De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

’De koers van de Vrije Universiteit’*)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

’De koers van de Vrije Universiteit’*)

11 minuten leestijd

*) Dr. J. Stellingwerff: De koers van de Vrije Universiteit; Uitgave Buyten en Schipperheijn, Amsterdam, 1971; 59 pagina's; ƒ 2, 50.

In 1880 werd door de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag de Vrije Universiteit opgericht. Sindsdien maakte deze universiteit een enorme groei door. In 1880 was het jaarbudget 40 mille, in 1969 100 miljoen. In 1880 waren er 5 studenten, in 1969 was dit aantal 7000. (Voor verdere gegevens zie men het proefschrift van dr. J. van der Zouwen, De Gereformeerden en de Vrije Universiteit; Uitgave N. Samson, Alphen a. d. Rijn, 1970).

De groei van de V.U. mag met recht imposant worden genoemd. En nog is het einde niet in zicht. Dr. J. Stellingwerff, bibliothecaris van de V.U. heeft een boekje geschreven over de koers van de Vrije Universiteit, waarin hij zich o.a. bezig houdt met de vraag wat er gebeuren moet als de V.U. aan haar maximale bezetting in Amsterdam toe is, t.w. 15.000 personen, d.w.z. 12000 studenten en 3000 personeelsleden. De groei zit er namelijk, dank zij de welvaart en de ontwikkeling van de wetenschap, nog steeds in.

Het kleine stekje door dr. Abraham Kuyper geplant werd groot. Maar mèt de groei kwam er ook verandering in instelling. Daarmee vertel ik geen nieuws, gezien de vele discussies, die de laatste jaren over de V.U. zijn gevoerd. Als iemand in vroeger jaren aan de V.U. ging studeren dan kon in eerste instantie vermoed worden dat de persoon in kwestie vast wel gereformeerd zou zijn. Wanneer momenteel iemand naar de V.U. gaat, dan zou je je kunnen afvragen hoelang hij nog gereformeerd zal blijven. Ik wil maar zeggen dat er in de loop van de jaren wel een en ander veranderd is.

Dr. Van der Zouwen merkt in zijn proefschrift op dat tot in de vijftiger jaren de V.U. in een propagandafolder bij het gereformeerde volk werd aangeprezen, omdat deze universiteit haar leerlingen argumenten verschafte tegen de evolutietheorie. Nu, enkele jaren later, verschaft de V.U. haar pupillen vrijwel uitsluitend argumenten vóór de evolutietheorie. Prof. dr. J. Lever heeft in dit opzicht school gemaakt. De argumenten van vóór de vijftiger jaren zijn opgeborgen. De V.U. kwam in een nieuwe fase van haar bestaan. Dit betrof niet alleen de Natuurwetenschappelijke faculteit. Het betreft ook — of moet ik zeggen juist? — de theologische faculteit. Het Gereformeerd beginsel, de Gereformeerde belijdenisgeschriften kwamen geducht in de kritiek.

Dr. Stellingwerff zegt in zijn genoemde boekje: 'Het is goed denkbaar dat voor hen die aan de drie gereformeerde belijdenisgeschriften onveranderd willen vasthouden, over enige tijd geen plaats meer is aan de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit. Zodra men breed wordt naar de ene kant, wordt men eng naar de andere zijde. Het zich losmaken van de gereformeerde belijdenis is soms zelfs reeds zover voortgeschreden dat men wel de vraag kan stellen of deze faculteit en ook of de universiteit nog wel integraal met alle heilgen en heel de kerk uitgaat van de Apostolische Geloofsbelijdenis, van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof, met name wat betreft de opstanding, de wederkomst, het oordeel en het eeuwige leven'. Een dergelijke passage liegt er, zou ik zeggen, niet om.

Gaat de V.U. de weg op van bijna alle universiteiten van Calvinistische oorsprong, die — naar dr. Stellingwerff opmerkt — na enkele eeuwen algemeen geworden zijn met enkele christelijke restanten? En dan te bedenken dat Kuyper in zijn gebed, waarmee hij de inwijding van de V.U. in 1880 besloot, vroeg om de afbraak van de Universiteit indien ze de weg zou opgaan van de andere, eens calvinistische universiteiten. Ter nadere typering van de geestelijke achtergrond bij de stichting van xie V.U. schrijf ik dit hele gebed hier neer:

’Om U te danken, o, Onze Vader die in de hemelen zijt, Sprinkader van alle waarheid, Fontein aller waarachtige kennisse en aller wijsheid Bron! Van U af zwervend vindt Uw schepsel niet dan donkerheid, niet dan matheid, niet dan gebondenheid der ziele. Maar nabij U; ons badend in Uw leven; dan omstroomt ons het licht; doortintelt kracht ons de aderen; en ontplooit zich in zalige verrukking de vrijheid des geloofs. Aanbiddelijke, eeu­wige Majesteit, zie dan in gunste ook op deze stichting neder. Zij uit U haar goud, haar kracht, al haar wijsheid. Zwere ze nooit bij een minder, nooit bij een ander dan Uw heilig Woord. En Gij die ons de nieren proeft, o Rechter ook van onze natie en Oordeelaar ook van de scholen der wetenschap, breek zelf de muren dezer Stichting af, en delg ze uit van voor Uw aangezicht, indien ze ooit iets anders bedoelen, ooit iets anders willen zou, dan te roemen in de souvereine, de vrijmachtige genade, die er is in het Kruis van den Zoon Uwer teederste liefde!

Heere, Heere, God! Laat in Uw Naam alléén, in Uw Naam al onze hulp staan! Amen.’

Verandering van de Grondslag

Volkomen in overeenstemming met de geest van dit gebed was de grondslag van de V.U., zoals die in het Regelement van de V.U. neergelegd werd. Deze luidt: 'In diepe afhankelijkheid van de mogendheid des Heeren optredende zal deze universiteit, op de grondslag der gereformeerde beginselen, draagster trachten te zijn van het dubbele beginsel, dat 'de vreze des Heren het beginsel der wijsheid is' en dat vrijmaking van uitwendige banden, om eniglijk te steunen op de genade Gods, het meest bevorderlijk is ook aan de bloei der wetenschappen. Het 'nil contra Deum aut bonas mores' (niets tegen God en de goede zeden) indachtig, zullen directeuren, curatoren, hoogleraren en studenten dienovereenkomstig steeds, binnen de perken door deze beide beginselen aangegeven, de universiteit hebben dienstbaar te maken aan de bevordering van Gods' eer en van godzaligheid in den lande.’

Dit grondslag artikel van het V.U. reglement is tot nu toe niet gewijzigd. Dr. Stellingwerff merkt op dat directeuren, curatoren, hoogleraren en studenten van de V.U. dus nog steeds aan dit artikel gebonden zijn, hoewel dit artikel zeer waarschijnlijk wel veranderd zal worden.

Wat inmiddels wèl gewijzigd is is de grondslag van de Vereniging voor Wetenschappelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag, waarvan de V.U. uitgaat. De oude formulering van de grondslag was: 'De Vereniging staat voor alle onderwijs, dat in haar scholen wordt gegeven geheel en uitsluitend op de grondslag van de gereformeerde beginselen'. Voor het onderwijs van de faculteit der godgeleerdheid betekende dat in overeenstemming met de drie Formulieren van Enigheid. Desalniettemin werden 'ter discussie gesteld, aldus dr. Stellingwerff, de leer der verkiezing en verwerping, de staat der rechtheid, de historische zondeval, de dualistische anthropologic, de verzoening en het stuk van de opstanding, wederkomst en het laatste oordeel’.

Het is dan ook geen wonder dat de oude grondslag van de vereniging gewijzigd werd. In plaats van 'de gereformeerde beginselen' kwam 'het Evangelie van Jezus Christus', 'dat naar de openbaring in de Heilige Schrift de mens in zijn gehele leven roept tot de dienst en verheerlijking van de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest, en daarin tot dienst aan de medemens’.

Het is duidelijk dat inzake de wijziging van het grondslag artikel meer aan de hand is dan een herformulering. Het gaat hier om een wijziging van de grondslag zelf. Op zich is het natuurlijk uitstekend dat men als grondslag nemen wil het Evangelie van Jezus Christus dat naar de openbaring in de Heilige Schrift de mens oproept tot dienst aan God en de naaste. De Gereformeerde belijdenisgeschriften bedoelen niets anders. Maar het is duidehjk dat de nieuwe grondslag van de Vereniging voor Wetenschappelijk Onderwijs op G.G., met het niet meer noemen van het gereformeerd beginsel, een verruiming heeft aangebracht. Daardoor zal het niet alleen mogelijk zijn, zoals dr. Stellingwerff zegt, 'meer gebruik te maken van werkelijk christelijk geïnspireerde docenten in medewerkers uit de niet-traditioneel gereformeerde kring', maar daardoor zal het eveneens mogelijk zijn dat docenten aan de V.U. stellingen verdedigen, die in strijd zijn met de geest en de inhoud van de gereformeerde belijdenisgeschriften als men zich rnaar beroept op het evangelie van Jezus Christus, ook al beroept men zich in werkelijkheid op een eigen Schriftinterpretatie. De geschiedenis leert dat in de loop van de tijd al velen zich op het evangelie van Jezus Christus beroepen hebben bij het verbreiden van ketterijen. Het misleidende van het nieuwe grondslag artikel is dat nergens meer wordt gezegd dat de ganse Schrift als basis wordt genomen. Men kan zich op het evangelie van Jezus Christus beroepen en tegelijkertijd kernwaarheden van de Schrift terzijde stellen.

Een christelijke universiteit?

De vraag kan inmiddels worden gesteld wat overgebleven is van de hoge idealen die gesteld werden bij de stichting van de V.U. Ongetwijfeld is Kuypers inzet in dezen magistraal geweest, zoals dat gezegd kan worden van meer initiatieven, waarmee hij de Gereformeerde kleine luyden een actief aandeel gaf in kerk, staat en maatschappij. Dit alles mag gezegd worden ondanks twijfels en kritiek, die geuit kunnen worden omtrent de wenselijkheid van een specifiek christelijke universiteit. Is het mogelijk en, gewenst om te komen tot een aparte christelijke wetenschapsbeoefening, en dus van een aparte christelijke universiteit, of behoort de wetenschap in haar geheel doortrokken te zijn van de norm van het Woord, waardoor elke wetenschap aan haar grenzen herinnerd wordt?

In deze vraagstelling inzake het bestaansrecht van een christelijke universiteit wil ik hier niet treden. Met deze waarheid mag namelijk toch ook gememoreerd worden de schat aan lectuur, die vanuit de V.U. in de loop van de jaren verschenen is. Ook in Hervormd Gereformeerde kring is van de vele denkarbeid, die aan de V.U. verricht werd, geprofiteerd.

Het is echter een teken aan de wand, dat de Vereniging voor Wetenschappelijk Onderwijs op G.G. het woord gereformeerd uit haar grondslag heeft geschrapt en daarmee in feite haar gereformeerd karakter heeft prijsgegeven. De V.U. heeft het niet volgehouden te blijven wat ze van meet af aan wilde zijn: gereformeerd. Het apart wetenschap bedrijven vormde geen garantie voor een bestand blijven tegen de nivellerende invloeden van buiten. Dat betreur ik ten zeerste. Ik heb in de loop van de tijd zo m'n kritiek gehad op de instelling christelijke universiteit op zich. Maar dat betekent niet dat ik nu in zekere zin vergenoegd zou zeggen dat je het van een christelijke universiteit ook niet hebben moet. Integendeel! Ik betreur het dat de Natuurwetenschappelijke faculteit haar eigen gezicht in het geheel van de wetenschapsbeoefening niet heeft kunnen bewaren, dat de theologische faculteit in plaats van een dam op te werpen tegen de huidige koers van de theologie in haar eigen publicaties blijk geeft vaak het gereformeerde spoor te hebben verlaten, en dat er symptomen zijn, die erop wijzen dat de verschillende faculteiten los van elkaar werken en niet meer integraal zoeken naar christelijke antwoorden op moderne vragen. Het kan voorkomen dat je vragen stelt aan een vertegenwoordiger van de Natuurwetenschappelijke faculteit inzake de bijbelse implicaties van bepaalde theorieën en dat je naar de theologie verwezen wordt omdat men zich niet capabel acht om bijbelse antwoorden te geven, al voelt men zich wel capabel om theorieën te ontwikkelen die strijdig zijn met Schrift en belijdenis.

Er is dan ook alle aanleiding om de vraag te stellen of het ideaal, dat met de V.U. beoogd werd, niet mislukt is. Voorlopig is het zo dat Kuypers gebed om afbraak van de Universiteit, wanneer ze niet bij haar Calvinistisch beginsel blijven zou, in al z'n scherpte voor ons komt te staan. De V.U. is als wetenschappelijk instituut in de universitaire wereld volop geaccepteerd. Dat is een geweldige verzoeking gebleken. Zou de V.U. in onze tijd, bijbels-theologisch gezien, niet meer vruchten kunnen afwerpen wanneer ze wat in de schaduw gebleven was, wat minder erkend was? Het is in ieder geval wel heel opmerkelijk dat dr. Stellingwerff er in zijn boekje voor pleiten moet dat een ruime plaats wordt opengehouden voor hen, die bij de gereformeerde belijdenis willen blijven, nadat hij even eerder gezegd heeft dat de V.U. toch wel bezig is om de gereformeerde belijdenis ter zijde te stellen. Merkwaardige loop van de geschiedenis! Aan een universiteit, die het hoge ideaal had gereformeerd te zijn in de wetenschappelijke wereld, moet nu een pleidooi worden gevoerd voor het gereformeerde. Wat zou er dan nog over zijn van de vreze des Heeren, die het beginsel van de wijsheid is? Is de V.U. nog wel christelijk, in die zin ook dat ze een andere begeleiding geeft aan haar pupillen dan de neutrale universiteiten?

Het boekje van dr. Stellingwerff bevat stof te over voor verdere kennisname, al is het ook alleen al omdat hij een pleidooi voert voor een Calvijn Universiteit, uitgaande van de Vereniging voor Wetenschapsbeoefening op G.G. en hij daarbij de hogescholen van Kampen en Apeldoorn in zijn blikveld heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

’De koers van de Vrije Universiteit’*)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's