend. Hij zou een vorstenknecht zijn geweest. Vooral zijn houding in de boerenoorlog werd hem hoogst kwalijk genomen. Neen, dan Thomas Münzer, die was anders, die was eerder een echter hervormer, die stak zijn handen in het vuur voor de arme boeren, is een der vaders van Marx, Engels en wie er verder in dit verband ook maar te noemen zijn.

Doch ook van andere zijde is de critiek op Luther losgekomen. Van Karl Barth is het verwijt dat Luther weleens mede debet kon staan aan de houding die de Duitse Christenen in de jaren van de laatste wereldoorlog hebben aangenomen ten aanzien van het Hitlerbewind. Deze houding was er een van steeds meer toegeven en tenslotte een van geheel meegaan. Luther zelf zou aansprakelijk kunnen worden gesteld, voor wat eeuwen na zijn dood zijn volgelingen, immers lutheranen, hebben gedaan.

De critiek van Barth is niet onweersproken gebleven. Zij kwam van een onverdachte Lutheraan, onverdacht zowel wat confessie betreft als wat betreft zijn houding tegenover de nazi's, wij bedoelen de Zweedse bisschop Eivind Berggrav.

Achter Barths critiek is, en dat vooral moet in aanmerking worden genomen, meer schuilgegaan dan op het eerste gezicht lijkt. Was hij het niet die de volgorde wet en evangelie omkeerde en ervan maakte: Evangelie en wet? Met alle waardering die Barth voor Luther heeft gehad gaapt er toch een diepe afgrond tussen de theologie van Barth en die van Luther.

Vanzelfsprekend is er naast déze critiek op Luthers tweerijkenleer ook nog wel andere, zinvoller critiek op uitgebracht.

Toch willen wij tot Luthers verdediging graag een paar dingen naar voren brengen.

Ten eerste, Luthers ethiek zoals die in zijn tweerijkenleer naar voren komt is van een statuur als men maar zelden aantreft. Hier is sprake van een staan in de vrijheid, met op de achtergrond een strijd om de genade, die lang niet door ieder christen bereikt wordt. Wij brengen het vaak maar tot enkele stappen op deze weg. Beschamend is ook Luthers eigen lijdensbereidheid; om geld en goed heeft hij werkelijk niets, maar dan ook niets gegeven. Zijn eigen leven en lichaam heeft hij nooit ontzien, en dat zonder enige krampachtigheid. Zijn laatste reis, naar Mansfeld, waartoe hij eigenlijk niet meer in staat was, was ten dienste van anderen. En wat betreft zijn houding ten aanzien van de vorsten, het is er wel ver vandaan dat hij een slaafse vorstenknecht zou zijn geweest. Met een vrijmoedigheid die doet denken aan die der oude profeten van Israël heeft hij de vorsten van zijn tijd, indien zij iets deden wat niet goed was voor hun volk, in het aangezicht weerstaan, wat lang niet zonder gevaar voor hem was. Alle critici ten aanzien van de persoon en theologie van Luther zouden dit wel eens meer mogen bedenken en in overweging mogen nemen.

Natuurlijk is hiermee de juistheid van Luthers tweerijkenleer niet bewezen, maar toch wel gemaand tot voorzichtigheid in de beoordeling.

De Augsburgse Confessie

Vervolgens, Luthers tweerijkenleer is niet gebleven een uitsluitend particuliere mening. In ieder geval is zij overgenomen door Melanchton, de schrijver van de Augsburgse Confessie, want ook daarin treffen wij haar aan. En niet alleen door hem, zij is, zoals reeds uit het bovenstaande blijkt, de officiële leer geworden van de kerk die naar Luther genoemd is. De Augsburgse Confessie is een luthers belijdenisgeschrift.

De zaak waar het hier over gaat vinden wij in artikel 16. Daar richt men zich tegen de wederdopers, met name hun visie op de overheid, de rechtspraak, de eed, het eigendom en het huwelijk. Niet in déze dingen, zegt dan de Augsburgse Confessie bestaat de echte christelijke volmaaktheid (waar zij door de dopers toch wel gezocht werd), want dit bestaat alleen in God te vrezen en in God te geloven. En dan volgen de woorden die wij letterlijk overnemen: 'Want het evangelie leert niet een uiterlijke, tijdelijke, maar een innerlijke, eeuwige gesteldheid en gerechtigheid des harten en verwerpt niet het wereldlijk regiment, recht en huwelijk, maar wil dat men dit alles houdt als een waarachtige ordening van God en dat men daarin christelijke liefde betoont en goede werken doet, ieder naar zijn beroep'.

De bedoeling van dit alles

De vraag kan worden gesteld waar het Luther, en in navolging van hem ook de Augsburgse Confessie, ten diepste om te doen is geweest. Naar onze mening om twéé dingen. Zowel om het evangelie als om de orde Gods in staat, maatschappij, huwelijk, gezin en samenleving (dus de wereld). Luthers leer getuigt van een bezorgdheid voor béide.

Ten eerste ging het hem dus om het evangelie, te weten de zuiverheid daarvan. In de eeuwen vóór hem waren kerk en politiek, evangelie en menselijk recht al tezeer met elkaar vermengd geraakt. Kerk en evangelie waren daarmee in de ban geraakt van de wet! Het evangelie was daardoor verloren geraakt en de kerk was een wereldlijk machts- en rechtsinstituut geworden. Christus gold voor een nieuwe wetgever. Maar hoevelen probeerden niet deze wetgever te ontduiken of het met Hem zo goedkoop mogelijk op een accoordje te werpen. Het ware geesteliike leven kwijnde, bijna alles was veruiterlijkt; zelfs moderne devotie en mystiek ontkwamen daar niet geheel aan.

Na het doorbreken van de Reformatie, gevolgd door een felle strijd met Rome, dook hetzelfde gevaar, maar nu van een heel andere kant, opnieuw op, namelijk van de kant van wederdopers en spiritualisten. Ook hier werd weer het heil gezocht in een uitwendig levenspatroon, met een sterk wettische inslag. De radicaliteit ervan heette wel evangelisch maar had met het Evangelie intussen niets te maken. Het ging om uiterlijke dingen. Er was niets in van de vrijheid van de christenmens. Lijdensbereidheid ontbrak, men ontketende om geld en goed een revolutie.

Luthers tweerijkenleer betekende een positie waarin zowel de vermenging van wet en evangelie aan de kant van Rome àls die aan de kant van de dopers en dwepers werd afgewezen. Hij móest beide wel afwijzen vanuit zijn herontdekking van het evangelie. Zijn levensroeping is geweest, volgens eigen getuigenis nog in de laatste jaren van zijn leven, de rechte onderscheiding van wet en evangelie. Zijn tweerijkenleer is geen persoonlijke specialiteit, een mooie theologische constructie, zij is direct uitvloeisel van zijn leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen, dat zich richt op het evangelie waarin ons Christus is geopenbaard, niet als een Wetgever maar als een Zaligmaker en Heiland. Het ging Luther hierin dus om het zuiver houden van het evangelie.

Maar, zoals wij al opmerkten, ook om de orde Gods in heel de menselijke samenleving. Met het evangelie is het onmogelijk de wereld te regeren. Daar komt niet anders van dan anarchie, chaos. Deze kan dit niet áán. Hij heeft wet, recht, tucht en orde nodig. Luther kende de mens. Hij wist dat de mens zondaar is. Zijn mensbeeld was het tegenovergestelde van dat der humanisten, mensen als Erasmus.

Het is er ver vandaan wat Luther Gods wereldlijk regiment zou hebben veracht. Hij heeft er zelfs grote zorg voor aan de dag gelegd. Hij heeft er ook — maar dan vanuit het gezichtspunt van de wet — uitermate zinnige dingen over gezegd. Hele geschriften van Luther zijn gewijd aan onderwijs, huwelijksvragen, samenlevingsproblemen. Luther was niet wat men wel genoemd heeft een quietist, iemand die Gods water over Gods akker liet lopen. Hij heeft niet geleefd als iemand die zich terugtrok uit het volle leven om zich geheel en uitsluitend te richten op wat tot eigen zieleheil dient. Dat laatste heeft Luther óók gedaan. Evangelie en kerk, Woord en sacrament, geloof en liefde behielden voor hem prioriteit. Maar overstappend op het terrein van het wereldlijk regiment wist hij ook daar het zijne te zeggen. Hij had hart voor de kerk, voor de keurvorst, voor Wittenberg, voor zijn land (Duitsland), zijn volk, zelfs voor de keizer, en niet te vergeten voor zijn vrouw, zijn kinderen, zijn oude tante Lena, zijn vrienden en wie men verder ook noemen wil. Maar hij hield gescheiden wat gescheiden moet blijven, maakte in elk geval onderscheid, vermeed alle vermenging, beoogde zowel de welvaart en het welzijn van allen als de zuiverheid van het Evangelie, die der prediking en der sacramentsbediening.

De waardeschaal

Naast de scheiding of beter onderscheiding der rijken en regimenten kan men bij Luther ook spreken van een zekere rangorde der rijken. Het geestelijk regiment oefent God uit met zijn rechterhand, het wereldlijk regiment met zijn linkerhand. Beide rijken zijn dus niet gelijkwaardig. Het geestelijk rijk staat in waarde boven het wereldlijke rijk. Immers, Jezus zelf heeft gezegd: Zoekt eerst het koninkrijk Gods en alle andere dingen zullen u toegeworpen worden. Zijn eigen werk is niet geweest het wereldlijk rijk te stichten, dat was er al; een nieuw aards koninkrijk op te richten heeft Hij met zoveel woorden van de hand gewezen. Het wereldlijk regiment is door Hem slechts bevestigd, bekrachtigd, zoals Hij trouwens heel de wet heeft bevestigd en bekrachtigd.

Beoordeling

Heel veel van de critiek die op Luthers tweerijkenleer is uitgebracht kan door mij moeilijk worden onderschreven. In het bijzonder geldt dat van wat Barth Luther op dit punt verweten heeft.

Een andere vraag blijft intussen of Luther toch niet Wet en Evangelie teveel tegenover gesteld heeft. Dat daardoor aan diverse levensgebieden heel gemakkelijk een te grote zelfstandigheid ten aanzien van het Evangelie kon worden toegekend is onmiskenbaar.

Calvijn heeft Luther op meer dan een punt gecorrigeerd, zonder evenwel het grondpatroon van Luthers reformatorische inzichten prijs te geven. De onderscheiding van wet en evangelie vindt men ook bij hem, maar in een breder kader waardoor aan bepaalde aspecten die bij Luther tekortkwamen recht wordt gedaan. Zelfs zoiets als een tweerijkenleer is Calvijn niet helemaal te ontzeggen, maar zij is bij hem niet zo sterk geprononceerd als bij Luther. Ook Calvijn heeft gewaakt tegen een verkerkelijking van de wereld en een verwereldlijking van de kerk, door de kerk als eerste en voornaamste opdracht de prediking van het evangelie voor te houden en de overheid te binden aan de Wet Gods, zelfs aan de eerste tafel daarvan, wat geleid heeft tot zijn zgn. theocratie.

Evenals bij Luther vindt men ook bij Calvijn dat het rijk Gods gesteld wordt boven de 'andere dingen'. Het gaat God in de eerste plaats om Zijn gemeente, die Hij zich ten eeuwige leven verkoren heeft. Het rijk van God begint in het hart van de gelovige (Calvijns exegese van Luk. 17:21), pas daarna komen de cosmische perspectieven ervan in het gezichtsveld.

De reformatorische visie op de verhouding kerk en wereld verschilt dan ook wel hemelsbreed van die der moderne theologie, waarin het algemene geen ruimte meer laat voor het bijzondere (geen uitverkiezing), het Rijk Gods (of beter: hetgeen daar voor doorgaat) de kerk verslindt, en de mens ontslagen wordt van een directe verantwoordelijkheid aan God, dus de secularisatie bevorderd wordt.

Rest mij nog in het vervolg van deze artikelenreeks deze punten enigszins uit te werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wet en evangelie bij Luther

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's