De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In gesprek met het gezin

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In gesprek met het gezin

7 minuten leestijd

De samenkomst der gemeente

Het wordt steeds meer gewoonte om de zondag bij het weekeinde in te lijven. Velen vinden dat vanzelfsprekend, anderen doen het stilzwijgend. Prettig 'weekend' zeggen de mensen tegen elkaar; zondag is er niet meer bij. Alsof de zondag niet de eerste dag van de week is! Zodra wij hem als een onderdeel van het vrije weekeinde gaan beschouwen, valt het moeilijk hem daaruit ter elfder ure nog los te maken. Zodoende raakt de samenkomst van de gemeente in het gedrang en daartoe is de dag van ouds gegeven.

Gegeven! Het is eigenlijk erg, dat wij een pleidooi voor de rustdag, de dag des Heren voeren. Want dat is even wat: de Here legt beslag op een dag, op de eerste dag, om die te zegenen. En wij leven nog in een land, waar het voor verreweg de meesten mogelijk is, die dag vrij te houden voor de dienst des Heren. Zouden we niet eens beginnen met een hartelijk: Dank u wel. Here. Vanuit de dankbaarheid wordt het moeten een mogen. Het schort vaak aan die dankbaarheid, aan het herkennen en erkennen van de goedheid Gods, die aan de dag reuk en smaak geeft. Wanneer we zo over de zondag met elkaar spreken, ook in het gezin, dan is er veel gewonnen. Dan luidt de klok om ons te nodigen: Komt allen tot Mijl

In de samenkomst van de gemeente wordt het gezin verwacht. Het gezin behoort immers tot de gemeente, dat wordt die dag duidelijk. Wij maken' ons gereed, en nemen daar de tijd voor. Het late opstaan is een beletsel voor het blijde opgaan. We trekken de deur achter ons dicht, wie mee kan, gaat mee. Ook onze kinderen. Laten ze er maar schik in hebben. De stammen trokken oudtijds op naar de tempel, daar zie ik iets van als de gezinnen kerkwaarts tijgen. Het is een vreugde, om de ouders met hun kinderen te zien gaan. Desnoods de oudere kinderen — zij vonden zo veel ineens 'gek' — in een los verband. Als ze maar meegaan! 'k Verzwijg nu maar de moeite die menig ouder zich moet getroosten om hen mee te krijgen. Laten we eikaars kerkgang toch niet van de vreugde beroven, gun het je ouders, gun het je zelf. Uitgaan, goed voor u. Opgaan, goed voor u.

Zo waar, de deur van de kerk is open. Daar zorgt de koster voor. Maar het is een teken van Gods bereidwilligheid om ons te ontvangen. We komen niet voor een dichte deur. Die open deur is al een preek! Wij vinden een plaats, waar de gemeente samenkomt. Wij zijn gelukkig niet de enigen, ook de eenzamen worden vandaag in een huisgezin gezet. Over gezin en gemeente valt heel wat te zeggen. Wat nu tot ons mag doordringen is: wij beleven de samenhang in het samenzijn. Dat is veel waard. De gemeente hangt vaak als los zand aan elkaar. De gemeente, als gebeds-en geloofsgemeenschap, heeft de onderlinge bijeenkomst hard nodig! Wij worden door dat 'onderling' bemoedigd, zeker in deze tijd.

Kleine kinderen moeten naast hun ouders kunnen zitten, vandaar het pleit voor vrije plaatsen. Dan kan men ze al gauw meenemen. Soms veroorzaken ze een geringe last, maar het is een lieve lust ze te zien zitten, ze bij zich te hebben, daarom moeten we die last op de koop toe nemen. Uiteraard is het ene kind het andere niet; de een kan eerder mee, dan de ander. Maar, zo mogelijk, meenemen. Samenkomen.

Waarom zouden de grotere kinderen niet meer bij hun ouders zitten? Nu goed, als ze er maar zijn. En waar zitten ze dan? Achter in de kerk; of op de gaanderij. Een gaanderij is eigenlijk een onding. Achter in de kerk, is ook niet aan te bevelen. De jeugd maakt er al gauw een 'onder onsje' van en dat is heel wat anders dan met de gemeente samenkomen. Het bevordert de aandacht niet, integendeel. Laten onze jongens en meisjes dat eens nuchter overwegen. Veel volwassenen hebben een wat beschamende herinnering aan de kerkgang in hun jeugd, omdat ze het luisteren toen niet leerden.

Komen wij samen, dan doen we mee. Meebidden bijvoorbeeld. Wat verdrietig, als daarbij de eerbied ontbreekt! En meezingen. Het valt mij op, dat veel jongeren de moeite niet meer nemen om mee te zingen. Waarom toch? De gemeente kan hen niet missen. Er wordt geklaagd, dat de gemeente in de kerkdienst zo weinig aan bod komt. Hier komen we allemaal aan bod. Valse schaamte? Inderdaad, ten onrechte.

In de samenkomst van de gemeente wordt het Woord des Heren bediend. Nu is die gemeente nogal samengesteld. Ouderen en jongeren, zij moeten allen hun deel krijgen! De predikant ziet die gemeente voor zich, en hij denkt: Hoe kan dat? Daarom bidden wij, omdat het menselijk onmogelijk mag heten. Maar laat ieder er van overtuigd zijn: God richt het woord tot hem en tot haar. Dat vraagt van ons: aandacht. Hij richt het woord tot ons. Laten wij de jeugd niet vergeten. Als ze er bij horen, dan zijn zij bedoeld in de orediking. Dat moet hun duidelijk worden, anders deugt er iets niet.

De preek mag niet oppervlakkig, maar moet wel eenvoudig zijn. Zo, dat ouders en kinderen er wat van kunnen verstaan. Een hele opgave! De hoorders helpen daarbij, door te luisteren. Ze vragen dan, als het ware, om een woord voor hen. Ze krijgen het, dat is de verrassing van de dienst. Maak ik het niet te mooi? Toch niet. Luisteren is meedoen, meedoen met hem die spreekt. Het spreken wordt mede door het luisteren bepaald. Een jeugd, die de ogen gericht houdt en de oren, is een jeugd, die iets verwacht. Pas op, dat ze niet teleurgesteld worden. Volsta niet met een waarschuwing, een handreiking hebben ze nodig. Maak hen niet zwart.

schakel hen niet uit. Betrek hen erbij, laat hen merken, dat u weet in wat voor een wereld ze leven, en wat voor twijfel en zelfs wrevel ze kunnen koesteren.

Als de gemeente samenkomt, dan zijn er ook ongenode gasten, geesten, zou ik zeggen. Hoe vaak kruipt de herhaling, op de preekstoel. Die herhaling maakt zo moe. Een woordenvloed, teksten en termen, die het woord van zijn kracht beroven. Veel dominees houden de kerk te lang aan. Ze hebben niet veel te zeggen, daarom zeggen ze het nog eens en nog eens. Ze rekken de preek totdat de tijd verstreken is. Dat is schadelijk voor de gemeente, zeker voor de jeugd.

Hoe vaak sluipt de verveling door de paden. Herhaling en verveling zijn twee verklaarde vijanden van de bediening van het Woord! Wij moeten ons tegen hen wapenen, dienaar en gemeente, jong en oud. Het is niet zo erg, dat ge alles niet begrijpt. Wij moesten er allemaal in groeien, in het verstaan van wat er verkondigd wordt. Geef het Woord een eerlijke kans. Stel je niet negatief op, maar positief. Doe in ieder geval mee. Wees er bij, als je er bent. En laat iedere predikant zich rekenschap geven van het voorrecht en de verantwoordelijkheid, om jonge mensen de weg te mogen wijzen. Dat zal de preek, dat zal de dienst ten goede komen.

Het gezin kan niet zonder de gemeente en omgekeerd. Daarom: laat de onderlinge bijeenkomst niet na. Wij mogen samen op adem komen, we kunnen samen de week weer in en het werk weer aan. Ik weet, dat er om de kerkgang heel wat speelt, en dat het er in menig gezin om spant. Mag ik het toch maar vereenvoudigen tot een: hartelijk welkom, van Gods wege. Ik verblijd mij in hen die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des Heren gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In gesprek met het gezin

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's