Kanttekeningen
bij de nota van het Breed Moderamen van de Generale Synode over 'de 2%'.
Op 1 april 1971 is deze nota verzonden aan de kerkeraden, de predikanten en de colleges van kerkvoogden. Ieder heeft intussen van deze nota kennis kunnen nemen. Wanneer u de besprekingen ter synode over deze materie gevolgd hebt, zal de inhoud van dit stuk u niet bevreemd hebben. In de novemberzitting van 1970 van de Generale Synode is per besluit gehoor gegeven aan de oproep van de Wereldraad van Kerken om zich duidelijk in te zetten voor een nieuwe taak van de kerk met betrekking tot de ontwikkelingssamenwerking.
Op de vierde Assemblee van de Wereldraad van Kerken, gehouden in juli 1968 in Uppsala, is uitvoerig over de problematiek van de arme en rijke landen gesproken. Het uitvoerend Comité van de Wereldraad van Kerken heeft dan ook in februari 1970 de volgende besluiten genomen:
1. een kommissie voor de ontwikkelingssamenwerking in te stellen, die zorg moet dragen voor het beleid van de Wereldraad inzake de ontwikkelingsproblematiek.
2. de leden-kerken (daar valt ook de Nederlandse Hervormde Kerk onder) op te roepen om tenminste 2 pct. van hun totale inkomen voor ontwikkelingssamenwerking te bestemmen.
3. naast de reeds bestaande kanalen (nl. zending en werelddiaconaat) een oecumenisch ontwikkelingsfonds (via de wereldbank in Genève) in het leven te roepen; haar werk moet gericht zijn op de bevordering van sociale gerechtigheid, werkelijke zelfstandigheid en economische groei in de derde wereld.
Al staat het de leden-kerken vrij zelf te beslissen over de wijze, waarop zij het ontwikkelingswerk willen steunen, toch heeft het uitvoerend Comité met nadruk gevraagd 'om aan dit fonds gelden ter beschikking te stellen zonder tevoren de bestemming te bepalen'.
In de nota van het Breed Moderamen wordt dan een en ander nader toegelicht. Onder meer wordt dan gesteld, dat het woord ontwikkelingshulp (zoals dat tot nu toe gebruikelijk was bij zending en werelddiaconaat) geleidelijk aan in de discussie is vervangen door de meer omvattende term ontwikkelingssamenwerking (hier voltrekt zich een fundamentele verschuiving!). Ontwikkelingshulp wordt dan geduid als overdracht van kennis en kapitaal, terwijl bij ontwikkelingssamenwerking meer de nadruk komt te liggen op de eigen verantwoordelijkheid van elk van de partners, aldus de nota.
Op de synodevergadering van november l.l. was de zogeheten kommissie O.D.Z. aanwezig. Meerdere rapporten van hun hand lagen op tafel, ter voorbereiding van de besluitvorming. In de kommissie O.D.Z. werken samen: de Raad voor de zaken van Overheid en Samenleving, de Generale Diaconale Raad met de sectie internationale Hulpverlening (werelddiaconaat) en de Raad voor de Zending. Mede op grond van de aanbevelingen van de kommissie O.D.Z. is toen besloten 'om zich verantwoordelijk te stellen voor een verwerving van een jaarlijkse extra bijdrage uit het geregeld inkomen van de Kerk voor ontwikkelingssamenwerking, waarbij ernaar zal worden gestreefd om uiterlijk in 1972 te komen tot een bijdrage, die gelijk is aan 2 pct van het gezamenlijke budget van de plaatselijke gemeenten.
Van de binnenkomende gelden zal dan 75 pct. overgemaakt worden aan het oecumenisch ontwikkelingsfonds van de Wereldraad van Kerken, terwijl 25 pct. van dit bedrag gebruikt zal worden voor de mentaliteitsbeïnvloeding in het eigen land.
Bovendien is besloten, dat dit werk, na overleg en waar mogelijk in samenwerking met andere kerken, zal geschieden vanuit een orgaan van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Konkluderend dringt het Breed Moderamen er dan bij alle gemeenten in de Nederlandse Hervormde Kerk op aan om zo spoedig mogelijk via de begroting een begin te maken met het reserveren van gelden voor de nieuwe taak van de kerk in het kader van de ontwikkelingssamenwerking; dit bedrag moet dan uiterlijk in 1972 gelijk zijn aan 2 pct. van de totale begroting. Deze gelden kunnen dan overgemaakt worden op het gironummer van de Generale Diaconale Raad. Om misverstanden te voorkomen moet u goed weten, dat dus alleen het gironummer van de Generale Diaconale Raad gebruikt wordt! Inderdaad zijn hier (om een woord uit de slotzin van genoemde nota te gebruiken) fundamentele zaken aan de orde. Laten we dan deze zaken ook wezenlijk fundamenteel bezien. We moeten goed beseffen, dat hier de gemeente inderdaad een nieuwe derde taak wordt opgedrongen naast de reeds bestaande, nl. zending en werelddiaconaat.
Noch in de rapporten ter synode, noch in de daar gevoerde discussies, noch in de nota van het Breed Moderamen is ook maar de vraag gesteld naar de bijbelse motivering van deze nieuwe taak. Deze (m.i. enig juiste) bijbelse notie ontbreekt geheel. 't Is al horizontaal, wat de klok slaat! Daarom kan het Breed Moderamen de gemeente ook tot zo'n politieke stellingname oproepen! De primaire taak van de Kerk is en blijft: de verkondiging van het Evangelie.
Bij dit werk stuit de Kerk op de nood van het volk, waaronder zij werkt. Daar zal de Kerk dan ook moeten doen, wat zij kan, om deze nood te lenigen.
Dat zal niemand durven ontkennen.
Maar de leniging van deze nood zal altijd moeten staan in het raam van de evangelie-verkondiging. Het gaat om tweemaal brood: brood des levens en brood voor elke dag. Het één nooit los van het ander!
Ik meen, dat het niet de taak van de Kerk kan zijn om onvoorwaardelijk 2 pct van haar regelmatige inkomsten ter beschikking van de ontwikkelingssamenwerking te stellen.
Deze hulp aan de derde wereld gaat dan lopen via de wereldbank in Genève. U herinnert u nog wel, hoe destijds die 200.000 dollar in Zuidelijk Afrika is besteed! Dat sprak toch voor zichzelf.
De Kerk zal terdege oog moeten hebben voor de nood in de wereld; daar kan zij niet om heen. Maar dan zal de Kerk, krachtens haar roeping, deze nood ook naar zijn wezenlijke aard moeten peilen. Op de bodem aller vragen ligt der wereld zondeschuld. De mens is niet wezenlijk geholpen, als hij brood en gelukkige levensomstandigheden heeft. De mens zal voor alles moeten leven bij het woord, dat uit de mond Gods uitgaat. Ook in de derde wereld zal de Kerk in eerste instantie 'mond Gods' moeten zijn.
Ik ontken ten stelligste de ontwikkelingssamenwerking als een nieuwe taak van de kerk.
Moeten we dan maar niets doen? Of alleen maar 'neen' zeggen?
Integendeel, tot leniging van de nood in de wereld is veel geld nodig. We mogen en we kunnen veel opbrengen. Laten we dit dan ook doen. Neemt daarvoor kontakt op met het bureau van de G.Z.B. in Zeist. We zijn blij en dankbaar, voor al het werk, dat daar gedaan wordt. Dankzij uw offervaardigheid kon daar al veel gedaan worden.
We zeggen overtuigd 'neen' tegen het één (ontwikkelingssamenwerking als specifiek kerkelijke taak) om met even grote overtuiging 'ja' tegen het ander (het werk van de G.Z.B., juist ook in de ontwikkelingslanden! ) te zeggen.
Ik zou u er tenslotte met klem op willen wijzen een duidelijk standpunt in te nemen. Dit zal dan niet in dank worden afgenomen, omdat het tegen de algemene tendens (medemenselijk zijn!) ingaat.
We zijn voor alles verantwoording verschuldigd aan de Here van de Kerk. Schroomt niet, want 'in de Here' zal het werk niet ijdel zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's