Van feit tot feest
Pasen
I
De opstanding van Christus is een feit en de geloofsgemeenschap met Hem als de Levende is een feest.
Maar dit feit wordt ontkend (want er is biologisch geen terugkeer uit de dood tot het leven mogelijk) en daarom en dan is er ook geen feest, of het moest zijn een feest als namaak of als vergoeding voor het gemis van het echte feest, maar dit kan geen Paasfeest zijn en het kan ook zo niet genoemd worden. Geen feit is ook geen feest.
Maar ook het feest kan een aangevochten zaak zijn, al wordt het feit vanuit het Evangelie erkend en beleden. Is er wel reden tot blijdschap in deze gebroken wereld, in mijn gebroken leven? Kan de kerk vreugde bedrijven en beleven en mag dat wel? Mag dat wel hier op aarde en in welke mate? Is er hier wel een echt feest door het feit mogelijk of is het feest alleen voor het hiernamaals, als wij het Lam mogen zien, staande als geslacht?
Ook is er nog een derde vraag: er is een weg van het feit naar het feest, een lange weg, er zijn tere banden tussen beide. Hoe is dit verband, deze band tussen het feit en het feest van Pasen?
Waar ligt de sleutel voor het verstaan van het feit en het vieren van het feest?
Maria Magdalena, Petrus, de vrouwen onderweg, de Emmaüsgangers, de discipelen, Thomas, zij hebben allen achter het feit van Christus' opstanding gestaan, maar zij vierden geen feest. Droefheid, twijfel, ongeloof en onzekerheid vervulden hun harten en de vreugde was ver weg. Toch werd het plotseling Paasfeest voor hen. De Heere verscheen aan hen. Hij liet Zichzelf zien, als de Levende, maar Hij onderwees hen ook uit de Schriften en Hij opende hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden (Luc. 24:45).
Uit de Schriften, met een geopend verstand en door Jezus' onderricht werden zij ingeleid in het feit van Pasen en doorgeleid tot de vreugde: de Heere is waarlijk opgestaan!
Hier ligt de sleutel, óok voor ons. In het overdenken der Schriften, biddend om Gods Geest, zal de Heere zelf ons door Geest en Woord brengen in de heilsgeheimen Gods in Christus en ons leiden tot de aanbidding van en de verwondering over Hem, die tot Johannes op Patmos sprak: Vreest niet, Ik ben de eerste en de laatste en die leef en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid (Openb. 1:17 en 18).
Deze Levende is enige en volkomen oorzaak van alle blijdschap. Hij is het feest.
De opstanding van Christus is een feit, alleen te verstaan uit de Schriften en door het geloof.
Het ongeloof vraagt bewijzen, logische bewijzen, alsof alles wat men in ongeloof aanvaardt, op bewijzen rust. Zou het waar zijn? Er is meer waar dan logisch. Zelfs kan het niet-logische waar zijn.
Is ons denken de maatstaf van alle dingen? Regeren wij met ons verstand over het Woord Gods? Ja, zeker en dan heeft de Bijbel naar ons te luisteren; wij maken uit wat feit is en wat feest is, wat kan en mag en wie God is en hoe Hij zal moeten zijn.
Maar in de Bijbel ontmoeten wij de God, die ons aanspreekt, die ons oor en ons hart vraagt, die ons verstand opeist tot Zijn dienst. Hij regeert en niet wij! Laten wij ons toch gewonnen geven en luisteren, luisteren naar Zijn Woord, naar Zijn daden, naar Zijn hart. Aan Jezus' voeten luisterde Maria en zij had het goede deel verkoren, dat van haar niet weggenomen zal worden (Luc. 10:42).
Luisteren geeft geloven en geloof leert luisteren en vragen: spreek, Heere, uw knecht hoort (1 Sam. 3:9). Zou de Heere spreken en bedriegen? Hij is toch de Getrouwe! Op Hem kunnen wij altijd aan. Zijn trouw is de garantie voor en de kracht van ons geloofsvertrouwen. Zo alleen gaat het feit van Pasen ons aanspreken.
Op Pasen overdenken wij uit Gods Woord het feit van Christus' opstanding uit de doden. Wat is er dan veel te horen, veel te bewonderen en veel te aanbidden!
Pasen leert ons: Christus is opgestaan. Dat is Gods werk. God heeft Hem opgewekt! Dit ene feit is niet een los-staand feit; het staat in de lange rij van de heilsfeiten, van de heilsdaden Gods, begonnen in de eeuwige vrederaad Gods en eindigend in de nieuwe hemel en nieuwe aarde, waar God zal zijn alles en in allen (1 Cor. 15:28). Daar zal Gods heilsplan voltooid zijn, daar zal Zijn lof eeuwig gezongen worden, daar zullen alle heilsfeiten uitmonden in één feest, de bruiloft des Lams.
Paulus vat dit heilsplan Gods samen in deze woorden: en God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende (2 Cor. 5:19). Deze verzoening is vol en volkomen, zonder gebrek of rimpel. Als wij door God met God verzoend zijn, in Christus, is alles goed. Wat zal ons dan ontbreken. Deze verzoening is essentieel en existentieel, zij raakt ons wezen en ons bestaan, zij raakt alles: God en mens, hemel en aarde, schepping en herschepping tot in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde toe.
Dit ene feit der verzoening houdt dan ook in het enige feest. Uit dit feit vloeit het feest voort.
Van deze verzoening spreekt Paulus, als hij schrijft van Christus, die overgeleverd is om onze zonden en opgewekt is om onze rechtvaardigmaking (Rom. 4:25).
Bij de exegese van deze tekst hebben sommigen moeite met de parallellie: overgeleverd om en opgewekt om. Zij vertalen het tweede 'om' liever als 'tot'. Zo zijn volgens hen de zonden de oorzaak van het overgeleverd-zijn en is de rechtvaardigmaking het gevolg van Christus' opstanding. Toch behoeven we dit gewelddadig omzetten van 'om' in 'tot' niet toe te passen. In beide uitdrukkingen wordt hetzelfde Griekse woord gebruikt, 'dia' = vanwege, om. Gelijk onze zonden Christus in het oordeel gebracht hebben, zo is Hij om onze rechtvaardigmaking (d.i. om onze vrijspraak, door Zijn lijden en sterven aangebracht) opgewekt uit de doden. En onze rechtvaardigmaking uit het geloof dan? Deze vloeit voort uit Christus' gerechtigheid, omdat de verdienende Middelaar ook de bedienaar is. Christus is de Levende en de Gevende. In en door Hem zijn verdienen en bedienen één. Die kunnen en mogen wij niet scheiden, al zijn ze wel te onderscheiden.
Onze Catechismus noemt als eerste vrucht van Christus' opstanding het overwinnen van de dood, opdat Hij ons de gerechtigheid, die Hij door Zijn dood ons verworven had, kon deelachtig maken (antw. 45). Christus kan alleen als de Levende de Gevende zijn. Van een dode kunnen wij geen enkele verwachting hebben.
Pasen en Goede Vrijdag staan in direct verband met elkaar. Christus is overgeleverd om onze zonden, d.i. Hij is overgegeven opdat het oordeel des doods aan Hem voltrokken werd. Overleveren en rechtvaardigmaken (vrijspreken) zijn beide rechtstermen. Er is een recht des levens en een recht des doods. Het leven is een gave Gods en meteen ook een 'opgave' taak. Aan de mens werd opgedragen: doe dat, volbreng in liefde Gods wil. Maar de vrucht van deze gehoorzaamheid zou het leven zijn: doe dat en gij zult leven.
Leven is gave Gods, opdat wij in het dienen des Heeren het eeuwige leven verwerven zouden. Recht op het leven ontvangt een ieder, die God volkomen gediend en bemind heeft. Het recht des doods is de ongehoorzaamheid. Bij het proefgebod lezen we: ten dage als gij daarvan eet, in ongehoorzaamheid, zult gij den dood sterven (Gen. 2:17). De dood is vrucht van de ongehoorzaamheid, de bezoldiging, het soldij der zonde (Rom. 6:23).
Onder deze dood als het rechtvaardige oordeel liggen wij allen om onze zonden. Wie kan zich van onder dit oordeel losmaken en zichzelf bevrijden? Niemand, want de middelen ontbreken ons om ons los te maken. Zondigende onderwerpen wij ons nog meer aan het recht des doods.
In deze nood, ellende, verkeren wij. Het behoort tot het recht van de dood dat wij er vrede mee hebben: d.i. dood voor de dood zijn. Wie zal zichzelf, wie zal ons verlosssen uit zo grote nood en uit de welverdiende dood?
De redding komt van Gods kant. God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende (II Cor. 5:19). Christus heeft, zonde voor ons gemaakt zijnde, het recht des doods vervuld en door Zijn liefde en gehoorzaamheid het recht des levens verworven. Hij is overgeleverd om onze zonden en Hij is opgewekt om onze rechtvaardigmaking (Rom. 4:29).
Christus' gehoorzaamheid in volkomen liefde tot Zijn Vader was de weg der verlossing. Ja, Hij is de volkomen verlosser, omdat Hij voor God alles, ja alles volbracht heeft, wat gedaan moest worden. De vrucht van dit offer van Christus is het feit van Pasen. De Hebreeënbrief weet van geen ophouden om zijn lezers maar duidelijk voor ogen te stellen dat Christus met één offerande in eeuwigheid volmaakt heeft degenen, die geheiligd worden (Hebr. 10:14).
Christus' offer was dus voor God volkomen. Het feit van Pasen leert het ons. Zijn levendmaking is vrucht van liefde en gehoorzaamheid. God heeft Hem opgewekt om onze rechtvaardigmaking. De vrijspraak van Gods volk was volkomen verworven en het bewijs daarvan is door God gegeven in Christus' opstanding. Eén zonde zou Hem nog onder het recht des doods houden. Zijn volkomen gerechtigheid heeft Hem het recht des levens gegeven.
Zo is Pasen een feit, een heilsfeit, een feit dat heil aanbrengt. Christus zelf is de heilbrenger. Gelijk Hij voor de Zijnen de dood inging, leeft Hij nu ook voor de Zijnen. Hun dood was Zijn dood, Zijn leven is en wordt hun leven. De Levende is ook de Gevende. Zijn gaven zijn de gerechtigheid en het leven, door Zijn liefde in gehoorzaamheid voor Zijn volk verworven, gekocht en betaald. Daarom mag Zijn volk Zijn gaven rechtmatig bezitten.
In het ontvangen van een geschenk zit een risico, een gevaar. Is het geschenk gestolen, wij zijn de heler en mede strafbaar. Zo mag het ons rijkelijk vertroosten, dat Christus het leven voor ons gekocht en betaald heeft. Daarom mogen wij Zijn leven dat Hij ons gegeven heeft, in eerlijkheid bezitten en het leven als een eerlijke gave genieten, waarop nooit een schuldrekening of een navordering volgen kan.
Pasen is een feit, in recht voor God zelf en door God zelf volbracht. Daarom is Pasen ook de oorzaak en de bron van het echte feest.
Daarover een volgend maal, als wij komen van het feit tot het feest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's