Reacties
De laatste weken hebben mij veel reacties bereikt over de artikelen, die ik schreef onder de titel 'Waarom Hervormd' en 'Onze inbreng in politiek en maatschappij'. Het is me uit één en ander voldoende duidelijk geworden hoe deze onderwerpen onder ons léven. Daar het me niet mogelijk is al deze correspondentie persoonlijk te beantwoorden wil ik in dit artikel op een aantal opmerkingen, die gemaakt werden, nader ingaan. Niemand zal het mij daarbij hopelijk kwalijk nemen dat ik niet alles hier aan de orde kan stellen. Het gaat me om een aantal hoofdlijnen.
Ons kerkelijke standpunt
Ik had in het artikel 'Waarom Hervormd' geschreven, dat het moment om afscheid te nemen van onze Hervormde Kerk pas gekomen is als we niet meer met de prediking van het totale Woord Gods terecht kunnen in deze kerk. Iemand schreef mij, naar aanleiding van deze passage: 'Dus streng preken; maar geen tuchtoefening in de kerk, geen toepassing? Dat doet me denken aan ouders, die hun kinderen honderd keer verbieden maar niet straffen. Leest u Spreuken 23:13 en 14 eens (Weer de tucht van de jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan zal hij niet sterven; gij zult hem met de roede slaan en zijn ziel van de hel redden). Mijns insziens loopt er door de gehele bijbel de waarschuwing en dreiging van God om je niet te verbinden in kerkverband met de ongelovigen, maar buiten te getuigen.'
Deze briefschrijver heeft gelijk als hij ook de volle nadruk legt op de tucht. Wanneer wij opkomen voor de rechte Woordbediening, dan houdt dat direct ook in een zicht op de uitoefening van de tucht. Daarom zou niets ons liever zijn dan wanneer de kerk ook ernst ging maken met art. 32 van onze N.G.B., waarin over de tucht van de kerk gesproken wordt. En wanneer deze tucht in het geheel van onze kerk niet meer functioneert, dan zullen we toch in onze eigen gemeenten, waarin we in prediking en pastoraat in overeenstemming willen zijn met dit belijden, de tuchtoefening gestalte moeten geven. Hier hebben kerkeraden een hoge roeping als het gaat om de rechte Woordbediening, maar eveneens wanneer het gaat over de sacramentsbediening.
Maar er is ook nog een andere kant. Rechte Woordbediening is op zich al tuchtoefening. En nu kan het zijn dat het kerkelijk en gemeentelijk leven zó vervallen is, dat de tuchtoefening van de prediking van het Woord de enige is, die echt functioneren kan. Ik trof dit eens aan bij W. à Brakel, die ook opmerkte dat er situaties kunnen zijn, waarin in feite tuchtoefening niet meer mogelijk is, omdat er nauwelijks nog iemand in de gemeente is (of in de kerk) op wie die tuchtoefening niet van toepassing zou zijn. In dat geval blijft nog — aldus à Brakel — de tuchtoefening van het Woord. Laten wij het daar in ieder geval ook op houden en daarnaast, zoveel mogelijk en waar mogelijk, ook de andere kant van de tucht — zég de juridische kant — laten functioneren.
In enkele brieven werd gewezen op de tekst 'Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben ik in het midden!' Wie zou dit durven tegenspreken? Ik heb in mijn artikel 'Waarom Hervormd' niet willen zeggen dat de Hervormde Kerk de enige is. Integendeel! Ik heb ook met nadruk gewezen op het betrekkelijke van elk kerkelijk standpunt, maar tegelijkertijd heb ik trachten te verwoorden, waarom wij onze plaats en roeping in de Hervormde Kerk zien. En dan geeft de zojuist aangehaalde tekst hier alleen nog maar een extra steun, namelijk als we bedenken mogen dat ook (ja zélfs) in onze Hervormde Kerk God in het midden wezen wil; want waar twee of drie in Zijn Naam aanwezig zijn, daar is Hij ook. Maar Hij is dus ook in andere kerken of gemeenschappen, waar twee of drie in Zijn Naam aanwezig zijn.
Iemand vroeg zich af of ik het institutaire van de kerk niet te veel gewicht gegeven had, in verhouding tot het element van gemeenschap van de vergadering der gelovigen! Inderdaad is de kerk volgens onze belijdenis een heilige vergadering van ware Christgelovigen! Daarom breekt de kerk door alle instituten heen en is er ten diepste een gemeenschap, die over de kerkmuren heenreikt. Daarom is de kerk ook nooit identiek met het instituut. Welke bezwaren er ook in de onderscheiding zichtbare en onzichtbare kerk schuilen mogen, het is niet alles Israël wat Israël heet; of wel: de lijn tussen de vergadering van ware Christgelovigen en degenen, die dit niet zijn loopt dwars door de kerk heen.
Maar ik schreef over het Instituut. De kerk kan niet buiten het institutaire. Dat instituut maakt óók deel uit van onze belijdenis. Wij leven binnen het instituut van de Hervormde Kerk. En daarin ontdekken we nog steeds de trekken van, wat de belijdenis dan noemt, de vergadering van ware Christgelovigen. Daarom zou afscheiding van dit instituut ook een miskenning zijn van het werk Gods, dat ondanks alle verval in de Hervormde Kerk, desalniettemin telkens weer openbaar werd en wordt. En bovendien, wat van het Hervormde instituut gezegd kan worden, geldt ook van de andere instituten. Hier geldt geen méér of minder.
De gebrokenheid is er overal. Nergens valt het instituut volledig samen met de vergadering van Christgelovigen. Maar nu moeten we ook van de weeromstuit niet doen alsof het lidmaatschap van een kerk, dus van een instituut, er niet toe zou doen. Een briefschrijver suggereert dat en zet dan nog eens even op een rijtje wat er in onze kerk allemaal mis is. Aan zijn lijstje met onderwerpen zou nog een heel lijstje toe te voegen zijn. Maar ligt hier juist voor de leden van de kerk niet de opdracht om hun belijdenis uit te dragen in het midden van de gemeente en deze op te roepen tot dat, wat ze waarlijk dient te zijn: namelijk vergadering van Christgelovigen? Maar als we dat nemen in zijn diep-geestelijke betekenis, wie komt hier dan zonder schuld uit? Of van welk instituut zou dàn gezegd kunnen worden dat daarvan helemaal geldt wat de belijdenis onder de kerk verstaat? We mogen echter geloven dat God door de gebrokenheid van het instituut heen Zijn Kerk vergadert. En ook dat dat grote geheel van onze kerk nog een smidse is van de H. Geest, waar het vuur misschien vaak alleen nog maar smeult onder de as. Maar het is er nog! Daarom zijn wij er in die kerk óók nog. Maar wél gaat het om steeds doorgaande Reformatie. Gereformeerd zijn is telkens weer gereformeerd worden. Voor sommigen — ook voor enkele briefschrijvers — betekent dat telkens opnieuw afscheiden. Voor ons betekent het zoutend zout zijn in onze kerk met het profetische Woord. Ook al is het 'bijna middernacht', om een zinsnede van een briefschrijver aan te halen. Maar ik dacht dat ik dat in het betreffende artikel 'Waarom Hervormd' voldoende heb duidelijk gemaakt.
De politiek
In mijn artikel 'Onze inbreng in politiek en maatschappij' schreef ik dat velen in Herv. Geref. kring, als het gaat over de politiek etc., in een impasse gekomen zijn. Welnu dat is me ook overduidelijk gebleken uit de vele reacties die ik kreeg. In allerlei brieven stond het te lezen: vroeger was ik lid van die of die partij, maar ik kon het niet langer. En dan kwam nogal eens de vraag: wat nu? Verschillende briefschrijvers vonden dat ik maar duidelijk had moeten zeggen op welke partij nu gestemd moet worden. Welnu, dit is niet wat ik bedoeld heb. Ons blad is een kerkelijk orgaan. Daarin doen we geen officiële partij-politieke keuze, al willen we wel tendenties aanwijzen, positieve of negatieve. Wat heb ik dan met dit artikel bedoeld? Twee dingen. In de eerste plaats heb ik de bezinning op onze plaats in het politieke leven weer willen aanwakkeren. Allerwege werd opgemerkt dat men het positief vond dat ik me op dit gladde ijs begaf. Ik ervaar dat terrein helemaal niet als een stuk glad ijs. Het is een terrein, dat alles te maken heeft met ons Gereformeerd-zijn. We kunnen hier geen toeschouwers rol spelen. Ik ben dan ook blij dat ik merken mocht dat velen het ook zo voelen. Maar dan is niemand ermee gebaat als een ander nu eens zegt op welke partij gestemd moet worden. We zijn in dit opzicht allen mondige mensen. Verwacht mag worden dat ieder in ziin of haar politieke keuze zich persoonlijk voor God verantwoordelijk weet. Als het bedoelde artikel er toe bij gedragen heeft om dit een beetje bewust te maken, dan heeft het aan zijn doel beantwoord. Méér bedoelde het niet, maar ook niet minder. We zullen de bestaande partijen moeten toetsen op hun bijbels gehalte, zowel als het gaat — ik herhaal het — over punten als cultuurbeleid e.d., als wanneer het gaat om de grote sociale vragen en de vragen van de wereldverhoudingen.
Gevraagd is door sommigen wat ik bedoeld heb met de opmerking, dat we in onze tijd nodig hebben een breed-gereformeerde concentratie in het politieke leven. Welnu, daar bedoelde ik mee wat deze woorden inhouden! Een nieuwe partij? Nee, maar wel een samenbundeling van die partijen en groepen, die samen willen staan voor de grote opdracht van een Schriftgetrouwe politiek, waarin krachtig positie wordt gekozen tegen al de verwordingsverschijnselen, die zich momenteel in onze samenleving voordoen — in allerlei brieven werden in dit verband allerlei voorbeelden aangedragen —, met daarbij een duidelijk zicht op de roeping inzake het sociale leven, inzake begrippen als barmhartigheid en gerechtigheid in de samenleving. Wat mij betreft, ik ben zeer gehecht aan art. 36 van onze N.G.B., maar ik zie eveneens dat we omtrent de interpretatie van dit artikel allerlei theoretische haarkloverijen kunnen gaan opzetten, terwijl we inmiddels krachten, die we zouden kunnen bundelen, aan het versnipperen, dus aan het ontkrachten zijn. We kunnen het ons in onze tijd toch eigenlijk niet meer veroorloven om overal gescheiden op te trekken, terwijl we in feite in de practijk hetzelfde bedoelen. Het zou een goede zaak zijn als politieke leiders, die een politiek naar het Woord voorstaan, zich eens ernstig zouden bezinnen omtrent de vraag of de tijd niet gekomen is om de handen ineen te slaan, ook al verschilt men op bepaalde punten van inzicht.
Inmiddels dienen we wel duidelijk te weten in welke richting we principieel willen koersen. Al wil ik geen partij-politieke uitspraak doen, dat betekent niet dat niet duidelijk gesteld moet worden, wat het merg van de christelijke politiek dient te zijn. Wat dat betreft geef ik hier graag weer wat iemand mij schreef:
'Nodig is dat er meer eenheid komt! Hoe dat te bereiken? Voor een enkeling is het onbegonnen werk. Samen is er aan te beginnen. Mijns inziens hebben Hervormd-Gereformeerden een eigen inbreng te bieden. Dat kan en behoort zich o.a. te uiten in:
1. Een onvoorwaardelijk buigen onder de autoriteit van de H. Schrift.
2. Het aanwezig zijn van een historisch besef (reeds gegeven met onze kerkelijke positie).
3. De theocratische gedachte zal opnieuw leven ingeblazen moeten worden.'
Ten aanzien van het eerste punt merkt de briefschrijver dan op dat het nodig is oog te hebben voor de zonde, die ook in eigen kring in politiek en maatschappelijk opzicht doorwerken. We moeten hier 'met insluiting' spreken. En dan vervolgt hij ten aanzien van het historisch besef en de theocratie:
'Willen we goed Hervormd-Gereformeerd zijn, dan moeten we niet bang zijn de geschiedenis in ons op te nemen en in het heden te laten meespelen. Het Christendom is ondenkbaar zonder geschiedenis. Ik kan dan ook onmogelijk met dr. W. Aalders meegaan als hij de geschiedenis louter als zonde ziet. Bovendien moet ik dan de theocratische gedachte laten schieten. Met andere woorden art. 36 van de N.G.B. is dan illusoir. Daarnaast moet het aloude natuur-genade schema opnieuw doorlicht worden. Dat is vooral ook van eminent belang bij het beoordelen van het streven van de Achttien.
Doordenking van de theocratische gedachte is nodig. Punten als kerk en staat, staat en burger, gezag en vrijheid, grondrechten, zedelijkheid etc. moeten vanuit het volledig bijbels getuigenis opnieuw aan de orde gesteld worden. Ook Herv.-Geref. theologen zullen zich van deze zaken rekenschap moeten geven en hun bijdrage leveren. Naar mijn overtuiging heeft de Christen in de theocratie wat de linkse bewegingen zoeken in hun ideologie. Links alleen werkt het uit, christelijke partijen leggen het moede hoofd in de schoot'.
Ik meen dat hier belangrijke dingen worden gezegd. Centrale elementen in de christelijke politiek dienen te zijn: onvoorwaardelijk buigen onder de autoriteit van de Schrift, historisch besef, en zicht op de theocratie. Ik meen dat dit ook van belang is bij het bepalen van onze politieke keuze.
Tenslotte nog één opmerking. Van verschillende kanten werd mij verzekerd dat, als er politiek eens wat ging gebeuren — in de vorm van een werkgroep b.v. — men er graag bij wilde zijn. De zaak zèlf leeft. Laat ik dat dan hier doorgeven aan diegenen, die zich op het politieke vlak bewegen. Onze tijd vraagt om beslissingen. Inmiddels staan wij allen voor de opdracht om op 28 april a.s. onze stem op zodanige wijze uit te brengen, dat we daarmee een politiek bevorderen waarin de Schrift als uitgangspunt wordt genomen. Helaas kunnen we niet zeggen dat in de huidige situatie elke partij, die de naam Christelijk draagt, in de practijk aan een Schriftuurlijk verantwoorde politiek gestalte geeft. Ieder, die z'n krant goed leest, kan constateren dat met medewerking van confessionele politici de laatste jaren beslissingen genomen zijn, die op gespannen voet staan met de norm van het Woord. Daarom gaat het erom dat we op 28 april niet alleen stemmen, maar vooral dat we kiezen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's