De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

’Het Heilig Pinksterfeest’ van Hadrianus Visscherus IV

Bekijk het origineel

’Het Heilig Pinksterfeest’ van Hadrianus Visscherus IV

8 minuten leestijd

Het spreken in andere talen

Visscherus kan het niet eens zijn met Erasmus en anderen die in het spreken met andere talen meer een hoor-wonder zien, dat zich dus bij de hoorders zou hebben voorgedaan dan een wonder bij de apostelen zelf. Op deze wijze wordt de tekst schandelijk verdraaid, zegt hij, want niet de hoorders werden met de Geest vervuld maar de apostelen. Bovendien, er staat immers nadrukkelijk dat ieder hen hoorde spreken in zijn eigen taal.

De lering die Visscherus hieruit trekt is het vermelden waard. Ieder heeft de talenten die hij van God ontvangen heeft te gebruiken tot stichting van zijn naasten. Wee de nalatigen en luien! Ook al is uw talent klein, doe er in ieder geval wat mee. Vooral uw tong heeft God gegeven om hem te gebruiken tot zijn lof en eer. Vermijd alle zot geklap, en zeker alle godslastering. Belijd de naam van uw God standvastig en zonder schroom. Is er de gelegenheid, spreek over geestelijke dingen. En gij dienaren des Woords, preken moet ge in een taal die verstaanbaar is. Het is in strijd met de Geest van Pinksteren dat in roomse kerken en kloosters de godsdienst in het latijn bedreven wordt. Wat een zegen dat Gods Woord vertaald is geworden in andere talen, b.v. in het armeens en gotisch. Bellarminus — die verdediger van al wat rooms was — heeft geprobeerd dat weg te redeneren, want hij wil niet weten dat zovele christenen ooit de bijbel gelezen hebben, maar Visscherus heeft zijn bewijzen bij de hand. De Slaven, zo weet hij, hadden, ondanks alle pauselijke weerzin, een eredienst in eigen taal. Zo gaat het stichtelijke en wetenschappelijke bij Visscherus gelijk op.

Het is allerminst een verward geluid geweest dat de apostelen hebben laten horen, zij hebben zich niet — o wee wie dat zou durven beweren — aangesteld als onzinnigen. God is geen God van verwarring. Integendeel, op Pinksteren is de verwarring juist opgeheven, te weten die van Babel.

Visscherus meent ook te weten wat de apostelen hebben gepreekt. De tekst zegt: de grote werken Gods. Hebben sommigen daaronder verstaan alleen wat God gedaan had in Christus, Visscherus wil het breder ophalen, hij denkt aan schepping, verlossing, rechtvaardigmaking, hei­ligmaking, heerlijkmaking, kortom aan al wat God gedaan heeft en doen zal, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Nog is dat immers de inhoud van alle christelijke prediking. Zij mag gewoon geen andere zijn. Gods Woord, dat Woord alleen, zegt hij. Geen legenden, verhaaltjes en allerlei wonderlijke dingen die geschied zouden zijn, zoals - in het pausdom geleerd en gepreekt wordt. Gods kinderen mogen alleen om het Woord verlegen zijn. Zij hebben dat te horen, maar zij hebben het ook te doen; die twee mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Godvruchtigen en spotters

Op het Pinkstergebeuren was bij de hoorders tweeërlei reactie. Die hoorders hadden allen gemeen dat zij Joden of Jodengenoten waren, dat staat in vs. 5. Op verscheidene wijze kan er tussen hen en Jeruzalem een zekere relatie hebben bestaan; sommigen zullen, hetzij om de religie, hetzij om wat anders het hele jaar door in Jeruzalem hebben gewoond, hoewel zij toch 'uitlandse' Joden waren; anderen hebben slechts gedurende een zekere tijd hun verblijf gehad in Jeruzalem, misschien om zich te oefenen in het hebreeuws, de heilige taal, op de scholen of om meer kennis op te doen van de joodse religie, die onderwezen werd in de synagogen; weer anderen waren in Jeruzalem slechts omdat het Feest was.

Onder hen waren allereerst godvruchtigen. Visscherus neemt het zo letterlijk mogelijk. Het waren mensen die de God van Israël dienden in oprechtheid, zowel in het verborgen als in het openbaar. De godsdienst was in die tijd zeer vervallen en verdorven, maar toch waren zij er nog, zulke godvruchtigen. Zij leefden als een Lot in Sodom en als een Obadja aan het hof van Achab. Nooit ontbreekt op deze aarde de kerk van de Heere Jezus Christus, zelfs niet in de donkerste tijden.

Zelfs temidden van het Pausdom is er nog de ware kerk geweest, zij het bedekt en verborgen. Niet allen deden mee aan de aanbidding van de brood-god. Petrus Bruys keerde zich tegen de leer van de mis, de beeldendienst, de offers voor de doden en het aanroepen van de heiligen. Petrus Waldus, Wiclif, Hus en Savonarola kunnen ook worden genoemd. Maar met Luther kwam de grote verlichting. Er zit troost in, zegt de schrijver, ook voor ons. Soms is er van Gods kerk maar weinig te zien, toch dient men te geloven dat zij er is. Zij is heilig, algemeen, onzichtbaar en duurt tot aan het einde van de wereld.

Waar het op aankomt is dat ook wij godvruchtigen zijn. Verkoop jezelf niet aan weelde, pracht en praal. Men begeert mooie en grote huizen, fraai en luxueus ingericht en aan wat geestelijke waarde en schoonheid heeft denkt men niet. Ook zijn er die hun vermaak zoeken in het versieren en oppronken van hun sterfelijk lichaam, naar de nieuwste mode, zonder ooit te bedenken dat godzaligheid de beste versiering is. Hebt u uzelf, uw gezin en het vaderland lief, geef u dan niet over aan de zonden. De tekenen zijn er dat God zijn toorn ons zal doen voelen. De roeping van magistraten en overheden is hoog, zij dienen zich te keren tegen Neerlands roepende zonden. Laten zij afgoderij, beeldendienst, priesters, jezuïeten en andere landverraders weren; zo ook de bijeenkomsten van secten; verbannen alle duiveljagers, planeetlezers, hand en bloed-kijkers en wie ook maar de zwarte kunst beoefent. Zij moeten doen ophouden de ontheiligingen van de Dag des Heeren met vissen, jagen, drinken en wat dies meer zij; bordelen, drink-en smokkelhuizen moeten zij sluiten; het drukken en verkopen van oneerbare en ketterse boeken tegengaan. En zie dan eens of het u niet wel zal gaan. Waarlijk God is een God die Woord houdt.

Behalve godvruchtigen waren er op de Pinksterdag ook spotters, mensen zonder vreze Gods. Om het Woord van God in discrediet en krachteloos te maken, beweerden zij dat de apostelen vol zoete wijn waren. Zó zal de tekst namelijk vertaald moeten worden zegt Visscherus: vol zoeten wijn en niet — zoals Erasmus vertaalt — vol most. Most is nieuwe wijn, maar die was er op Pinksteren nog niet. Erasmus' vertaling is dus een onzinnige. De godsdienst wordt door de goddelozen altijd bespot, en vooral predikanten zijn vaak het mikpunt. Ga maar na, Mozes, Hanna, Mefiboseth en David, zij allen zijn belasterd. Maar er is het voorbeeld van de Heere Jezus zelf, die als Hij gescholden werd niet terugschold en als Hij belasterd werd het stil verdroeg. De roeping van alle christenen is om vrome en getrouwe predikanten omwille van hun werk in liefde hoog te achten,

Het is dus wel een zeer gemengd gezelschap geweest dat de eerste Pinksterpreek uit de mond der apostelen heeft aangehoord. Reden voor Visscherus om vast te stellen dat de kerk dat altijd is. Ware gelovigen en schijnheiligen wonen in de strijdende kerk onder één dak. De zichtbare gemeente is als een dorsvloer, daarop liggen kaf en koren door elkaar. De wederdopers hebben immer de mond vol over een reine, onbevlekte gemeente, zonder smet of rimpel — alsof die hier op aarde ooit te vinden zou zijn! Wacht u er voor u te ergeren aan deze gebrekkige gestalte van de kerk hier op aarde. De gemeente is er niet minder de gemeente Gods om. Niet aan ons is de taak de kwaden van de goeden af te zonderen. Overweging dient het woord van Bernard, die de kerk vergeleken heeft met de ark van Noach, waarin zowel reine als onreine dieren behouden werden. Intussen, voor uzelf is het zaak, dat u geen onreine en onheilige bent. Alleen tot de zichtbare gemeente te behoren is onvoldoende, er is de heilige, algemene (katholieke) kerk, waarvan wij alleen lid kunnen zijn door geloof en ware levensvernieuwing. Geheel tegengesteld zijn dus geweest de reacties die het Pinksterwonder onder de schare heeft opgeroepen. Er was enerzijds de spot van.de spotters, anderzijds de verlegenheid en verwondering van de godvruchtigen. Om met die laatsten dit keer te eindigen, Visscherus vermaant: aanschouwt ook nu nog met verbazing de grote werken Gods. Voor een mooi schilderij staat menigeen stomverbaasd, maar in de schepping lopen zij als blinden, en voor Christus hebben zij oog noch hart. Men neme ter harte de woorden van de 'hooggeleerde Calvinus': Vele werken Gods zijn wonderlijk en ondoorgrondelijk. Tot die werken behoort in ieder geval ook wat gebeurde op die eerste Pinksterdag. Men trekke niets in twijfel maar lere in stilheid zich verwonderen. Dan nog daalt de Geest van Pinksteren op ons!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

’Het Heilig Pinksterfeest’ van Hadrianus Visscherus IV

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's