Met tegenzin
Met tegenzin schrijf ik de volgende regels hier neer en wel daarom, omdat ik critisch in moet gaan op een artikel in het Hervormd Weekblad van de Confessionele Vereniging. En dat smaakt me niet. Maar het kan een keer nodig zijn.
Enkele weken geleden verscheen in ons blad een artikel van mijn hand, dat de neerslag vormde van een beraad in het hoofdbestuur over de buitengewone wijkgemeenten. Daarin was te lezen dat het hoofdbestuur vanwege de nood van de omstandigheden zich geroepen voelde te verklaren dat ze niet meer zonder meer tegen het stichten van buitengewone wijkgemeenten voor Herv. Geref. minderheden was. We voelden ons geroepen dit openlijk te zeggen in verband met adviezen die ons hierover nogal eens gevraagd worden. Uitdrukkelijk werd daarbij gezegd dat het nu niet de bedoeling was opeens het stichten van zulke buitengewone wijkgemeenten te gaan stimuleren. De weg met de kerkeraad ter plaatse diende ten einde toe bewandeld te worden. En dan nog menen wij dat hier van een noodingreep sprake is. Maar ieder leze het geheel nog maar eens over om te zien hoe het er allemaal stond.
In het Hervormd Weekblad heeft ds. Jongeboer daar nu op gereageerd. Dat is zijn goed recht. Het is ook zijn goed recht om het met deze verklaring oneens te zijn. Het is ook zijn goed recht om daar dan zakelijk scherp op in te gaan. Had hij dit nu maar gedaan! Maar het tegendeel is het geval. Het artikel is één vertekening
van wat in werkelijkheid gezegd is. In de tweede alinea is het al mis. Daar zegt ds. Jongeboer namelijk dat de G.B. daar waar het mogelijk is het stichten van zulke gemeenten wil gaan bevorderen. Dat is nog al wat! Ik heb niet geaarzeld daarover ds. Jongeboer te bellen, alsook over de totaal inhoud van z'n artikel. Hij vertelde mij dat dat een vergissing was. Zijn bedoeling was niet om te zeggen 'waar dat mogelijk is' maar 'waar dat nodig is'. Dat maakt nogal wat verschil. Ds. Jongeboer zegde toe een rectificatie te plaatsen. En inderdaad is in het Hervormd Weekblad een rectificatie geplaatst maar dan een louter formele. Ds. Jongeboer schrijft alleen maar dat het zijn bedoeling was om te zeggen 'waar het nodig is'. Alsof er dan nog niet blijft staan dat de G.B. het stichten van die wijkgemeenten gaat bevorderen. De hele verdere strekking van het artikel blijft onaangetast. En daarin werd duidelijk verder geborduurd op die uitdrukking 'waar het mogelijk is'. Ergens anders in het artikel van ds. Jongeboer lees ik b.v.: 'De Geref. Bond trekt ten oorlog'. En juist deze twee passages, namelijk die, waarin staat dat de G.B. waar mogelijk de buitengewone wijkgemeente gaat bevorderen en dat de G.B. ten oorlog trekt, kwamen uitgebreid in het Hervormd WeekbuUetin en kregen van daaruit hun loop al in de kerkelijke pers.
Daarom wil ik hier met nadruk zeggen dat wat ds. Jongeboer geschreven heeft gewoon zakelijk gezien een vertekening is. Eerlijk gezegd verwachten we dergelijke artikelen niet in het Hervormd Weekblad. We verwachten eerlijke commentaren, waarin de dingen gezegd worden zoals ze zijn.
Ik ga beslist niet het hele artikel van ds. Jongeboer hier ophalen. Enkele opmerkingen nog slechts. Ten aanzien van ons motief dat de gereformeerde prediking de enige legitieme is wordt door ds. Jongeboer gezegd: 'waarbij dan de uitleg van het woord gereformeerd die is, welke de Geref. Bond eraan geeft'... 'Wij confessionelen pretenderen immers ook een gereformeerde prediking te brengen . ..' Ik zou ds. Jongeboer uit willen dagen aan de hand van de stukken, in dit geval dus aan de hand van het bewuste artikel in ons blad, aan te tonen dat wij de gereformeerde prediking beperkt zien tot de kring van de G.B. Als ds. Jongeboer dat niet aan kan tonen is een dergelijke passage een verdachtmaking.
Zo is meer te noemen. Ten aanzien van wat ik schreef over Hervormd Gereformeerde kerkeraden, die om des gewetenswil geen prediking kunnen toelaten, waarin het belijden van de kerk met voeten getreden wordt, vraagt ds. Jongeboer maar linea recta of daaruit geconcludeerd moet worden dat buiten de Geref. Bond geen zaligheid is. Een vraag beneden elk niveau. Wil ds. Jongeboer dan soms zeggen dat een andere prediking dan de gereformeerde wèl legitiem is ?
Maar laat ik stoppen, want dan zou ik toch weer het hele artikel ophalen.
Nog één opmerking. Ds. Jongeboer stelt de Confessionele Vereniging ten voorbeeld, die nog nooit zoals de Geref. Bond dan nu gedaan heeft openlijk steun heeft verleend aan de opsplitsing van gemeenten. Dat noem ik echter misleidende voorlichting. Ik zou willen vragen of de Confessionele Vereniging altijd gedaan heeft wat de Geref. Bond gedaan heeft, namelijk die opsplitsing van gemeenten zo veel mogelijk afwijzen en het ontstaan van buitengewone wijkgemeenten tegenhouden. Het zijn juist de buitengewone wijkgemeenten in Geref. Bondsgemeenten, die onder confessionele vlag gingen varen en waar menig confessioneel predikant is, ds. Jongeboer incluis, openlijk steun aan gaf en geeft door er 's zondags te preken. En dan te bedenken dat de liturgische punten — ik haal tenminste maar de woorden van ds. Jongeboer zelf aan — de criteria zijn, 'waar de gemeente rekening mee houdt meer dan met de grote zaken'. M.a.w., als ds. Jongeboer gelijk heeft, ontstonden de buitengewone wijkgemeenten in hoofdzaak om het punt van de liturgie. En op dat punt inplaats van op het punt van de pura doctrina', dat is de rechte leer, aanvaarden kennelijk allerlei confessionelen de b.w. en dus de opsplitsing van de gemeenten.
Wie daarom zelf zo veel boter op z'n hoofd heeft doet er beter aan niet zó te reageren als ds. Jongeboer nu in het Herv. Weekblad deed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's