Actie in Vlaardingen voor tweede G.B.-predikant
In Groot Vlaardingen, een blad dat in Vlaardingen huis-aan-huis wordt verspreid, verscheen kortgeleden een advertentie van enkele particuliere gemeenteleden van de Hervormde Gemeente waarin werd gepleit voor financiële bijdragen die uitsluitend bedoeld zijn voor een tweede G.B.-predikant. In die advertentie stellen de heren drs. B.H. Lindemann en W. de Wit, dat er velen in de Hervormde gemeente zijn, die zich zo langzamerhand voor een tweestrijd geplaatst zien omdat een groot deel van de kerkelijke inkomsten wordt aangewend tot instandhouding van kerkdiensten die zij moeten afwijzen. De nood van de kerk is de nood van de prediking, aldus de advertentie. Daarom wordt gepleit voor doelgericht geven. Op deze advertentie kwamen diverse reacties. In het Vlaardings dagblad van zaterdag 26 maart l.I. geven de ondertekenaars van de advertentie de volgende toelichting:
Het is natuurlijk wel gemakkelijk te zeggen dat de bedoelde steunaktie voor het Fonds Tweede G.B.-predikant (zie het Vlaardings Dagblad van 13 maart jl.) bedoeld is om eigen doelstellingen te verwezenlijken. Wie goed leest merkt echter wel dat dit beslist niet het geval is en dat deze aktie juist voortkomt uit een steeds meer toenemende verontrusting. Een verontrusting zoals die zich ook elders in het land en in andere kerken openbaart (zie b.v. het uittreden van dr. Arntzen in 's-Gravendeel).
Wie enigszins bekend is met de situatie van vandaag in de N.H. kerk in Vlaardingen weet dat er sinds lang een gevoel van onbehagen heerst onder een groot gedeelte van de kerkelijk meelevende groep, en het is dan ook van ds. A.A. Bos ook niet juist te stellen dat die aktie oorzaak is van en aanleiding geeft tot tegenstellingen, doch veeleer dat die aktie een gevolg is en een symptoom van die tegenstellingen.
Het overgrote deel van de kerkelijk meelevende N.H.-lidmaten in Vlaardingen houdt vast aan het van ouds beleden geloof, zoals dat sinds de Reformatie neergelegd werd in de Geloofsbelijdenis van de N.H. Kerk en waarin de Bijbel onvoorwaardelijk als Gods Woord gezien wordt en gehandhaafd tot richtsnoer voor het leven na de dood. De prediking van tegenwoordig, die voor een belangrijk deel uit theologische spitsvondigheden bestaat, en voor een groot gedeelte beïnvloed is door de moderne 'God is dood'-theologie, blijkt toch veel mensen niet aan te spreken en niet meer te inspireren, doch koud te laten. Direkt gevolg hiervan is dat de kerkgang achteruit loopt, en daarmede ook de kerkelijke opbrengsten, niet alleen relatief t.o.v. het toenemende bevolkingsaantal, maar ook in absolute aantallen.
Het gevolg is weer een toenemende afstand tussen het overgrote deel van de gemeente en een groot deel van de prediking, die te veel 'links' is georiënteerd. Die 'progressieve' prediking vindt dus geen weerklank bij de gemeente, en voor zover die weerklank zou vinden dan is dat dan toch bij dat deel der bevolking dat toch niet of nauwelijks ter kerke gaat.
De direkte oorzaak ligt o.i. in het feit dat predikanten niet direkt beroepen worden door de gemeente-lidmaten, maar indirekt, via de kerkeraadsleden. Het is nu gebleken dat in de afgelopen jaren die linkse elementen, die zgn. 'progressieve' figuren, die altijd te pas en te onpas zo graag schermen met termen als 'democratie' en 'inspraak', door allerlei manipulaties bij de verkiezing van kerkeraadsleden hier de overhand hebben weten te verkrijgen. Dit dan is weer een der oorzaken van verontrusting bij de lidmaten, die tot dusverre de 'zwijgende meerderheid' gevormd hebben, maar die nu langzamerhand gaan zien dat die houding alleen maar kan leiden tot verdere afbraak van het kerkewerk, wat dan vaak nog onder de betiteling van 'oecumenisch' geschiedt.
Een bijzonder goed voorbeeld van wat gebeurd is vinden wij in de Immanuëlwijk van de N.H. kerk. De onlangs vertrokken predikant, ds. Hoorn, was een dermate linkse figuur, die tot grote verontrusting aanleiding gaf door zijn experimenten en liturgieën (men zal zich misschien de over de televisie uitgezonden Kerstnachtdienst herinneren, die zich slechts onderscheidde van een r.k. liturgie door het niet gebruiken van de latijnse taal), en door zijn bepaald niet altijd even gelukkige woordkeuze en taalgebruik op de kansel. Deze experimenten hebben enerzijds zelf veel geld gekost en anderzijds veel geld gekost door het wegblijven van kerkgangers en vermindering van het aantal kerkdiensten. Het gevolg is dan dat degenen die nog wel trouw ter kerke gaan, en hun vrijwillige bijdrage leveren tot instandhouding van kerk en eredienst, en tot wie zich uiteraard ook weer de nieuwe inzamelingsaktie van de centrale kerkvoogdij richt, het zo te zien dat zij hun bijdrage storten in een bodemloze put, en dat ze verder niets te zeggen hebben over de besteding van hun gelden.
Daarom is ook de wens opgekomen tot de vorming van een speciaal fonds voor het stichten van een tweede predikantsplaats voor een predikant van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk, althans een predikant van duidelijk rechtse sympathieën. Er is nu reeds lang, sinds meer dan 20 jaar, gepoogd op zuiver legale manier zo'n predikant beroepen te krijgen, doch dit heeft in al die jaren niets opgeleverd, eerder nog het tegendeel.
Dat een dergelijke predikant beroepen wordt in Vlaardingen is van het grootste belang. Dit blijkt direkt wel uit het feit dat de huidige G.B. predikant, ds. P. Vermaat, overbelast is zowel in het aantal predikbeurten als in de pastorale zorg. Het is niet meer dan een zaak van rechtvaardigheid dat zijn taak verlicht wordt. Dit is overigens iets waar hijzelf beslist niet om gevraagd heeft.
Bij het beroepen van een tweede predikant, hetzij van de G.B., hetzij van rechts-confessionele richting zal er recht gedaan worden aan de verlangens van een grote groep van lidmaten, de 'zwijgende meerderheid', die zelf geen direkte invloed kan uitoefenen op het beroepingswerk. Dit geschiedt, zoals omschreven, door de kerkeraden. Het is nu o.i. wel een tekort in de organisatievorm van de kerk dat de kerkvoogdij, die met de financiële zorg belast is, zelf geen invloed kan uitoefenen op het beroepingswerk, hoewel dat toch van het grootste belang is voor de geldelijke situatie. Het beroepingswerk geschiedt immers, zoals hierboven omschreven, door de wijkkerkeraden, die zelf hierover geen financiële verantwoording behoeven af te leggen.
Zelf bedrijfseconoom zijnde zien wij het beroepen van een predikant van rechtse signatuur dan ook niet als een uitgave, die veel geld kost, doch uitsluitend als een investering, die rendabel is en nog wat meer geld zal opbrengen nu en in de toekomst, uiteraard hierbij helemaal afgezien van de geestelijke waarden en normen, die zijn hierboven al aan de orde gekomen.
Overigens is de kerkvoogdij zich ook wel bewust van het een en ander, en is het wat wij geschreven hebben bepaald niet iets nieuws. Maar het is een feit dat kennelijk weer onder de aandacht gebracht moet worden, zoals wel blijkt, uit de reaktie op onze oproep tot steun aan 't Fonds voor tweede G.B. predikant. Trouwens, ons fonds voor een tweede G.B.-predikant is bepaald geen novum. Ook elders in het land (o.a. Katwijk en Delft) hebben dergelijke fondsen hun waarde voor het kerkewerk bewezen, en het valt dan ook slecht in te zien dat hierdoor de tegenstellingen in Vlaardingen verscherpt zullen worden.
Daarom doen wij hiermede weer een beroep op alle welmenende leden van de N.H. kerk hun steun te geven aan onze aktie, door hun bijdrage over te maken op postgiro nr. 211.25.47, ten name van C. van der Meer, Fonds tweede G.B. predikant, van Hogendorplaan 158c, Vlaardingen.
drs. B. H. Lindemann, W. de Wit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's