De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Spurgeon’s ’Pastorale adviezen’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Spurgeon’s ’Pastorale adviezen’

7 minuten leestijd

IV

Twee punten trekken vervolgens de aandacht: Het persoonlijk gebed van de prediker, en vervolgens: Het openbaar gebed.

De volgorde is veelzeggend: Het gebed in de binnenkamer gaat voorop. Want Spurgeon ziet de gezalfde prediker allereerst als een man des gebeds'. Het 'Bidt zonder ophouden', apostolische vermaning tot allen gericht, is zeker niet het minst van toepassing op de herder-en-leraar in verband met zijn bijzondere roeping. Natuurlijk, een predikant, die geen biddend leven kent, is wel te beklagen en zijn gemeente evenzeer.

Want naast de onmisbare technisch-wetenschappelijke voorbereiding tot het wondere ambt, die na de academiejaren niet mag stilstaan, — een predikant, die niet studeert, is niet bekeerd, heeft een vermaard man uit de vorige eeuw eens gezegd —, is de verborgen omgang met God voor de troon der genade van het uiterste belang, om in zijn roeping gezegend te worden.

Ergens zegt Spurgeon: 'Uw gebeden zullen uw bekwaamste helpers zijn, terwijl uw preken nog op het aambeeld liggen'. Kernachtig aforisme. Wist u, dat een studeerkamer in de pastorie een geestelijke smederij kan zijn? Harde arbeid, door Woord en Geest des Heeren geleid? Hoe vaak ontvangt men in het gebed opeens een onverwacht licht over een Schriftwoord! Luther heeft gezegd: Goed gebeden betekent goed gestudeerd te hebben. Waarmede natuurlijk niet gezegd is, dat men de grondtaal mag verwaarlozen!

Maar de ware welsprekendheid is zaak van het hart. Hoe vaak valt iemand na de preek in, dat hij dit of dat ook nog had moeten zeggen. Maar dan zegt Spurgeon zo mooi, als hij spreekt van het gevoel van machteloosheid, dat soms na de prediking hem overviel: 'Als wij de mensen niet hebben kunnen winnen voor God, mochten wij althans trachten, God te winnen voor de mensen'.

Op welke wijze? Door het gebed. Juist als wij sterk gevoelen, onder de maat gebleven te zijn. Want het Woord des Konings heeft zo grote majesteit.

Spurgeon verrast ons met voorbeelden. Men staat verrast over zijn enorme belezenheid, als hij gewaagt van de kracht van het gebed. Naar wij eens lazen, heeft Luther het eens 'Christianorum bombarda', d.i. der Christenen zwaar geschut genoemd. En dan beperkt het zich niet tot individuele noden, maar dan worden ook de noden van land en volk met ernst voor Gods troon gebracht, zoals wij dat zo ontroerend b.v. vinden bij Ezra, die zich mede schuldig weet onder Gods gericht. Van Mary Stuart, de rooms-katholieke koningin van Schotland wordt gezegd, dat zij de gebeden van de vurige John Knox meer vreesde dan een leger van tienduizend vijanden.

Hier past ons allen — en Spurgeon is te eerlijk, om het te ontkennen — grote schaamte. Wij mochten allen, voorgangers en gemeenteleden, dringender bidden om de werking van de Heilige Geest. Want wat vooral door de Heilige Geest doorbroken wordt, dat is de dodelijke sleur, de routine, de gemeenzaamheid met het heilige. Zelfs Spurgeon erkent, dat hij de levensbeschrijving van de voortreffelijke David Brainerd (Londen, 1818) niet kon ter hand nemen zonder van schaamte te blozen. Want Brainerd worstelde onafgebroken in den gebede, opdat de Heere Jezus Christus gestalte verkrijgen mocht in de hem toevertrouwde zielen. Altijd vond hij daar ook tijd voor. Wat doen wij dan, die het theoretisch nog weten ook? Wie zich verontschuldigt, beschuldigt zich.

Deze zalving met de Geest is Gods geheim. En wee hem, die haar probeert na te bootsen met sentimentaliteit of dweperige termen. Al wat onnatuurlijk is, is surrogaat en op de heilige erve profaan. Luid misbaar, gepaard met gezochte grimassen, riekt naar theaterkunst. Zuivere ontroering is de beste weg naar het hart van de naaste, maar alle gemaaktheid is miserabel en ongepast.

Spurgeon vraagt met een woordspeling, in het Engels zo frappant: Als wij van tijd tot tijd 'vacantie' nemen (holidays), waarom dan ook niet eens 'holy days', heilige dagen? En Ambrosius, die het beroemde boek 'Ziende op Jezus' schreef, zonderde ieder jaar een maand af, om naar een woudhut te gaan: Daar verkeerde hij als met God op de berg.

Zekere zelfdiscipline, mede tot openbaring komende in het zoeken van de stilte der 'retraite', voor gebed en meditatie en concentratie op het Woord, is volstrekt geen overbodige zaak in ons toch al zo gejaagde leven.

En dan het 'Openbaar gebed'. Velen verwijten de reformatorisch gezinden, dat zij een preek-kerk hebben overgehouden. Spurgeon antwoordt, dat de eredienst roept om aanbidding. Spreekt de Heere Jezus niet van de tempel als van een 'Huis des gebeds'? Niettemin — wij kunnen van onze tegenstanders zelfs nog leren, dat is zeker.

Spurgeon acht het vrije gebed het meest schriftuurlijk. Althans, de Schrift spreekt nergens van 'gebeden voorlezen'. Daarom dient het openbaar gebed het voorwerp van onze hoogste opmerkzaamheid te zijn. Wat, slordige en onverzorgde taal, wanneer men als priester nadert tot de Koning der koningen? Maar als het vrije gebed op hoger plan gestaan had, zou men niet als in de Episcopale kerk van Engeland gevlucht zijn in het formuliergebed, meent Spurgeon.

Ongetwijfeld zit hier wel iets in, maar wij moeten redelijk blijven. Wie kan b.v. de gebeden in ons Nederlands Doopsformulier verbeteren? En de gebeden in onze liturgie zijn vooral in de vroeg-reformatorische tijd een kostelijke onderwijzing geweest voor de gemeente. Hier liggen grenzen. Het gebed mag in het algemeen niet worden tot een zijdelingse preek of een herhaling van de preek. En de zogenaamde 'mooie' gebeden zijn vaak meer geesteloos dan geestelijk. Maar niet minder vermijde men in het spreken tot de Hoge en Verhevene, Wiens naam De Heilige is, alle platheden, b.v. het bij gebrek aan gedachten of woorden dat gedurig herhalen van de naam 'Heere' als een stoplap. Wij kennen het helaas. Het gebed zij vertrouwelijk van toon, maar nooit zonder eerbiedigheid. En dan bidde men voor de zielen, voor zieken en gekwelden en ellendigen, voor stervenden, voor de heidenen en niet het minst ook voor het oude volk Israël, al naar het ogenblik.

En laat dit openbaar gebed steeds een zaak van het hart zijn. Vooral mag het ook niet al te lang zijn. Op dit punt circuleren nog altijd verhalen in de gemeente, die de haren ten berge doen rijzen. Men hoorde voorheen van voorgangers, die er dertig of veertig minuten voor namen. Wie kan de aandacht der gemeente zo lang boeien? In een bidvertrek ligt het anders, maar overigens bestaan lange openbare gebeden of in herhalingen of in overbodige uitweidingen, vol van versleten termen of van vrome gemeenplaatsen.

Sommigen bidden met open ogen. Ik heb een groot prediker gekend in een van onze grote steden, die het ook deed. Of het stichtelijk is? Maar hoe constateert men het?

Maar ook hier zet Spurgeon zich wat al te fel af tegen de vaak versteende liturgie van de Engelse Staatskerk. Uit reactie gingen de vrije kerken vaak over tot een al te vrije opvatting aangaande liturgie in de openbare eredienst. Maar een vaste orde van dienst mag men niet als eentonigheid doodverven. Als een predikant, om voor 'eentonigheid' te waken, b.v. begint met onmiddellijk aan de preek te gaan en vlak voor het 'Amen' aan 't slot de Wet gaat lezen, dan is dit smakeloos.

Juist is wel Spurgeon's advies: Bereid u voor op het gebed voor de gemeente. Niet zó, schools, om het gebed eerst op te schrijven en uit het hoofd te leren. Nee, dan is het formulier altijd nog beter. Maar laat er een voorbereiding zijn van het hart, een overdenking van de noden der zielen waarvoor men priesterlijk intreedt voor het aangezicht des Heeren, maar ook een ons te binnen brengen van de geweldige verbondsbeloften, waarop wij gaan pleiten voor de Troon!

Zo is er wisselwerking tussen het persoonlijk en het openbaar gebed. Daarbij kunnen de geïnspireerde gebeden uit de Heilige Schrift ons tot steun zijn. En ons gebed zal kort, krachtig, vurig en dringend zijn onder de leiding van de Geest, - die niet alleen een Geest der genade, maar tevens der gebeden genoemd wordt.

Ziet u er erg tegen op? was de vraag van een hoogleraar aan de jonge man, die pas bevestigd, zijn intreepreek nog houden moest. Tegen de preek niet zo zeer, was het antwoord, maar wel zie ik op tegen het gebed voor de gemeente.

Mij dunkt: Deze beschroomdheid pleitte voor hem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Spurgeon’s ’Pastorale adviezen’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's