De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een promotie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een promotie

6 minuten leestijd

Over de geschiedenis van de Hoogliedinterpretatie

Het.was donderdag 13 mei jl. een grote dag voor ds. I. Boot, predikant van de Hervormde gemeente van Wijngaarden. Op deze dag promoveerde hij nl. tot doktor in de theologie aan de rijksuniversiteit te Utrecht op een proefschrift, dat tot titel draagt: 'De allegorische uitlegging van het Hooglied voornamelijk in Nederland'. Zijn promotor was prof. dr. G. P. van Itterzon. Ten aanhore van vele theologische hoogleraren van de Rijksuniversiteit en in antwoord op hun critische opmerkingen, waarmee zij het werkstuk van ds. Boot ter discussie stelden, verdedigde de promovendus zijn doorwrochte studie. Vele collegae, familieleden, gemeenteleden, vrienden en kennissen volgden het met spanning.

Van harte willen wij ook op deze plaats dr. I. Boot en zijn vrouw gelukwensen met de dag van de promotie en de verkregen graad. Maar er mag niet alleen dankbaarheid zijn voor het feit, dat een predikant uit de gelederen van onze Hervormd-Gereformeerde kring in de Nederlands-Hervormde Kerk door God begenadigd is met studiezin om de rijke gereformeerde traditie onder ons levend te houden. Ook het proefschrift zelf is een waardige bijdrage ter verdieping van onze kennis ten aanzien van de uitleg, die door de loop der eeuwen in de Rooms-katholieke kerk der Middeleeuwen, maar nog veel meer in de tijd van de Reformatie en de nadere Reformatie aan het boek Hooglied is gegeven. Deze kerkhistorische dissertatie draagt op dit terrein een enorme schat van gegevens aan, die vanaf heden ten dienste staan van allen, die dit veelbepreekte en ook veelszins omstreden Bijbelboek dieper willen verstaan. Het is goed, dat in het bijzonder de predikanten, èn die uitzonderlijk veel, èn die nagenoeg nooit uit het boek Hooglied preken, bij hun manier van uitlegging en toepassing niet vergeten, hoe dit Lied der liefde in de Bijbel is gekomen en hoe de kerk der eeuwen ermee is omgegaan. Kennis van de gereformeerde traditie in dezen kan ons een uitnemende dienst bewijzen in onze positiebepaling ten aanzien van de interpretatie van het Hooglied. Zonder te stellen, dat hiermee een bindende exegese gegeven is (hoe zou het kunnen), is het niet van belang ontbloot te weten, hoe het boek Hooglied in de geschiedenis van de Kerk is ingedragen.

Het proefschrift van dr. I. Boot wil voorzien in een leemte, die aanwezig is in de beschrijving van de geschiedenis der Hooglied interpretatie, vooral op Protestants terrein, in Nederland. In de inleiding van deze studie worden de bronnen der allegorische Hoogliedexegese opgespoord. Deze liggen in het rabbijnse en in het esoterische Jodendom. Daarin werd het Hooglied opgevat als een allegorie, a. betrekking hebbend op het verbond tussen Jahweh en Israël of, b. mystiek-allegorisch (beschrijving van de 'gestalte' Gods in Zijn theophanie aan de ingewijde. Beide lijnen zetten zich voort in het Middeleeuwse Jodendom. Tegen deze achtergrond van Joodse 'Gestaltsmystik' moet ook de oudste christelijke Hoogliedverklaring worden gezien. In hoofdstuk 2 van de dissertatie wordt daarbij dan vooral aandacht besteed aan Origenes, die voorloper genoemd wordt van de uitleg van Bernard van Clairvaux uit de Middeleeuwen, o.a. in het feit, dat bij hem de Bruid zowel de kerk als de ziel is. Het derde hoofdstuk bespreekt het Origenes-revival in de twaalfde eeuw, vooral in Bernard van Claivaux, die in zijn Hoogliedinterpretatie nauwelijks verder kwam dan Origenes. Beider opvattingen worden gekenmerkt door een christologische mystiek: via de beschouwing van de mensheid van Christus klimt bij Bernard de ziel op tot de contemplatie van Christus' godheid, zonder daarbij tot een pantheïstische versmelting te geraken.

De reformatie brak enerzijds met Bernards Hooglied-interpretatie, hield op andere punten aan zijn methode en daarmee aan de oud-christelijke traditionele interpretatie vast. Luther wees de aan het Hooglied georiënteerde Logosmystiek van Origenes en Bernard, alsmede de allegorische verklaring van het Hooglied van de hand. Hij zocht naar de grammatikale zin, maar bleef niettemin op het allegorische spoor door een theocratischpolitieke verklaring. Calvijn knoopte meer aan bij de traditie der algemene kerk. Zijn verklaring is typologisch, op de wijze van Ps. 45. Beza sloot zich bij deze ecclesiologische verklaring aan, maar ging meer in een heils-en kerkhistorische lijn.

Hoofdstuk 5 van het proefschrift behandelt de Hoogliedinterpretatie in de Nederlandse gereformeerde theologie van 1600-1740. Genoemd wordt o.a. uit de eerste periode (1600—1640) G. C. Udemans, wiens verklaring toonaangevend was bij het samenstellen van de kanttekeningen bij de Staten vertaling van het Hooglied (niet mystiek, meer augustiniaans). In de tweede fase (1640—1680) ontdekt de auteur twee vormen van Hoogliedinterpretatie: a. de mystiek georiënteerde (W. Teeliinck, G. Voetius, Th. a Brakel en J. van Lodenstein) b. de profetisch-heilshistorische Hoogliedopvatting (Coccejus, H. Groenewegen); toepassing van het Hooglied op de zeven perioden der kerkgeschiedenis in samenhang met de openbaring van Johannes. In de derde fase (1680—1740) werkte de heilshistorische opvatting nog na o.a. bij Vitringa en d' Outrein; bij Lampe meer piëtistische trekken, toepassing op het zieleleven. J. Koelman zorgde daarna door een vertaling van de Hoogliedverklaring van de Schotse predikant Durham voor een uitleg van het Hooglied a la Origenes en Bernard. Witsius integreerde de bernardijnse mystiek in zijn academische arbeid en had grote invloed. Concluderend wordt dan gezegd, dat de meeste afhankelijkheid van en analogie met Bernard werd aangetroffen bij de mystiek georiënteerde interpretatie (o.a. Voetius, Th. a Brakel, Durham, Witsius, Hellenbroek, Schortinghuis). De bernardijnse opvatting, door de klassieke vertegenwoordigers der Nadere Reformatie gedeeld, blijkt deze te zijn, dat de contemplatie niet aan alle gelovigen wordt geschonken en niet altijd.

Enkele algemene gevolgtrekking aan het eind van deze dissertatie zijn:1. er zijn punten van overeenstemming tussen de christelijke bruidsmystiek en de gnostiek, hoewel er in wezen een groot verschil is tussen het orthodoxe christendom en het heterodoxe valentiniaanse gnosis (de ziel wordt nooit vergoddelijkt). 2. In historisch opzicht loopt er een rechte lijn van de Hoogliedspeculaties in de Joodse gnostiek omstreeks het begin de Nadere Reformatie van betekenis. Bernard naar de nadere Reformatie. Sporadisch voorkomende platonische elementen hebben het in wezen bijbelse karakter van deze mystiek niet overstemd. Er zijn vele argumenten ten gunste van de opvatting van A. Robert en A. Feuillet, dat de traditionele allegorische interpretatie van het Hooglied in principe overeenkomt met de oorspronkelijke bedoeling van dit Bijbelboek. Helemaal aan het slot deze opmerking: in Oecumenisch opzicht is de nauwe verwantschap tussen Bernard en de Nadere Reofrmatie van betekenis. Bernard van Clairvaux was een waarlijk katholieke gestalte, die aanrakingspunten had zowel met Rome als met Dordt. In een tijd, waarin er toenadering ontstaat tussen Roomsen, die meer en meer het contact met Rome verliezen enerzijds en gereformeerden, die steeds meer van Dordt vervreemden anderzijds, is het nodig van beide zijden terug te gaan 'ad fontes'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een promotie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's