Spurgeon’s ’Pastorale adviezen’
VI
Spurgeon waarschuwt ook: Doe geen tekst geweld aan door ontoelaatbare vergeestelijking. Wat niet wegneemt, dat men niet bang moet zijn 'binnen zekere grenzen' een geestelijke verklaring van de tekst te mogen geven. Het geoorloofde, te ver doorgedreven, wekt rechtmatige tegenzin. En de gemeente hoort soms scherp. Daar is b.v. het Boek der Spreuken, dat aan zgn. 'geestelijke uitleggers' (alias: inleggers) een geliefkoosd jachtterrein verschaft. Spurgeon geeft daarvan vermakelijke voorbeelden. Of wat te zeggen van een dominee, van wie Rowland Hill ons in zijnx'Dorpsgesprekken' verhaalt, dat hij preekte over de droom van Farao's bakker: 'Zie, er waren op mijn' hoofd drie korven met gebak'. En deze sukkel ontleende daaraan notabene een preek over de Drieëenheid. Het is bijna niet te geloven, maar er worden vreemde bokkesprongen gemaakt op het terrein van inlegkundige diepzinnigheid, welke door weinig ontwikkelde mensen soms ook nog hemelhoog verheven worden.
Of wat te zeggen van een preek, gehouden door W. Huntington over Jesaja 11:8 'En een zoogkind zal zich vermaken bij het hol van een adder', waarbij het 'zoogkind', dus de zuigeling een 'baby in de genade' wordt, en de adder 'een Arminiaan' (= Rernonstrant) en het 'hol van de adder' de mond van zulk een 'Remonstrant'. Welk een onzin! Welk een belediging voor het normale verstand van de hoorders! Of, erger nog, dezelfde verklaarde het zevende gebod zó, dat de Heere daarin sprak tot Zijn Zoon en zeide: Gij zult niet begeren des duivels vrouw, d.i. de niet-uitverkorenen'. Het is kras.
En als men geestelijk verklaart in een gezonde zin, dan moet de nauwkeurig verklaarde feitelijke tekst toch altijd de eerste plaats behouden. Intussen is er een gebied, waarop de vergeestelijkte toepassing geoorloofd is. Denk b.v. aan de oudtestamentische 'typen'. Gods Woord geeft ze zelf aan, want de symbolen en vergelijkingen zijn van God Zelf afkomstig. En^ dan de ontelbare gelijkenissen en de dichterlijke beelden van de Schrift! Ook de historische boeken der Schrift geven veel stof tot een geoorloofde en noodzakelijke 'geestelijke' toepassing, al moet men zich hoeden voor mysticisme met alle bedenkelijke gevolgen daarvan in de gemeente.
Ook zijn naast de gelijkenissen de wonderen van de Heere Jezus een rijke bron voor toepassing op hart en leven. Spurgeon geeft nu een voorbeeld, hoe gepredikt kan worden over de genezing van de doofstomme in Markus 7. Bij alle eerbied voor Spurgeon moet ons van het hart, dat de negen onderdelen van zijn allegorische interpretatie ons maar matig bekoren. Spurgeon kent evenwel het gevaar van de uit haar kracht gegroeide vergeestelijking. Wat te zeggen van een doctor in de theologie (dr. Gill), die in zijn verklaring van de gelijkenis van de verloren zoon durfde vertellen aan zijn gemeente, dat het 'gemeste kalf' de Heere Jezus was. Dat is toch, om te huiveren voor zulk een 'waarheid achter de waarheid'. En het beest, waarop de barmhartige Samaritaan de door rovers overvallen reiziger zette, was al evenzeer de Hee re Jezus, en de twee schellingen, die de waard ontving, waren het Oude en het Nieuwe Testament. Maar uitzonderingen bevestigen de regel. John Bunyan bijvoorbeeld, een man van zeldzaam dichterlijke begaafdheid, alhoewel volgens onze mening ook bij hem af en toe de grens weleens overschreden wordt. Spurgeon verheft bijzonderlijk Bunyan's 'Tempel van Salomo'. Hij noemt hem 'de voorman en het hoofd van alle allegoristen', maar vindt wel, dat wij hem niet overal moeten volgen in de diepten van een vaak gezochte typische en symbolische verkla-• ring.
En dan volgt er een beschouwing over de stem van de prediker. De meest melodieuze stem is waardeloos, als ze niets te zeggen heeft, is Spurgeon's uitspraak. Plutarchus zegt van iemand; 'Vox et praeterea nihil', een stem en anders niet!
Stellig is een goede voordracht zeer belangrijk. Een goede stem kan veel bijdragen tot het doel, dat men bereiken wil. Saaiheid en eentonigheid zijn een anti-reclame ook voor de meest inhoudrijke prediking. Spurgeon fulmineert tegen de gemaakte preektoon van meer dan één spreker. Ja, hij gaat zo ver, dat hij slechts één op de twaalf acht te spreken als een man. Men houdt er een aparte toon voor de zondag op na, en hij vindt niet ten onrechte, dat iemand op het moment, dat hij natuur en waarheid loslaat, het recht verbeurt, zowel dat men hem zal geloven, als wel, dat men naar hem zal luisteren. Overigens, zegt hij, wordt zulk een manier van spreken alleen in de kerk geduld: Ergens anders, b.v. in een rechtzaal of in een raadzaak zou ze niet verdragen worden. En iemand, die geen natuurlijke uitspraak heeft, moest men feitelijk niet tot de kansel toelaten, omdat juist van die plaats al het onechte moet verbannen blijven.
Wesley sprak eens: 'Pas op voor alles wat lelijk of gemaakt is in uw houding, zinsbouw of uitspraak'. Wie kan daarmee zijn voordeel niet doen?
Persoonlijke eigenaardigheden of een platvloers, provinciaal dialect kan men corrigeren door les te nemen bij een spraakleraar. En al heeft niet iedereen een mooie stem, het belangrijkste is, dat men duidelijk wordt gehoord. Een duidelijke stem is meer waard dan een groot geluid. En waar het vroeger voorkwam, dat een candidaat of predikant, die overigens een goede preek had gehouden, het beroep niet kreeg, omdat de hoorcommissie 's mans stem niet sterk genoeg achtten voor het kerkgebouw, thans is de microfoon op praktisch alle kansels aangebracht en genoemd bezwaar goeddeels vervallen, waar de moderne techniek te hulp gekomen is.
Afwisseling in de kracht en de toonhoogte van de stem zijn dringend vereist. Geen eentonig gegalm, geen zalvende of temende toon, maar in alles zij men zichzelf!
Het doet verfrissend aan, om de uitvoerige en vaak geestige, maar altijd leerzame notities te lezen, die Spurgeon hier ten beste geeft. En dan kan hij zo nuchter zijn. Dan geeft hij goede raad voor de keel en voor een goed gebit!
En dan: Hoe winnen en behouden wij de aandacht van de hoorders? Er zijn pre dikheren, die zich weinig om dit probleem schijnen te bekommeren. Maar Spurgeon, die deze vraag stelt, poneert, dat men zelfs de kleinen niet mag verwaarlozen. Kunt u voor de kleinen niet eens een verhaaltje of een boeiende vergelijking inlassen? Als iemand zit te draaien, fluistert of op zijn horloge kijkt, zegt hij ootmoedig, dan is dat mijn schuld.
Velen hebben geen belangstelling voor het onderwerp dat aan de orde is. Zij hebben hun zorgen meegebracht, de zorgen van de harde arbeidsweek, de zorg om een zieke vrouw of om zwakke kinderen. Wij hebben al die zorgen op de Heere te werpen. Accoord. Maar kunt u altijd gemakkelijk al uw zorgen loslaten? Des te groter is de eis, aan de prediker te stellen, om de mensen, indien enigszins mogelijk, door het gepredikte Woord aan al hun beslommeringen te ontrukken. En dan moet er in het gebouw ook goede ventilatie zijn, merkt hij op. Dat is Spurgeon ten voeten uit!
Zeg altijd wat de moeite waard is, om er naar te luisteren en geef uw mensen iets mee, manna, vers uit de hemel, niet steeds weer dezelfde afgezaagde bewoordingen. En spreek vooral bevattelijk. Paradoxaal zegt hij: 'Verheft u tot het niveau van een eenvoudig en daal af tot het begrip van een ontwikkeld mens'. Wij herinneren ons het woord van P. A. de Genestet: Gij, prediker, daar hoog in de lucht, Hebt gij niet een woordje voor mij?
Nog iets: Spurgeon raadt zijn studenten niet aan, hun preken voor te lezen. Een heel enkele heeft dit weleens eminent gedaan en hij noemt dan de bekende dr. Chalmers, die geen aandachtiger gehoor had kunnen hebben, als hij zijn preken gememoriseerd of voor de vuist uitgesproken had. Wij voor ons herinneren ons dr. A. W. Bronsveld, predikant te Utrecht, redacteur van de 'Stemmen voor Waarheid en Vrede', die al zijn preken feitelijk voorlas, terwijl de gemeente er nooit iets van merkte. Maar als iemand dan leest, mag hij het wel bijna volmaakt doen!
Spurgeon, waarschuwende tegen improviseren, bedoelt daarmede het preken voor de vuist zonder voorafgaande bestudering van de tekst. Hij acht het de beste methode, dat men de stof zo meester is en tot zijn eigendom gemaakt heeft, dat men de woorden daarover op de kansel aan het moment zelf overlaat. Wij voor ons menen, dat er verscheidenheid van gave bestaat. Het komt ook wel op vrijmoedigheid aan.
En altijd moet de stem afwisseling van toon kennen. Natuurlijk is de inhoud beslissend. Mozes was 'zwaar van tong', maar had hij de aandacht niet? Mogelijk had ook de apostel Paulus zelfs een of ander spraakgebrek, al staat dat niet vast. Hetgeen niet wegneemt: Van de voordracht hangt weliswaar niet alles af, maar de goddelijke waarheid heeft er recht op, in een gouden koets voor te komen. We hebben ons best te doen. En een zangerige toon brengt ons gehoor in slaap.
De inleiding tot de preek moet pakkend zijn. En dan hebben wij ook het te lang preken te vermijden, dat altijd weer in herhalingen vervalt, al zijn er gemeenten helaas, die de lengte van de dienst, bv. twee uur lang, een criterium van zware prediking achten. Hier denken wij aan Luther's raad:
'Treed fris op! Doe uw mond open! En houd tijdig op!'
Wat Spurgeon betreft, hij zegt te hebben ervaren, dat men in zijn preek de drie kwartier niet mag overschrijden; Wij
moeten deernis hebben met de gemeente. Als iemand in drie kwartier van een uur niet kan zeggen, wat hij te zeggen heeft, heeft hij weinig studie van zijn onderwerp gemaakt. De raad en de berisping zijn ter zake dienende. Wij menen, dat er tegen deze goede raad vroeger vooral nogal eens gezondigd werd. Zou een dienst van totaal 1 Vi uur niet het uiterste maximum moeten zijn? Iets korter mag ook! Mij valt het woord van een vaderlandse dichter, ook een dominee, in:
Wordt eikenschors bij 't pond gewogen, men weegt kaneel bij 't lood!
Schriftverklaring en toepassing daarvan, voorwerpelijk-onderwerpelijk, uitstekend! Een enkele maal ter illustratie een welgekozen beeld, een klein verhaal, een vergelijking uit de geschiedenis, goed, maar niet een preek, die een aaneenrijging van voor het merendeel soms al eerder gehoorde verhaaltjes bestaat!
Maar dan ook: De mens moeten te voelen krijgen, dat zij belang hebben bij hetgeen tot hen gezegd wordt. Spurgeon zegt, dat hij nog nooit gehoord heeft, dat iemand in slaap Icwam te vallen, terwijl er een testament werd voorgelezen, waarvan hij een legaat verwachtte. In een prediking op de man af, actueel in de beste zin des woords, gericht op hart en geweten, zal de aandacht niet spoedig verslappen.
Als de Geest des Heeren werkzaam is, nadat wij daar ernstig om gevraagd hebben, kunnen wij van de aandacht der gemeente ons wel verzekerd houden.. Want dan is het God Zelf, die spreekt, zij het ook door een arm en zwak schepsel, omdat een vurige kool van het altaar zijn lippen aangeraakt heeft. En niet door kracht, noch door geweld, maar door Zijn Geest worden mensen wedergeboren ten eeuwigen leven.
Ik moge voor ditmaal besluiten met een woord, dat ik eens las bij dr. Andrew Bone in zijn voortreffelijk dagboek: 'Wij beleven nu een tijd, waarin het gebed nog meer dan het preken vereist is, tenminste zo voel ik het. En volharden in het gebed, dag aan dag worstelend en pleitend, is moeilijker voor het vlees dan het uitspreken van een preek'. Waarvan akte! Maar Luther wist het ook al.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's