De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waar moet het beginnen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waar moet het beginnen?

6 minuten leestijd

Ik herinner me een zendingsdag van de G.Z.B. Ds. L. Vroegindewey sprak na de middagpauze. Hij zei dat enkele dagen tevoren iemand hem vroeg of hij geen goede dominee voor hun gemeente wist. Het antwoord was: bid of God de pastoor bekeert, dan heb je een beste dominee. Een ontwapenend en veelzeggend antwoord.

Waar moet het vandaag beginnen? Ik bedoel dan een kerkelijke opwekking, een reveil? Dat het nodig is beamen we allen. Maar we willen een dergelijke opwekking, verlevendiging meestal voor ons zelf claimen. Dat is het benauwende van de huidige situatie.

Des Heeren tempel, des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn deze, dat ligt ons vaak in de mond bestorven. Dat geldt de Hervormd Gereformeerden, zo goed als Christelijke Gereformeerden, leden van de Gereformeerde Gemeenten, Confessionelen; Hervormden zo goed als Afgescheidenen.

Maar dan denk ik aan een woord van Hoedemaker: 'Hervormden en Dolerenden, Anti Revolutionairen en Christelijk Historischen, allen zijn wij afgeweken, samen zijn we onnut geworden.' Zouden we daar niet eerst moeten beginnen? Bij onze gemeenschappelijke schuld! De kerken — dat geldt de Hervormde Kerk en de andere kerken — zijn machteloos om een klaar getuigenis in deze wereld te laten horen. Een klaar getuigenis aangaande Jezus Christus en Dien gekruisigd. Wel is er overal de aanranding van de eer van Christus, in de kerk en er buiten. Buiten de kerk door brute miskenning van zijn heerschappij, die het hele leven raakt. Binnen de kerk door de ontkenning van de diepste geloofsgeheimenissen. We voelen, het moet anders met de kerken. Maar inmiddels is er aan alle kanten de machteloosheid. Om formele redenen herkreeg prof. dr. P. Smits zijn emeritaatsrechten in onze kerk, omdat hij om formele redenen werd afgezet en nu de motieven voor die afzetting niet meer gelden. Zijn visie op de verzoening mag hij handhaven, als hij maar netjes wil zijn tegenover de synodale heren.

Maar laat ik niet alle symptomen van degeneratie en machteloosheid van de kerk op een rijtje zetten. Waar moet de regeneratie, de vernieuwing beginnen? Dat is een belangrijker vraag. Bij de synode? Vaak hoop je dat! Dat je daar eens een keer herkent iets van het werk van de Heilige Geest. 'Het is alles vaak zo geesteloos. De sociologie heeft er vaak de theologie vervangen. De mens staat meer centraal dan Christus. Ik weet niet of het er op synodevergaderingen van andere kerken geestelijker naar toegaat. Krantentenverslagen dienaangaande geven me niet die indruk. Je kunt verdrinken in wat je dan noemt de grote problemen en daarin je armoede bloot leggen. Je kunt het ook doen door te verdrinken in de kleine dingen, de kwesties, de dingen die meer met kerkelijke tradities te maken hebben dan met het wezen van het geloof.

Maar laten we inmiddels niet vergeten, synodes zijn weerspiegelingen van de gestalte van de kerk, alle gepraat over onevenredige vertegenwoordiging — die er in onze kerk b.v. sterk is! — ten spijt. Zoals het er op de synodes naar toegaat, zo gaat het er in de classicale vergaderingen. de kerkeraden, de gemeenten naar toe. En daarom nogmaals, waar moet de opherfing van de kerk uit haar machteloosheid beginnen?

Een drietal opmerkingen hierover. In de eerste plaats moeten we zeggen, het moet bij ons zelf beginnen. In ónze gemeenten. Bij Hervormden, al of niet gereformeerd, en Afgescheidenen. Bij ons allen is het geestelijk leven beneden de maat van Woord en Geest, ondanks alle trouw en meelevendheid, die er gelukkig in vele gemeenten nog zijn mag. Dat erkennen betekent ook beseffen dat we in eigen kring evenzeer een verlevendiging door de Heilige Geest nodig hebben als dat in het geheel van de kerk nodig is. De alledaagsheden, de platvloersheden, de lauwheid en de eigenzinnigheid in de gemeenten moet doorbroken worden.

In de tweede plaats mag de vraag wel eens gesteld worden of we het inderdaad zouden willen honoreren als een kerkelijke verlevendiging zou beginnen bij een andere kring dan die waartoe we zelf behoren. Gesteld dat het zou beginnen bij de Confessionelen, de Christelijke Gereformeerden, de Gereformeerde Gemeenten, de Midden Orthodoxie, hoe zouden we het als Hervormd Gereformeerden vinden? Een vraag die overigens elk van de genoemde groepen zich stellen mag. We zeggen zo gemakkelijk verontrust te zijn over het verval van kerk en volk, maar inmiddels zijn we maar al te zeer geneigd met argwaan en angst te kijken naar zegen en opleving bij anderen. We zijn soms zo gevangen in een groepsdenken of kerkisme dat we de uitbreiding van Gods Koninkrijk welhaast annexeren voor onze eigen groep. Ik weet dat ik niet mag generaliseren. Er is gelukkig nog een erkennen en herkennen van elkaar in het geloof over muren en grenzen heen. Maar er is zo vaak ook beschamende jaloezie en broodnijd, bij voorgangers en gemeenteleden.

In de derde plaats, we kunnen een geestelijke herleving — die gemeente, kerk en theologie raakt! — in onze tijd gaan verwachten van iemand met een charisma, van iemand die bedeeld is met profetische gave. Op zich is dat niet uitgesloten. Het is bovendien een gave van God wanneer zo iemand aan een bepaalde tijd gegeven wordt. Maar laten we niet vergeten dat we, al wachtende op het moment dat ons zó iemand gegeven wordt, vergeten te doen wat ons opgedragen is. We hebben immers het Woord, het getuigenis ook van de eeuwen die achter ons liggen.

We zijn vandaag niet voor het eerst kerk. Geslachten vóór ons hebben hetzelfde geloof beleden. Ook wanneer we vandaag de profetische figuur, de charismaticus missen — wie maakt overigens uit wie als zodanig mag worden aangemerkt? — dan nog kan en mag de kerk putten uit de schat van de eeuwen. Het behoeft niet allemaal voor het eerst gezegd te worden. Wel moet het nieuw gezegd worden. Er kan en mag ook nu getuigenis gegeven worden van de waarheid, van de dingen die volkomen zekerheid hebben. Dat is niet gebonden aan iemand, die het opeens gaat zien! De kerk heeft de geloofsschat der eeuwen. De vraag is: wil ze daar nog uit putten?

In onze tijd snakken velen naar een helder en klaar getuigenis van de kerken. Men weet 'het' niet meer, omdat men 'het' niet meer hoort. Waar zal het beginnen, de opleving? In feite een onbelangrijke vraag! Belangrijker is, zal deze nog beginnen. Of hebben we het gehad? Luther heeft eens gezegd dat je in de bui moet gaan staan als het regent. Als de bui voorbij is kan het niet meer. Das kommt nur einmal, das kommt nicht wieder. Hebben we als kerk en volk zo met het evangelie gespeeld dat we het verspeeld hebben?

Maar ook in deze situatie, waarin we ons bevinden, hebben de kerken de opdracht om getuigenis te geven van de waarheid. En waar de kerken het niet doen, moeten groepen in die kerken het maar doen, moeten individuele leden van de kerken het maar doen. Als het maar gebeurt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Waar moet het beginnen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's