Overgeleverd
En Hem gebonden hebbende, leidden zij Hem weg en gaven Hem over aan Pontius Pilatus, de stadhouder. Mattheus 27:2
Vroeg in de morgen schijnt de zon; midden op de dag wordt het aardedonker; als de avond valt, breekt de dag aan. Zo wonderlijk speelt het licht met de duisternis, die goede Vrijdag. Of moet ik eerder zeggen: zo worstelt het licht met de duisternis? Het wordt in ieder geval dag!
De oversten van het volk leiden Jezus weg, zeer bepaald de priesters, 't huis van Levi. Zij leiden het Lam weg, zonder het te weten. Zij verspelen hun priesterschap omdat zij het Lam verwerpen. Zij gaan de berg Sion op en slaan de richting van de tempel in. Pilatus woonde in de tempelbuurt; dáár stond het voormalig paleis van Herodes de Grote en de burcht Antonia. In een van beiden hield de stadhouder verblijf. De priesters, leiden het Lam weg. Aan Pilatus voorbij, wordt het de tempel ingedreven; daar vloeit zijn bloed, daar spreekt het betere dingen dan Abels bloed. Daarover moet gesproken worden, vandaag. Maar daarover zwijgt iedereen. Ze zien het blijkbaar niet. De overpriesters en de oudsten van het volk zijn stekeblind. Ze leidden Hem alleen maar weg en gaven Hem over aan Pontius Pilatus de stadhouder.
Dat is een zware gang voor deze overpriesters en zeer vernederend. Pilatus is door de keizer naar Judea gestuurd en hij had nogal wat moeilijkheden met de joden. Omdat hij niet geschikt was voor zijn taak werd hij later geschorst en teruggestuurd naar Rome. Hij is eerder gehaat, dan geliefd. Blijkbaar is Jezus nog meer gehaat: volksvijand nummer één. Daarom ondernemen ze de tocht naar het rechthuis. U ziet de stoet gaan. De deftige raadsheren lopen met driftige stappen de tempelberg op. Jezus in hun midden, geboeid en vermoeid.
Daar gekomen, gaven zij Hem over aan Pontius Pilatus de stadhouder. Ze zijn Hem liever kwijt dan rijk; overgeven is uitleveren, verraden. Hoe daalt nu plotseling de avond, terwijl de morgen nog zo pril is. Verraden door zijn eigen volk, uitgeleverd aan de vijand, aan de dood. En Christus laat het zich welgevallen. Och, het is eerder gebeurd: Jozef werd door zijn broeders overgegeven; hij was de zoon van de belofte, die heel zijn familie zou redden van de hongerdood. Herinnert u het zich nog: Wat zij ten kwade dachten, dacht God ten goede.
Denkt eens aan Simson, de richter. Zijn eigen volksgenoten zeiden: Wij zullen u binden en u overgeven in de handen der Filistijnen. Israël leverde zijn bevrijder uit! Simson had de boeien verbroken en zijn vijanden een duchtige nederlaag toegebracht. Christus verbreekt zijn boeien niet. Hij zal Zijn volk bevrijden langs de weg van de terechtstelling, de weg van zijn schandelijke dood. Er was geen andere weg. Wie Hem ziet gaan, bewondert Hem. Hij is de meerdere Simson. Hij is de redder. In Hem is al mijn heil, mijn eer.
Nu breekt, zo waar, het licht door de wolken van haat en wrevel heen. Het schijnt vanmorgen vroeg zo ontroerend helder in deze tekst: en gaven Hem over. Pilatus was de vertegenwoordiger van Rome, van het rijk. Hij was uiteraard een heiden. De Joden leveren Jezus uit aan de heidenen. Hij had dat van te voren al gezegd: en zij zullen Hem aan de heidenen overleveren. Hij spreekt geen woord meer, maar al Zijn woorden worden van kracht. Ook dat woord, dat in het verlengde daarvan lag: om Hem te doden. Het is wel verschrikkelijk, wat Israël doet. Hun grote Zoon, hun Eerstgeborene! Aan de heidenen, de vijanden van het heilige volk, de vreemdelingen van het verbond.
Zodoende echter wordt de zaak van Christus een zaak waar Joden en heidenen bij betrokken raken. Het is in geen hoek geschied! Beiden werken samen in deze gruwelijke aangelegenheid, beiden kunnen er niet meer onderuit: Jezus Christus en Dien gekruisigd. Joden en heidenen zullen delen in de verlossing door Zijn bloed. Christus dood wordt in breder verband beraamd en beklonken. Hij treedt zodoende in de wereldwijde ruimte van de volkeren. Daar hoort Hij ook thuis, daar zal het evangelie van Zijn kruis niet alleen klinken, maar ook weerklank vinden in verbroken harten, tot vandaag toe!
Wat zie ik bij het licht van deze dag? Daar rolt de steen, die Daniël met aandacht volgde tegen de voet van het beeld aan. Rome was de wereldmacht. Christus komt met de wereldmacht in aanraking! Dat zal verstrekkende gevolgen hebben. Pilatus haalt er de schouders over op: Zijt Gij dan een Koning? Hij is de Koning der koningen. De wereldmacht van Rome wordt weldra door Christus te gronde gericht. Het grote beeld wankelt, straks valt het om, straks valt het in duizend stukken en brokken. U zult er meer van horen. Want Hij, die hier als een gebondene wordt voorgeleid en uitgeleverd is de Here uit de hemel. Zijn Koninkrijk is een eeuwig Koninkrijk. Hij heerst vandaag de dag; dat was u toch niet vergeten? Wij kijken wat ver vooruit, we zien er nu niets van. We zien een machteloze, die aan een machthebber wordt overgegeven. Maar de rollen worden weldra omgekeerd. Houdt daar rekening mee.
Pontius Pilatus, de stadhouder. Dat betekent hier vooral de rechter. Rome was een rechtsstaat, daar ging het prat op. En Pilatus staat er op recht te spreken. De overpriesters en de oudsten verwachten dat van hem: Hij moet Jezus als een oproerkraaier ter dood veroordelen, en daarmee hun eigen vonnis bekrachtigen. Weer schuiven de wolken zich voor de zon. Dat zij Hem doden zouden, met medewerking van de stadhouder. De zaak wordt een rechtzaak. Christus wordt voorgeleid. Hoe nu verder: Vrijspraak? Nee. Hoewel Zijn onschuld herhaaldelijk wordt vastgesteld, wordt Hij toch veroordeeld. Het recht lijdt schipbreuk, dat maakt de dag zo donker.
De nacht gaat lichten als een dag. De dag der genade. God is rechter. Wie aan Hem wordt overgegeven, wie voorgeleid wordt, dien vergaat alle vreugde en alle moed. Voorgeleiding gevraagd, o wee, dat zal niet meevallen. Zijn er onder ons mensen, die beschuldigd worden? Zij kunnen de stem van wet en geweten niet tot zwijgen brengen. Zij verkeren in het oordeel, het rechtvaardig oordeel Gods. Hun aandacht mag ik vragen voor Christus, die in dat oordeel verschijnt, 's Avonds wordt er reeds gratie verleend aan een moordenaar, die het oordeel aanvaardt, die niets meer ter verdediging weet aan te voeren: wij toch rechtvaardig. Het is de genadedag. Geen kwijtschelding van boete of straf voor een kwart, maar voor de volle honderd procent.
Een blijde boodschap voor gebondenen en beschuldigden, dit lijdensevangelie. Een ernstige waarschuwing voor allen, die zich op de vlakte houden van hun onverschilligheid en hun eigen gerechtigheid. U drijft Christus deze weg op, en blijft zelf uit de buurt. Maar, dan ontmoet u Hem niet, dan loopt u Hem mis. Dan loopt u regelrecht God in handen, dan valt u God in handen. En vreselijk is het om te vallen in de handen van de levende God.
Grijpt moed! Allen, die hun eigen zaak niet meer kunnen waarnemen, omdat het een verloren zaak werd, hier is uw zaakwaarnemer. Overgegeven. Andere stemmen mengen zich in de woorden van het evangelie. Maar heeft Hem voor ons allen overgegeven — Rom. 8:32—. Die zich voor mij heeft overgegeven — Gal. 2:20: Gelijk ook Christus ons liefgehad heeft en zich voor ons heeft overgegeven tot een slachtoffer, Ef. 5:2. Het werkwoord klinkt door in de dankzegging. Wat wij deden is zo beneden de maat, dat er geen woorden voor zijn. Wat Hij deed, wat de Vader deed, wat de Geest deed, dat is buiten iedere maat, daar zijn geen woorden voor. 'k Zal liefde en lof voor U ten offer mengen. Als een morgenoffer, als een avondoffer. Het lied ruist de dag door: gij huis van Levi, looft de Here; gij die de Here vreest, looft de Here. Looft de Here al gij heidenen. Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's