De S.M.R.A. in de synode
De Stichting Mechanische Registratie en Administratie is een bureau dat, op basis van vrijwilligheid, in opdracht van de plaatselijke gemeenten zich belast met de kerkelijke bevolkingsadministratie. Als bronnen dienen:
a. de bevolkingsboekhouding van de burgerlijke gemeenten; deze verschaft gegevens over geboorten, huwelijk, overlijden, migratie;
b. de gegevens van de kerkelijke gemeenten: gegevens over doop, belijdenis, kerkelijke huwelijksinzegening.
Aanvankelijk werd voor deze administratie, welke thans gevestigd is te Delft, gebruik gemaakt van een adresplaatjessysteem. In 1968 werd overgegaan op een computer. De conversie (d.i. het overbrengen van alle gezins- en persoonlijke gegevens uit het adresplaatjessysteem naar het geautomatiseerde systeem) is begonnen in 1968 en zal, naar wordt verwacht, voltooid zijn in het eerste kwartaal van 1972.
Een combinatie van oorzaken, waarvan te noemen zijn te lage aan de gemeenten in rekening gebrachte tarieven en de kosten van de conversie, heeft de SMRA t.m. 1970 een tekort opgeleverd van ƒ8 miljoen. In 1971 zal daar nog bijkomen ƒ2 miljoen, zodat het totaal verlies ƒ10 miljoen bedraagt. Dit bedrag komt geheel ten laste van de algemene kerkelijke middelen. De beschikbare fondsen van de kerk zijn daarmede uitgeput.
Deze ontstellende situatie is voor het moderamen van de gen. synode aanleiding geweest om aan 'de computer' een speciale synode-zitting te wijden. Ter voorbereiding van deze synode-zitting, welke op 2 en 3 april jl. werd gehouden, is veel werk verricht. Door de Generale Financiële Raad is een commissie benoemd, met als taak de kerk zo goed mogelijk voor te lichten over de stand van zaken en zo mogelijk een advies uit te brengen over de verder te volgen gedragslijn. Deze commissie, de adviescommissie SMRA heeft op haar beurt het bureau Berenschot-Diebold ingeschakeld. Op de synode vergadering waren dus ter bespreking:
1. Een rapport, uitgebracht door het raadgevend bureau Berenschot-Diebold;
2. Een nota van de adviescommissie SMRA;
3. Een naar aanleiding van 1 en 2 opgesteld advies van de Generale Financiële Raad.
In het rapport Berenschot-Diebold wordt geconstateerd dat, gegeven de gestelde doeleinden, de in gebruik zijnde apparatuur wel aan de eisen voldoet, doch technisch gezien niet de meest geschikte is. De omschakeling is onder meer bemoeilijkt omdat de leiding van de SMRA zich onvoldoende heeft kunnen inleven in de speciale problemen, welke samenhangen met het gebruik van een computer. Dit heeft, naast moeilijkheden in de personeelsvoorziening, ertoe geleid dat de conversie veel te lang in beslag neemt.
Ondanks bezwaren en critiek luidt de conclusie van het adviesbureau dat de weg terug (administratie weer door de gemeenten) geen aanbeveling verdient, omdat dit stellig duurder en minder accuraat zal zijn. Berenschot-Diebold is echter niet toegekomen aan een onderzoek in de plaatselijke gemeenten, zodat genoemde stelling onbewezen blijft.
De eindconclusie van Berenschot-Diebold luidt, dat voortzetting van de SMRA als kern van hun advies moet worden gezien.
Hierop gebaseerd heeft de adviescommissie-SMRA zich voornamelijk beziggehouden met een prognose van de kosten per geregistreerde vanaf 1972. Aangenomen een gelijk blijvend aantal geregistreerden (plm. 2.000.000) komt men tot een tarief dat van 1972 tot 1975 oploopt van ƒ1,50 tot ƒ1,90. In verband met deze 'onverkoopbare' tarieven wordt de vraag of de SMRA moet worden voortgezet door de advies-commissie slechts aarzelend rnet ja beantwoord. Door de hoge kosten, welke liquidatie en overhevelen naar de gemeenten zou meebrengen (volgens Berenschot-Diebold liquidatiekosten ƒ4 miljoen en installatiekosten van de gemeenten mogelijk ƒ5 miljoen; onzes inziens is de schatting, zeker van het laatste bedrag veel te hoog) voelt men zich in een dwangpositie. Een positie welke geen ruimte meer laat voor een vrije keuze. De commissie acht zich echter (terecht) niet in staat om de vraag te beantwoorden of de kerk de hoge kosten kan blijven financieren. Deze vraag komt aan de orde in het advies van de Generale Financiële Raad.
Voor de GFR staat het vast dat de SMRA moet voortbestaan. Het wordt echter niet mogelijk geacht om de hoge tarieven, nodig om de kosten van de SMRA te dekken, aan de gebruikers in rekening te brengen. De oplossing wordt gezocht in twee richtingen:
a. lagere tarieven dan nodig om de kosten te dekken. Op deze lagere tarieven wil men dan nog uit de algemene middelen een restitutie geven;
b. het daarna overblijvend jaarlijks verlies dekken door een verwachte meeropbrengst uit een voor alle gemeenten verplicht te stellen bijdrage in de generale kas van ƒ5 per lidmaat. Aangenomen wordt dat er dan nog een extraatje overblijft waaruit de verloren gegane reserves weer kunnen worden opgebouwd.
De synode heeft zich twee dagen lang met deze rapporten bezig gehouden. Er lag ook nog een brief ter tafel van ds. G. Samsom uit Rotterdam, waarmee adhesie betuigd was door de voorzitter van de centrale kerkeraad van Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. Daarin werd geadviseerd de SMRA af te stoten. Ter synodevergadering werd opgemerkt dat wanneer de grote steden het zouden laten afweten liquidatie onvermijdelijk was. De helft van het totaal aantal geregistreerden is namelijk afkomstig uit de vier grote steden.
Bij de besprekingen bleek verder dat bij de beoordeling van de vraag wat goedkoper is, aansluiting bij de SMRA of zelfstandige administratie door de gemeenten, telkens weer de kwestie opduikt van de geboorteleden. De SMRA verwerkt alle gegevens. Er zijn gemeenten waar de geboorteleden in het systeem geen rol spelen. De lijst van 'overige geregistreerden' is vrij zwevend. Hier zit een structurele moeilijkheid van de Hervormde Kerk, waarbij plaatselijk tamelijk willekeurige normen worden aangelegd. Bezinning op het ledenbestand van de Hervormde Kerk blijft daarom nodig.
Besluitvorming
Na uitvoerig beraad nam de synode, met drie stemmen tegen, een principebesluit om de arbeid van de SMRA voort te zetten. Er zullen nadere maatregelen genomen worden voor het verwerven van gelden voor bepaalde investeringen, mede ten behoeve van de kerkelijke noodgebieden. De Generale Financiële Raad zal verder besprekingen gaan voeren met de kerkvoogdijen van de grote steden. En in nietaangesloten gemeenten zal propaganda gevoerd gaan worden voor de SMRA.
Wat betreft de nader te nemen maatregelen voor het werven van gelden zullen aan de classicale vergaderingen consideraties worden gevraagd inzake enkele kerkordewijzigingen, die o.a. ten doel hebben de bijdragen voor de generale kas, die nu op basis van vrijwilligheid geheven wordt (ƒ10, — per belijdend lidmaat, met een restitutie van ƒ5), verplicht te gaan stellen. De gemeenten zullen dan aansprakelijk gesteld worden voor het innen van deze bijdrage van de leden. Zij zullen dus het totale bedrag moeten afdragen, ongeacht of de leden betalen of niet. Bij niet betaling door de gemeenten volgen dan de gebruikelijke sancties t.a.v. het beroepingswerk. Al met al een ingrijpende maatregel, gezien ook de principiële bezwaren, die momenteel in diverse gemeenten leven wat betreft de bijdragen voor de generale kas, in verband met de besteding van een deel van deze gelden. In de komende tijd zal daarom over dit onderwerp in de gemeenten en de classes nog wel één en ander te doen zijn.
Duidelijk is wel, dat onze gemeenten voor het blok worden gezet. We moeten solidair zijn met de kerk, zo luidt dan het motief. Maar moet die solidariteit van één kant komen? Of dient van de andere kant solidariteit met ons ook niet eens duidelijk merkbaar te worden in de besteding van de gelden? We zijn gaarne bereid de hele kerk, ook financieel, te dienen. We zijn eveneens bereid de nood van de noodlijdende delen van de kerk mee te helpen lenigen, maar de financiële investeringen dienen dan wel diepte-investeringen te zijn, d.w.z. ze dienen gericht te zijn op de doorwerking van de reformatorische prediking. En daarvan merken we in het beleid van de kerk maar bitter weinig.
Tenslotte nog een verzoek: het zou ons welkom zijn als de kerkvoogdijen van onze gemeenten ons inzage zouden verstrekken over de financiële consequenties die het synode-besluit van jl. zaterdag voor hun gemeenten met zich meebrengen. Daarover zien we graag reacties tegemoet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's