Ten derden dage wederom opgestaan van de doden
III
Ten derden dage
Het was de derde dag. Dan gaat de dood eerst recht zijn ontbindende werk doen. Dan komt de afzichtelijkheid van de dood naar buiten. Het is al de derde dag, zeggen Cleopas en zijn onbekende metgezel, dat deze dingen geschied zijn. Zou er nu nog wat te hopen zijn? Na twee dagen, de derde dag, dan zal het geschieden, Hos. 6:2. De derde dag, als alles voorbij schijnt te zijn, grijpt de Almachtige in. Korff sprak van Christus' rehabilitatie: De opstanding brengt het eerherstel van Hem, die als een gevloekte is verworpen. Hij is en wordt niet aan de ontbinding overgegeven. Hij is dood geweest en weder levend geworden en Hij heeft de sleutels der hel en des doods, Op. 1:18. — Zijn vlees heeft geen verderving gezien, Hand. 2:31. De smarten des doods waren de weeën die van het nieuwe leven spraken. De discipelen en de discipelinnen des Heren hebben Hem gezien, als Hij aan hen verscheen tot hun onuitsprekelijke blijdschap en verheuging. Hij leeft, ongelooflijk, wonder boven wonder! En als iedereen zou zeggen, dat dit niet kan, dat wij ons dat niet voor kunnen stellen, dat daarvoor geen bewijs te geven is, dat het een stuk verbeelding is van overspannen mensen, dan heeft de persoonlijke levens- en geloofservaring meer overtuigingskracht dan alle redelijke bewijzen, die zouden te berde kunnen gebracht worden. Dan wil de gemeente — wij spreken hier als dwazen — liever met Petrus en Paulus dwalen en dwaas zijn dan met wereldwijzen van zwaar rationalistisch slag wijs zijn. Wie zal de mogendheden des Heren verstaan? Wij hebben de Kurios gezien (1 Kor. 15), dat is de belijdenis der getuigen, en deze ontmoeting heeft hun gehele leven veranderd.
De Christus, die aan het kruis hing, die door Nicodemus en Jozef van Arimathea is begraven, die is aan de Zijnen verschenen. Zijn sterfelijk leven heeft Hij voor hen gegeven. Zijn onsterfelijke leven zal Hij hun schenken!
Wederopgestaan
Wederopgestaan van de doden. Dat weder wordt nogal eens geschrapt. Het zou teveel de nadruk leggen op herstel van het oude leven en het is toch een verheerlijkt lichaam, dat Christus na Zijn opstanding bezat? Maar dat behoeft niet. Als wij van Hervorming spreken, dan denken wij aan de oude vorm, die de kerk weer terugkrijgt, maar het weer in de vorm brengen betekent geen repristinatie, geen terugschroeven naar een voorbijgegane toestand en tijd, maar een vernieuwing. En dat geldt eveneens van de herschepping. Het oude keert niet weer. De herschepping in het boek der Openbaring betekent voltooiing, verheerlijking, volmaking, tot het hoogtepunt van heerlijkheid geraken, waartoe de Here geschapen heeft.
Over het verheerlijkte lichaam van Christus is alleen met ontkennende aanduidingen te schrijven, het is onverderfelijk, onverwelkelijk, onvergankelijk, verg. 1 Kor. 15:33 v. Hij heeft een ander lichaam, een pneumatisch lichaam en het is hetzelfde: Kijk maar, zegt Hij tegen zijn discipelen. Kom maar hier, zegt Hij tegen Thomas, breng uw vinger maar hier en zie Mijn handen. Wat een barmhartigheid des Heren over een volk, waarvan Hij weet, dat zij klein van krachten zijn! Joh. 20:27. Ziet Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben hetzelf, Luc. 24:39. Weg was het vernederde lichaam, het armzalige lichaam, zoals wel vertaald wordt. Het vernederde lichaam is verheerlijkt, het is onvoorstelbaar. Sommige uitleggers gaan zelfs zover, dat men meent, dat het lichaam door de gesloten deuren heendrong. Op de eerste dag kwam Jezus, als de deuren gesloten waren en stond in het midden der vergaderde discipelen, Joh. 20:19. Calvijn wil daarvan niets weten en hij herinnert aan Petrus in de gevangenis. Toen Hij bevrijd werd drong hij ook niet door ijzeren deuren heen?
Ned. Gel. Bel. art. 19
Zijn menselijke natuur heeft onsterfelijkheid verkregen. En hoewel Hij haar door Zijn verrijzenis onsterfelijkheid heeft gegeven, heeft Hij de waarheid van Zijn menselijke natuur niet veranderd, omdat onze zaligheid en verrijzenis mede hangen aan de waarheid van Zijn lichaam. Tot vertroosting voor de Kerk des Heren in hun armzalige lichaam toont de Here iets van het zalig vooruitzicht; Zijn lichaam is een voorbeeld van het lichaam der opstanding, waarvan de apostel Paulus spreekt in 1 Kor. 15. De Kerk mag weten, dat zij één is met Christus in de gelijkmaking van Zijn dood en zo ook één met Hem in de gelijkmaking van Zijn opstanding. Want Hij is de grond en de aanvang van de verlossing van Gods Kerk.
Christus is de eersteling dergenen, die ontslapen zijn, 1 Kor. 15:20, 23; Hij is de eerstgeborene uit de doden. Dat houdt meer in dan dat Hij de eerste is van een lange rij van mensen, die een verheerlijkt lichaam zullen ontvangen. Hier ligt de verkondiging van de Christus, die de Opstanding is en het leven. Zijn opstanding is de grond en de waarborg van de opstanding van wie in Christus ontslapen. Ik ben de Opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven al ware hij ook gestorven, Joh. 11:25. Maar daarover is elders in dit blad geschreven.
Luthers getuigenis
Het eerste schrijft Luther, wat op de kennis der geschiedenis volgen moet is, dat wij de opstanding recht christelijk beschouwen. Als alleen de geschiedenis verteld wordt, dan is dat een nutteloze prediking. Maar waartoe de geschiedenis dient, dat is de ware geestelijke kennis. Het gaat bij de opstanding niet slechts om Hem. De opstanding is voor ons geschied. Dat noem ik de opstanding uitdelen, dat zij niet in Zijn persoon verborgen blijft, maar ons ten goede komt, die in de zonde zitten. En zo kan Luther op een hoogtepunt in zijn geloofsleven schrijven (op Gal. 3:13): o is nu de dood door Christus overwonnen en verdelgd in de gehele wereld, en is na de overwinning van Christus niet anders dan een geschilderde dood, die zijn prikkel verloren heeft. Daarom kan hij degenen, die in Christus geloven niet meer schaden. — Voorzoveel gij gelooft hebt gij deel aan de overwinning van Christus. Daarom als de zonde u benauwt of de dood u schrik aanjaagt, zo gedenk en houdt het voor zeker, dat het een spook van de duivel en louter fantasie is want Christus heeft zonde, dood en duivel door Zijn heerlijke zege overwonnen en uitgedelgd. Dat is zeker waar en het blijft zeker en waar om Zijnentwil tot in eeuwigheid.
Paulus had gelijk als hij zei tegen Festus: Dit is in geen hoek geschied, Hand. 26:26.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's