Spurgeon’s ’Pastorale adviezen’ VII
Spurgeon raadt het z.gn.. improviserend preken ten sterkste af. , Het zgn. 'preken uit de Geest', dat men in Doperse en Spiritualistische kringen drijft, vindt bij een nuchter, gereformeerd man als Spurgeon toch eigenlijk was, geen applaus. Want hij vindt terecht, dat de gemeente recht heeft op degelijk voedsel. Met oratorie wordt de gemeente niet gebouwd. De prediker heeft zich met het Woord te voeden en alleen in zulk een voorbereiding zal hij ook het rechte Schriftuurlijke voedsel voor zijn gemeente hebben.
Natuurlijk betekent dit niet, dat iemand, plotseling en door geheel onvoorziene omstandigheden er vóórgezet, niet op vrucht en zegen zou mogen vertrouwen. Ieder predikant is het weleens overkomen, dat hij opeens gevraagd werd, in te vallen b.v. voor een plotseling ziek geworden ambtgenoot of op andere wijze nog: Bij onvoorziene ontstentenis van zeker predikant, onder wiens gehoor hij zich op een zondag in zijn vacantie rustig had willen neerzetten. Maar al klopt het hart dan aanvankelijk even sneller, wie op zijn Zender vertrouwt, zal ook dus niet beschaamd uitkomen, zowel bij de onverwachte keuze van een tekst als ook bij het uitspreken van de 'onvoorbereide' preek.
Spurgeon wil ook, dat men bij zijn voorbereiding zijn preek zal uitschrijven. Ook al, om voor een slordige woordkeuze bewaard te blijven. Men moet de taal beheersen, om de na ijverig onderzoek verkregen schatten als gouden appelen op zilveren schalen te presenteren.
Hij raadt aan, desnoods met punten, om de lijn vast te houden, maar ook niet verder, de stof zo in zijn macht te hebben, dat de woorden als vanzelf gevonden worden bij het uitspreken. Ook het memoriseren van de letterlijk opgeschreven preek vindt bij hem geen goed onthaal. Maar er moet wel echt gestudeerd worden!
O.i. is het moeilijk, hier een vast patroon te geven. Er is ook in de voordracht verscheidenheid van gave. Niet allen zijn een van Oosterzee met een feilloos geheugen: Spurgeon is veeleisend en schetst de ideale verhoudingen. Maar hij weet ook, dat het tenslotte op de inhoud aankomt, al is de vorm van veel gewicht. En hij zegt: 'Dring door tot de kern van de geestelijke waarheden en leer ze bij ervaring kennen. En wilt u vloeiend, d.w.z. overvloeiend spreken, wees dan vervuld met alle kennis en in het bijzonder met de kennis van Christus Jezus, onze Heere'. Kennis van vreemde talen, b.v. het Latijn, is volgens Spurgeon een uitnemend hulpmiddel, om zijn gedachten te ordenen en te toetsen. Hij raadt ook aan, om hardop te spreken en te lezen in de binnenkamer. Oefening baart kunst! Wij moeten zielen zien te winnen voor Christus. En daarom: Weest bang, om bang te zijn! Vooral in onverwachte complicaties mag er een onbegrensd vertrouwen op de hulp des Geestes zijn.
Nu zal ieder dienaar van Christus zijn moedeloze ogenblikken hebben. Luther vertelt ons van zulke tijden in zijn leven, dat hij aan de grenzen der vertwijfeling gekomen was. Wij zijn tenslotte ook maar mensen. En het kan nodig voor een man zijn, om in moeilijkheden te verkeren. Des te beter zullen we ons dan verplaatsen in de aanvechtingen en noden van anderen. Want wij hebben 'een schat in aarden vaten'.
Lichamelijk lijden kan de geest drukken en soms leiden tot onevenwichtigheid en melancholie. En toch, de kracht van Christus wordt vaak op wonderbare wijze in onze zwakheid volbracht. Ik denk aan een Blaise Pascal, aan Johannes Calvijn, grote geesten, dagelijks gekweld door vaak ondraaglijke hoofdpijn, en zij waren uitverkoren instrumenten.
Overigens brengt ons werk met zich mede, dat wij soms teleurgesteld worden.
Vaak schijnt al onze ijver vergeefs en komen wij dicht bij Elia's vertwijfeling. En zelfs een Johannes de Doper heeft zijn aanval van zwakheid gehad. Een predikant kan soms zo eenzaam zijn. Deze moedeloosheid overwinne hij door omgang met verwante zielen en met zijn ambtgenoten.
Typisch nuchter — echt Spurgeon telkens weer! — is zijn protest tegen de zittende leefwijze van velen, die ook neerslachtig maakt. Misschien is zulk een berisping in deze eeuw van sport minder opportuun. Ons zijn gereformeerde bondspredikanten bekend, die tenniskampioen kunnen worden of reeds geworden zijn. Of die over het meer van Geneve zwemmen. Alhoewel de auto een gevaar betekent. Een fikse wandeling of fietstocht is sterk aan te bevelen voor een mens, die vaak lang op zijn studeerkamer moet vertoeven.
Een mens is vaak het meest ontmoedigd, nadat de arbeid grote zegen heeft gebracht. Actie en reactie! Het klassieke voorbeeld is Elia onder de jeneverboom. Maar ook Jakob hinkt na de Godsopenbaring van Pniël. En Paulus klaagt na zijn mystieke vervoering over de doorn in het vlees. En toch: De weg naar Kanaan voert door de wildernis in de oefening des geloofs.
Een predikant heeft ook, vooral na de zware zondagsarbeid, zijn rustdag nodig. Anders komt er onherroepelijk een instorting of een geleidelijke overspanning. Vóórkomen is beter dan genezen. Het 'Rust een weinig' is een Heilandswoord. En rusttijd is geen verloren tijd. Lastdieren moeten telkens weer de weide in.
Soms werpt een verpletterende slag de dienaar diep ter neer. Spurgeon ondervond dit aan den lijve in het voor hem zo rampvolle jaar 1856, toen hij voor het eerst in de Surrey Music Hall preekte en een paar booswichten plotseling riepen: Brand! Onder de duizenden, die daar waren, ontstond onmiddellijk een paniek en zulk een ontzettend gedrang, dat 7 personen er door stierven en 28 gewond werden. En dit ongeval was er oorzaak van, dat Spurgeon lange tijd aan een zenuwinzinking ten prooi zijnde, niet kon preken. Hij verklaart zelf, dat hij uit deze sombere zieletoestand werd verlost, toen hij, eens wandelend in de tuin van het huis, waar hij herstel zoekt, zich de woorden herinnerde uit de Handelingen: 'Welken Hij (nl. Christus) tot een Vorst en Zaligmaker heeft verhoogd'.
De Heere wil het Zijn volk leren: 'Niet door kracht, noch door geveld, maar door Mijn Geest zal het geschieden'. En wie een rustig leventje zoekt, moet per definitie geen predikant worden. Teleurstellingen zijn er vele. Nu eens een Achitofel, dan weer een Demas, die ons verlaat. Het lere ons, geen vlees tot onze arm te stellen. De eigen discipelen des Heeren lieten Hem in de steek. Verwonderen wij ons dan ook niet, als die ons aanhingen, zich tot andere leraars begeven. En al zien wij weinig resultaten, het Woord keert niet ledig tot God weder. Wij zijn niet belangrijk, het Wóórd!
Ik den hier aan menige ontroerende bladzijde uit het dagboek van Andrew Bonar — ieder predikant moest het gelezen hebben!— als hij b.v. op 11 sept. 1890 schrijft: 'Ik zie duidelijk, dat mijn Heere bezig is mij te leren, om te 'roemen in mijn verdrukkingen of zwakheden' en gewillig te worden, om van het toneel te verdwijnen. Mijn stem doet het niet meer; sommigen van mijn volk, vooral de jongeren, gaan ergens anders heen; mijn catechisanten-aantal slinkt. Hier en daar pijnlijke gevallen van ondankbaarheid, en alles zegt mij: 'Hij moet wassen, ik moet minder worden'. En toch heb ik enkele zeldzame zegeningen ondervonden de laatste dagen, die opwegen tegen veel ontmoediging'.
Daarom: Laat geen verwarring in de ziel ons afschrikken. Bouw nooit op gemoedsgestalten en allerlei gevoelens. 'Eén gram geloof is meer waard dan een ton opwinderd gevoel'. En vertrouw niet op mensenhulp: 'Vest op prinsen geen betrouwen'. Verwacht ook geen dankbaarheid want dat is er niet in de wereld. Trouwens, daar moet het ook niet om begonnen zijn. En als het anders is, staan wij onszelf en ons werk, ja God Zelf in de weg. En dan zegt Spurgeon: 'Wees ermee tevreden om niets te zijn, want dat zijt ge'.
Inderdaad, maar deze les hebben wij levenslang te leren. Voor het vlees een moeilijke zaak. Het moet hoe langer hoe meer worden: 'Niet ik, maar Hij!' En op de plaats, waar wij staan, hebben wij dat a, an Gods gemeente vóór te leven. Dat is een zaak van genade, waardoor Christus gestalte in ons verkrijgen wil.
Zo voedt Spurgeon zijn studenten op. Zou men de laatsten niet mogen benijden om zulk een leermeester? Het is een sublieme voorbereiding tot het ambt in de 'praktijk der godzaligheid', om het ouderwets te zeggen.
Het achter elkaar behandelen van een heel bijbelboek in de zondagse prediking wordt door Spurgeon afgeraden. Hij kende een collega, die jaren achtereen alleen maar uit de Hebreeënbrief predikte. Zijn gehoor verliep geleidelijk.
Ongetwijfeld hebben sommige godgeleerden hele serie's belangrijke leerredenen gehouden over lang te voren aangegeven stof. Hier zouden grote namen te noemen zijn. 'Maar hij acht zichzelf niet zo voortreffelijk en waarschuwt, om toch maar voorzichtig te zijn. En de zgn. 'tijdloze' preken keurt hij terecht af. 'Tijdpreken' dan? Soms wel, ja! Hoewel de golfslag der grote gebeurtenissen van onze eeuw, als het goed is, in onze Evangelieverkondiging zeker moet doorklinken, want de dag des Heeren nadert!
Wat ons betreft, wij geloven, dat een doorlopende verklaring, b.v. de 'brieven aan de Thessalonicenzen' zich beter leent voor een bijbellezing gedurende de wintermaanden. Of als een onderwerp voor een mannenvereniging. Er valt dan veel te leren en de leergierigen komen dan ook wel.
Maar des zondags mag in het noemen van de tekst, die wij gaan behandelen, toch ook een verrassingselement blijven. Daarin ligt iets boeiends. En behoudens uitzonderingen dacht het ons altijd goed, de tekst van de zgn. 'vrije' stof niet voor af bekend te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's