Geref. Bond en politieke keuze
Enkele weken geleden schreef ik een artikel over onze inbreng in politiek en maatschappij. Juist voordat dit artikel geplaatst werd ontvingen we van drs. D. Schouten uit Waalwijk, die zelf jarenlang aan het politieke leven deelnam, een artikel dat hieronder is afgedrukt. Ten dele wijst hij op dezelfde punten als ik in het genoemde artikel deed. Anderzijds gaat hij op de practijk van onze inbreng in de politiek wat uitvoeriger in. Nu de politieke situatie in het middelpunt van de belangstelling staat, gezien de verkiezingen die voor de deur staan, is het een goede zaak om kennis te nemen van wat drs. Schouten hier schrijft. Tevens wil ik hier nog verwijzen naar het artikel 'Reakties' in dit nummer, waarin ik onder meer inga op brieven, die me bereikten n.a.v. het artikel van enkele weken geleden.In het nummer van volgende week hopen we nog een laatste artikel over deze materie, ook van de hand van drs. Schouten op te nemen, waarin hij wijst op de voortgaande afbraak van het christelijk karakter van ons volksleven in de staatkundige ontwikkeling. Met dit alles hopen we — ook al doen we dan in ons blad geen officiële partij politieke keuze — wat lijnen gegeven te hebben die met het oog op de komende verkiezingen van belang zijn.V. d. G.
Het is zeer wel mogelijk, dat menig lezer de titel van dit artikel maar een zeer aanvechtbaar geval vindt, om geen scherper woord te gebruiken. De Geref. Bond is een kerkelijke modaliteit in de N.H. Kerk en heeft bijgevolg niet met de landspolitiek te maken. Menigeen vindt het misschien al ernstig genoeg, dat zij een kerkelijk politieke rol speelt. Trouwens de Geref. Bond bemoeit zich toch ook niet met de landspolitiek?
Tengevolge van deze tegenwerpingen is verduidelijking wel nodig.
Vooreerst kan opgemerkt worden, dat de G.B. zich als organisatie niet met de landspolitiek inlaat. Echter kan anderzijds gezegd worden, dat de bijbelgetrouwe theologie en de calvijnse gedachten, die binnen de G.B. gehuldigd worden hun consequenties meebrengen voor de landspolitiek, zodat verwacht mag worden, dat binnen deze organisatie de heersende gedachten zullen uitgaan naar een bijbelgetrouwe politieke houding in het staatkundige leven. Hierover is uiteraard nog veel meer te zeggen, maar het is niet mijn bedoeling dit in dit artikel te doen. Daar over zal het gaan in een volgend artikel. Wel is hieruit zonder meer de gevolgtrekking te maken, dat men binnen de G.B. voorstander zal blijken te zijn van een christelijk politieke partij. Dit is in de loop der geschiedenis dan ook inderdaad het geval geweest en het is mijn bedoeling in dit artikel over deze verbanden, zo ver mogelijk, iets meer te zeggen.
De Ger. Bond werd opgericht in 1906. Onder de eerste bestuursleden treffen we aan L.F. Duymaer van Twist, die lid is van de Tweede Kamer voor de A.R.-Partij en prof. dr. H. Visscher, die lid is van de A.R.P. en door Kuyper benoemd was tot hoogleraar te Utrecht tegen het advies in van de faculteit! Ook de meeste andere bestuursleden waren A.R.
Bedenken we verder, dat de confessionele voormannen C.H. waren evenals de meeste ethischen, dan hoeft het niet te verwonderen, dat het in die dagen een min of meer vanzelfsprekende zaak was, dat een Ger. Bonder A.R. was. Nemen we daarbij in aanmerking, dat Bronsveld zich in Stemmen voor Waarheid en Vrede zeer scherp uitliet over de benoeming van dr. H. Visscher tot hoogleraar en Hoedemaker zich niet ontzag de Ger. Bonders voor farizeërs uit te maken volgens een mij persoonlijk gedane mededeling in mijn jonge jaren, dan is het wel begrijpelijk dat de Bonders A.R. werden of waren.
Dit is vele jaren zo gebleven. Duymaer van Twist verzorgde in De Waarheidsvriend een rubriek voor politieke en maatschappelijke vragen, zodat de band A.R.P. en Ger. Bond vrij stevig was. Dit veranderde niet zo heel veel toen in 1918 de S.G.P. werd opgericht en aan de verkiezingsstrijd ging deelnemen. De S.G.P. werd overigens, voor zover ik mij kan herinneren, in ons blad niet bestreden.
Het gevolg van een en ander was, dat er voor de A.R.-Partij in de Tweede Kamer steeds een aantal Ger. Bonders zaten, in de regel ongeveer drie, terwijl na verloop van tijd ook de S.G.P. in ds. Zandt iemand uit de rechtervleugel van onze kerk als Tweede Kamerlid had.
Enkele Ger. Bondspredikanten steunden de C.H.U. en ook bleven in sommige streken de Ger. Bonders de C.H.U. steunen, zoals b.v. op de Veluwe. Deze situatie bleef bestendigd tot de Tweede Wereldoorlog.
Dat wil niet zeggen, dat alles pais en vree was. In mijn bezit zijn de 'Handelingen der Vergadering van Hervormde Anti-Revolutionairen dd. 17 december 1928 te Utrecht'. Hierin staat te lezen: 'legt men het oor te luisteren, dan hoort men klachten over eenzijdigheid in de benoemingen, te weinig invloed voor Hervormden in de organen van het partijleven, te weinig aandacht, besteed aan de vooral principiële belangen als zondagsrust, het leven des volks, stemdwang enz., om niet te spreken over sociale wetgeving, kiesstelsel, onderwijs.'
In een aan dr. Colijn te richten schrijven wordt de verwerping van art. 36 een 'liberalistische afdoling' genoemd en nadrukkelijk wordt daartegenover gesteld: 'het standpunt des geloofs is onaanvechtbaar, dat de Overheid, zijnde dienaresse Gods, een taak heeft ten aanzien van de religie. Op dezen geloofsgrond is art. 36 gebouwd en hierin zal het gansche antirevolutionaire volk eenstemmig zijn.'
Dit konden de schrijvers van dit stuk onder aanvoering van dr. J. Severijn wel als wens en verlangen neerschrijven, maar de werkelijkheid was anders. Dr. Colijn ontkende dit namelijk in zijn uitleg van het program van beginselen der A.R.P. nadrukkelijk.
Het gevolg was, dat op 23 november 1935 de Chr. Nat. Actie werd opgericht, waaraan een aantal ondertekenaars van dit schrijven deelnamen. Deze werd door Duymaer van Twist ijverig bestreden.
Het zou voor de geschiedenis misschien wel enig belang hebben deze geschiedenis te beschrijven, maar thans zou ons dit te ver voeren.
De C.N.A. had geen succes en vermocht geen zetel in de Kamer te veroveren. Tengevolge van de Tweede Wereldoorlog werd deze opgeheven en kwam niet terug. Na de Tweede Wereldoorlog gingen de aanhangers terug naar S.G.P., A.R.P. of C.H.U.
De Waarheidsvriend nam sindsdien een meer neutraal standpunt in ten opzichte van deze politieke partijen, zodat de band met de A.R.P. losser werd. Degenen van de C.N.A., die zich voegden bij de C.H.U. stelden als eis, dat gestreefd zou worden naar een Kamerlid, die tot de Ger. Bond zou behoren. Als argument werd aangevoerd, dat sinds jaar en dag veel Bonders op de Veluwe en in andere streken C.H. stemden, maar overigens niet aan bod kwamen.
Ik zal de lezer de lijdensgeschiedenis besparen, die dit met zich bracht, maar na zeventien jaren kreeg in 1963 een Hervormd Gereformeerde een dusdanige plaats op de lijst, dat hij verkozen werd tot Kamerlid.
Bij de A.R.P. ging de invloed van de Ger. Bond zodanig achteruit, dat slechts één Bonder op een verkiesbare plaats overbleef.
Wat de S.G.P. betreft bleef de invloed van de Bond gelijk. De lijsttrekker ds. H.G. Abma staat nummer één.
Zoals de zaken thans er voor staan is het waarschijnlijk, dat er straks drie Bonders in de Tweede Kamer zullen zitten.
Nu kan men de vraag stellen: is dit een billijke vertegenwoordiging? Deze vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden, maar ik wil toch pogen enig antwoord te geven. Men kan toch trachten een schatting te maken om te zien, waar de zetels in de Tweede Kamer vandaan komen. Uiteraard hebben wij hierbij uitsluitend belangstelling voor de Christelijke politieke partijen. Ik heb daarbij gebruik gemaakt van de getallen van de volkstelling 1960, omdat de nieuwste nu eenmaal niet beschikbaar zijn.
Bij de Kamerverkiezingen 1967 behaalde de A.R. 15 zetels, de C.H.U. 12, de S.G.P. 3 en het G.P.V. 1.
De Ger. Kerken (synodaal) maakten 6,9 pct. van de bevolking uit, dit komt overeen met 10 Kamerzetels.
De vrijgemaakt Ger. Kerken maakte 0,84 pct. van de bevolking uit, wat overeenkomt met ruim een zetel.
De Chr. Ger. Kerken maakte 0,64 pct. van de bevolking uit, wat overeenkomt met een zetel.
De Geref. Gemeenten, Oud-Ger. Gem. maakten 0,99 pct. van de bevolking uit, wat overeenkomt met anderhalve zetel.
Het allermoeilijkste is natuurlijk een taxatie van de Ger. Bonders en daarom ook het meest aanvechtbaar. De Ned. Herv. maakten 28,3 pct van de bevolking uit. Omdat het aantal Ger. Bonds predikantsplaatsen ongeveer een zesde deel is van het totaal schat ik nu maar, dat het aantal Ger. Bonders ook het zesde deel van het totaal is dus 4,7 pct., wat overeenkomt met zeven Kamerzetels.
Gaan we deze getallen nu eens wat nader bekijken, dan merken we op, dat de Vrijgemaakte Ger. Kerken een zetel opleveren en deze vind ik terug in de zetel van het G.P.V.
De Chr. Ger. Kerken hebben een zetel, maar zij hebben een A.R.-zetel en een S.G.P. zetel. Laten we dus zeggen voor ieder een halve zetel. De Chr. Ger. zijn dus met twee zetels vertegenwoordigd, het dubbele, waarop ze volgens aantal recht hebben.
De Geref. en Oud-Ger. Gemeenten hebben recht op anderhalve zetel. Zij hebben er een in de S.G.P. De halve hebben zij aan de Chr. Ger. gegeven in de S.G.P., terwijl men kan concluderen, dat de stemmen voor de derde zetel van de S.G.P. uit de Ger. Bondshoek komen.
De A.R. hebben vijftien zetels. De Ger. Kerken leveren er tien op (indien wij onderstellen, dat alle leden van de Ger. Kerken A.R. zouden stemmen, wat zeker niet waar is), de Chr. Ger. een halve, de rest moet dan wel uit de Herv. Kerk komen en wel voor een belangrijk deel uit de Ger. Bondshoek. Blijft over de vraag hoeveel Bonders C.H. stemmen. Dat aantal is zeker goed voor een zetel, maar ook nog voor iets meer? In elk geval staat vast, dat de Bonders zwaar onder-vertegenwoordigd zijn, terwijl zij er maar hoogstens drie hebben.
Het is niet de intentie van dit artikel een verwijt te richten aan enige politieke partij, maar ditmaal wel aan de Bonders zelf. Ik moet de conlusie trekken, dat zij zich te weinig met de politiek bemoeien en te weinig hun invloed doen gelden. Zij zullen zich grondig op hun partijkeuze moeten bezinnen. En dat niet alleen om enige van hun mensen in de Kamer te krijgen naar billijkheid, maar ook dienen zij de vraag te beantwoorden welke partijen bijbelgetrouwe politiek voeren. Daarover de volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's