Reformatie en Revolutie II
Grootste vijand
Hoofdpunten
In een vorig artikel peilden we het onderscheid tussen de beginselen der reformatie en die der revolutie. Het heeft zijn zin de gedachtengang van Van Oosterzee verder te transponeren voor onze tijd. Van Oosterzee betoogt dan voorts, dat het geraden is de ergste vijand van de Hervormingsgeest in gene dele te zoeken in Rome. Er is een veel diepere verwantschap tussen de orthodox-protestantse theoloog en de rechtgelovige Rooms-katholiek, dan tussen de rationalist en speculatieve theoloog ten opzichte van zijn eigen confessie. Met de nodige beperkingen kunnen we dit voor onze tijd zeker aanvaarden, hoezeer we ook moeten erkennen dat de zaken in Rome en vooral in Rooms Katholiek Nederland wel fundamenteel gewijzigd zijn. Maar wat van veel groter gewicht is — allereerst in eigen schoot heeft de Protestantse kerk de vijanden te zoeken en evenzo allereerst uit eigen schat de wapenen te ontlenen, die zij in deze strijd heeft te voeren. De vijanden, die de voortzetting der reformatie van kerk en theologie in Van Oosterzee's tijd het meest in de weg staan, zijn — in 1867 — het modern naturalisme en het verouderde orthodoxisme. Met de nodige speling willen wij deze begrippen vertalen. Onder het naturalisme verstaan wij in het algemeen die richting, die alleen de werkelkheid van deze natuur, van de natuurlijke wereld erkent en van een bovennatuurlijke openbaring niet weten wil. Voor deze tijd zou men zeggen: horizontalisme en versteende orthodoxie, die de levende aanraking met het heden verloren heeft en tot een wijsgerig stelsel is geworden. Dit horizontalisme oftewel naturalisme sluit zich onherroepelijk af voor alle critische toetsing vanuit het Woord en verloopt onmiskenbaar in bedrijvigheid. De weg naar boven voor de inval van het Openbaringswoord verdwijnt. De wereld en haar noden worden het één en het al. Het behoeft geen betoog, dat hier de mens autonoom is en de Openbaring wordt geloochend. Dit betekent op de duur een radicale verwoesting van de gemeenschappelijke grond, waarop godsdienst, Christendom en Protestantisme zijn gebouwd. Deze trek van onze tijd komt openbaar in een onverschilligheid ten opzichte van dogmatische belijning, maar ook in een verwerping van alle gezag. Heel verbluffend is wel aphorisme 22 in het licht van de moderne gedachten over Jezus als de rebel of revolutionnair tegen alle bestaande orde. Wij denken aan de Jezus-voorstelling van de film 'Zoon des Mensen'.
'Het is geen reformatie, maar revolutie te achten, wanneer in de plaats der prediking van het Evangelie der behoudenis voor verlorenen, de aanprijzing der (relatief) volmaakte godsdienstigheid van Jezus aan de onvolmaakten gesteld wordt. Niet aan zijn algemeen godsdienstig-, maar aan Zijn speciaal verlossingskarakter had en heeft het Evangelie des kruises aanvankelijk de overwinning der wereld te danken. De moderne theologie, die in plaats van de Christus als Verlosser, de mens Jezus als ideaal op de voorgrond plaatst, en Hem zélf maakt tot een modern rabbi of theoloog van zijn tijd, leidt onvermijdelijk tot de conclusie, dat het Christendom zelf, zoals het door de heilige, algemene Christelijke kerk van alle eeuwen verstaan en beleden is, een antiquiteit is geworden'.
Armoede
Het horizontalisme en de versteende orthodoxie beide kunnen niet voldoen aan de diepste behoeften van hart en geweten. Juist de poging der eigentijdse theologen de ergernis uit het Evangelie weg te pellen en daarom het horizontalisme te bevorderen, toont overtuigend aan dat mét het geloof aan de goddelijkheid van het Evangelie het godsdienstig leven van velen op jammerlijke wijze verachterd is. Wie de Zoon loochent, heeft op de duur ook de Vader niet. Juist de aanpassing aan de tijdgeest heeft de kerk onnoemlijk veel schade berokkend. Het horizontalisme begaat de grote zonde de Christus te verliezen en de mens Jezus over te houden. Het toont daarmee aan een zeer oude dwaling te zijn, doordat het de twee naturen van Christus loochent. Geen wonder dat in dit licht gezien het Christendom van onze dagen alle kracht verliest. In de moderne theologie van onze eeuw verlost de mensheid slechts zichzelf en aanbidt zichzelf. Voortgaande reformatie van kerk en theologie is derhalve niet van dit denken te verwachten.
Dode rechtzinnigheid
Aan de andere zijde is het ook leerrijk te vernemen, hoe Van Oosterzee kampt tegen een verouderde en verstijfde orthodoxie. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Van Oosterzee hiermee allereerst bedoelde de opkomende Gereformeerde richting van omstreeks 1860, die in Abraham Kuyper een fervent kampioen vond. In allerlei geschriften wordt Van Oosterzee menigmaal voorgesteld als vijand van de toenmalige Gereformeerden en dat is inderdaad niet geheel ten onrechte. Maar waar het blijks deze aphorismen hem ten diepste om ging was een afschuw van een zinloos en zielloos herhalen van de overgeleverde leer zonder levende, persoonlijke toepassing op het heden. Voorzover hij dit bedoelt, kan het onze instemming terecht vinden. En dan is het pleidooi voor een orthodoxie terecht. Rechtzinnigheid is geen dood kapitaal, maar een levend ideaal, dat eerst van lieverlede benaderd en eindelijk te beter bereikt wordt, naarmate de belijdenis, waarin ze haar uitdrukking vindt, gedurig meer 'een frisse Bijbeldoop' ondergaat en de onderzoeker der Schrift meer verlicht wordt door de Heilige Geest. Met het behoud van het goede en vooral onder bewaring van het Bijbels geijkte kan de orthodoxie zich wijde verten ontsloten zien.
Hier valt de aandacht op het verschijnsel, dat het handhaven van een stelsel, louter om het stelsel alleen, zonder levende resonans in het hart, vroeg of laat de revolutie tevoorschijn roept. Dit lezende vraagt men zich af — is daar de oorzaak van het onthutsende verschijnsel, dat soms in uiterst rechtzinnige kringen een hoogst lichtzinnig leven wordt gevonden?
Of, dat het nageslacht al het goed der vaderen overboord werpt met grenzenloze minachting? Het feit ligt er al te duidelijk.
Geestelijke kern
Wij hebben in onze dagen veel behoefte aan een geestelijke élite. Het is wel te verstaan, dat velen de ontwikkeling van de wetenschap met wantrouwende ogen aanzien. Toch vraagt de Heere der Kerk, dat wij in het geloof ook onze taak zullen zien op het gebied der wetenschap. Het contrast tussen godsdienst en theologie komt op de duur geen van beide in waarheid ten goede. Ja, de scheiding van die twee voert op de duur tot onvruchtbaarheid. De impulsen van de Schriftstudie bereiken het gemeenteniveau niet, en omgekeerd het geloof der gemeente vindt geen weerklank aan de universiteit. De historie heeft juist geleerd, dat een levende kerk de grootste stuwkracht geeft aan de studie. Daarom is de kloof tussen theologie en kerk wezenlijke verdorring. De theologie mist haar critische resonans en de gemeente ontvangt geen leiding meer. Een geestelijke kern van bewuste levende Christenen kan een stimulans voor beide betekenen. Is met dit woord, door Van Oosterzee gescheven, niet óók ons huidige manco ontdekt?
Wezenlijke opdracht
In de gemeente heerst een groot wantrouwen tegen wat alzo aani de universiteit wordt gedaan en geleerd. En dat niet altoos ten onrechte. De vrees zou worden verdreven, indien het volgende meer werd ter harte genomen. De Christelijke theologie, het wordt te dikwijls vergeten, is uit de aard der zaak een wetenschap, die voortgaand onderzoek beoogt. Maar tevens een wetenschap met èen reproducerend karakter. 'Waarachtige voortgang op haar gebied is ondenkbaar, zonder gedurige terugkering tot de onveranderlijke grondslagen van alle godsdienstig en Christelijk weten, telkens opnieuw erkend en bevestigd'. Intussen heeft men toe te zien, dat men geen levende reproductie met mechanische herhaling verwarre. Een waarachtig progressief theologisch onderzoek is aan een muzikale compositie gelijk, die de grondtoon en het thema nooit uit het oog verliest, maar de hoofdgedachte door gedurig nieuwe toonverbindingen, zelfs door zich oplossende wanklanken heen, onophoudelijk aan haar hoogste uitdrukking en harmonische samenvatting nader voert. Met andere woorden: de gemeente moet door de stroom van theologische klanken heen toch de themata der confessie kunnen beluisteren. Anders verliest de universiteit haar aanraking met de gemeente. Dit is een altoos dreigend gevaar, alleen bezworen door een gelovig 'Sola Scriptura'.
Evenzeer als het verstenen der orthodoxie mogelijk is, zo is daar ook de gruwel van de verfilosofering der theologie. Schlatter noemde dat 'Begriffsdenken'. Jonathan Swift spreekt ergens in Gullivers Reizen van geleerden die in volkomen isolatie van de werkelijkheid bezig waren met het distilleren van de zonnestralen uit komkommers. Een dergelijk gespeend zijn van de geloofsrealiteit is niet denkbeeldig voor de theologie. Reformatie is daar dringend nodig, maar zal op grote vijanden stuiten.
Vruchtbaarheid
Wil de theologie niet in volslagen onvruchtbaarheid verzanden, zo ontvange ze een Christocentrisch karakter. In Christus zijn alle schatten der kennis en der wijsheid verborgen. In Hem heeft God zich geopenbaard. In dat verband is het merkwaardig, hoe Van Oosterzee een pleidooi voert de leer van het geweten een plaats in te ruimen in de theologie van zijn dagen. Maar reeds terstond is het treffend op te merken hoe hij het gevaar van de ethische theologie ziet.
'Miskenning van het recht en de macht des gewetens kan slechts tot dode rechtzinnigheid, overschatting van dat recht en die macht slechts tot modern rationalisme, in de vorm van conscientialisme leiden. Het is daarom hoogst wenselijk, zowel dat het innig verband van scientie en conscientie (wetenschap en geweten) op religieus en theologisch gebied gedurig beter in het licht gesteld, als dat de onmogelijkheid onbewimpeld erkend worde om de historische hoofdinhoud der heilsopenbaring, hetzij uit de conscientie af te leiden, hetzij voor dit forum alleen voldoende te handhaven'. Men ziet — de problematiek in de jaren 1867 is in wezen dezelfde als die van onze dagen. De factoren zijn anders gekleurd, de verhoudingen liggen veelzins anders. Maar op de achtergrond speelt telkens het gezag van de Openbaring.
Een aangrijpend oordeel spreekt Van Oosterzee uit in aphorisme 38. De jammerlijke verblinding, waarin zo menigeen, ook bij het bezit van velerlei theologische wetenschap, ten aanzien van de grote hoofdzaak van het Evangelie verkeert, is een ontroerend bewijs voor de letterlijke waarheid van het elementair onderricht, door de Heere aan Nicodemus gegeven, dat het zonder wedergeboorte onmogelijk is ook zelfs het Godsrijk te zien, terwijl de ergernis, die deze verklaring nog altoos, niet in het minst bij de leraars in Israël wekt, een waarborg te meer van haar goddelijkheid en juistheid mag heten. De toepassing van dit woord spreekt geheel voor zichzelf.
De eigenlijke ellende is, dat de gehele beoefening der theologie wordt verstikt door de wijsbegeerte. Deze verklaart de inhoud der Schrift al of niet voor historisch. Men moet blijven openstaan voor kritiek, maar dan moet eerst een kritiek van de kritiek zelf voorafgegaan zijn vanwege de levensvolheid der Schrift. De kritiek namelijk kan het geloof wel verbeteren of handhaven, maar nooit produceren. Ook onze kritische methoden behoeven een Schriftuurlijke toets, zoals in de Schrift wordt aangegeven. Namelijk een leven uit het Woord en een bediening van de Geest.
Men verlate daarom de wijsgerig bevooroordeelde kritiek en kere voluit terug tot de wijsheid van Paulus: de geestelijke mens onderscheidt alle dingen. Men mag dus gerust nadenken over inhoud en oorsprong der heilsopenbaring, maar men doe dat in geloofsonderwerping aan het hart der Schrift. Dat is, door het geloof in Jezus Christus.
Dat is de kracht der reformatoren geweest. Daarom is hun Schriftuitleg en prediking zo merkwaardig actueel en aangrijpend. Wat wij hieraan toevoegen is dit: behoren wij niet de moed te hebben allerlei leuzen van de tijd eenvoudig te laten uitklinken? Ze berusten merendeels op gedachten uit de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld — en niet naar Christus. We noemen twee modebegrippen: communicatie en medemenselijkheid. Ach, lieve, de wereld is nog nimmer zo eenzaam en zo onmenselijk geweest. ..
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1971
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1971
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's