Opgenomen in het gezin van de gemeente
In gesprek met het gezin
Naast de gewone diensten zijn er ook de bijzondere diensten, diensten waarin het Evangelie ons op een zichtbare wijze wordt verkondigd. Wij denken aan de Doop en Avondmaaldiensten.
We maken deze keer een doopdienst mee en willen daar in gezinsverband wat met elkaar over praten.
Het is deze keer drukker dan anders! Je ziet mensen die je anders niet zo ziet. De familie is op de hoogte gesteld en wie maar even kan komt naar de doopdienst. Voorzover mogelijk zijn in ieder geval de grootouders aanwezig. Zij krijgen in deze dienst als het ware een stoel apart! Als er zijn die intens rond deze dienst meeleven, dan zijn het opa en oma wel, ook al laten ze dat niet zo merken. Verder zie ik ook oom en tante zitten, die anders nooit komen. Trouwens gezinsleden die anders nog wel eens verstek laten gaan, zijn ook present.
Dominee, let op uw saeck! Wel te ver staan: op de zaak van het Evangelie. Wat een ongezochte kansen voor het Evangelie. Wat vraagt zo'n dienst veel biddende en intense voorbereiding!
Ik zie deze keer ook veel kinderen in de dienst. De broertjes en zusjes van de dopelingen, maar ook in het algemeen zijn er méér kinderen dan anders. Dat betekent dat we zullen proberen om het Evangelie zo eenvoudig mogelijk te vertolken.
Dat behoeft allerminst af te doen aan de ernst en de diepte van het Woord. Dat betekent heel gewoon en eenvoudig, naast en onder de mensen staande, het Woord verkondigen. Dus niet vanuit de hoogte van de ivoren toren van de preekstoel en geen grote en dure woorden.
Hoe zou het eigenlijk komen dat de doopdienst zo in de belangstelling staat? Kunnen we dan volstaan met antwoorden als 'familie-saamhorigheid' of 'zucht naar het sensationele'? Zeker zullen deze momenten niet ontbreken. Dat zullen we eerlijk moeten toegeven. Anderzijds kunnen we rustig stellen dat er een slechtere saamhorigheid mogelijk is.
Voelt de gemeente toch ook niet intuïtief aan dat de dopelingen opgenomen worden in het gezin van de gemeente? Moeten we elkaar daar in ieder geval niet meer en meer op aanspreken?
Stil, daar worden de kinderen binnengebracht! Zingend worden de kinderen der gemeente in haar midden ontvangen. De gemeente bezingt de trouw van God, die daar is van geslacht tot geslacht. Zingen we niet vaak in deze dienst: 'Zijn trouw wordt altoos trouw volbracht tot in het duizendste geslacht’?
We bezingen in deze dienst de trouw van God, we bezingen in deze dienst met name ook de vóórkomende genade van God. Is het geen ongelofelijke diepe gedachte dat we als baby onze eerste kerkgang maken door naar de kerk gebracht te worden?
We hadden het over de grote belangstelling die er over het algemeen in een doopdienst is. Laten we ook eens aan onze kinderen vragen hoe ze erover denken. Waarom gaan jullie zo graag mee als er dopen is? 'k Heb gehoord dat jullie daar wel eens over kibbelen, als er één thuis moet oppassen. We luisteren naar de antwoorden. De één zegt: ik vind het zo leuk om al die kinderen te zien, de ander zegt: ik vind die doopjurken zo mooi. Dan zegt de jongste: omdat de kinderen daar gereinigd worden! We zijn even stil en denken aan het woord van de Heere Jezus: uit de mond van de jonge kinderen hebt Gij U lof bereid ...’ (Mt. 21 : 16).
Het is waar: in de Doop krijgen we aanschouwelijk onderwijs in het hoge stuk van de vergeving der zonden, een hoog stuk dat in de diepte van onze zondenood geleerd wordt. Dat water zegt me dat ik onrein ben, dat ik reiniging behoef. Met deze diepe notie begint het doopsformulier. 'In zonden ontvangen en geboren en daarom kinderen des toorns, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, tenzij wij van nieuws geboren worden.’
Vele onkerkelijken en randkerkelijken worden door deze zin geërgerd. Dat is al te kras! Hoe kan dat nu toch van deze lieve kindertjes gezegd worden. We schrikken echter niet zo van de afzichtelijkheid van de mens zoals die in de moderne literatuur aan de orde komt, terwijl daar niet eens een uitzicht wordt gegeven!
De doop is een teken en zegel van de vergeving der zonden. In de doop tekent de Heere God de belofte der schuldvergeving uit. Zoals het water het vuil wegwast, wast het bloed van Christus de zonden weg. Dat mag ik met mijn eigen ogen zien. Ik kan mijn ogen wel niet geloven, maar toch is het waar: het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonde.
De doop verzegelt ook. Dat wordt nog wel eens vergeten. De doop verzegelt de beloften van God, onderstreept de waarachtigheid van Gods beloften. Is dat eigenlijk wel nodig? De beloften van God zijn toch waar? Nou en of! Maar om ons ongeloof en kleingeloof, onze 'grovigheid' (Calvijn) tegemoet te komen, doet God a.h.w. een eed op Zijn eigen Woord. Het is om zo te zeggen het zegel op de acte van het Woord Gods.
Wat doet onze goede God alle moeite om het heil in Zijn Zoon ons naderbij te brengen!
Een vraag die dan ook wel nadrukkelijk aan ons gesteld mag worden, is de vraag aar het doopvont in ons leven staat. Komen we in ons leven nog wel eens bij het doopvont terug, heeft het een vervolg in ons leven? Of is het een eenmaal geschiede en tegelijk gedane zaak in ons leven?
Zouden we het een ramp vinden als de Doop er niet was en wij niet gedoopt zouden zijn? Die vraag mogen we elkaar ook in gezinsverband wel eens stellen.
Hoe vaak is de doop in ons leven geen renteloos kapitaal! We doen er niets mee en in feite schrappen we de doop door, hoe rechtzinnig we overigens mogen zijn.
Of we beroven de doop van haar kracht door te zeggen dat God alleen met de uitverkorenen het verbond heeft opgericht of met de geestelijke kinderen. Genesis 17 : 7 en Handelingen 2 : 39 leren echter anders! Ook wij doen op z'n tijd aan schriftkritiek, een schriftkritiek die niet minder gevaarlijk is dan de moderne schriftkritiek. Zo ondergraven ook wij het Woord en komen we terecht in een dodelijke en onvruchtbare onzekerheid, die niet tot eer van God is.
Zo kunnen wij elkander — en niet te vergeten onze kinderen — nergens op aanspreken. Dan zijn het maar gedoopte heidenen. De doop zou evengoed achterwege kunnen blijven. Anderzijds moeten we ook goed weten dat de beloften van God geen automaten zijn. Zo in de trant van: wij hebben de beloften en ons kan niets meer gebeuren. Op een aangrijpende wijze waarschuwt de bijbel ons ook daarvoor. Is het zo niet vaak met Israël gegaan? Wij zijn Abrahams zaad!
Als Petrus in zijn pinksterpreek uitroept: want u komt de belofte toe en uw kinderen, dan staat daar letterlijk: want vóór u is de belofte, er staat niet: van u is de belofte.
We hebben de beloften van God gekregen om er mee bezig te zijn. De beloften van God zijn een machtige pleitgrond in het gebed. De beloften van God zijn brandstof voor de ziel. (Erskine)
Velen maken de doop los van het Woord. Dan vergeten we dat de plant van de doop onmogelijk kan groeien zonder het water van het Woord. Anders gaat de plant van de Doop onherroepelijk dood.
De doopdienst heeft zijn vervolg in ons leven nodig. In die zin dat we volgende week zondag weer naar de kerk gaan, het zichtbare evangelie wil ons geloof in het onzichtbare Woord versterken.
In de zware strijd die het geloof kent mogen we echter steeds weer bij het doopvont terug komen, om Hém te ontmoeten, in Wie de beloften ja en amen zijn, onze Heere Jezus Christus, die ons als ouderen vermaant en ons als kinderen nodigt in de bekende roep: 'Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.’
Nunspeet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's