Plaatselijke gemeente en algemene kerk
Een vraag
Onder de vragen die de redactie van De Waarheidsvriend zo nu en dan bereiken was er enige tijd geleden een die informeerde naar de verhouding tussen beide in de kop van dit artikel genoemde grootheden: de plaatselijke gemeente en de algemene kerk. Uit de brief van de vraagsteller was duidelijk op te maken dat niet alleen zijn voorliefde uitgaat naar de plaatselijke gemeente maar ook dat door hem getwijfeld wordt aan de zin van het bestaan van vergaderingen als die van de classes en bovenal die van de generale synode. Is niet de plaatselijke gemeente, vraagt hij, voluit de gemeente van Christus? waartoe dan nog iets méér? en welke macht en bevoegdheid mogen op grond van de Schrift aan dergelijke meerdere vergaderingen worden toegekend? Het is niet slechts deze ene vraagsteller die ons dergelijke problemen voorlegt, op de jaarvergadering van de Geref. Bond vorig jaar kwamen zij ook van anderen ter tafel. Al met al reden om er eens wat op in te gaan, zij het slechts summier, want het vraagstuk is omvattender dan het op het eerste gezicht lijkt.
Een bittere ervaring
In de eerste plaats willen wij zoeken naar de eigenlijke grond waaruit in onze tijd deze vragen rijzen en zich zelfs meer en luider laten horen dan wij in het verleden gewend waren. Dan komen wij als vanzelf uit bij de ervaringen die de hervormd-gereformeerden vooral de laatste jaren hebben opgedaan met name in de generale synode van onze kerk. Die ervaringen zijn teleurstellend om niet te zeggen bitter.
Er is geen voorbeeld van te noemen dat ooit in de synode naar de stem van degenen die het hervormd-gereformeerde deel van de kerk vertegenwoordigen is geluisterd. Ook in onze gemeenten wordt voordat de synode bijeenkomt gebeden voor deze vergadering. Er is telkens weer het hopen en verlangen dat de Schrift op die vergaderingen waarlijk gezag zal hebben, dat er een luisteren zal zijn naar het Woord Gods. Maar na afloop van elke zitting opnieuw moet worden geconstateerd dat wij weer een stap achteruit zijn gegaan; een stap verder op een weg die ons als heilloos voorkomt, omdat zij niet de weg is van de Schrift en van de Belijdenis der kerk. Geen wonder dat men dan als vanzelf komt te staan voor de vraag: wat is eigenlijk de zin van een dergelijk instituut als de generale synode is? Ook de vraag, in hoeverre zijn wij aan de besluiten van dit instituut gebonden? Ja zelfs de vraag of een dergelijk instituut eigenlijk wel bestaansrecht heeft? Is niet de plaatselijke gemeente alles? Hoe zit dat eigenlijk?
De gereformeerde kerkvorm
Het vraagstuk plaatselijke gemeente — algemene kerk is al oud. Na het wegvallen van de roomse hiërarchie kwam men in de tijd van de Reformatie er opnieuw voor te staan. In de lutherse landen kreeg men de landskerken, waarin de vorsten veel te vertellen hadden, een volstrekt eigen organisatie, onafhankelijk van de staat had de kerk niet. Calvijn en de gereformeerden daarentegen hebben van het begin af aan gestaan op het eigen recht der kerk. Reeds in Genève had de gemeente een grote mate van zelfstandigheid, maar in Frankrijk — waar de kerk een martelaarskerk was — werd die zelfstandigheid pas tenvolle. Daar zien wij ook synoden tevoorschijn komen in de zin zoals wij ze kennen. Elke gemeente wordt wel gezien als een volwaardige eenheid, als voluit gemeente van Christus, dus als kèrk, maar er is tegelijk ook het zoeken naar een band der eenheid met andere gemeenten, niet alleen geestelijk maar ook organisatorisch. In de Nederlanden zien wij hetzelfde. Nauwelijks is het mogelijk, wegens de vervolging, of er komen synoden bijeen. De eerste al buiten onze landsgrenzen, toen de situatie in het vaderland het nog niet toeliet:1571 te Emden. Je ziet twee dingen tegelijk: er worden gemeenten gevormd, met kerkeraden, waarin naast de predikant vooral ook de ouderling zitting heeft, èn er worden terstond bredere vergaderingen belegd, opdat de gemeenten onderling verbonden zullen zijn en er toch ook zoiets als een landskerk zal groeien. Men noemt dit het presbyteriaal-synodale stelsel van kerkregering. De presbyter (ouderling) is om zo te zeggen de ene pool, de synode als bredere vergadering is de andere. Op beide komt het aan. Wanneer later het verschijnsel van het independentisme zich voordoet, waarin alles alleen op de plaatselijke gemeente (de congregatie) aankomt en hiermee heel de organisatie van de kerk ophoudt, dan wijzen de gereformeerden dit stelsel af. Zij hebben er een uiting van sectarisme in gezien, van een overdreven individualisme.
Intussen betekent dit niet, dat de gemeente aan de algemene kerk zou zijn opgeofferd, integendeel. Hoe de verhouding tussen beide bepaald is is een zaak die niet over het hoofd mag worden gezien. De actualiteit in onze tijd, nu er zoveel tegen het eigen recht der plaatselijke gemeente wordt ingebracht, is groot. Enerzijds wordt — geheel ten onrechte, als bijvoorbeeld in het ambtsrapport Berkhof — op de zogenaamde zelfstandigheid der plaatselijke gemeente gescholden, als zou zij een wérelds beginsel zijn en anderzijds wil men juist aan wat ter plaatse gebeurt voorrang en vrijheid geven ten koste van het geheel van de kerk. Een duidelijk bewijs dat het evenwicht verstoord is. In de gereformeerde kerkvorm is een uitgesproken evenwicht; van dien aard dat de heerschappij van Christus in zijn kerk — tenminste voorzover dat kan — gewaarborgd is. Dit doet ons grijpen naar de Dordtse kerkorde om eens te zien hoe het daar geregeld is.
De Dordtse Kerkorde.
Al in het eerste artikel van deze kerkorde heet de plaatselijke gemeente de 'Ghemeente Christi'. In háár zijn de ambten (II). Andere dan plaatselijke ambten kent deze kerkorde niet. Wat Rome toekende aan de algemene kerk wordt hier geheel gelegd in de plaatselijke gemeente. Hier is het Woord, hier zijn de sacramenten, hier is het opzicht, hier is alles wat een kerk tot kerk maakt. De Dordtse kerkorde begint niet bij de algemene kerk, zij begint bij de plaatselijke gemeente. Evenwel, die algemene kerk komt toch wel al gauw om de hoek kijken. Reeds in art. III wordt de classis vermeld. Gaat iemand, zo staat daar, zonder er wettig toe geroepen te zijn, ook al is hij een 'doctor, ouderling of diaken' preken, 'oefenen' dan moet de zaak voor de classis worden gebracht en die zal dan oordelen of men te maken heeft met een 'scheurmaker' al dan niet en wat er met de persoon in kwestie verder gebeuren moet. Dit is echter lang niet het enige geval dat een classis moet worden ingeschakeld. In de volgende artikelen komt men haar herhaaldelijk tegen. En zo is het ook met de figuur van de Synode; voor het eerst genoemd in art. V. Sprekend over de kerkelijke vergaderingen in het algemeen wordt gezegd dat er vier soorten zijn: 'de Kercken-Raet, de Classicale Verghaderinghen, de particuliere Synodus, ende de Generale ofte Nationale' (XXIX). Daarna volgt in art XXX een beginselverklaring die voor ons in dit verband bijzondere betekenis heeft. Letterlijk staat er: 'In meerder vergaderinge sal men niet handelen, dan 't gene dat in mindere niet heeft afgehandelt konnen worden, ofte dat tot den Kercken der meerder vergaderinghe int ghemeyn behoort'. Wat hier opvalt zijn twee dingen. In de eerste plaats: de organisatie is er een van onderop! Wat op een kerkeraad niet afgehandeld kan worden, dat komt op de classis. Wat op de classis niet afgehandeld kan worden komt op de particuliere Synode (een gewestelijke synode) en wat daar niet afgehandeld kan worden komt op de generale synode. Hoezeer men alles van benedenaf geregeld heeft willen zien bewijst het feit dat geëist wordt dat alle afgevaardigden voorzien zullen zijn van geloofsbrieven en instructies, waar zij natuurlijk niet buiten mochten gaan. Zo kwam langs deze weg op de Synode niet anders dan wat in laatste instantie de gemeenten begeerden! Dat is de ene lijn; er is echter ook nog een andere. Immers ook mocht op een meerdere vergadering komen wat 'tot der Kercken meerder vergaderinghe behoort'. De formule klinkt rekkelijk. Maar het merkwaardige feit doet zich voor dat nergens in de Dordtse kerkorde een dergelijk geval wordt genoemd. Denken wij echter aan de Synode zelf die deze orde opstelde dan zullen wij ongetwijfeld moeten denken aan een ernstige leerkwestie als zich voorgedaan had met de Remonstranten. Dergelijke zaken horen thuis op zoiets als een generale Synode. In ieder geval niet alles wat men maar bedenken kan hoort daar thuis. Dat is namelijk afgesneden door een bepaling die eveneens in het genoemde artikel XXX voorkomt, waar wij lezen, dat in geen vergadering van de kerk iets anders behandeld mag worden dan 'Kerckelijcke saecken' en dan slechts op een 'Kerckelijcke wijse'. Je kunt zeggen: dus geen politieke zaken! Op synoden mag niet behandeld worden wat thuishoort op het Binnenhof. Een synode is geen schaduwparlement. Een synode hoort thuis in Christus' kerk en die kerk is iets eigens, iets aparts. Hier dient te worden gesproken naar de regel van het Woord Gods en naar geen enkele andere regel.
Synoden zijn door de gereformeerden dus niet afgewezen, integendeel. Wij zien ten aanzien van synoden, maar ook ten aanzien van classicale vergaderingen bij de gereformeerden van de 16e en 17e eeuw een opmerkelijke ijver, bijkans hartstocht. Men heeft wat afgesjouwd, van de ene vergadering naar de andere. Men is dagenlang, wekenlang er voor op pad geweest. Eén voorbeeld: Gijsbertus Voetius ging steeds van Heusden naar Gorinchem voor een classicale vergadering, ondanks de afstand en de Waal die er tussenin ligt. En zij wáren er dan toch steeds maar weer! Maar wat zij begeerden was niet anders dan dat mede door die vergaderingen de gemeenten plaatselijk zouden worden gebouwd. Wil een gemeente plaatselijk beschermd zijn en kunnen groeien dan is het nodig eenheid in geloof, het behoud van de zuivere leer, de handhaving van de ware religie, de voorziening in de predikantennood en zovele andere dingen meer, die op meerdere vergaderingen dienen te worden afgehandeld.
Het getuigenis van de Schrift
Het gaat te ver na dit alles ook nog alle gegevens van de Schrift naar voren te brengen die voor dit stelsel van kerkregering pleiten. Wellicht doen wij dat op een andere keer. Hoofdzaak is dat wij ook in het Nieuwe Testament al duidelijk deze twee dingen horen en zien: enerzijds dat plaatselijk de gemeente de hele kerk is; in haar is alles! en anderzijds dat er in tijden van spanningen en moeilijkheden een zoeken is van elkaar om zo de eenheid te handhaven (Handelingen 15) en zelfs ook al zijn er geen bijzondere moeilijkheden toch een zekere zorg voor elkaar, door bijv. voor elkaar te collecteren. Waarbij bovendien niet mag worden vergeten dat aanvankelijk de apostelen persoonlijk de band der eenheid vormden.
De praktijk
Met dit alles staan wij practisch in onze tijd voor moeilijke dingen. De kerkorde van 1951 heeft onze synode teveel armslag gegeven. Dat afgevaardigden zich aan instructies zouden moeten houden is vervallen. Er is een permanent secretariaat-generaal gekomen. De agenda's van de synode zijn overladen geworden. Niet alleen kerkelijke zaken komen ter sprake, soms is het meer politiek dan religie! en zij worden ook lang niet allen echt kerkelijk, dat wil zeggen naar de regel van de Schrift behandeld. Er is de overheersing van de raden, waardoor de leden van de synode 'onmondig' zijn verklaard. Zo zou nog wel meer te noemen zijn. Dat alles heeft de synode vervreemd van de gemeente. Dan moet er een Algemene kerkvergadering komen om de breuk te herstellen. Maar zij heeft de zaak zelfs niet op het lichtst kunnen genezen. De hele opzet zal anders moeten worden, terug naar de weg die de Dordtse kerkorde gewezen heeft.
Hiermee vallen wij niet de synode als zodanig af. Die mag er zijn en moet er zijn. Wij zijn geen independenten of congregationalisten. Maar de synode is niet het àl.
Ten aanzien van de plaatselijke gemeente komt zij op de tweede plaats. Zij dient er te zijn voor de gemeente! Dit is niet een werelds beginsel, maar bijbels en geestelijk. Wij staan op het recht van de plaatselijke gemeente. Te begrijpen valt dat sommigen onder ons het moeilijk krijgen met het hele instituut van de Synode en zelfs al dat van de classis. Zij moeten zich daardoor niet laten verleiden van een afgaan van de weg die èn in de Dordtse kerkorde èn in de geref. belijdenisgeschriften gewezen is. Eerder trouw, getuigend, daar hun plaats blijven innemen. De tijd, moeite en strijd daaraan besteed is niet verloren, ook al lijkt het zo; want onze arbeid kàn niet ijdel zijn in de Heere.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's