’Het Heilig Pinksterfeest’ van Hadrianus Visscherus III
Het teken van de wind
Veel aandacht wordt door Visscherus besteed aan dit eerste teken, dat van de geweldig gedreven wind die het hele huis vervulde waarin de apostelen op de Pinksterdag gezeten waren.
Allereerst valt op dat deze wind door hem voor een wérkelijke wind is gehouden. Het was niet slechts een geluid als van een wind dat werd gehoord, er waaide een werkelijke wind. Maar alles aan deze wind was een wonder van God, het was geen gewone wind. Het was ook niet een zacht windje, een koel briesje, maar een sterke, alles doordringende stormwind. Het was een wind die niet te keren was, die door vensters en deuren heenbrak. Verdere bijzonderheden zijn: hij kwam uit de hemel; gewone winden stijgen op van de aarde, maar deze kwam van God. Een gewone wind zou heel de streek vervuld hebben, maar deze wind vervulde alleen het huis waarin de apostelen zaten. Een gewone wind groeit aan, maar deze wind ontstond in al zijn kracht plotseling, haastelijk, onvoorziens. Hij kwam ook met zwaar geluid. En dan: het hele huis waarin de apostelen zaten werd ermee gevuld, alle kamers en vertrekken.
Niet zonder betekenis is het, aldus Visscherus, dat de H. Geest juist onder dit teken zich op de Pinksterdag heeft bekend gemaakt. Het wezen, het ambt en het werk van de H. Geest zijn er treffend in uitgedrukt. Wind is onzichtbaar, zo onzichtbaar is ook God. Hij is een onzienlijk Wezen. Augustinus vermeldt dat er in zijn tijd ketters waren die aan God een menselijk lichaam toeschreven, men noemde ze antropomorfieten. Doch spreekt de Heilige Schrift over Gods handen, ogen, voeten, enz. dan doet zij dit op een 'oneigenlijke wijze', om er Gods eigenschappen en werken mee uit te drukken. Bezwaar maakt Visscherus er ook tegen dat in het pausdom God de Vader wordt afgebeeld als een oud man met een lange grijze baard. God de Zoon als een jonge man en de H. Geest als een duif — men mag God niet afbeelden. Trouwens, men kan Hem ook niet afbeelden. Een pad lijkt nog meer op een mens dan een mens op God.
Vervolgens, van de wind horen wij zijn geluid, maar zijn herkomst weten wij niet. Zo vrij en souverein is nu ook God de H. Geest. De Remonstranten en andere pelagiaans-gezinden willen hier niet aan, binden de Geest aan wat de mens doet, maar het is een belediging van Pinksteren.
Dan, de wind is reinigend, verkwikkend, levenwekkend. Vuile luchten worden door de wind verdreven. Door de wind herademt de natuur. Zo is nu ook het werk van de H. Geest, Hij maakt levend, reinigt zondaarsharten.
Wind is ook niet te keren, zeker niet een sterke wind. Evenmin de H. Geest, wanneer Hij in ons hart zijn werk doet. Hij werkt krachtig door de prediking van het Evangelie. Hij breekt door alle hindernissen heen. Het is niet waar dat de H. Geest slechts de mens aanraadt om te geloven, zoals de Remonstranten beweren. Hij doet veelmeer. De mens die een 'spin-vijand' van God is, liever de fabels van Esopius, de Comediën van Plautus en de gedichten van Anacreontis hoort dan de preken van de profeten en de apostelen, wordt door de H. Geest overwonnen. Er blijft voor de mens geen roem over, alleen voor God.
Het feit dat de wind het hele huis heeft gevuld geeft Visscherus de opmerking in de pen, dat de hele wereld, tot in alle hoeken toe, vervuld zal moeten worden met de prediking van het Evangelie. Intussen, dat betekent niet dat ook allen in de wereld werkelijk naar die prediking zullen horen. Er is een verkiezing Gods. Daarvan ziet Visscherus een teken in het feit dat de wind op Pinksteren niet overal was, maar alleen maar in het huis waarin de apostelen zaten, een beeld van de kerk, van de gemeente. Er zijn wel algemene gaven van de Geest, maar de gaven van geloof, wedergeboorte en zaligheid zijn niet algemeen. Die 'juwelen' zijn nergens anders te vinden dan in het huis des Heeren. Abel heeft God wel aangenomen. Kaïn niet, Cham heeft Hij vervloekt terwijl Hij Sem zegende. Abraham riep hij uit Ur — Hij behoudt zijn vrijmacht. Niet waar is het wat beweerd wordt, zegt Visscherus, dat er in de hemel vele poorten en deuren zijn en dat iedereen langs zijn eigen weg er komen kan, zo gemakkelijk gaat het niet. Er is alleen de weg des geloofs en die rust in de verkiezing. Toch: Gods Raad mogen wij niet doorsnuffelen, lees liever de H. Schrift en ga na of ge droefheid over de zonde kent en geloof in de Heere Jezus Christus, of ootmoed je siert en of je een innerlijke drang tot het gebed kent. Ken je dat niet, ook dan niet de moed opgeven, blijf Gods Woord horen en lezen en blijf volharden in het gebed — zo zal de wind gaan waaien, naar Gods belofte!
Het teken van het vuur
En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur... Neen, geen vurige zwaarden of andere instrumenten van geweld, maar tongen. Het Evangelie wil niet voortgeplant worden door geweld, gelijk de Inquisitie heeft nagestreefd, het zal moeten geschieden door Woord en Geest. In Amerika hebben de jezuïeten arme Indianen vermoord, zogenaamd om hun religie voort te planten, maar in werkelijkheid om het goud. Laten ook dominees niemand lastig vallen om zijn geloof en godsdienst, plant de religie voort alleen door Gods Woord. Wij behoeven papisten, enz. geen godsdienstvrijheid te laten, maar dat is wat anders dan hun geweten binden. Houden zij zich stil dan zullen zij onder ons in vrede kunnen leven.
Deze tongen waren verdeeld, het werk van de H. Geest is namelijk niet éénvormig maar veelvormig. Er is een veelheid van Geestesgaven.
Maar 'tongen' dat wijst ook op een mond om te spreken. Aan Mozes werd zo'n mond beloofd en die van Jesaja werd aangeroerd met een kool van het altaar. Als God herders en leraars roept, voorziet Hij ze ook genoegzaam van gaven en bekwaamheden. Sommigen geeft Hij een uitzonderlijke welsprekendheid, anderen de gave van wijsheid en geleerdheid, en weer anderen grote manmoedigheid. Hun gebed moet maar zijn of de Geest hun gaven wil vermeerderen.
De tongen waren als van vuur. Vuur heeft als eigenschappen dat het verwarmt, verlicht en reinigt, bovendien schieten vlammen altijd hoog op naar de hemel en zijn zij duidelijk zichtbaar. Zo is het werk van de Geest. Zo móet het ook wel zijn, want de mens is duister, koud, dood, aards en blind. En ach, zelfs christenen hoe lauw kunnen zij zijn! Hoe traag in bidden, lezen en horen van het Woord. Velen bekreunen zich noch om God noch om hun heil. Sta op uit uw zorgeloosheid! Er zijn mond-christenen, zij belijden de gereformeerde religie maar zijn intussen 'herbergen der zonde', men leeft dartel, onkuis en dronken. Waarom niet het burgerschap in de hemel gezocht? Wees als de duif van Noach die pas rust vond in de ark. Intussen, van het belijden als zodanig wordt geen kwaad gezegd, integendeel. Er zijn er die zeggen dat zij zalig zullen worden maar openlijk hun geloof belijden en aan het avondmaal komen willen zij niet, zij scheiden wat God verenigd heeft. Neen dan Micha, staande voor de goddeloze Achab, en de apostelen, staande voor de Hoge Raad.
Of Polycarpus, want de voorbeelden zijn er ook in de rijke geschiedenis van de kerk.
En het zat op een iegelijk van hen . . . Elk der gelovigen mag zich persoonlijk de zaligheid in Christus toeëigenen. Zwakgelovigen zeggen soms: Als ik nu maar van kindsbeen af God had gediend, als een Daniël, Obadja, Timotheus en andere! Toch: het gekrookte riet zal Christus niet verbreken, al is uw geloof klein, als het maar oprecht is dan telt het ook mee. Er waren er in de woestijn die slechts met een half oog op de Slang konden zien, toch werden zij evengoed genezen als de anderen die nog het volle gezicht van hun ogen hadden. Maar wel: word sterker! Gebruik daartoe de middelen. Het Woord komt dan eerst, maar de sacramenten volgen. Mijd niet de tekenen van water, brood en wijn. De mennonieten mogen u niet misleiden, door de kleine kinderen van de weldaad van de doop te beroven. Zij beroven zichzelf — en nog wel moedwillig — van een teken van verzoening met God. Brengt uw kinderen vroeg in het huis des Heeren. Daar brandt nog altijd het vuur van het Pinksterfeest!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's