De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het O.T. en de aardse structuren VII

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het O.T. en de aardse structuren VII

De verhouding Kerk en Wereld

10 minuten leestijd

Wij hadden het de vorige keer over het N. Testament, daarom nu het een en ander over het O.-Testament.

Ieder die ook maar een klein beetje op de hoogte is van wat er tegenwoordig op kerkelijk en theologisch gebied gaande is weet dat men kan spreken van een zekere nieuwe waardering van het O. Testament. Neen, het is niet bepaald de historiciteit ervan die men hoog aanslaat; eerder het tegendeel. Men wil het alleen lezen als 'verkondiging' en als zodanig als expressie van het geloofsbewustzijn van het volk Israël, dat vreemde volk uit de oudheid dat in Jahwe geloofde en achter deze God aan door de geschiedenis heentrok.

Het zijn vooral de aardsheid en het diesseitige (hetgeen op dit leven is gericht) van het O.-Testament dat men naar vo­ren brengt. In Israël zou het moderne secularisatie-proces een aanvang hebben genomen: de wereld werd door het geloof in Jahwe als de God van de geschiedenis ontdemoniseerd en zelfs ontgoddelijkt. Daardoor kreeg de mens de handen vrij hier op aarde. Zijn scheppingswerk legde God in handen van de mens. Zijn grootheid vindt men vooral bezongen in Psalm 8.

Dit zijn stuk voor stuk punten waar veel over te zeggen zou zijn, wat wij echter niet willen doen. Wij hebben alleen maar bedoeld de achtergrond te schetsen van hetgeen wij in het verband van deze artikelenreeks naar voren willen brengen, namelijk de waardering van de profetische prediking.

Telkens weer komt men tegen dat men voor de politieke prediking, over Vietnam, Zuid-Amerika, Zuid-Afrika enz. zich beroept op de woorden der profeten. In hypermoderne boekjes ziet men teksten uit Jeremia en Amos afgedrukt. Het woord dat hierbij vooral opgeld doet is het woord 'gerechtigheid'. Het zou de profeten gegaan zijn om gerechtigheid. Onder gerechtigheid verstaat men in dit verband: rechtvaardiger verhoudingen. Als zodanig zou hun prediking revolutionair zijn geweest. Bovendien een prediking die structurele veranderingen beoogde. Valt dan uit het N. Testament weliswaar daar niets over te zeggen, vanuit het O. Testament is dat wel het geval. Het O. Testament schijnt het streven van de moderne theologie te dekken.

Laten wij op dit alles mogen ingaan door het maken van een viertal opmerkingen. De eerste is deze: Een sociaal en politiek aspect aan de prediking der profeten is onmiskenbaar. Daartegen richt zich ook allerminst ons verzet. Bijna zouden wij zeggen: zij is met de prediking als zodanig gegeven! Wie nagaat de geschiedenis van de christelijke prediking zal opmerken dat dit aspect maar zeer zelden ontbroken heeft. Practisch nooit is de christelijke prediking uitsluitend introvert geweest, of het zou moeten zijn bij een enkele mysticus. Al was het hoofdthema van Augustinus' denken: God en de ziel, andere aspecten van het christelijk geloof (en leven) ontbraken niet. Dezelfde Bernard van Clairveau, die men de grootste mysticus van de middeleeuwen pleegt te noemen, bewoog de schare tot het deelnemen aan kruistochten. De mannen van de moderne devotie waren vurige ijveraars tegen luxe, overdaad, ontheiliging van de zondag, enz. De mannen van de Nadere Reformatie, die kenners van het menselijk hart, waren waarlijk niet onkundig van wat zich afspeelde in het volksleven en zij brachten het onverbloemd op de kansel; hun tegenstanders zouden het wat graag gewild hebben dat zij alleen maar bevindelijk zouden zijn geweest. Dat is dus het punt niet, dat de prediking zich ook bezig dient te houden met wat zich afspeelt op politiek en sociaal terrein. De vraag is echter hóe dat geschiedt, op welke plaats, in welke mate, tegen welke achtergrond en binnen welke context. Wij zijn niet tégen de werken, zeiden reeds de reformatoren, daar zijn wij zelfs vóór, alleen het gaat ons om de wáre werken, die volgen uit het geloof. Daarmee zijn wij dan bij het hart van de prediking: Christus en het geloof, zonde en vergeving.

Mijn tweede opmerking sluit hier bij aan. Ik denk aan de interpretatie van het woord 'gerechtigheid'. Zelfs wie van de paulinische interpretatie van dit begrip wil afzien (wat ik niet kan aanbevelen) zal er toch niet in kunnen vinden wat er tegenwoordig alom van gemaakt wordt. In verband met de hele visie op het O. Testament als document van een wereld die seculier begon te worden, komt men er toe ook alle begrippen in het O. Testament een seculiere betekenis toe te kennen. Een woord als gerechtigheid wordt afgesneden van zijn religieuze wortel, het wordt uitsluitend horizontalistisch geladen. Een gevolg ervan is dat men het ook niet meer alleen laat slaan op Israël, maar algeméén maakt. De armen voor wier recht de profeten opkwamen worden dan dé armen, zonder meer. Met als gevolg dat men dit alles zomaar kan overbrengen o.a. op de in verzet gekomen zijnde armen in Latijns Amerika, op revolutionaire negers enz. De context van het verbond Gods, waarbinnen heel de prediking van de profeten functioneerde, is losgelaten. Daarmee is de relatie tot God doorgesneden. De profeten van Israël worden proto-typen van mannen als Che Guevara, Régis Debray en anderen.

Een derde opmerking. Het beroep dat tegenwoordig veelal gedaan wordt op de profeten is ook dáárom onzinnig omdat nimmer die profeten zelf zich aan het hoofd gesteld hebben van een of andere actiegroep, geen vreedzame, laat staan een gewelddadige. Zij hebben het bij preken gelaten.

Zij waren dan ook niet mensen die rechtstreeks structuren aanpakten. Integendeel! Van God gegeven structuren hebben zij zelfs beschermd. Zij hitsten niet de armen op om tegen de rijken het zwaard op te nemen. Evenmin riepen zij onderdrukten op om vorsten te verjagen. Niet om politieke of sociale doeleinden maakten zij hun handen vuil, zelfs niet tot bescherming van eigen leven, alleen om de eer van hun God (b.v. het doden van de baäldienaren door Elia). De prediking der profeten is voorzover zij politiek of sociaal van aard is een prediking die gericht is tot de rijken, de heren en de vorsten. Deze worden dan gemaand tot het betrachten van gerechtigheid. Hun positie of ambt is daarmee niet ontkend, eerder bevestigd; zij worden er op aangesproken. Niet hun rijkdom op zich moeten zij prijsgeven of hun macht of ambt, maar het ontzettende misbruik dat zij ervan maken. Op de achtergrond hiervan staat de openbaring van God als de Schepper van hemel en aarde, die alle dingen regeert en wiens wil wet is. Daardoor kon het de profeten er niet om te doen zijn alles om te keren, alleen maar: alles te hervormen, te reformeren, te vernieuwen. Juist en alleen maar op déze basis heeft de prediking der profeten zo diepingrijpend kunnen zijn, in de ware zin radicaal. De radicaliteit van de moderne prediking is daarmee vergeleken niet meer dan schijn. Zelfs al zou heel de huidige bestaande orde worden omgekeerd — wat een ontzettende chaos zou opleveren — zou toch daarmee wezenlijk niets veranderen: men kreeg alles waar men zich nu zozeer tegen verzet in veel erger mate terug. Een revolutie heeft nog nooit een paradijs voortgebracht. De strijd tegen de zonde is een heel wat vruchtbaarder strijd dan die tegen structuren.

De vierde opmerking. De profeten hebben zich niet gekeerd tegen anonieme machten maar tegen concreet levende personen. Die hebben zij stuk voor stuk opgeroepen tot bekering. Alleen in die weg, die van de bekering, verwachtten zij heil voor het volk. Er is op dit punt dan ook geen enkel onderscheid tussen Jezus' prediking en die van de profeten, tussen het N. Testament en het O. Testament. Ook in het O. Testament is de inwerking van de prediking op het volksleven een indirecte.

Hiermee is dus niet in strijd dat de prediking zich rechtstreeks kan richten tot de overheden. Zelfs is er geen bezwaar tegen dat b.v. een generale synode dat doet. Ook een synodaal geschrift kan een prediking zijn. Alleen, die prediking moet dan ook naar haar inhoud voluit profetisch zijn! Het ligt niet op de weg van de kerk om zich over alles en nog wat uit te spreken, overal haar zegje over te doen. Als zij spreekt zal de kerk ook moeten weten waar zij het over heeft. Niet dank zij de voorlichting van deskundigen, want die alleen vertegenwoordigen de kerk niet. De zaak waar het over gaat moet leven in het geheel van de kerk, zodat de synode waarlijk namens haar kan spreken. Ik denk aan situaties als er in de oorlog waren. Maar daaraan niet alleen. Openbare zonden, zoals er in onze tijd zovele zijn zouden ook meer dan genoeg stof opleveren tot een woord van de kerk aan het adres van haar eigen leden en de wereld. De personen die er verantwoordelijk voor zijn zouden op die verantwoordelijkheid moeten worden aangesproken. Het spreken over het beoefenen van gerechtigheid, ook in wereldverband, zou ik er niet van uit willen sluiten. De kerk mag overheid en volk hiertoe oproepen. Alleen, zij zal de uitwerking niet zelf ter hand mogen nemen, dat is haar taak niet. Een besluit als hetgeen onze hervormde synode genomen heeft ten aanzien van het afstaan van twee procent van de kerkelijke inkomsten voor ontwikkelingssamenweirking valt buiten de grenzen die aan de kerk gesteld zijn. Een dergelijk besluit vervreemdt de kerk van haar eigenlijke taak en roeping. Hetzelfde is volgens mij het geval met de huidige ontwikkeling in het werelddiaconaat, dat niet meer gericht is op het beoefenen van barmhartigheid (taak van de kerk) maar van gerechtigheid (taak van de overheid) en dan bovendien in die zin dat verreweg de meeste van haar gelden verdwijnen naar revolutionaire gebiedsdelen. Dat de Gen. Diakonale Raad in onze kerk hieraan medewerking verleent vind ik uiterst triest. Een zaak die er bijkomt is dat de gelden voor ontwikkelingssamenwerking terecht komen bij de Wereldraad van kerken, wier theologie ontaard is in een linkse ideologie. Persoonlijk voel ik veel meer voor ontwikkelingshulp die uitgaat van de Internationale Raad van Christelijke kerken (I.C.C.C), een werk dat helaas te weinig bekendheid heeft.

Soms wordt in dit verband gewezen op de zendingssituatie, zo in de trant van: zie je wel dat de kerk zich ook met structuren moet bemoeien, in het zendingswerk kan het niet anders. Ik geloof niet dat men naar recht dit argument naar voren kan brengen. De arbeid die rondom de verkondiging van het evangelie in zendingsgebieden verricht wordt, staat immers in directe relatie daartoe! Het dient de verkondiging van het evangelie! Verder mag het zendingswerk ook niet gaan. Wat verder veranderd moet worden dient de zending over te laten aan de politieke of sociale activiteiten van de leden der kerken die op haar terrein zijn ontstaan.

Wij komen tot slot nog even terug op de waarderingsschaal waar wij het over gehad hebben. Uiterlijke veranderingen stelt men in onze tijd boven innerlijke. De vernieuwing van harten telt men gewoon niet. Een van de regering afgedwongen maatregel stelt men hoger dan een bekering.

Toch is ook voor het volksleven niets van zoveel belang als de wederkeer tot God. Alleen waar plaats voor God is gekomen kan ook werkelijk ruimte komen voor de naaste. Ook onder de vlag der humaniteit kunnen mensen worden onderdrukt, uitgezogen, gekrenkt en zelfs gedood. De ware humaniteit is bij de mens zelf niet veilig. Zij kan alleen tot ontwikkeling komen waar wij als zondaren ons gewend hebben tot de God van alle genade. Wie God niet liefheeft kan ook zijn naaste niet liefhebben. Een strijd blijft dat het leven lang. Boven het fragmentarische komen wij nooit uit. Dat is het punt dat wij in onze derde, laatste, stelling naar voren willen brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het O.T. en de aardse structuren VII

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's