Met de preek op de koffie
In gesprek met het gezin
Het verkeer wordt gekenmerkt door vaart; ieder wil zo snel mogelijk zijn doel bereiken, want we hebben allemaal haast. Het verkeerslicht springt op rood, remmen, stilstaan met draaiende motor. De spoorbomen zijn gesloten. De trein laat tegenwoordig niet lang meer op zich wachten. Het is een goederentrein die langzaam voortsukkelt — maar ook dat is vandaag uitzondering — een sneltrein die voorbij raast. Spoorbomen gaan omhoog, lichten op groen, ramen dicht, remmen los. Daar gaan we weer.
Men zou de dag en de dienst van God, met zo'n oponthoud kunnen vergelijken. Het is zondag, dus ... Het is kerk dus ... We laten de motor draaien, we moeten straks weer verder, de dag door, de week in. En ondertussen dendert de preek aan ons voorbij, met vaart, of tergend traag. Ziezo, die is weer gepasseerd. Een zucht van verlichting, veel gestommel, we zijn de bank bijna al uit, wanneer een zegen nog moet worden uitgesproken. Het oponthoud zit er weer op. Huis toe en wereldwaarts.
Wie wil beweren dat deze schets overdreven is? De werkelijkheid tijdens en na de dienst beantwoordt er aan. Maar nodig is het niet! Het kan ook anders en God dank, men maakt het ook anders mee. Dan zullen wij het Woord bewaren. Mij dunkt de rest van de dag gaat het om dat bewaren, trouwens ook de overige dagen. Maar hoe wil je het Woord een week lang bewaren, als je het vlak na de dienst al verliest.
We gaan naar huis. Onderweg worden de nieuwtjes uitgewisseld, vermeerderd met enkele 'allernieuwste', van vandaag. Wij vatten de draad weer op. Dat lijkt toch verdacht veel op de automobilist, die doorrijdt zodra de trein voorbij is, vindt u niet? En het verraadt meestentijds dat het Woord ten enenmale aan ons voorbij ging, we horen nog enkele klanken nagalmen, meer niet.
Op de bekende weg van de kerk naar huis hebben we heel wat voetstappen staan. De weg ligt er wat platgetreden bij, het zaad van het Woord ligt er maar even, dan pikken de vogels het weg! Pas op voor die vogels!
En wanneer we thuis zijn, dan: koffie. Gezellig met heel het gezin, misschien nog met meerderen. Geep bezwaar, uiteraard. Aanbevolen, om even tot rust te komen en in gesprek te raken met elkaar. Het gesprek lijdt toch al zo 'n kwijnend bestaan in het gezin. Vader is vaak weg, moeder is druk, de kinderen hebben, als ze wat groter zijn, hun eigen hobbies die soms met veel lawaai gepaard gaan. Ondertussen leven we gesloten naast elkaar en doen we stug tegen elkaar. Laten we de gelegenheid die er nog is, met beide handen aangrijpen, de gelegenheid om samen een gesprek te voeren. Over de preek!
Waarom niet? Het gebeurde vroeger zeker niet meer dan vandaag. Telkens spreek ik mensen die zeggen: ik moest naar de kerk, maar thuis gekomen hoorde je er niets meer over. Niet dat die kinderen daar toen om zaten te springen, maar later bevreemdt het hun: Er was nooit een gesprek. Vreemd is dat inderdaad. Als het dan van zoveel belang is dat je naar de kerk gaat, als vader en moeder het je bijna bezweren, dan zou je verwachten dat er uit de kerk gesproken wordt over wat werd gehoord. Een veelheid van woorden doet geen nut, maar een enkele opmerking kan duidelijk maken wat ons iets ’zei’.
Eenvoudig is dit gesprek niet. Vóór we het weten komen we met de preek op de koffie en dat is de bedoeling niet. Veel mensen denken dat ze in de buurt blijven als ze over de kerkgangers, de kerkgang, de predikant praten. Ten onrechte, daar ging het immers niet om. We gaan er op ons gemak voor zitten en nu komen de opmerkingen. De kerk was vol! Die was er niet, zou er wat met hem wezen? Dominee was aardig op dreef. Preek was weer best! Daar blijft het dan bij. Zo verzandt het gesprek en de kinderen halen er de schouders over op.
De kinderen. Zij hebben vaak harde oordelen voor in de mond. 'Waardeloos' is zo'n oordeel. Zegt me niets, doet me niets. Daarover winden de ouders zich dan weer op. Zou het allemaal niet wat meer ontspannen kunnen? We nemen elkaar niet op de korrel, we nemen de dominee niet op de korrel. We spreken over iets, dat de moeite waard is, al is het alleen maar omdat we er de ochtend aan hebben besteed: de prediking van het Woord.
Wanneer de prediking onderwerp van gesprek wordt dreigt er een ontsporing. Paulus zegt: dat de gemeente zijn woord aannam, niet als het woord van een mens, maar als Gods Woord en dat was het ook. Het zal niet meevallen, dat in het gesprek te eerbiedigen, al moeten wij het niet vergeten. Niet wat ik er van vind, maar wat de Here er van vindt is hier aan de orde. Toch kunnen wij ons gezin het zwijgen niet opleggen, omdat hier Gods Woord in het geding is. Want behalve het Woord, was er de preek! En de preek is mede een spreken over het Woord. Op dat spreken haakt het gesprek in.
Wij predikanten moesten zo nu en dan eens horen hoe er over onze preken in het gezin gesproken wordt door de jeugd. Ze doen het zelden met ons, en dan meestal in groepsverband, waardoor wij wat worden ontzien. Horen om er van te leren. Om te weten hoe het overkomt, en waar het tekort schiet. De jeugd heeft twee dingen gauw door: Of de preek een 'werkstuk' is — voor sommige dominees is het een vrije tijdsbesteding — en: of de predikant het meent!
Het is onverantwoord in deze tijd — altijd geweest trouwens — op de kerkgang van het gezin te hameren en hen, als ze er zijn, niet echt bezig te houden met het Woord. Dan gaan ze zich afvragen: Moest ik daarvoor nu twee uur uittrekken? De onverantwoordelijke wijze waarop predikanten hun 'preek werk' verzorgen, speelt de onkerkelijkheid in de kaart. Laten we de gelegenheid toch met inspanning van alle krachten waarnemen, nu ze ons nog geboden wordt.
Toch is het zaak om het gesprek niet te voeren over de preek, maar over het Woord. Wat zegt het ons. Het zei mij niets. Dat kan en daar kan de predikant schuld aan hebben, omdat hij niets zei — en het is altijd nog beter te zwijgen, dan niets te zeggen — of omdat hij het zo zei, dat de vele woorden al dan niet met luider stem gesproken, het Woord niet tot zijn recht deden komen. Eerlijkheidshalve moet dat worden erkend. Niet breed uitgemeten, dat niet. En ook als de prediking verantwoord is — en we mogen dankbaar vaststellen, dat menige predikant er aan werkt — kan het toch zijn: Het zei mij niets.
Daar zou het gesprek over moeten gaan. Wat zei het mij, wat zei het jou. Dan stappen we van de preek zo gauw mogelijk over op het Woord. Hoe meer Woordgehalte een preek heeft, hoe meer die ons daarbij zal helpen. Want het Woord en de preek zijn geen tegenstellingen, al vallen ze niet helemaal samen. De preek legt het Woord uit en eigent het toe. Wat zei de Here tegen mij, wat zei Hij tegen jou? Niets? Dat kan die zoon van mij niet volhouden, want het Woord was ook tot hem gericht. En mijn dochter moet door de mand vallen: Dat is waar en dat mag ik mij gerust eerst aantrekken. Vader laat merken: ik hoorde vanmorgen .. en moeder getuigt: heel stil: zo is het.
Met de preek op de koffie. Om je hart vast te houden. Waar eindigde de dominee mee. Amen. Nu is het uit. Nee, zo is het, waar en zeker. Wanneer in het gesprek dit amen doorklinkt, dan is het een goed gesprek. Dan komen wij nader tot elkaar, we komen iets te weten van onze ouders, van onze kinderen. Zo maar terloops. We gaan het samen beamen dat het Woord des Heren betrouwbaar is, en zo doende dwalen wij er niet van weg, maar we blijven er bij, wij bewaren het. Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewaren. Die zaligspreking geldt heel het gezin.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's