Abortus
Psychosociale en sociale redenen
Bij de psychosociale gronden speelt de psychische problematiek een veel groter rol dan bij de abortus aanvraag om sociale redenen. Mede onder invloed van de sociaal-financiële omstandigheden van de moeder of het echtpaar heeft zich een moeilijk of bijna niet te verwerken conflictsituatie ontwikkeld. Ongetwijfeld heeft prof. Haspels deze vrouwen op het oog als hij schrijft over 'de werkelijk mateloze ellende en gebrokenheid en de wanhoop van zovele gehuwde en ongehuwde vrouwen, die ongewenst zwanger zijn geworden en die bij het doorgaan van de zwangerschap menselijkerwijs gesproken boven draagkracht belast worden, vaak mede door de wrede afwijzing van de omgeving.’
Terecht is er op gewezen dat vele psychische problemen die bij een onverwachte zwangerschap ontstaan en tot ernstige conflictsituaties leiden reeds eerder in het leven van de vrouw aanwezig waren, doch nu openbaar worden. De actuele psychische moeilijkheden kunnen dan niet los gezien worden van de vragen en de problemen op de achtergrond. De abortus kan alleen de actuele problemen oplossen maar de psychische moeilijkheden op de achtergrond blijven aanwezig daar deze niet de oorsprong in de zwangerschap vinden.
Sociale redenen die vaak tot een abortus verzoek leiden zijn b.v. het kinderaantal, het snel na elkaar komen van de kinderen, onvoldoende woonruimte, ontbreken van gezinshulp, financiële moeilijkheden, bedreiging van werkgelegenheid of carrière, maatschappelijke problemen die opgeroepen worden door buitenechtelijke of late zwangerschap. Niet vergeten mag worden dat bij een ongewenste zwangerschap op grond van sociale omstandigheden en bij de martelende onzekerheid of het kind aangeboren of erfelijke afwijkingen zal hebben de emotionele toestand van de moeder ingrijpend beïnvloed kan worden. Een moeilijkheid is dat de ernst van de door de psychische problemen, de sociale omstandigheden of de afkeer van een mismaakt kind opgeroepen verschijnselen, niet in maat of getal is uit te drukken. Dit houdt het gevaar in dat bij derden niet de medemenselijke bewogenheid, maar, onder invloed van het direct zichtbare, een emotionele gemoedstoestand haar stempel zal drukken op het verwachtingspatroon voor de nabije en verre toekomst van moeder en kind. Zwangerschapsafbreking is dan gemakkelijker dan begeleiding en verzorging van de vrouw, het echtpaar en het gezin tijdens de gehele zwangerschap, bij de bevalling en nog lang daarna.
Door de Dolle Mina's is gesteld dat de vrouw 'baas in eigen buik' is. Inderdaad bezit de vrouw de mogelijkheid te doen met haar lichaam wat zij wil en is zij persoonlijk verantwoordelijk voor 'haar lichaam, zij bezit ook de mogelijkheid kinderen te baren die ze wenst. De persoonlijke verantwoordelijkheid houdt echter ook in dat ze persoonlijk bereid moet zijn de gevolgen van haar daden te aanvaarden. Dat betekent niet een einde maken aan het leven van een ongeboren menselijke vrucht wiens leven zij aanvankelijk wilde of toestond te ontstaan.
Vanuit dit gezichtspunt kan abortus alleen overwogen worden bij duidelijke gevallen van verkrachting en incest, waarbij de vrouw niet vrijwillig heeft meegewerkt aan de conceptie van het kind.
Bij de medische, de psychiatrische en de eugenetische argumenten komt tot uiting hoezeer ook de schepping bedorven is door de schuld van de mens. Bij de psychosociale en sociale redenen blijkt dat de mens geneigd is eigen vrijheid te stellen boven de verantwoordelijkheid aan God de Schepper en Onderhouder. Het leven wordt niet meer gezien als een gave van God en men meent vrij te zijn met dit leven te manipuleren naar eigen inzichten.
Met klem zal de bijbelse ethiek betreffende de sexualiteit en het huwelijk in woord en daad moeten worden uitgedragen. Bij ernstige erfelijke afwijkingen zal gesproken moeten worden over de consequenties van een huwelijk en over het al dan niet krijgen van kinderen. Ook aan de preventie van de zwangerschap (anticonceptie, sterilisatie) kan niet stilzwijgend worden voorbij gegaan.
De hulpverlening zal bij de psychosociale en de sociale redenen evenzeer alle aandacht verdienen o.m. in de vorm van een juiste opvang en begeleiding en hulp van de gemeenschap, in het bijzonder van de christelijke gemeente en het bevorderen van ruime adoptie mogelijkheden. Bij deze genoemde redenen voor abortus wordt het leven van moeder noch vrucht bedreigd. Wel wordt het psychisch en sociaal welbevinden van het echtpaar of de vrouw bedreigd. Moet dan in het kader van de welzijnszorg menselijk leven beëindigd worden?
Niet vergeten mag worden dat alle beëindiging van menselijk leven door menselijk toedoen een aantasten van Gods eigendomsrecht is.
Over de psychische gevolgen van de zwangerschapsafbreking lopen de gegevens sterk uiteen. Een Zwitsers onderzoek gaf aan dat 50 pct. van de vrouwen na de abortus gevoelens van schuld en wroeging had, een Noors onderzoek meldde dat slechts 2 pct. zich erg schuldig voelde, terwijl de Nederlandse zenuwarts dr. Terruwe verklaarde dat zij nog nooit een geaborteerde vrouw gezien had die niet door deze ingreep psychisch gewond was. Aannemelijk is dat geaborteerde vrouwen met schuldgevoelens over deze ingreep geremd zullen worden in het uitspreken van hun gevoelens tegenover de psychiater die de zwangerschapsafbreking mede adviseerde. Ze zal zich met haar psychische problemen, opgeroepen door de abortus, niet wenden tot degene die ze medeverantwoordelijk acht aan het tot stand komen van deze moeilijkheden, maar ze zal bij een ander hulp zoeken.
Het lot van het komende kind wordt ook betrokken bij de argumentatie een ongewenste zwangerschap af te breken. De komst van het kind vormt een probleem voor de aanstaande ouders of de moeder. Ze passen niet in het leven en levenspatroon van de ouders en zijn overcompleet. Zo bestaan er voor het ongeboren kind ongunstige vooruitzichten en voor vele kinderen heeft hun ongewenste komst later ernstige en langdurige kwade gevolgen.
Toch mag niet zonder meer gezegd worden dat uit een ongewenste zwangerschap een ongewenst kind geboren wordt. Door Welling is dit in de Katholieke Illustratie als volgt onder woorden gebracht: 'Wat is een ongewenst kind? Vele vaders en moeders zullen wel met mij die momenten gekend hebben, waarop zich een kind aankondigde, waarvan men op dat ogenblik gehoopt had, dat het zich nog niet zou aankondigen. Met die echtparen ken ik de zware weken en maanden die daarop volgen ... Maar wie heeft bij de geboorte toch niet een golf van dankbaarheid gevoeld? ' De instelling ten opzichte van het kind kan tijdens de zwangerschap en daarna veranderen, ten gunste, maar ook, ten nadele van het kind.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's