Boekbespreking
Dr. W.H. Velema. Rondom het levenseinde, ethische en pastorale overwegingen. 76 blz., ƒ5,95. J.H. Kolt, Kampen, 1971.
De medische ethiek en de vragen rondom leven en sterven zijn volop in discussie. Ook de apeldoornse hoogleraar, dr. W.H. Velema, wil aan dit gesprek zijn bijdrage leveren. In augustus en september 1970 hield hij een aantal zondagavondlezingen over dit onderwerp, welke thans in enigszins uitgebreide vorm voor ons liggen. Het is een fijnzinnig, goed geschreven boekje, waarvan voor mij de grote waarde hierin ligt, dat de auteur zijn uitgangspunt neemt in de Schrift. Dat betekent niet dat daarmee de diepingrijpende problemen voor de schrijver in een handomdraai opgelost zijn. Integendeel, eerder bespeurt men hier en daar aarzeling; een aarzeling die voortvloeit uit een besef niet klaar te zijn met deze diepingrijpende vragen rondom het levenseinde. M.i. een begrijpelijke aarzeling, die de betekenis van het boekje alleen nog maar vergroot.
Dat neemt niet weg dat de schrijver vanuit zijn uitgangspunt toch enkele dingen in alle duidelijkheid vooropzet. Nadat hij in hoofdstuk 1 de veranderingen in visie op leven en dood geschetst heeft (de exsitentiefilosofie, de biologische visie, Kuitert), komen in hoofdstuk 2 de bijbelse gegevens naar voren. Terecht beklemtoont Velema dat in de Schrift de dood als straf op de zonde gezien wordt, en dat deze bijbelse visie zich onmogelijk verenigen laat met de nieuwe zingeving van de dood als de bereidheid om plaats te maken voor de ander.
In hoofdstuk 3 gaat de schrijver in op de moeilijke vragen van het doodscriterium (het stilstaan van het hart, de hersendood).
Hoofdstuk 4 behandelt de vraag: Verlenging van het leven tot elke prijs? Hier komt de reanimatie, de kunstmatige verlenging van het leven ter sprake. De schrijver waarschuwt er voor het begrip 'zinvol leven' als norm te nemen. Wie maakt immers uit wat zinvol is?
Gezien zijn uitgangspunt en de in de vorige zinsnede genoemde waarschuwing valt het te verstaan, dat Velema de euthanasie afwijst. Een bespoediging van het einde kan men alleen maar verdedigen in een autonome ethiek, die ervan uitgaat dat de mens alleen aan zichzelf verantwoording schuldig is. Wel pleit de auteur voor de begeleiding van de stervende, die niet tot voorwerp van de medische techniek gemaakt mag worden. Maar de conclusie van de amsterdamse internist Van der Meer: 'Men moet de mens kunnen toestaan om te sterven, ligt op een ander vlak dan de pleidooien voor euthanasie'.
Hoofdstuk 6 spitst de hierboven genoemde kwestie toe op de demente bejaarden. Is hun leven niet zozeer een probleem geworden, dat verder leven zinloos is? Ook hier waarschuwt Velema voor eigenmachtig ingrijpen. Wij hebben, aldus de schrijver, de eerbied voor het leven te verenigen met de barmhartigheid jegens het geschonden leven'.
In hoofdstuk 7 bespreekt de schrijver de ook door anderen aangeroerde kwestie van waarheid en leugen aan ziekbed en sterfbed. De schrijver pleit voor eerlijkheid en duidelijkheid, juist vanuit de bijbelse visie op leven en sterven. In dat licht schetst hij ook de begeleiding van de stervenden (hoofdstuk 8). Mij troffen in deze hoofdstukken een aantal fijne, pastorale opmerkingen. Onder meer de waarschuwing tegen geïrriteerd zijn. 'Ieder denke zich in: hoe zou het mij vergaan als ik in dezelfde omstandigheden verkeerde' (blz. 62).
In het laatste hoofdstuk 'Het recht om te sterven' komt de schrijver nogmaals terug op de vraag van de euthanasie. Hij wijst een ethische benadering die van het nut uitgaat, af. Daarmee verzanden wij in het subjectivisme.
En als men staat voor de vraag, of men het leven van een ongeneselijk zieke, wiens ziek-zijn in een dusdanig vergevorderd stadium is, dat de dood niet meer te keren is, met alle mogelijke middelen tot de meest ingrijpende toe moet rekken, wat dan? De schrijver wijst het argument van de zinloosheid als motief om het leven te beëindigen af. Wel pleit hij voor een afwegen van de verschillende mogelijkheden naar het criterium van de redelijkheid. In bepaalde gevallen mag men de dood die in aantocht is, niet tegenhouden. De vraag die op de laatste bladzijde van dit boekje bij mij rees is deze: Wie bepaalt dit criterium van de redelijkheid? Komt de schrijver niet enigermate in de buurt van een ethische motivering die hij elders afwijst? Of begrijp ik zijn summiere opmerkingen in deze verkeerd? Ik vindt het n.l. jammer dat de schrijver om allerlei redenen de gesproken tekst niet heeft uitgebreid. Dan had met name de kwestie van de ethische fundering een bredere uitwerking kunnen krijgen. Nu blijft het bij een aantal opmerkingen.
Overigens neemt dat mijn grote waardering niet weg. De schrijver schonk ons een boekje dat niet alleen diegenen, die uit hoofde van beroep op functie met zieken en stervenden in aanraking komen, van dienst zal zijn, maar dat ieder die de onderhavige vragen ter harte gaan met vrucht zal kunnen lezen. En de vragen 'rondom het levenseinde' zijn dermate ingrijpend, dat ze ons aller aandacht wel mogen hebben. Zeker in een tijdsbestek waarin ook de medische ethiek in discussie is. Van harte aanbevolen!
Prof. dr .C. v. d. Meer/Henk Mochel, Tenzij een wonder gebeurt, begeleiding van stervenden, 95 blz., ƒ5,95. Kok, Kampen, 1971.
Op 25 januari jl. werd voor de NCRV-televisie een interview uitgezonden van Henk Mochel met de amsterdamse hoogleraar, prof. dr. C. v. d. Meer over begeleiding van mensen die lijden aan een ongeneselijke ziekte. Dit programma had een aansluitend vervolg voor de NCRV-radio in uitzending van een gesprek van prof. v. d. Meer met een ernstige zieke. Het gesprek met deze patiënt vond enkele weken voor diens overlijden plaats. Tegen een radio-uitzending van dit gesprek had de patiënt geen bezwaar gemaakt, mits de anonimiteit bewaard zou blijven.
Het hier voor ons liggende boekje bevat de weergave van de radio-uitzending, alsmede het volledige interview met prof. Van der Meer. Voorts zijn er aan toegevoegd een hoofdstukje waarin verteld wordt hoe deze uitzending tot stand gekomen is, een aantal kanttekeningen van de genoemde hoogleraar zowel bij het gesprek als bij het interview, en tenslotte een aantal reacties van pers en publiek. Zoals te begrijpen is haalde het programma een bijzonder grote kijk- en luisterdichtheid. Groot was de waardering voor deze uitzending. Een enkele critische stem stelde de vraag of in het gesprek met de zieke de intimiteit toch niet geschonden was, m.a.w. verdraagt een dergelijk ingrijpend gesprek uitzending voor een van de massa-media'. Daar kan men natuurlijk verschillend over oordelen, een feit is, dat de uitzending met de grootst mogelijke zorg is voorbereid, terwijl er bovendien niets gebeurd is zonder toestemming van de betrokkene.
Wie de vraag stelt: Moet men van een dergelijk tere zaak een film maken?, krijgt van prof. v. d. Meer als antwoord: Algemeen hoort men onder medische studenten de klacht, dat zij in de medische studie niets horen over de begeleiding van de patiënt. Vandaar de wens een videotape te bezitten ten dienste van het onderwijs. M.i. een bijzonder toe te juichen idee. Het is verheugend wanneer op deze wijze de a.s. artsen worden voorbereid op hun taak.
Een weergave van de inhoud is gezien de bekendheid van het programma overbodig. In deze keurige uitgave kunt u het allemaal nog eens nalezen. In het gesprek met prof. Van der Meer komen een aantal belangrijke zaken aan de orde: De waarheidsvraag, de reanimatie, de euthanasie, het juridisch recht van de patiënt, de 'verwerking' van het moeten-sterven. Op bezonnen wijze gaat de amsterdamse hoogleraar op een en ander in. En meerdere malen blijkt dat hij bewust als christen-arts spreekt.
'Tenzij een wonder gebeurt' vormt met het hierboven genoemde boekje van prof. Velema een goede bijdrage voor de in het geding zijnde vragen. Gezien de belangstelling voor de uitzending en de vele reacties zal het boekje zijn weg wel vinden.
Ds. Richard Wurmbrand: Christus in de Communistische gevangenissen; Uitgave I.C.C.C., Frederiksplein 24, Amsterdam 2; te bestellen door storting van ƒ7,90 op gironr. 524990 t.n.v. Alg. Secr. I.C.C.C, Amsterdam-2.
De boeken van Wurmbrand zijn zo langzamerhand overbekend. Reeds eerder verschenen; 'De ondergrondse kerk. Gemarteld om Christus wil', 'Wurmbrandbrieven' en 'Bloed en Tranen'.
In dit boek geeft Wurmbrand een aangrijpend relaas van zijn geloofsoverwinning op 14 jaar gevangenschap, ondervraging en marteling. Wie het leest komt onder de indruk van datgene wat deze martelaar om Christus wil heeft moeten verdragen en lijden. Zijn persoon is allerwege aan hevige kritiek onderhevig. De kerk in het Westen miskent hem vaak. Zou dit voor hem niet een even grote marteling betekenen als die hij gedurende zijn gevangenschap onder het communisme moest doorstaan?
Maar in ieder geval mag ook getuigd worden, juist ook in dit boek, van de overwinning van Christus. De kracht van het evangelie komt in dit boek ook duidelijk naar voren, niet alleen als het gaat om staande te blijven in de verdrukkingen maar ook als het gaat om het wervend bezig zijn om die éne Naam tot zaligheid gegeven.
Een boek om te lezen en te doordenken. Van harte aanbevolen.
Sipke van der Land: Aktief Geloof; Uitgave J.H. Kok N.V., Kampen, 103 pagina's, ƒ6,95.
Sipke van der Land is zo langzamerhand een bekend publicist geworden. In dit boekje zijn gebundeld een 'stapeltje artikelen, reportages, reakties, impressies en gesprekken'; stukken over gewone dingen, over ontmoetingen, over de toekomst, over het geloof, over de hedendaagse jeugd, over de kerk. Artikelen die met vaart geschreven zijn. Eigenlijk is het overigens met boekjes als deze zo dat er zo veel in wordt beweerd dat er eigenlijk weinig in wordt gezegd. Je kan niet zeggen na het lezen van een dergelijk boekje, dat is de draad, de lijn. Het is een verzameling van alles en nog wat. Soms knik je instemmend. Soms haal je de schouders op. Soms protesteer je. Daarom kan een recensent eigenlijk weinig beginnen met boekjes als onderhavige. Hoogstens kan gezegd worden, dat het boekjes zijn die één keer gelezen worden en dan voor goed in de kast verdwijnen. Ze zullen geen geschiedenis maken. Maar voor een verloren uurtje zijn ze wel aardig, als je tenminste ook voldoende kritische zin hebt om door allerlei beweringen heen te kijken.
M. Baan, De nieuwe Bijbelvertaling in discussie, 20 blz., Uitg. Gereformeerde Bijbelstichting, Mauritsweg 60, Dordrecht.
De Gereformeerde Bijbelstichting bezorgde een nieuwe uitgave van dit pleidooi vóór de Statenvertaling en tegen de Nieuwe Vertaling. De wacht moet betrokken worden bij het zuivere Woord van God; ernstig wijst de schrijver op het gevaar van vervlakking, 'van het wegvertalen van het Evangelie'. Het is al weer enige tijd geleden, dat in de Whvr. breed op deze vragen werd ingegaan, en ik mag het wel als iemand opkomt voor de oude Statenvertaling, wat niet betekent, dat ik altijd en met alle argumenten het eens kan zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's