De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christus’ opstanding: bron van christelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus’ opstanding: bron van christelijk leven

9 minuten leestijd

De draagwijdte

De draagwijdte van de betekenis van Christus' opstanding kan men zich moeilijk groot genoeg voorstellen. Wanneer de Heidelbergse Catechismus (Zondag 17) in zijn beantwoording van de vraag naar 'het nut van Christus' opstanding' drie dingen noemt, namelijk: de overwinning van de dood, de geestelijke opwekking tot een nieuw leven en de zekerheid van onze heerlijke opstanding, dan kan worden gezegd, dat deze drie dingen tezamen heel het geloof, de hoop en het leven van de christen omvatten.

Uit het drietal is het met name het tweede, dat hier door de Catechismus genoemd wordt, hetwelk in dit artikel onze aandacht zal krijgen.

Het gaat dus over de kracht die er uitgaat van Christus' opstanding, zodat wij daardoor opgewekt worden tot een nieuw leven.

Wij schenken eerst aandacht aan enkele:

Bijbelse gegevens

In Romeinen 6 spreekt Paulus over 'het leven met Christus'. Hij grijpt hierbij terug op de christelijke doop. De voltrekking van die doop duidt aan een 'ondergaan' ofwel 'begraven worden' en een 'opstaan' ofwel 'opgewekt worden'. Voor de gelovige is zij dat ook; hij 'houdt het er voor' (vs. 11) dat hij dood is en levend is; hij is met Christus gestorven en opgestaan; hij is gestorven aan de zonde en wandelt nu in nieuwigheid des levens. Er is in het christenleven 'een gelijkmaking' zowel aan Christus' dood als aan zijn opstanding (vs. 5). Hoe nauw wordt hier voorgesteld de relatie tussen Christus en de gelovigen! Wat eenmaal geschied is in het verleden, voor ons een vèr verleden, dat voltrekt zich nog altijd heden aan degenen die in Christus geloven. Allerminst wordt hiermee dat verleden vervluchtigd alsof het niet werkelijk een heilshistorisch feit zou zijn; integendeel, de historische opstanding van Christus is basis. Zonder dat heilsfeit: Christus' opstanding, is er niet mogelijk een geestelijke opstanding van ons. Met andere woorden: het christelijk leven is niet los te maken van het feit van Christus' opstanding. Waar dat geprobeerd wordt — en het is al herhaaldelijk geprobeerd, en het wordt het nòg vaak — daar vervalt niet alleen de basis van het christelijk geloof en leven, maar mèt die basis ook tegelijk dat geloof en leven zelf!

Behalve Romeinen 6 zijn er nog enkele andere plaatsen in de Schrift waar met zoveel woorden over deze zaak gesproken wordt. Zo lezen wij in Efeze 2:5 dat God ons 'met Christus levend gemaakt heeft'. Hetzelfde maar met wat andere woorden vinden wij in Colossenzen 3, waar staat dat wij 'met Christus opgewekt zijn' (vs. 1) en wat verderop, dat Christus 'ons leven' is (vs. 4). Deze en meer andere plaatsen uit de H. Schrift leren ons: Christus' opstanding werkt zich uit in de harten der gelovigen en vandaaruit ook in hun leven. Er gaat van die opstanding 'kracht' uit: Paulus sprak van 'de kracht van Christus' opstanding' (Filippenzen 3:9). Die kracht wordt ervaren waar geloof is (Rom. 6), anders gezegd: waar Woord en Geest geloof werken. Door deze kracht worden wij opgewekt, staan wij op. Dat blijft niet beperkt tot een moment, maar geldt gedurende heel het leven van de christen. Zoals de doding van Christus' kruis zijn werk in ons blijft doen gedurende heel het leven, zo ook de levendmaking van Christus' opstanding. Beide lopen parallel; zij zijn er allebei en tegelijk in het leven van de christen. Paulus stelt ze in Rom. 6 steeds náást elkaar.

De betekenis hiervan

De betekenis van deze eenvoudige en toch zo diepgaande getuigenissen is dat heel het leven van de christen dient te worden gezien vanuit de dood en opstanding van Christus! Velen in onze tijd willen het leven van de christen enkel zien vanuit het leven van Jezus. Zijn messiaans leven zou het model zijn waarnaar wij hebben te handelen in de wereld van vandaag. Een heel stuk — het belangrijkste — van de H. Schrift laat men daarmee vallen. Er behoeft dan niets meer met de mens te gebeuren, hij heeft enkel wat te doen. Hij kan zich handhaven in zijn natuurlijke kracht. Hij kan zich christelijk gedragen zonder christelijk te zijn.

Dat alles lijkt nieuw, maar is in werkelijkheid al zo oud als de mensheid is. Kaïn offerde, deed daarmee hetzelfde als Abel, maar wàs toch niet een Abel. Ook in de middeleeuwse kerk had men een hele 'navolging' van Christus, een soort imitatie van het leven van Jezus, waarbij men ver ging in het 'doden van het vlees', maar men dacht daarbij alleen aan uiterlijke lusten. Dat is nog niet het sterven aan de zonde waar Paulus over spreekt. Het gaat om een 'gelijkvormig worden' aan Christus tot in de diepste lagen van ons menszijn, en van daaruit ook in het leven. Naar de praktijk toe trekken wij hieruit de volgende:

Toepassingen

1. De bezinning op de grondslagen van het christenzijn waartoe wij in onze tijd gedwongen worden dient ons terug te voeren tot de elementaire betekenis van de opstanding van Christus. Niemand is een christen dan wie leeft uit Christus, één plant met Hem is geworden (Rom. 6:5), een lid is van het lichaam waarvan Hij het Hoofd is, en daardoor de kracht van zijn kruisiging en dood ervaart door ook zelf aan de zonde gekruisigd te worden en te sterven, èn de kracht van zijn opstanding, door ook zelf opgewekt te worden en op te staan tot een nieuw leven. Door zijn relatie tot Christus is een christen iemand anders dan een niet-christen. Hij staat in een afzonderingspositie. Niet door eigen kwaliteiten, hoe hoog ze ook zijn, niet door eigen daden en werken, hoe edel ze ook zijn, maar uitsluitend door het werk van Christus en door de Geest van Christus die in ons woont, zodat Paulus juist ook in verband hiermee nadrukkelijk zegt: uit genade (Efeze 2:5).

In de tijd van Jezus en de apostelen werden de mensen vele wegen gewezen die zouden leiden tot de sotêria: het heil, de verlossing. De apostelen, optredend in deze wereld, kenden maar één weg: die van het geloof in de gekruisigde en opgestane Heere Jezus Christus. Nu in onze tijd de kerk opnieuw komt te staan in een wereld waarin grote woorden worden gesproken, ettelijke programma's worden opgesteld en zij in de verzoeking komt ook één van deze hedendaagse bewegingen te worden, dient zij zich bij uitstek te concentreren op wat het eigenlijke is van haar boodschap, en daarbij zal zij uitkomen bij Christus, de Gekruisigde en Opgestane. Het is vandaar uit dat dan het christenleven zal moeten worden gezien!

2. Het wezen van het christenzijn is onveranderlijk: het sterven en opstaan met Christus. De tijden en situaties mogen veranderen, Christus blijft dezelfde, zijn Woord blijft hetzelfde, zijn werk blijft hetzelfde. Wij kunnen niet gemakkelijker christen zijn en zalig worden dan voorgeslachten. Er is nog maar één weg tot het leven, namelijk de weg door de dood heen. In deze gedurige 'overgang' blijft het christenleven zolang de huidige bedeling duurt. De zonden houden niet op en daarom houdt ook niet op het doden van de zonde; maar daar Christus dood en zonden heeft overwonnen wint ook nu het leven het steeds weer in ons. De Geest van Christus is niet een werkloze en slapende Geest. Hij werkt Christus' opstanding uit in de harten van allen die met Hem door het geloof verbonden zijn. Het is niet te ontkennen dat de zonden steeds andere, nieuwe, misschien moet ik zeggen: heviger vormen aannemen, het aanzien van de mortificatie, de doding der zonden verandert daardoor, maar in de wortel blijft zij zich alle eeuwen door gelijk. De strijd die Augustinus heeft gestreden is nog de strijd van de christen en dat geldt zelfs al van de strijd van David, Jakob, Abraham en Adam. Ook de wereld rondom ons verandert, met als gevolg dat de levenshouding van de christen niet in alle eeuwen uiterlijk gelijk kan zijn, maar innerlijk blijft zij het wel. Er is één geestelijk leven dat reeds de apostelen kenden en de patriarchen èn wij die geloven.

3. Het leven uit Christus stuwt naar Hem heen. Als Paulus spreekt in Col. 3:1 over het 'opgewekt zijn' met Christus voegt hij er in één adem aan toe 'zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is zittende aan de rechterhand Gods; bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn'.

Men wil in onze tijd de christenen 'vooruit' doen zien, 'omhoog' zien dat wordt hun bijkans verboden. Het is het befaamde christelijke 'horizontalisme'. Nu zullen wij niet àlle 'vooruit' zien mogen afschrijven, want daarmee zouden wij tekort doen aan de volheid van de christelijke hoop. Christus heeft door zijn opstanding ons ook hoop gegeven. Hij heeft het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht — dat heeft zelfs cosmische perspectieven. Zijn herscheppend werk komt in het hart van de gelovige niet tot stilstand, het gaat door. God heeft niet alleen de mens geschapen maar ook de aarde waarop hij leeft. De gereformeerde vaderen hebben zelfs altijd geleerd dat het einde het begin zal overtreffen. Maar al wat ons te wachten staat is gekwalificeerd door hetgeen nu reeds is gegegeven. Het rijk Gods dat komt zal niet een wereldlijk rijk zijn, maar het zal dragen de signatuur van wat Christus door de Geest nu reeds gedaan heeft; het zal aardse voorstellingen te boven gaan, het zal 'geestelijker' zijn dan menigeen in onze tijd, nu men haast niet meer geestelijk denken kan, zich voorstelt. Er is nu al voor de gelovigen niet alleen de band met Christus, maar ook het leven met Christus, de wandel in de hemelen, een wandel die niet onderbroken zal worden omdat het aan het einde toch alles weer veel aardser zal worden, maar die zich eeuwig continueren zal. Er gaat van Christus' opstanding een eeuwige kracht uit. Aan ons de opdracht zulke christenen te zijn, die het geloof hebben, die de Geest hebben, die de hoop hebben, die sterven, die opstaan, die leven!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Christus’ opstanding: bron van christelijk leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's