De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

Belijdenisvragen

8 minuten leestijd

Anders dan met de doop en 't avondmaal hebben we geen officieel formulier voor de openbare belijdenis. Wel bevat het dienstboek in ontwerp een kort formulier en een drietal belijdenisvragen, die in vele gemeenten gebruikt worden en die vergeleken met de belijdenisvragen van art. 39 van het reglement op het godsdienstonderwijs een aanzienlijke verbetering zijn.

De formulering 'streven naar heiligmaking' is typisch negentiende eeuws en kan licht leiden tot een verwettelijkte opvatting van de heiliging. In het ontwerp dienstboek lezen we over de roeping om door Gods genade tegen de zonde en de duivel te strijden. De aansluiting aan het doopformulier moet ons hier direct treffen.

Terwijl ten aanzien van de derde vraag in de oude vragen sprake was van een medewerking aan de bloei van het Godsrijk — een nogal activistische formule — is in het ontwerp dienstboek sprake van het getrouw zijn onder de bediening van Woord en sacrament, het lezen van Gods Woord, het gebed en de medewerking aan de opbouw van de gemeente. Ook dit laatste is een door en door bijbelse zaak.

Op de jongste synodevergadering zijn er inmiddels alternatieve belijdenisvragen goedgekeurd. Alternatief: Men is er dus niet aan gebonden. Maar wie wil, kan ze gebruiken. Wij noteren hierbij dat de synode dus niet alleen gezwicht is voor het modewoord 'alternatief', maar ook op dit punt gaat toegeven aan de pluralistische visie op het kerk-zijn.

In de nieuwe belijdenisvragen wordt de aandacht op de kerk gericht. Aan de ongedoopte wordt de vraag gesteld: Verlangt u door de doop in de gemeente van Christus te worden opgenomen? Aan de gedoopte: Wilt u ter bevestiging van uw doop, waardoor u in vroeger jaren in de gemeente van Christus werd opgenomen, thans door uw ja-woord te kennen geven tot de gemeenschap der kerk te behoren?

Terecht is door ds. A.A. Spijkerboer in 'De Rotterdammer' er op gewezen dat hier het wezen van het belijdenis-doen verminkt is. Belijden is immers: Iets goeds van Jezus Christus zeggen. 'Jezus is Heer': Dat is de oer-christelijke belijdenis (1 Cor. 12:3; Filippenzen 2:11). Deze nieuwe vragen gaan uitsluitend over de kerk, waarbij totaal verwaarloosd wordt, wat deze kerk belijdt. Bovendien is het vreemd te zeggen dat men door de doop in de gemeente wordt opgenomen. Een onaanvaardbaar alternatief!

Maar het is niet het enige wat ons aangeboden wordt. Prof. dr. G.P. v. Itterzon schrijft in het Hervormd weekblad van 18 maart over belijdenisvragen die afkomstig moeten zijn van de Hervormde raad voor de Eredienst. We geven ze aan u door, met het commentaar van de utrechtse kerkhistoricus:

Nog weer andere belijdenisvragen werden ons toegezonden door een predikant, die ze graag beoordeeld wilde zien. Ze moeten afkomstig zijn van de commissie voor het dienstboek van de Hervormde Raad voor de Eredienst, die ze zou hebben aangeboden. Het zijn er vier en ze luiden als volgt:

1. Belijdt gij, dat de Heer uw God is en dat Hij God over de goden is, de Vader van Zijn volk en Schepper van de hemelen en van de aarde?

2. Erkent gij, dat Zijn koninkrijk nabijgekomen is in Jezus de Messias en dat gij geroepen wordt Hem te volgen?

3. Vertrouwt ge, dat de Heilige Geest ons leiden zal in alle Waarheid en bijstaan tot aan de voleinding?

4. Verlangt ge uw aandeel te hebben in de gemeenschap van de dienst rondom de Schriften en de tafel met lofzang en gebed en zult ge u voegen naar de tucht van het geloof?

Aldus de gegevens, zoals bedoelde predikant ze me toezond. Ik maak er de volgende opmerkingen over:

1. Het is een wonderlijke zaak, als een Raad voor de Eredienst de belijdenis der Drieëenheid uit de belijdenisvragen schrapt. Ik dacht, dat juist die Raad er bijzonder op gesteld was, dat op de zondag na Pinksteren de zondag tot lof van de Drieënige God zou volgen. Vader, Zoon en Heilige Geest en dat het 'heilig, heilig, heilig, liefdevol en machtig, drieënig God, die één in Wezen zijt' tot zijn klassieke gezangen behoorde. Van die belijdenis is er in de eerste vraag weinig overgebleven. Of eigenlijk niets. Want de combinatie in de vragen 1-3 van de 'Vader van Zijn volk', 'Jezus de Messias' en de Heilige Geest houdt geen enkele belijdenis van de Drieënige God omvat. Ook van de oecumenische grondslag van de Wereldraad is men mijlen ver verwijderd. In een belijdenis van lidmaten doet het gewild aan, als ze zich moeten uitspreken over Hem, die 'God over de goden is'. En wat bedoelt men met de Vader van Zijn volk? Is dat hetzelfde als: de Vader van Zijn kinderen? En waarom moet Schepper des hemels (enkelvoud) nu veranderd worden in het meervoud: Schepper van de hemelen?

2. Als een Jood (lees het zoals mijn rabbi het zag, als een erenaam!) Christen wordt en belijdenis doet, kan ik met de tweede vraag wel akkoord gaan. Maar als genoemde Raad deze vraag aan gedoopten stelt, ga ik steigeren, omdat ik er dan van overtuigd ben, dat hierin een andere theologie zit. Natuurlijk weet iedereen, dat Messias een Hebreeuwse naam is en Christus een Griekse en dat ze beide hetzelfde betekenen, nl. Gezalfde. Men kan dus zeggen: of men nu Messias zegt of Christus, dat blijft gelijk. Theoretisch mag dat waar schijnen, in werkelijkheid is het anders. Eeuwen lang belijden we nu al: ik geloof een heilige, algemene Christelijke kerk. Waarom zouden we, volgens de lijn van de Raad voor de Eredienst, nu kunnen gaan spreken over de Messiaanse kerk? Moet de geschiedenis van het Christendom nu veranderd worden in: geschiedenis van het Messianisme? Moeten Christelijke scholen en verenigingen soms ook Messiaanse scholen en verenigingen worden? En zijn we voortaan niet meer Christenen, maar Messianen of iets dergelijks? En zou de Christelijk-Historische Unie soms ook de Messiaans-Historische Unie moeten gaan heten?

Alle scherts terzijde: Sinds de dagen van Jezus hebben Messiaanse bewegingen een uitgesproken aardse klank gehad. Het waren bewegingen, die revolutionair waren, gericht tegen de Romeinen, die met wapengeweld de bezetter wilden verdrijven. In onze dagen hebben bewegingen, die op Jezus als Messias teruggrijpen, een soortgelijk karakter. In elk geval is de belijdenis van Petrus van de Christus, de Zoon van de levende God, van een andere aard.

In dit verband is het ook de vraag, wat de verborgen zin mag zijn van de belijdenis, dat Zijn koninkrijk nabij gekomen is. Niemand zal dat tegenspreken. Het is een boodschap, die al door Johannes de Doper is gebracht. Letterlijk zelfs (Matth. 3:2). Men kan zich wel afvragen, wat deze belijdenis nu zou moeten betekenen, in verband met die belijdenis van Jezus de Messias, die er aanstonds op volgt. Wat bedoelt men met het koninkrijk van Jezus de Messias? Is dat een aards rijk, dat wij in deze dagen naderbij zien komen en samen moeten verwezenlijken? Graag de nodige duidelijkheid. Daar hebben nieuwe lidmaten recht op.

3. De Heilige Geest zal ons de weg wijzen tot de volle waarheid (Joh. 16:13), maar de gemeente kan dwalen, en zal dwalen, als zij niet in het geloof de leiding van die Geest gehoorzaam aanvaardt. Ik neem aan, dat het bijstaan tot aan de voleinding een bijstaan in het geloof is in de diepste en breedste zin van het woord. Niet simpel een bijstaan bij onze Messiaanse werkzaamheden.

4. Wat is het aandeel, dat de nieuwe lidmaten moeten verlangen te hebben in de gemeenschap van de dienst rondom de Schriften? Bestaat dat alleen in lofzang en gebed? Waarom de tafel alleen en niet ook het doopvont? En wat is de tucht van het geloof!? Is dat geen slag in de lucht? Van welke kant moet die tucht worden verwacht? Van het geloof? Is dat gelijk aan het 'credo', de apostolische geloofsbelijdenis? Of is het het geloof der gemeente? Of is het een wazige uitdrukking voor de tucht van Gods Woord?

Tenslotte. Ik wees er al op, dat de belijdenis van de Drieënige God ontbreekt! Evenzo de belijdenis van Petrus in Caesarea Filippi. De strijd tegen de zonde is volledig verdwenen en vervangen door een vaag evolutionisme. Het is een mistig geloven op zondag, want met een 'gemeenschap van de dienst rondom de Schriften en de tafel met lofzang en gebed' weet ik op maandag geen weg.

Wij hebben aan dit commentaar niet zoveel toe te voegen. Duidelijk blijkt hoe ook het opstellen van belijdenisvragen geen onschuldige zaak is, maar een bepaalde theologie verraadt. Alternatieve belijdenisvragen, alternatieve verzoeningsleer ... Dat is vandaag aan de orde. Zouden we tegenover deze en dergelijke alternatieven niet beter doen ons te bezinnen op dat wat naar de Schrift het belijden en belijdenis-doen inhoudt? Juist ook terwille van de velen, die rondom Palmzondag in het midden der gemeente openbare belijdenis des geloofs afleggen.

Terecht is in het verleden er de vinger op gelegd dat we dit belijdenisdoen uithollen als we het alleen zien als 'lidmaat-worden' van de kerk, of een historisch voor waar-houden van de bijbelinhoud. Dan maken we inderdaad van het geladen woord 'belijden' een caricatuur. Maar vandaag zien we in de ons aangeboden alternatieven evenzeer een uitholling van de openbare belijdenis. Laten we op onze hoede zijn!

In de Drieënige God ligt al het heil vervat in leven en sterven. Wat een voorrecht is het deze God te mogen belijden. God geve dat velen ook dit jaar in het geloof hun ja-woord mogen geven. 'Hij die ons roept, is getrouw, die het ook doen zal'. Daarin ligt de zekerheid en de troost in de strijd van het geloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's