De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een geestelijk testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een geestelijk testament

9 minuten leestijd

De laatste woorden, die iemand voor z'n dood spreekt, plegen in de regel met de nodige piëteit omgeven te worden. Prof. dr. A. A. van Ruler had nog gelegenheid om aan het eind van zijn leven een tweetal artikelen te schrijven, die nu na zijn dood zijn verschenen. Die artikelen, het éne in het maandblad Wapenveld, het andere in Vox Theologica, vormen niets minder dan een geestelijk testament. Met de nodige piëteit t.a.v. de overledene zal dit testament dan ook allerwege gelezen worden. Maar met piëteit lezen wil nog niet zeggen er verder het zwijgen toe doen. Dat zou het tegendeel zijn van wat prof. Van Ruler met deze artikelen heeft bedoeld. In het artikel in Wapenveld gaat het b.v. over niets minder dan over ketterijen, die hij meent te kunnen signaleren in het zogenaamde ultra-gereformeerde. Welnu, wanneer ketterijen gesignaleerd zijn door iemand, ook al is deze inmiddels overleden, dan kan je niet doen alsof er niets gezegd is en overgaan tot de orde van de dag. Vandaar dat ik enkele artikelen op dit nummer van Wapenveld in wil gaan. Vooraf zij opgemerkt, dat wat in dit lijvige artikel gezegd wordt (liefst 40 pagina's), zó veelomvattend en ver-reikend is, dat het onmogelijk is dat dit massieve stuk werk door één enkele persoon helemaal wordt uitgediept. De zaken, die hier aan de orde gesteld worden, zullen binnen niet al te lange tijd dan ook door enkele van onze medewerkers in afzonderlijke artikelen behandeld worden.

In de onderhavige artikelen van mijn hand gaat het slechts om een globale terreinverkenning.

Spel en ernst

Enkele jaren geleden hield prof. Van RuIer op een conferentie van de reünistenorganisatie van S.S.R. te Lunteren een lezing over het onderwerp 'Het einde van een huishoudelijke twist'. Daarin ging het over de verhouding van Hervormden en Gereformeerden en hun 'onvermijdelijke éénwording voor het jaar 2000'. In die lezing liet prof. Van Ruler zich terloops ontvallen — maar terloops betekende bij Van Ruler niet ondoordacht — dat ter rechterzijde van de Gereformeerde Gezindte ketterijen schuilen, waarbij die van het modernisme kinderspel lijken. Voorwaar, een niet geringe beschuldiging. Deze terloopse opmerking is nu dan, op verzoek van de Redactie van Wapenveld, uitgebouwd tot een lijvig artikel, waarin onder de titel 'ultra-gereformeerd en vrijzinnig', de door prof. Van Ruler bedoelde 'ketterijen' op een rijtje worden gezet.

Misschien is deze typering van Van RuIer — ketterijen N.B.! — al voldoende voor velen om zich dit artikel van het lijf te houden. Als je in de hoek van ketters wordt gezet is er van innerlijke verwantschap immers geen sprake meer? Zo liggen de zaken echter niet. Een dergelijke uitdrukking van Van Ruler, dat de ketterijen van de ultra-orthodoxie maar kinderspel zijn vergeleken bij die van de vrijzinnigheid, is een typische van Ruleriaanse. Wie de publicaties van Van RuIer gelezen heeft herkent in een dergelijke uitdrukking het specifieke van Van Rulers uitdrukkingswijze. Hij zocht het in de tegenstellingen, in de contrasten, in de pikante of riskante gezegden. Hij speelde met woorden en begrippen. Maar in dit spel lag anderzijds zijn bittere ernst. Laten we niet denken dat zijn spel een spelletje was. Integendeel! Als Van Ruler het hier dan ook over ketterijen in de ultra-orthodoxie heeft dan bedoelt hij ook werkelijke ketterijen. Dan mogen we niet doen alsof het maar een bepaalde wijze van zeggen is, die niet al te serieus genomen behoeft te worden.

Anderzijds had Van Ruler geen behoefte om ketterijen aan te wijzen, als ze hem niet ter harte gingen, als de mensen die deze ketterijen begingen — ik neem tenminste even aan dat het ketterijen zijn die hij bedoelt hem niet lief waren. In het genoemde Wapenveldnummer schrijft Van Ruler zó over wat hij dan noemt de ultra-gereformeerden. Uit alles blijkt b.v. hoe hij het ultra-gereformeerde veel serieuzer neemt dan het vrijzinnige.

Ten aanzien van de ultra-gereformeerden zegt hij o.a.: 'Het is intussen wel wat verdrietig, zoveel kwaads te moeten zeggen van een geestelijke stroming, die men zo bemint!' Jaren geleden deed hij het tegendeel. Toen hield prof. Van Ruler op een vergadering van de Vereniging van Gereformeerde predikanten een lezing over 'Licht en schaduwzijde in de bevindelijkheid'. Daarin kwam naar zijn eigen zeggen de lichtzijde wel heel scherp naar voren. Dat trekt hij nu wat recht door de schaduwzijde naar voren te halen, maar dan tevens ook door wat hij noemt ketterijen te signaleren. Uitgaande van de gedachte dat het een vriend is die je je feilen toont, kunnen degenen die Van Ruler op het oog heeft niet anders doen dan dit artikel van hem ernstig nemen. Hij had een orgaan voor de rechterflank van de kerk. Hij merkt zelf op dat er zovelen zijn, die voor de motieven en de inhouden van de ultra-rechtsen ongehoord weinig openheid hebben. 'Ze hebben er geen zintuig voor. Ze snappen zelfs in de verste verte niet, waar het over gaat. Men zie de houding van de middenorthodoxie in de Ned. Herv. Kerk tegenover de mensen van de Geref. Bond.' Dat alles kan van Van Ruler zelf niet worden gezegd. Hij kende de orthodoxie van binnenuit, hij snapte waar het om ging. Daarom is hij er op ingegaan. De vraag kan dan evenwel nog gesteld worden of het niet onbillijk is over ketterijen te spreken, die nota bene maar kinderspel zijn vergeleken bij die van de vrijzinnigheid. Nog erger dan de vrijzinnigheid dus? Welnu over de vrijzinnigheid zegt hij dat hun lading, gemeten aan het dogma van de kerk, rijkelijk ketters is. 'Men denke aan de triniteit, aan de incarnatie, aan het offer van de verzoening, aan de opstanding, aan de sacramenten, aan de praedestinatie'. Maar uit het geheel van dit artikel wordt duidelijk dat Van Ruler de dwalingen van de vrijzinnigen daarom slechts kinderspel noemt omdat hij in feite de vrijzinnigheid minder serieus neemt dan de ultra-orthodoxie. In dit verband typeert hij de vrijzinnigheid als oppervlakkig, burgerlijk, en heeft hij het over de dwalingen van hun verstand, die hij op een ander (zeg lager) niveau ziet liggen dan de dwalingen van de orthodoxie, die hij dwalingen van de rede en van het hart noemt.

Wie zijn bedoeld?

Het wordt zo langzamerhand tijd dat we de vraag gaan stellen wie Van Ruler op het oog heeft gehad toen hij z'n artikel schreef. Ultra-orthodoxen, wie zijn dat? In het geheel van de Geref. Gezindte zullen allerlei kerken en groeperingen de neiging hebben om naar rechts te wijzen als het gaat om de benaming ultraorthodox. Niemand wil graag 'ultra' genoemd worden! Ieder kijkt dus naar nog rechtser, maar wie juist bezig is naar zijn buurman te kijken voelt zich plots toch zelf door Van Ruler betrapt. Ik wil maar zeggen, degenen die Van Ruler hier op het oog heeft zijn niet in één kerk of kerkelijke groepering te localiseren. Van RuIer mag dan wel z'n gesprekspartners onder de noemer ultra-orthodox hebben gebracht, hij bedoelt — dat blijkt wel uit verschillende voorbeelden die hij noemt — de gehele Geref. Gezindte van Oud-Gereformeerd tot. .., ja waar ligt de andere grens eigenlijk? Die andere grens is in feite bij Van Ruler zo vloeiend dat hij zo nu en dan de grenzen verwijdt tot het gehele Nederlandse gereformeerde protestantisme, waarvan hij zich in verschillende toonaarden afvraagt of dat in wezen in z'n geheel niet tot de ultra-orthodoxie behoort. Hij zegt: 'Mij dunkt, wij zullen nooit de Nederlandse volksziel volledig kunnen aanvoelen en verstaan, tenzij wij er ons bewust van zijn, hoezeer zij doortrokken is van de ultra-gereformeerde vraagstellingen'. En anderzijds is het ook alsof de auteur met zichzelf in strijd is. Hij snijdt in feite in eigen vlees. Aan het slot van z'n artikel gekomen schrijft Van Ruler 'Als ik in het bovenstaande de ultra-gereformeerden in het vlees gesneden heb, dan heb ik tegelijkertijd in het eigen vlees gesneden'. Hoe zou het anders kunnen bij iemand wie van huis uit de vragen van de bevinding etc. centraal stonden!

Intussen maakt de vaagheid van de adressering van dit artikel de beoordeling in een bepaald opzicht moeilijk. Wat Van Ruler hier zegt aan het adres van de Geref. Gezindte kan in al z'n facetten bezwaarlijk van inderdaad die hele gezindte gezegd worden.

Hier ligt toch wel een zwak, maar dan ook tevens een gevaarlijk punt van dit artikel. De kans is niet denkbeeldig dat allerlei lieden, die zelf geen orgaan hebben voor allerlei noties, die in de Geref. Gezindte de kern van het geloof raken, met dit artikel aan de haal zullen gaan om klappen uit te delen naar de kant van de Gereformeerde Gezindte, waarvan men altijd al geweten heeft dat het daar nogal ketters toeging, terwijl men zelf meent buiten schot te blijven. In die zin ben ik de laatste tijd al tegen verschillende reacties opgelopen. Daarom zal dit artikel ongetwijfeld bij sommigen een verkeerde uitwerking hebben. Maar ook dat mag nog geen reden zijn om dus zelf maar aan de inhoud van dit artikel voorbij te gaan. Je kan een dergelijk artikel aangrijpen om rechtsomkeert te maken, d.w.z. om je van de Geref. Gezindte af te wenden. Je kan ook uit nauwe verbondenheid met de Geref. Gezindte, zelfs met wat je dan echt noemt het ultra-gereformeerde, een dergelijk artikel verwerken. Maar dan wordt het nu ook tijd dat de eigenlijke inhoud van het artikel van Van RuIer aan de orde komt. Dan zullen we kunnen concluderen of het inderdaad ketterijen zijn waarover Van Ruler het heeft. Gesteld dat dit niet zo is, dan keert de punt van het mes (het chirurgische mes wel te verstaan) zich naar de visie van de schrijver zelf. Dan zouden zijn signaleringen van de ketterijen wel eens zèlf ketterijen kunnen zijn. De waarheid gaat immers altijd over het scherp van de snede! In het volgende artikel wil ik daarom de inhoud van het artikel van Van Ruler in grote lijnen weergeven. In een laatste artikel hoop ik dan enkele algemene opmerkingen ter beoordeling van het artikel te maken, waarna de totaalinhoud gedetailleerder aan de orde zal worden gesteld door anderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een geestelijk testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's