Opgelegde solidariteit
Ik zal proberen een lang verhaal kort te maken. De Generale Kas!
De consideraties van de classes betreffende het voorstel tot kerkordewijziging voor het verplicht stellen van de bijdragen voor de Generale Kas leverde het volgende beeld op. Tégen het voorstel verklaarden zich 15 classes, t.w. Arnhem, Breukelen, Brielle, Goes, Gorinchem, Gouda, Harderwijk, Hengelo, Heusden, Leiden, Utrecht, Zutphen, Waalse Gemeenten, Appingedam, Deventer; goeddeels classes met een G.B. meerderheid of sterke concentraties van G.B. gemeenten. Alleen de laatste twee classes hadden zakelijke bezwaren, namelijk vanwege het ingewikkelde karakter van de restitutie regeling (ƒ 10, — per lidmaat afdragen, ƒ5, — terug ontvangen als gemeente). De overige classes hadden principiële bezwaren tegen het verplichte karakter, tegen de koppeling van de Generale Kas aan de S.M.R.A. of tegen de stok achter de deur (sancties t.a.v. het beroepingswerk), of men was beangst voor stijging der lasten en daaraan verbonden opheffing van predikantsplaatsen .
Vóór het voorstel verklaarden zich 18 classes: Alkmaar, Apeldoorn, Dordrecht, Emmen, Groningen, Maastricht, Middelburg, Nijmegen, Sneek, Zierikzee, IJzendijke, Rotterdam-N.-Dokkum, 's-Gravenhage, Tiel, Meppel, Hilversum, Eindhoven.
Tien classes gingen wèl accoord met de voorstellen maar voegden opmerkingen toe, zoals Amsterdam: we kunnen het zelf niet betalen!, Delft: in gemeenten waar men niet mee wil doen moeten de sancties t.a.v. het beroepingswerk niet worden toegepast en het Breed Moderamen en de G.F.R. moeten rekening houden met de werkelijke verhoudingen in de kerk; Doorn: neem de voorstellen terug en zoek het in de bezuinigingen; Haarlem: zoek het in het quotum en laat de bijdrage voor dé Generale Kas ongewijzigd; Doetinchem: 13 van de 23 tegenstemmers zouden geen bezwaar hebben tegen verplichte inning wanneer de S.M.R.A. uit quotumverhoging gefinancierd zou worden; en verder Edam, Franeker, Leeuwarden, Winschoten, Winsum, met opmerkingen die er minder toe doen.
Negen classes hadden niet tijdig geantwoord. Tijdens de besprekingen op de synode bleek dat enkele daarvan tegen waren (o.a. Bommel) en andere voor (o.a. Kampen). De verhouding van de stemmen op de classicale vergaderingen werd niet vermeld. Wèl werd opgemerkt dat in sommige gevallen het quorum niet aanwezig was.
Waarom ik deze classicale consideratie zo uitvoerig noem? Omdat uit één en ander blijkt hoe groot het verschil is tussen de adviezen, die via de classes uit de gemeenten komen, en de synodale beslissing die uit de bus kwam:37 stemmen vóór en 8 tegen (hoofdzakelijk de G.B. synodeleden). Daaruit zijn enkele conclusies te trekken. De classicale consideraties zijn in feite, van nul en generlei waarde. De synodale beslissing vertoont een sterke discrepanïie met de classicale consideraties, omdat kennelijk de afgevaardigden van de classes op de synode niet hun classis vertegenwoordigen, of gevangen zijn in het synodale systeem, dat ook weer gekenmerkt wordt door dwang van bovenaf.
Ik ben geneigd te beweren — op grond van de classicale consideraties — dat de meerderheid van de kerk tégen was, maar dat de synode toch vóór was. Daarvoor behoeft men de aard van de classes, die zich tegen verklaarden, maar te vergelijken met de classes die zich voor verklaarden. Zo ooit, dan is nu weer duidelijk gebleken hoezeer onze kerk centraal bestuurd wordt. We zitten inderdaad onder een synodaal juk, waarbij de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente volkomen wordt weggedrukt.
Maar nu terzake over 'het synodale beraad.
Ds. K. A. Abelsma stelde: In Delft was een kleine meerderheid voor. Maar ik moest beloven het minderheidsstandpvmt hier naar voren te brengen. Het is wèl mogelijk in onze kerk tegen de synodale koers te zijn. Maar men moet toch helpen deze koers in stand te houden.
Ds. Ph. C. Cornelder: Rotterdam-Z. was tegen. Men heeft tegen gestemd omdat deze regeling voor de grote steden niet haalbaar is. De hele kerk is evenwel verplicht te geven. Men is Hervormd en moet daarvan de consequenties dragen.
Ds. Ph. A. Warners: Ik was aanvankelijk voor, maar nu mijn classis (Utrecht) met zo grote meerderheid tegen gestemd heeft begin ik te aarzelen. Als de bepaling wordt aangenomen, dan deze liefst met de grootste omzichtigheid hanteren, vooral t.a.v. het beroepingswerk.
Ds. W. Kalkman: Welke waarde hebben de consideraties? In Doorn waren 18 leden voor, 16 tegen. Nu geeft de weergave een verkeerd beeld. We hebben ingrijpende bezwaren. Er is bij deze regeling een verlegging van verplichting voor personen (leden) naar gemeenten. Er zijn principiële bezwaren tegen besteding van de gelden. Wat betekent solidariteit als we het met de besteding van de gelden niet eens zijn? Er dreigt een 'verdergaande vervreemding van het rechter deel van de kerk.
Ds. M. V. d. Bosch (Goes): Jammer dat de verplichting gekoppeld is aan de computer. Nu is van de nood een deugd gemaakt. Al jaren lang had de hele kerk moeten bijdragen. Daarom had al eerder het principe van het verplicht bijdragen aan de orde gesteld moeten worden.
Ds. F. J. Goethals (Geldermalsen): Is er wel een duidelijke meerderheid van de classes voor?
Ds. F. H. Landsman beantwoordde de eerste serie sprekers. Hij stelde dat als men de sanctiebepaling uit de voorstellen haalt men een ander voorstel krijgt. De' principiële bezwaren tegen de Generale Kas waren volgens hem onhoudbaar. Hoogstens zou men bezwaar kunnen maken tegen de studentenpredikanten. Momenteel gaat het er echter om dat de grote steden, de noodlijdende gebieden geholpen gaan worden. De zegen van de goede kerkgang in bepaalde gebieden schept verplichtingen t.a.v. gemeenten, die meer door de tand dezes tijds zijn aangevreten. De dwang is, aldus ds. Landsman, hoogst noodzakelijk. En dan is er inderdaad — dit in antwoord op wat ds. Kalkman stelde — sprake van een fundamentele verandering in de opzet van de bijdrage, een verschuiving van de leden naar de gemeenten.
Vervolgens stelde de heer Van Waay (Maarssen) het vreemde van de consideraties van de classis Amsterdam aan de orde: vóór de voorstellen, maar men zal er zelf niet aan meedoen. Ds. Posthumus Meijjes van Amsterdam zei ter toelichting, dat juist het motief van hulp aan de grote stad de classis Amsterdam had doen besluiten vóór te stemmen. In Amsterdam draagt minder dan 50 pet. bij aan de Generale Kas, zodat Amsterdam niet aan de verplichtingen zal kimnen voldoen. Ook mevr. De Ruyter-de Zeeuw uit Rotterdam vroeg aandacht voor de problematiek van de grote stad. Met elkaar moeten we het centrale apparaat van de kerk dragen.
Ds. H. Binnekamp (Hardinxveld) stelde — sprekend over de solidariteit die steeds zo naar voren wordt gebracht — dat het de Herv. Geref. zo moeilijk wordt gemaakt, omdat, als wij pleiten voor het functioneren van de confessie, er geen sprake is van solidariteit met ons. Denk aan de actie Kom over de Brug, waar samenwerking met de R.K.-Kerk verkozen werd boven de samenwerking met de Herv. Gereformeerden. Ingaande op de besteding van de gelden van de Generale Kas stelde ds. Binnekamp dat, zélfs al zou het zo zijn dat alleen maar principiële bezwaren zouden zijn aan te voeren — zoals ds. Landsman gesteld had — tegen de studentenpredikanten, het dan nog zo is dat één vlieg de zalf van de apotheker doet stinken. In dit verband wees hij ook nog op de geruchtmakende IKOR-uitzending, waarin ds. Krop, studentenpredikant in Groningen gezegd had: Dood is Dood! Ds. Landsman vond, in zijn antwoord aan ds. Binnekamp, dat het een goede zaak was dat opnieuw aandacht gevraagd was voor solidariteit met het belijden der kerk. Alleen een belijdende kerk kan écht kerk zijn. Inzake Kom Over de Brug had hij ook liever een andere beslissing gezien. Wat de studentenpredikanten betreft, dat is goeddeels een zaak van de plaatselijke gemeenten!
Ds. Kalkman stelde in tweede ronde dat het onjuist was het financiële beleid inzake de Generale Kas los te koppelen van het algehele beleid. Tegenover ds. Landsman merkte hij op: als collega Landsman zegt ook te staan voor het belijden, waarom herkennen we elkaar dan zo weinig? Bovendien, waarom wordt niet gepeild wat de achtergrond is van de zegen van trouwe kerkgang in gemeenten waar nog gepreekt wordt naar Schrift en belijdenis? Tenslotte vroeg hij zich nog af of er straks met twee maten gemeten wordt: Gemeenten die niet kunnen betalen krijgen aparte bepalingen (ds. Cornelder uit Rotterdam wilde zijn stem alleen aan de voorstellen geven als dit beloofd werd) en gemeenten die principieel niet willen betalen, zullen dit toch moeten?
Daarna spitste de discussie zich nog even toe op de solidariteit. Ds. K. A. Abelsma bepleitte solidariteit met de minderheid die principieel tegen was. Ds. D. Scholten (Eindhoven) deed het zelfde. Hij was onder de indruk van de principiële bezwaren. 'Ik voel me , solidair met deze mensen.
Ds. M. V. d. Bosch (Goes), wees op de toenemende polarisatie in de kerk, waarbij de G.B. en ook de Conf. Vereniging (blijkens uitlatingen van de laatste tijd) betrokken zijn. We hebben elkaar, aldus ds. v. d. Bosch, geestelijk en financieel nodig. Hij bepleitte een diepgaande confrontatie tussen de modaliteiten, een gesprek als synode met de G.B. Ds. Landsman stelde dat dit op het programma stond, dat een dergelijk gesprek voorbereid werd.
Daarna viel de beslissing:37 vóór; 8 tegen!
Commentaar
In het begin van dit verslag stelde ik al, dat duidelijk gebleken is dat de synode niet representatief is voor de kerk, dat de classes in feite onmondig zijn en dat de synode zelf weer van bovenaf wordt geleid. De kerk wordt centraal bestuurd. De gemeenten worden geregeerd door enkele mensen aan de top.
En dan nog het punt van de solidariteit. Er waren op de synode enkele leden, die zich wezenlijk bezorgd toonden over het uiteengfoeien van de richtingen en oprecht pleitten voor handhaven van de communicatie. Wat dit betreft moét ik zeggen klonken de woorden van ds. M. v. d. Bosch (Goes) sympathiek, toen hij een gesprek tussen de richtingen bepleitte. Anderzijds kwam het ook voor dat de roep om solidariteit, die gericht werd tot de Hervormd Gereformeerden, gepaard ging met een duidelijk hoorbare en zichtbare irritatie. Er werd soms om solidariteit gevraagd vanuit een allerminst solidaire houding. Zelfs was het zo dat een G.B. afgevaardigde, die letterlijk bij elk agendapunt in het geweer kwam, het zich kennelijk niet kon permitteren op een bepaald moment een fout te maken. Dat werd hem tenminste op minder prettige wijze duidelijk gemaakt door diverse — immer zwijgende — synodeleden.
Ik wil maar zeggen, van werkelijk geestelijke solidariteit was geen sprake. Wanneer de Hervormd Gereformeerde afgevaardigden pleiten voor kerk-zijn in overeenstemming met de confessie, dan vindt men geen open oor. Inmiddels wordt zó solidariteit dan ook een opgelegde zaak.
In dit opzicht heb ik deze synodezitting als, een zeer teleurstellende ervaren. Vooral ook vanwege de gèmakkelijkheid waarmee sommige afgevaardigden meenden te kunnen stellen dat gemeenten, waar nog trouwe kerkgang is, maar moeten opbrengen voor gemeenten waar de situatie zeer ingezonken is. Dat mag op zich waar zijn, maar het wordt een onwaarheid als het gezegd wordt door hen, die uit zulke gemeenten komen en de oorzaak van het kerkelijk verval niet willen peilen, integendeel zich afzetten tegen elke stem die vraagt om een prediking, die is naar Schrift en belijdenis.
Maar we moeten verder. De vraag rijst, wat nu? Voor de gemeenten, die niet kunnen bijdragen, zullen er wel aparte bepalingen komen, dat is al gezegd. Maar voor de gemeenten, die principieel niet willen vanwege de dwang? Deze week heeft het hoofdbestuur een samenspreking met het moderamen van de synode. Daar komt ook deze zaak aan de orde. We zullen er ons daarna op hebben te beziimen in breder verband.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's