De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De geest der wereld en de Geest uit God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De geest der wereld en de Geest uit God

7 minuten leestijd

Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn.' 1 Korinthe 2 : 12

Als de apostel Paulus zijn oor te luisteren legt bij de gemeente van Korinthe, dan hoort hij daar roemen. Daar kan geen bezwaar tegen gemaakt worden: een gemeente die roemt. Maar, hoe mooi het ook lijkt, het is er in dit geval lelijk naast, omdat men niet in de Here, maar in mensen, gaven en krachten roemt. Dat is de wereldgelijkvormigheid van de gemeente, daarin noemt Paulus haar vleselijk.

Want de Grieken konden roemen, reken maar. Zij vereerden hun helden en hun daden met hartstocht. Ze gaven hoog op van de menselijke persoonlijkheid en de ontplooiing van haar mogelijkheid. Ze pochten op diepe inzichten en scherpe onderscheidingen. Dat zijn ze in Korinthe nog niet verleerd; de gemeente doet dapper mee. Menselijke wijsheid. Daarover berispt de apostel hen. Want menselijke wijsheid kwam er niet aan te pas, toen God hen tot de kennis van de waarheid bracht. Is het evangelie niet het tegendeel van de: ze wijsheid, is het geen dwaasheid?

Daarom, roemt niet in de wijsheid der wereld, zij heeft afgedaan. De gemeente heeft toch de geest der wereld niet ontvangen? Dat wordt hier niet in ongunstige zin bedoeld, zoals elders het geval is. Daar wordt gesproken over de geest die werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid en die de zinnen der ongelovigen verblindt. De geest der wereld is dan een duistere en duivelse invloed. Hier is het eenvoudig, de geest, die in de wereld opgeld doet, waarvan de wereldse wijsheid doordrenkt is.

Over die geest van de wereld moeten wij niet gering denken. De geest der wereld doorvorst de dingen steeds verder en steeds grondiger. Wat komt de wetenschap al niet te weten, en wat speelt ze samen met de techniek in deze twintigste eeuw. Wie kan het nog overzien, de wijsheid raakt haast zoek in de vakkennis. Ontegenzeggelijk, wij weten verschrikkelijk veel. Soms halen we dat 'veel' lovend naar voren. Soms dempen we onze stem, en valt de klemtoon op 'verschrikkelijk'. De geest der wereld kan verwoestend bezig zijn, terwijl wij haar nog bewonderen.

Met Pinksteren roemen wij volstrekt niet in de geest der wereld en al wat ze ons leert. Omdat dit in hoge mate ontoereikend is. De geest der wereld. De wereld van begrensde waarnemingen en voorstellingen. Ze leert ons niet verder te kijken dan onze neus lang is, wij worden door haar niet wijzer, als het over God gaat. Het is kenmerkend voor de geest der wereld, dat zij God uitschakelt en Hem dus ook nergens meer tegenkomt. Zodoende laat ze ons met onszelf alleen na een stom en doof heelal, werpt ze ons op onszelf terug met al onze noden en angsten. En, wat het ergste is, wij hebben overal verstand van, maar Godskennis is er niet bij. Wordt dat een levensvraag, dan weet deze wijsheid het antwoord niet.

Wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest Die uit God is. Hier duizelt het ons: de Geest Die uit God is. Met de Vader en de Zoon, waarachtig God. Die van de Vader en de Zoon uitgaat, die te zamen met de Vader en de Zoon verheerlijkt wordt, belijdt de kerk! Zij ving in die belijdenis iets op van het stralende Licht, en zij kaatst het terug. De Geest, de Heilige Geest hoort niet thuis in de wereld en bij de mensen. Hij hoort thuis bij God. Pinksteren betekent: God komt tot ons over. Die Geest, die uit God is, komt bij God vandaan. Hij komt om in Zijn gemeente te wonen en bij haar te blijven. Daarin mag die gemeente dan terecht roemen: De Geest, Die uit God is.

Wij hebben ontvangen. Dat geldt voor de gemeente als geheel genomen; de apostel stelt dat vast, om er vervolgens het leven van de gemeente aan te toetsen. Wij kunnen geen scheiding maken tussen de Geest en de gemeente. In haar midden werd Hij uitgestort; de gemeente ontving Hem. Wel mogen wij vragen: Waar zijn de krachten, de vruchten, de gaven van die Geest? Lopen wij geen gevaar Hem uit te blussen, door Hem aanhoudend te bedroeven en te wederstaan.

Hoe heeft de gemeente de Geest die uit God is ontvangen? Alleen in het geloof.

Wij houden geen beschouwingen over de Heilige Geest, wij doen belijdenis: ik geloof in de Heilige Geest. Men kan over Hem niet anders spreken, dan belijdenerwijze, zoals trouwens ook over de Vader en de Zoon. Dat belijden geschiedt in het meervoud: Wij hebben ontvangen. Wie daarmee instemt vergete het enkelvoud niet: Dat Hij ook mij gegeven is. Dan is de pinksterbelijdenis tegelijk een pinksterbelevenis.

Uiteraard liggen hier vragen, u mag ze gerust stellen. Bijvoorbeeld de vraag: Heb ik, in de gemeenschap der gelovigen, de Geest ontvangen? Een persoonlijke vraag dus. Wel, in het Woord ligt het antwoord op deze vraag. Wij worden ook in de leer van de Heilige Geest onderwezen, als het goed is. In wat ons geleerd wordt over de Geest die uit God is.

De Geest, die God door en door kent; die de diepten Gods onderzoekt, en daarom ook openbaart. Dat kan de geest der wereld niet, bepaald niet. Om God te kennen zijn we op Zijn Geest aangewezen. Wij kennen God niet, dank zij de ontplooiing van onze geest; als wij ons geestelijke inspanning getroosten, als wij de diepten van ons eigen hart peilen. Wij kennen God dank zij Zijn eigen Geest. En daaraan herkennen wij de Geest Die uit God Is: Hij weet ons kennis van God bij te brengen, die hart en leven raakt.

Wij ontvangen de Geest Die uit God is altijd in een weg van verlegenheid en verslagenheid. Wij komen met onze wijsheid niet verder, wij komen er mee aan het eind. Wij lijden schipbreuk met onze hoog opgetuigde geest, en we klemmen ons niet langer aan wat wrakhout vast om drijvende te blijven. O God, ik weet er niets meer van; ik ken U niet, al werd mij het een en ander van U verteld, ik ken U niet. Wie zijt Gij? Schenk mij Uw Geest. Daarom is de Heilige Geest reeds werkzaam; Hij leert ons de vragen omdat Hij de antwoorden wil geven. Wij ontvangen de Heilige Geest, opdat wij zouden weten.

Hij gaat ons dus leren, opdat wij zouden weten. Dat is een weten van geheel eigen aard en orde. Het is de ware wijsheid tegenover de wijsheid van de wereld. Het is geen zaak van onze rede, maar het hart wordt er in gemoeid. Dit weten is het eeuwige leven: dat zij U kennen. Het is geloven, de Heilige Geest werkt het geloof. Hij verlicht het verstand, tot een geheiligd verstaan. Dan gaan we roemen: Ik weet het. Ik weet wat nodig is om zalig te leven en te sterven. Maar nooit zo, dat we zeggen: Nu weet ik het wel. Het weten wordt vernieuwd in een levenslang leren. De Heilige Geest wil bij ons blijven opdat wij zouden weten, de dingen, die ons van God geschonken zijn.

Het gaat dus niet om de onnaspeurlijke diepten Gods. Het gaat om de geopenbaarde rijkdom van Zijn genade. God kent God op een goddelijke wijze. God leert ons God kennen — en kennen is leven — naarmate wij te weten komen, de dingen, die ons van God geschonken zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De geest der wereld en de Geest uit God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's