De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leven met de Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leven met de Geest

6 minuten leestijd

’Geïijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook u. En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zei: ontvangt de Heilige Geest.' Joh. 20 : 21b en 22

De Geest en de zending

Het is natuurlijk onbehoorlijk eigenwijs, maar als we iets in de kalender van het kerkelijk jaar zouden mogen veranderen, of — misschien beter gezegd — toevoegen, dan zou het zijn: na, de Pinksterdatum nog vier, liever nog zeven 'Pinksterzondagen’.

Ach .. we zijn het gewend, en we vinden het 'gewoon' dat er aan de hand van het 'kerkelijk-jaar' — dat begint op de vierde zondag voor de herdenking van Christus' geboorte — vier zondagen adventsstof wordt behandeld, vervolgens meestal het leven, de wonderen en gelijkenissen van Jezus, totdat de zeven lijdenszondagen aanbreken. Na Pasen verwacht de gemeente preken over de verschijningen, afscheidswoorden en Hemelvaart van Christus — ook samen zeven weken — en dan ... Pinksterfeest: één zondag — met in verschillende gemeenten ook nog een maandag — waarop het wonder van de Heilige Geest het thema vormt voor de preek.

Het zal dit jaar niet de eerste keer zijn, dat menig gemeentelid, wellicht ook menig predikant een lichte zucht slaakte: zo, nu kan dé tekst voor de vrije stof weer uit de gehele Bijbel gekozen worden ... want na het Pinksterfeest houdt voor de meeste kerkgangers 'in wezen' het kerkelijk jaar op. Eén zondag preken over de Heilige Geest! !

Zou misschien hier één van de oorzaken liggen m.b.t. de verschraling van het geestelijk leven in veel gemeenten, in veel kerken zowel in het Westen als het Oosten? Zou het niet een goede zaak zijn wanneer het kerkelijk jaar ook zeven 'Pinksterzondagen' kende. Zeven zondagen waarop de Heilige Geest, zijn werk, zijn gaven, zijn vruchten centraal zouden staan? ?

Iemand kan tegenwerpen: 'Maar elke zondag zal er toch over de Heilige Geest gesproken moeten worden ... wat wilt u toch ...? ' Zeker ... maar is dit met de andere heilsfeiten niet het geval? Welke voorganger zal verantwoord durven preken zonder het komen, het lijden en sterven, de opstanding van de Here Jezus centraal te stellen?

Neen ... we vrezen dat er in het leven van veel gelovigen in Nederland maar ook in Toradjaland, armoede heerst in het geloofsleven omdat de rijkdom van de Heilige Geest niet meer, of niet voldoende gepreekt wordt.

We weten het: als prediker, zeker als jong prediker, overvalt ons vaak een heilige huiver om te spreken en te preken over het pinksterwonder, om te leven uit en te leren over het werk van de Here Jezus zoals dat thuisgebracht — toegepast — wordt door de Heilige Geest, om te betuigen en te getuigen dat de Geest zoals Hij zich openbaart in de Bijbel nog steeds Dezelfde is en blijft, ook in onze tijd met zijn werk en gaven. Een schuwe schroom neemt bezit van ons als we bedenken dat ook wij in 1971 deze Geest kunnen bedriegen en bedroeven, wederstaan en uitblussen, maar ook ontvangen, opwekken en aanwakkeren (2 Tim. 1:6).

Van deze Geest zullen we het ook hebben te verwachten voor een opleving en een herleving, die de Kerk zo bitter hard nodig heeft, in het Oosten niet minder dan in het Westen.

Deze Geest alleen is het die het politieke, kulturele en sociale leven kan reinigen van alles wat daarin niet is in overeenstemming met de wet van het Evangelie.

Door deze Geest leren we ook onze verantwoordelijkheid zien t.o.v. onze naaste. Naaste heel dichtbij: onze medewerkers op kantoor, fabriek, school, onze buurtbewoners, onze eenzamen, onze bejaarden, onze aan-de-verdovingsmiddelenverslaafde jeugd, onze medepatiënt in het ziekenhuis, onze... nu ja, we kunnen het zelf wel aanvullen. Onze naaste kan ook heel ver weg zijn: een volk in geestelijke en materiële nood, een ontwikkelingsgebied, een jonge kerk... In stilte 'zomaar' helpen met gebed, misschien een gave, een bezoek, een glas koud water, een poosje van ons leven ... Dat dit ook het werk is van de Heilige Geest, behoeft niet eens zo duidelijk onderkend te worden: in Matth. 25 zeggen zij die zo leefden: 'Heere, wannéér hebben wij U hongerig gezien en gespij zigd, wanneer ...enz.?

Wanneer we zelf in enigerlei mate weten opgezocht te zijn, gaan we ook de 'ander' opzoeken. Ieder op onze altijd bescheiden plaats. Getuigen-zijn van Jezus. Dat is het eerste waartoe wij gedrongen worden door de Geest. Anders gezegd: de Geest en de zending horen onlosmakelijk bijelkaar. Dat komt ook heel duidelijk uit in de tekst voor deze meditatie.

De Here Jezus zendt zijn discipelen uit en tegelijk schenkt Hij hen de Heilige Geest: 'Gelijk Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook u ... èn ontvangt de Heilige Geest.’

Zending ligt niet verankerd in de keuze en de bereidwilligheid van een groep mensen, zelfs niet in de wil van een kerkgenootschap, maar ligt verankerd in de Here Jezus Christus. Zending is de eerste en fundamentele daad van de opgestane Here Jezus. De slotpassages van de vier Evangeliën spreken hierover in duidelijke bewoordingen, en Handelingen 1 onderstreept dit nog eens: 'Maar Gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u kornt... èn gij zult mijn getuigen zijn’.

In de tekst van Joh. 20 spreekt de opgestane Here Jezus afscheidswoorden. Het zijn eigenlijk 'herhalingswoorden', want ook voor zijn sterven heeft Jezus gesproken over de opdracht tot zending met de woorden: 'En gij zult ook getuigen, omdat gij van de beginne met Mij geweest zijt'. Hier is echter niet veel van terecht gekomen.

Ja, de vijanden van Jezus wél: die getuigen openlijk en ronduit aan ieder die het maar horen wil, van de leugen dat de wachters in slaap gevallen waren, en dat tóen de discipelen zich meester gemaakt hebben van het lichaam van de Nazarener. Maar de discipelen denken er niet aan ook de straat op te gaan om deze doorzichtige leugen te weerspreken. Ze zijn beducht voor de overpriesters.

Deze beduchtheid voor het gevaar van buitenaf, de weerstand tegen het getuigezijn van binnenuit, wordt pas overwonnen als de Heilige Geest bezit van hen neemt. De gave van de Geest is beslissend voor de vervulling van de zendingstaak. Hier in Johannes 20 ontvangen de discipelen al in beginsel de Heilige Geest — klein Pinksterfeest op Pasen — die hen bekwaam maakt voor hun ambtelijk werk: het vergeven en toerekenen van hun zonde. Hier als een 'voorschot', straks op de Pinksterdag voluit. Dan gaan de discipelen zien dat het Evangelie niet alleen iets is dat henzelf betreft, dat dit Evangelie niet alleen hun persoonlijk behoud op het oog heeft, — dat ook en eerst — maar ook dat dit Evangelie door de Geest een dynamiek wordt, een stuwende kracht waarvan de invloed niet te meten of te tellen is.

Door de dienst van apostelen, later van evangelisten, herders, leraars en profeten, stuwt de Geest het Evangelie van Jezus van het midden naar het einde der tijden, van het middelpunt naar de einden der aarde. Dat zien we in Handelingen 2: beduchte discipelen worden moedige apostelen.

Rante Pao

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Leven met de Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's