De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

1453 moeders klagen aan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

1453 moeders klagen aan

9 minuten leestijd

Onlangs hebben 1453 moeders uit alle delen van de Sovjet Unie een petitie gezonden aan Bresjnev, Podgorny en Kosygin in verband met de geloofsvervolgingen, die in de Sowjet Unie voorkomen. De tekst van de petitie, zoals we die lazen in het maandblad Patrimonium, laten we hieronder volgen:

Wij, christelijke moeders, wonende in de USSR, voelen ons gedwongen tot u, regeerders, het volgende verzoekschrift te richten: Wij geloven in God, de Schepper van het heelal en in zijn eindeloze liefde voor alle mensen. Wij zijn vreedzame burgers, die niemand kwaad doen. Velen van ons hebben een groot aantal kinderen.

Alle mensen worden vrij geboren, 'gelijk in waardigheid en rechten', volgens artikel 1 van de Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens, die ook door u werd ondertekend. Uw ouders hebben de wetten uitgevaardigd, die de juridische grondslag van onze samenleving vormen, zoals art. 124 van de grondwet van de USSR: 'Alle burgers genieten vrijheid van eredienst...' en het dekreet van de Volkskommissarissen van 23-1-1918, art. 9: 'De rechten van de burgers mogen op geen enkele manier beperkt worden omwille van het belijden of niet-belijden van om het even welk geloof'.

Gij weet dat er in het door u bestuurde land honderdduizenden gelovige burgers leven. Toch hebt gij aan fanatieke atheïsten toegestaan hen te tiranniseren met behulp van K.G.B. (geheime staatspolitie), rechtbanken en politie. Duizenden brieven werden tot u gericht met het verzoek een einde te maken aan deze vervolging. Het resultaat was, dat de gelovigen met nog grotere hevigheid vervolgd werden door hoge geldboeten, fysiek geweld, broodroof, wegzending uit de school, verdrijving uit de woning, arrestatie van vaders en, ongelooflijk feit, zelfs van moeders.

Toch is het doel van dit verzoekschrift niet u ons eigen lijden te schilderen. Het gaat niet om ons zelf, maar om onze kinderen, die samen met ons getroffen worden. Gij kwelt hen onder het voorwendsel hen te willen beveiligen tegen de verderfelijke invloed van de kristelijke opvoeding. Op grond van talrijke feiten kunnen wij bewijzen dat gij onze kinderen niet alleen niet opvoedt, maar dat gij hen zelfs lichamelijk ten gronde richt. Indien wij alle feiten moesten vermelden, zouden boekdelen niet volstaan. Wij willen er slechts enkele aanhalen.

De ouders Nadiejda en Ivan Sloboda uit het dorp Doebrana heeft men hun kinderen ontnomen. Aan de brief, die deze ouders destijds tot de regering richtten, ontlenen wij het volgende

'Wij richten ons tot u, hoofd der regering van geheel het land met het verzoek een einde te maken aan het onwettig optreden van de plaatselijke autoriteiten, die een onrechtvaardig proces aangespannen hebben tegen ons, de gelovige baptisten I.F. en N.S. Sloboda. Bij vonnis van de volksrechtbank van het distrikt Viertsjnedvine van 11 februari 1966 heeft men ons onze elfjarige dochter Galina en onze negenjarige Alexandra ontnomen. De meisjes werden op 20 april 1966 weggehaald van de school en overgebracht naar een gesticht in de provincie Ostrav-Vitebsk. Gedurende de twee jaar van hun verblijf aldaar in onhygiënische voorwaarden, werden zij kaalgeschoren vanwege de luizen. Galina kreeg koudvuur, omdat zij altijd natte schoenen droeg. Zij hebben tweemaal schurft gehad. De brieven van hun ouders werden hen niet doorgegeven. Tenslotte besloten de meisjes te ontvluchten. Op 1 januari 1968 zijn zij totaal verkleumd thuis gekomen. Op 22 februari herhaalden de plaatselijke autoriteiten het misdrijf van de ontvoering. Gedurende het derde lesuur kwam de direkteur de klas binnen en riep Galina in de leraarskamer, waar zich V.J. Soltan bevond, sekretaris van de kolchose, de droejinnik A.D. Koerach en de politieagent Lebed. De direkteur zei tot Galina dat zij naar het gesticht moest terugkeren. Op dat ogenblik greep de politie haar vast en sleepte haar naar een gereedstaande auto. Tegelijkertijd deed men Alexandra komen, voorwendend dat de dokter haar een geneesmiddelen moest geven. Ook zij werd onverhoeds vastgegrepen en in de auto gegooid. Zij braakte gedurende de hele tocht en werd bewusteloos in het gesticht afgeleverd. Wij eisen onze kinderen terug.'

Hun moeder, Sloboda Nadiejda Stiepanova, geboren in 1936, werd op 11 december 1968 tot onze grote ontzetting tot vier jaar hechtenis veroordeeld omwille van haar getuigenis voor Kristus. Toen zij gearresteerd werd, liepen de kinderen haar schreiend achterna. Onze jongste was drie jaar oud. Intussen hadden de twee meisjes uit het gesticht een brief geschreven aan de regering met het verzoek de wintervakantie thuis te mogen doorbrengen. Dit werd hen toegestaan. Maar toen zij thuis kwamen moesten zij de warmte van de moederlijke genegenheid ontberen, want hun moeder zat reeds in de gevangenis.

Op 11 december 1968 heeft men u het verzoekschrift toegezonden van de gelovige baptiste Nina Mefodvna Roeditsj, uit het dorp Bobrovitsa, Tsjevtsjenkostr. 109, die schrijft:

'Ik, gelovige en moeder, bezorgd over de toekomst van mijn kinderen, richt mij tot u, die de macht hebt om een einde te maken aan de diskriminatie, waaraan mijn kinderen onderworpen zijn in de school van het dorp Bobrovitsa. Evenals ikzelf hebben mijn kinderen Vassia en Voloida in hun jonge leven zwaar geleden onder de dood van hun vader, die ten gevolge van zijn oorlogsverwondingen gestorven is. Op 15 april 1963 hebben wij hem naar het kerkhof gebracht. In het begin van het schooljaar werd mijn jongste zoon Volodia door de onderwijzeres, kameraad M.I. Tsjerednitsjenko, gedwongen een rode ster te dragen. Zij gaf hem de bijnaam 'Yoesoesik' (spotnaam op Jezus), gaf hem een vier voor gedrag en zette de andere kinderen tegen hem op. Op 19 november 1968 wierpen zijn klasgenoten hem onder een rijdende traktor. Dank zij de oplettendheid van de chauffeur bracht hij het er levend af. Maar de opgehitste schoolkinderen lieten het daar niet bij: zij sleepten hem in een gracht, trapten hem in de modder en schopten hem in de buik, voortdurend herhalend: 'Je onteert onze klas, omdat je de ster niet draagt'. Volodia is op dit ogenblik niet meer in staat om naar school te gaan. De dokters behandelen hem verkeerd. Zij verbergen de aard van zijn ziekte en willen hem laten onderzoeken in een psychiatrische kliniek. Wij vragen niet dat de schuldigen gestraft worden, maar dat er een einde gemaakt wordt aan willekeur en onwettelijkheid...'

Op 6 november 1968 werd in het dorp Stratsjeney, distrikt Kalaretsky, republiek Moldavië, een groep gelovigen, die terugkeerden van een religieuze dienst, geslagen door komsomols en droejinniks. Wij halen een gedeelte aan uit de brief van de slachtoffers: 'Terwijl wij geslagen werden, werd er geroepen: Klopt er op jongens! Ivan Severin kreeg slagen op het hoofd, terwijl zijn zwangere vrouw bij de keel gegrepen en half gewurgd werd. Het twaalfjarige meisje Praskovia Boeyoek viel in bezwijming. Een bejaarde man, D. A. Trephane, viel neer en verloor eveneens het bewustijzn. Dit alles gebeurde op initiatief van de sekretaris van de partij I.D. Pelitov, van de voorzitter van de dorps-sovjet I.K. Potar, van de voorzitter van de rechtbank A. Moentiane, van de medische assistent V. Moentiane, van de schooldirekteur M.A. Boeze en van andere funktionarissen, die de overval bijwoonden. Enkele kinderen liepen een hersenschudding op. Tengevolge daarvan is Nadia Boeltsjoek uit Loetsk, sedert drie jaar invalide en niet in staat om te studeren. De student Vladimir Stoendioep, leerling van school nr. 15 in het dorp Loetsk, werd het sleutelbeen stuk geslagen.'

Wij protesteren ook tegen de gerechtelijke verhoren en de geestelijke chantage, waaraan onze kinderen voortdurend onderworpen worden. In de stad Brest werd op 24 oktober 1968 Tamara Feretsjen ondervraagd door een luidschreeuwende onderzoeksrechter, die wilde dat het meisje gelovigen verklikte. Op 20 september is Lidia Karol gedurende twee uren ondervraagd. Anatalia Skovorodka is van 7 uur 's morgens tot 7 uur 's avonds verhoord, zonder eten of drinken te krijgen. Bovendien werden negen jongens verhoord. De vragen waren steeds dezelfde: 'Wie is de geestelijke? Wie preekt? Waar komt men samen om te bidden? Wie oefent met u de godsdienstige liederen?' In de stad Vozneseniska, prov. Nikolaiev, werden in de maanden juli en augustus 1968 een aantal jongens ondervraagd. De kinderen van Vera Pavlovna Kvatsjenko, een meisje van twaalf en een jongetje van zeven jaar werden van 's morgens vroeg tot vijf uur 's avonds verhoord zonder iets te mogen eten. Een moeder, Valentina Nikititsja Boïko, die haar zevende kind verwachtte en in de negende maand was, werd herhaaldelijk met al haar kinderen op het gerecht ontboden om verhoord te worden, hetgeen gepaard ging met geroep en bedreigingen.

Na enige inleidende gesprekken stelt men de jonge gelovige voor de keuze aan hun geloof te verzaken of uit de school verwijderd te worden. Op die manier werden te Kiev A.P. Aleksejev en G.G. Koensjetsov evenals Evdokie Volostonov en haar broer Paviel van school weggezonden. Veniamin Mikhailovitsj Karataiev bad tot God op het graf van zijn moeder, de dag van de begrafenis; om die reden werd hem elke studiemogelijkheid ontnomen. Y. Klopot-Makartjoek werd uit het middelbaar instituut verjaagd omwille van zijn overtuiging.

De prokureur van het distrikt Nikopol diende op 11 februari 1969 bij het volksgerecht, zich baserend op het advies van de kommissie voor minderjargen, de eis in tot ontzetting uit de ouderlijke macht van de burgers P.M. Joerba en M.G. Joerba, vaststellend dat hun dochters Ludmilla (16) en Olga (12) door toedoen van hun ouders deelnemen aan de eredienst en een godsdienstige invloed ondergaan, die niet overeenkomt met de opvoedingsdoeleinden van de Staat.

Wij kennen de aan de schooldirekteurs verstrekte richtlijnen om de kinderen van gelovige ouders te registreren en de hen betreffende gegevens aan de centrale organisaties mee te delen. Dit alles doet ons vrezen voor nieuwe massale maatregelen om de kinderen van ons, hun moeders, te scheiden, om hun geest te misvormen, om hen te maken tot jeugdige gevangenen om hen lichamelijk ten gronde te richten, hen belachelijk te maken en een tragedie te verwekken in hun kinderziel.

Neen, het woord moeder wordt niet weggevaagd uit de ziel van onschuldige kinderen en geen enkel stuk speelgoed van het atheïsme kan hun smart lenigen. Het is verschrikkelijk dat dit alles in onze dagen gebeurt en niet in de tijd, door Beecher-Stowe beschreven in het boek 'De negerhut van Oom Tom', terwijl gij op internationale forums huichelachtig de kinderen verdedigt, die lijden onder rassendiskriminatie.

Uw doel, de kinderen van een godsdienstige opvoeding te beroven, is ons volkomen duidelijk. Gij handelt niet omdat gij bezorgd zijt voor de ziel van onze kinderen, maar omdat gij de invloed van de Kerk wilt vernietigen. Kristus echter heeft gezegd: 'Ik zal mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen tegen haar niets vermogen'. Omwille van de onmetelijke liefde die wij onze kinderen toedragen, kunnen wij ze niet aan u toevertrouwen, want gij vernietigt hen. Wij kunnen en zullen niet zwijgen. Het zijn onze kinderen; wij hebben ze zelf ter wereld gebracht; wij zullen ze verdedigen met al onze krachten. Dat is ons recht. Niemand kan dit recht aan de moeder ontnemen. Zelfs de dieren verdedigen hun jongen ten koste van hun leven. Het recht om onze kinderen te beminnen, te beschermen, op te voeden en te verdedigen wordt ons toegekend door alle wetten: de internationale wetten, de wetten van ons land, de wet van het menselijk geweten, de wet van het gezond verstand en de wet van onze Schepper en Verlosser.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

1453 moeders klagen aan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's