De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De doop met de Heilige Geest en de Pinkstergroepen III

Bekijk het origineel

De doop met de Heilige Geest en de Pinkstergroepen III

11 minuten leestijd

We zullen er goed aan doen stevig vast te houden aan de 'Woord-bediening' die ligt in de wonderen en tekenen die er in de jonge gemeente plaats grepen. Als we de Geestesgaven gaan zien als reeds een inlossen van de gegeven beloften, maken we de Geest los van het Woord. De tekenen zijn ook hier zichtbare prediking. In de Pinkstergroepen zijn de gaven en tekenen veel te veel (eind)doel; we moeten ze veel meer zien als woordbediening, middelen dus.

God heeft in Zijn Woord vele dingen beloofd. In Zijn eeuwig Koninkrijk hiernamaals zal elke dood volkomen en eeuwig overwonnen zijn; daar zal geen ziekte, gebrek of zwakheid ooit binnen komen; daar zal een volmaakte gemeenschap van alle heiligen onder elkaar wezen; daar zullen alle heiligen allerlei over en weer mogen uitwisselen doordat er communicatie zijn zal door misschien gesproken woorden; daar zal echter nimmermeer de éne mens de ander van de zalige gemeenschap met God af kunnen trekken door de ander zozeer aan zich te binden dat men er meer op uit zal zijn elkander te behagen dan dat men de Here behaagt (ICor. 7:32, 33).

Wat zijn dat allemaal geweldige dingen; wat kan het geloof soms een moeite en aanvechting hebben om al die beloften Gods vast te houden, vooral als men in dit leven rondom zich kijkt en vooral als men op zichzelf ziet.

Aan wat al beproevingen wordt het geloof op deze punten blootgesteld.

Maar nu wil de Here dit wankele geloof, als het dreigt te bezwijken, te hulp komen, ondersteunen en versterken opdat we door twijfelmoedigheid Gods beloften niet zouden loslaten en verliezen.

En dat versterken doet de Here nu door deze tekenen; net als bij de sacramenten. Als de gelovige zou gaan denken dat dit of dat toch wel onmogelijk is, ook al heeft God het dan beloofd, dan geeft Hij Zijn tekenen die handwijzers, onderpanden, vóórseinen zijn van dat wat de Here straks, naar Zijn belofte, vervullen en waar maken zal. Om de vrees weg te nemen dat iets voor de Here onmogelijk en te wonderlijk zou zijn, onderstreept en bevestigt Hij Zijn beloften door hier al een enkele maal een dode op te wekken; zieken te genezen; hier de gemeente in gemeenschap van goederen te doen leven, zodat ze met vreugde en blijdschap al hun bezittingen aan de gemeenschap afstaan; hier geeft Hij soms de gave van de tongentaal om te bevestigen dat er straks in de hemel ook op deze wijze communicatie en gemeenschap onder elkander zijn zal. God geeft hier aan sommigen de gave der onthouding om te bevestigen dat door Zijn almacht straks nooit iemand van God afgetrokken zal worden door de hartstocht om een ander schepsel te behagen.

Dit alles is prediking die het geloof aanspreekt, ondersteunt en vooruitwijst naar de zalige toekomst die er straks zijn zal, dwars door alle onmogelijkheden heen. Maar het is niet het vervullen van de belofte, waardoor men de belofte en het geloven achter zich laat om alvast in te treden in het bezitten en aanschouwen. In dit alles is Christus bezig brieven te schrijven aan de gemeente en die gemeen­ te moet dan horen wat de Geest tot de gemeenten zegt.

                                                                                                            .....

Tot nu toe stonden we stil bij de éne eenzijdigheid die we in de Pinkstergroepen meenden te moeten signaleren. Zij leggen (bijna) uitsluitend de nadruk op de enkeling, als het gaat over het werk van de H. Geest.

Nogmaals wijzen we er op, dat dit element van het persoonlijke voluit bijbels is. We kunnen en mogen dat volstrekt niet missen. De H. Geest wil in ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen. Ons lichaam heeft te zijn een tempel waar de H. Geest in woont (1 Cor. 6:19).

Ons bezwaar tegen de Pinkstergroepen is, dat dit accent zo eenzijdig gelegd wordt, dat daarnaast de gemeente uit het gezichtsveld verdwijnt.

We zijn nu toegekomen aan de tegenovergestelde eenzijdigheid die we, zoals we aan het begin reeds zeiden, signaleren in de roomse kerk. Daar valt dus alle nadruk op de gemeenschap, de kerk, en het persoonlijke komt er zo goed als niet meer aan zijn trekken.

Het deelhebben aan de H. Geest van de enkeling gaat praktisch automatisch; de sacramenten werken ex opere operato, mèt dat men deelneemt aan het sacrament wordt daardoor de H. Geest, de genade, in de mens ingegoten. Men ontvangt de H. Geest zonder dat men er zelf iets van merkt. Het behoren tot de kerk en het deelhebben aan haar ambtelijke handelingen betekent het deelhebben aan de H. Geest. Het is alles dood, koud en voorwerpelijk.

Om te beginnen moeten we zeggen dat de nadruk, die de Pinkstergroepen leggen op het persoonlijke en bevindelijke element in de geloofsbeleving, tegenover de zienswijze van de roomse kerk, ons uit het hart gegrepen is.

Ook weten we dat de Reformatie, in zijn strijd tegen Rome, weer sterk de nadruk gelegd heeft op de persoonlijke verhouding tussen God en de mens. Op dit punt ook heeft de Reformatie de roomse opvatting fel en grondig afgewezen.

Toch moet het ons tot nadenken stemmen als we moeten constateren dat er op geen enkele manier overeenstemming bestaat tussen de Reformatie en de Pinkstergroepen op de punten die nu ons bezig houden.

Het is waar dat het afwijzen van de roomse opvatting bij de reformatoren aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Maar even duidelijk waren deze reformatoren in hun afwijzing van de zienswijze die we in de Pinkstergroepen aantreffen.

De Reformatie heeft front gemaakt naar Rome, maar ook naar de Wederdopers. En op verschillende punten treffen we overeenkomsten aan tussen de Wederdopers en de Pinkstergroepen.

We kunnen het dus ook zo zeggen, dat de Reformatie eveneens deze beide uitersten en eenzijdigheden heeft afgewezen.

Maar we zouden het hebben over het accent dat de roomse kerk legt op de kerk, dat zo sterk is dat het persoonlijke daarbij uit het gezichtsveld verdwijnt. Eén en andermaal hebben we al beweerd dat dit element bij de Pinkstergroepen ontbreekt doordat zij in het andere uiterste vervallen.

Tegen dit laatste zal men protesteren door er bijv. op te wijzen dat de 'samenkomst', het samen-vergaderd-zijn bij de Pinkstergroepen toch ook voluit aanwezig is. Dat is wel zo, maar deze bijeenkomsten zijn hoogstens een vergadering van gelovigen, die op eigen initiatief samenkomen (Synode Chr. Geref. Kerken, blz. 38). We zouden hun samenkomen meer kunnen vergelijken met een 'gezelschap-houden'. De kerk, de christelijke gemeente is echter veel meer, volgens de Schrift, De gemeente is namelijk de tempel waar de H. Geest in wonen komt (1 Cor. 3 : 16). Onder het oude testament woonde God temidden van Zijn volk Israël, en de plaats waar Hij Zijn woning had, was de tempel, in het heilige der heiligen, tussen de cherubs. En nu in de tijd van het nieuwe testament woont God door de H. Geest in de gemeente als in Zijn tempel. Deze nieuwe bedeling gaat in op de dag van het Pinksterfeest te Jeruzalem. De Geest komt wonen in de gemeente die op die dag eendrachtig bijeen was. Hij vervulde het gehele huis waar zij zaten (Hand. 2). Maar daarnaast lezen we ook, dat de Geest zat op een iegelijk van hen.

Hier hebben we ze dus beiden naast elkaar; de gemeenschap en de enkeling. Als we zeggen dat de Geest in de kerk als in Zijn tempel kwam wonen, moeten we natuurlijk niet denken aan het kerkgebouw. We moeten ons dus niet in de war laten brengen door het tempelgebouw te Jeruzalem in de tijd vóór Pinksteren. Op het punt van de gebondenheid aan een bepaald plekje in deze wereld is er juist met Pinksteren een verandering gekomen. Denk maar eens aan wat Christus zei tegen de Samaritaanse vrouw over deze dingen (Joh. 4 : 20 e.v.).

Als we het hebben over de gemeente als de tempel van de H. Geest, bedoelen we de christelijke gemeente wanneer die samenkomt onder leiding van de officieel ingestelde ambten, terwijl daar dan de bediening is van het Woord en de sacramenten.

Zo lezen we het ook in Matth. 28 : 18—20. Christus spreekt daar over de prediking van het evangelie én de bediening van de sacramenten, en daar verbindt Hij de belofte aan, dat Hij bij hen zal zijn al de dagen tot de voleinding der wereld. Hetzelfde vinden we in Joh. 20 : 21—23, wat we zouden kunnen noemen het 'preludium van Pinksteren'. Na de opstanding verschijnt de Here aan de vergaderde discipelen. Hij zendt ze uit en blaast op hen en zeide: ontvangt de H. Geest. En meteen daarop spreekt Hij over het vergeven en houden van iemands zonden; duidelijk dus weer het functioneren van de ambtelijke dienst van Woord en sacrament.

We denken ook aan de zonde van Annanias en Saffira. Zij hebben de gemeente bedrogen betreffende de prijs van een stuk land. Maar Petrus zegt tegen hen dat zij tegen God gelogen en de Geest des Heren verzocht hebben (Hand. 5 : 4, 9).

Door een vergissing is het nu volgende gedeelte niet op zijn plaats terecht gekomen; het had nl. moeten staan in het verleden week geplaatste stuk no. II, op pag. 219, 2e kolom, na de alinea beginnende 16e regel van onderaan: 'De Schrift legt de nadruk op het 'blijven', al de dagen tot het einde toe'. — De lezer gelieve ons hiervoor te excuseren. (Dé drukker).

Het is dus Christus Zelf die bij de kerk is en blijft tot aan de voleinding der wereld; en Hij doet dat door Zijn Geest.

We gaan buiten de Schrift als we gaan stellen dat er, na de inlijving in Christus, de wedergeboorte, iets nieuws en zelfstandigs bijkomt met Pinksteren, namelijk een gedoopt-worden en telkens weer vervuld-worden met de op-zichzelf-staande H. Geest; als we dus in die zin voortgaan van een Paasgemeente naar een Pinkstergemeente. Molenaar spreekt in dit verband van een 'plus' met Pinksteren, het bereiken van een toppunt als sluitstuk aan de 'orde des heils': bekering — doop — vergeving — gave des H. Geestes (a.w. blz. 35). Met Pinksteren worden de christenen pas mondig en volwassen. En dat, dan terwijl de gemeenschap met Christus zoiets als een gepasseerd station is. Op die manier wordt de H. Geest veel te veel losgemaakt van Christus. Het moet toch wel te denken geven dat de voornaamste prediker en getuige Paulus, zelf vervuld met de H. Geest en schrijvend aan een gemeente waar de volheid en de gaven des Geestes waren, zegt dat aan hem de bediening der verzoening (met God, door het bloed van Christus) gegeven is (2 Cor. 5 : 19 e.v.); hij predikt Christus en die gekruisigd, terwijl hij niet voorgenomen heeft iets te weten onder de Corinthiërs dan Jezus Christus en die gekruisigd (1 Cor. 1 : 23 en 2:2).

Het kan niet uitblijven dat men op deze wijze de H. Geest ook los gaat maken van het Woord; Christus Zelf is immers het Woord Gods.

We willen daarmee niet zeggen dat de Pinkstergroepen met hun Geestesopenbaringen boven de Schrift uit-of zelfs tegen de Schrift ingaan. Die uitwassen zullen er heus wel zijn, maar uitwassen zijn er in de kerk ook altijd al geweest.

De broederschap van Pinkstergemeenten wijst dit zonder meer af en dat is ons genoeg. De H. Geest wordt losgemaakt van het Woord.

Als we hier spreken van 'Woord', bedoelen we het woord der belofte. God belooft ons de dingen nu alleen nog maar, zolang we in dit leven zijn. We krijgen 'de dingen' hier nog niet in handen; ze worden ons slechts beloofd; we zijn kinderen der belofte en zullen in dit leven dus hebben te wandelen door het geloof.

En nu is men bezig de 'Geest los te maken van het Woord als men gaat stellen dat met Pinksteren de Geest alvast een beetje begint die beloften in te lossen. Op die manier wordt op Pinksteren reeds een begin gemaakt met de overgang van het geloven naar het aanschouwen; men krijgt nu niet alleen nog maar woorden, doch ook reeds 'dingen' in handen.

Met Pinksteren maakt God al een begin met het inlossen van Zijn beloften en het geloven begint door te schuiven naar het bezitten, het in-zijn-handen-hebben. Men moet op dit punt de geschriften van de Pinkstergroepen er maar eens op na lezen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De doop met de Heilige Geest en de Pinkstergroepen III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's