De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

J. Schelhaas Hzn, De Heilige Schrift in de Cahiers voor de gemeente. Paperback. Prijs ƒ8, 40. Uitgave van Oosterbaan en Le Cointre (Postbus 25) Goes 1971.

Weinig boekjes kunnen wij zo van harte aanbevelen als dit. Dr. Schelhaas, emeritus-predikant in de Gereformeerde kerken, levert hier fundamentele critiek op de zogenaamde Cahiers voor de Gemeente, een serie geschriften waarin de 'nieuwe' theologie wordt gepropageerd door Kuitert, Hartvelt, Augustijn, Koole, Schippers, Baarda en D. C. Mulder, theologen die stuk voor stuk verbonden zijn aan de Vrije Universiteit of de (geref.) Hogeschool te Kampen. In al deze geschriften gaat hij na hoe geschreven is over de Heilige Schrift. Overal constateert hij een aanvaarding van de Schriftcritiek, waardoor van een 'gereformeerde' theologie geen sprake meer is.

Dr. Schelhaas' boekje is een ferm woord. Het is ook snedig, hele bladzijden komen er in voor die vol rake opmerkingen zijn.

De toon is zuiver, nergens slaat zij over in een wanklank. Geen tegenstander zal daar aanmerking op kunnen maken.

Hoewel het geschrift polemisch van aard is, is het toch ook gelijk vol positieve richtlijnen en gegevens. Er worden oplossingen aan de hand gedaan ten aanzien van talrijke problemen en moeilijkheden waar het Schriftonderzoek voor gesteld staat.

Aangezien, naar ik vermoed, ook onder ons in vele pastorieën en gezinnen de Cahiers voor de Gemeente zijn terechtgekomen, hoop ik van harte dat men dit boekje er bij en er naast wil nemen. Het zou zelfs aanbeveling verdienen het op ruime schaal te verspreiden. Met het gezag van de Schrift is zoveel gemoeid! Niets moet ons teveel zijn om als het bedreigd wordt — en dat wórdt het — het te verdedigen. Al is het stellig waar dat God zelf over Zijn Woord waakt, dat ontslaat ons niet van onze roeping zonodig het tegen aanvallen in bescherming te nemen. Nu ook op de catechisaties de jonge mensen met hun vragen komen ten aanzien van de Schrift — mede onder invloed van het onderwijs dat zij volgen — is voorlichting van de kant van de predikanten meer dan noodzakelijk. In het boekje van dr. Schelhaas zullen zij op enkele tientallen vragen een gefundeerd antwoord vinden. De schrijver zeggen wij daarvoor hartelijk dank.

Prof. dr. G. C. van Niftrik, Het bestaan van God in de kentering van deze tijd. J. N. Voorhoeve Den Haag 1971, Paperback 139 blz. Prijs ƒ 10, 90.

Wie een nieuw boek van prof. Van Niftrik onder ogen krijgt voelt zich als vanzelf uitgedaagd tot lezen. Zeker is dat het geval wanneer het gaat over een onderwerp als dit, het bestaan van God.

In een twaalftal hoofdstukjes zet prof. Van Niftrik zijn visie op dit zo hoogst belangrijk punt van het christelijk geloof uiteen, niet slechts positief maar vooral polemisch. Op een felle en hartstochtelijke wijze — ik mag dat wel — gaat hij de nieuwe theologie te lijf. Hierbij zegt hij veel dat onze aandacht waard is, waar ik ook van harte mee kan instemmen. Goede reformatorische stukken kwamen wij tegen, b.v. op de bladzijden 95, 96 en 99. Ons trof de uiteenzetting van de relatie loflied en dogma op de bladzijden 119vv.

Wie dit boek gelezen heeft kan het duidelijk geworden zijn waar prof. Van Niftrik staan wil in de theologische en kerkelijke situatie van vandaag. Die plaats zou men een 'critisch midden' kunnen noemen. De nieuwe theologie wijst hij af, toch wil hij veel in haar waarderen en integreren; de oude theologie neemt hij in bescherming, maar hij weigert haar volledig voor zijn rekening te nemen. Hij deelt op het moment meer klappen uit naar links dan naar rechts, maar spaart rechts niet. Zoals iedereen weten kan wordt er in kerkelijk Nederland gefluisterd — en méér dan dat — dat prof. Van Niftrik, vergeleken bij een aantal jaren geleden, aan het 'verschuiven' is, ik meen dat wij hem met een dergelijke kwalificatie niet helemaal recht laten wedervaren. Als fronten veranderen betekent dat nog niet dat degene die strijdt zelf zoveel veranderd is.

Dit impliceert tegelijk dat wij critiek hebben op dit boek. Er is naar onze smaak teveel een eten van twee wallen in. Ten gevolge van een toch al­ tijd nog barthiaanse positie.

De stelling lijkt mij te verdedigen dat Barth zelf de nieuwe theologie heeft voorbereid. Door de verzoening algemeen te stellen (waardoor de strijd om een genadig God op zijn minst op de achtergrond raakte), door schepping en verbond bijna in elkaar te laten opgaan (met als gevolg een verhistorisering van het heil) en door de Wet slechts als een vorm van het Evangelie te zien (waardoor het Evangelie rechtstreeks op de structuren kan worden betrokken). Men staat er niet sterk mee als men, zoals Van Niftrik doet, Barth tegen de nieuwe theologie in het veld brengt.

Liever had ik gezien dat prof. Van Niftrik zich meer had aangesloten bij Calvijn, die door hem ook enkele malen wordt aangehaald. Dan zou hij ook de positieve betekenis van Descartes (die hij overigens als de grote boosdoener ziet) niet zo hoog hebben aangeslagen. Ik zou niet weten wat de kerk aan Descartes te danken heeft. Ook niet het opruimen van het geloof in spoken en heksen, het bijgeloof. In de strijd van de gereformeerde vaderen met Balthasar Bekker ging het daar helemaal niet om, gelijk Van Niftrik laat voorkomen, er was méér aan de hand. Hij leze slechts de geschriften van Koelman tegen Bekker. 

Aansluiting bij Calvijn en de gereformeerde theologie zou ook een ander taalgebruik tengevolge hebben gehad, veel bijbelser. Men kan zich ook te ver wagen op het terrein van de tegenstander, waardoor men uit diens tuighuis wapenen gaat lenen. Ik weet dat Van Niftrik zelf ten aanzien van de door hem gebruikte terminologie bedenkingen heeft, zij hadden hem — naar mijn smaak — voorzichtiger en kieser in het gebruik maken ervan moeten doen zijn.

Kortom, ik pleit voor een radikaler houding. Je kunt niet, zoals de schrijver doet (92) je een beetje vergelijken met Bilderdijk en Da Costa en tegelijk zeggen dat je niet zo radikaal wilt zijn — dat sluit elkaar uit. Zoals zij hebben moeten kiezen, zo zullen wij het ook moeten doen.

K. Exalto

W. G. de Vries: Het eeuwige Evangelie en de vierde mens. Gedachten over Bijbel, Kerk en moraal. 284 blz. Uitgave 'De Vuurbaak', Groningen, 1970. Prijs voor leden van de vereniging van vrienden van 'De Vuurbaak': ƒ 12, 60. Winkelprijs ƒ 15, —.

De vierde mens, de mens van het na-christelijk tijdperk, laat steeds luider zijn stem horen. En het boek van W. G. de Vries wil welbewust en met klare bewoordingen vanuit de Bijbel en de belijdenis van de kerk der Reformatie daartegen ingaan. Het 'is een getuigenis tegen de geest van onze eeuw, die het karakter van een 'geestelijke aardverschuiving' draagt en die diep in de kerken, die zich naar de Reformatie noemden, is doorgedrongen. Het boek is geschreven in een taal, die zich vlot laat lezen, ook door de niet theologisch geschoolde lezer. De schrijver gaat door heel het boek heen aanhoudend in op de vraag naar het gezag van de heilige Schrift. Hij formuleert vanuit de Bijbel en de formulieren van enigheid antwoorden op wat op het protestantse erf (ook in de R.K. kerk) in dezen te berde wordt gebracht. Een geest van modernisme en humanisme ('o.a. Szczesny wordt besproken) waart door de kerken. De moderne theologie (Robinson, Bonhoeffer, enz.) heeft veel kwaad gedaan. Blijkbaar moet de kogel door de kerk. Het modernisme van prof. Kuitert in de gereformeerde kerken (synodaal) krijgt een uitvoerige bespreking. Niet minder ook Berkouwer, die naar het oordeel van de schrijver de denkrichting van Kuitert heeft voorbereid. De Bijbel is in het geding. Aan de hand van geschriften, die de laatste tijd verschenen zijn en met een overvloed van citaten daaruit (o.a. Parade der mannenbroeders, B. van der Kaam) wordt een scherpe analyse gegeven van de verschuivingen in het geestelijk klimaat van het kerkelijk leven (bv. ten aanzien van de moraal, de gewijzigde levensstijl, de wetenschapsbeoefening aan de VU, de oecumene, enz.). En uitvoerig wordt daarop ingegaan met gegevens, aan de Schrift ontleend, gegevens uit de belijdenis van de reformatorische kerken en uit de geschriften van de mannen der afscheiding en doleantie in de vorige eeuw. Hoe nodig te waken tegen de inductieve methode van theologiseren, kerkelijk denken en levenspractijk. Er is een apart hoofdstuk over de oecumene en de afscheiding, terwijl het boek besluit met enkele overwegingen ten aanzien van Woord en Kerk, Graag stemmen we in met het edele doel, dat de schrijver in zijn heldere boek voor ogen staat, ook al delen we zijn standpunt inzake de vrijmaking niet. Het krachtige protest tegen de geest van uitholling en vervlakking, zoals in het onderhavige boek onder woorden gebracht, wordt ook elders in de kerken der Reformatie gelukkig nog gehoord. Wij hadden graag gezien, dat dat in het boek meer onder woorden was gebracht. Wij behoeven (gelukkig) de strijd niet in alle eenzaamheid te voeren. En dat kan en mag binding geven aan elkaar, ook verdieping van eikaars beleving van de waarheid Gods, dwars door de gescheidenheid der kerken heen.

 C. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's