De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Ethische overwegingen over de krant

De laatste tijd kunt u regelmatig iets vernemen over de zorgen waarin de dagbladpers zich bevindt. Een krant uitgeven blijkt een moeilijke zaak te zijn. De exploitatie is, mede door de hoogte van lonen en andere stijgende uitgaven, moeilijk.

Het gevolg van een en ander is dat er fusies plaatsvinden, of ook dat bepaalde bladen verdwijnen. Dat geldt zowel de weekbladen als de dagbladen.

Naast deze exploitatiezorgen heeft de christelijke pers andere moeilijkheden. In brede kringen heerst verontrusting over de wijze waarop met name de christelijke dagbladpers zijn taak vervult. Bij alle waardering heerst toch de zorg, dat het christelijk karakter hoe langer hoe meer in de nevelen verdwijnt van een vage religieusiteit, of dat 'christelijk' vereenzelvigd wordt met een bepaalde linkspolitieke stellingname. De alternatieven die daartegenover gesteld worden hebben dit bezwaar dat zij de verbrokkeling op het christelijk erf op een griezelige wijze demonstreren. Het blijkt anno 1971 niet mogelijk te zijn dat zij, die een blad voorstaan in positief-reformatorische zin, gezamenlijk dit werk aanpakken.

De aanleiding tot het bovenstaande vormt een artikel in het blad 'Opbouw' van 28 mei jl. van de hand van prof. C. Veenhof.

Deze wijst in een artikel 'Onze kranten' op de penibele financiële situatie van vele bladen, op de subsidieverzoeken (40 miljoen gulden uit de ether-reklame is hun eis), op het feit dat de uitgave van een krant een keiharde business is. Wie naar het oordeel van de klant het beste produkt aflevert heeft de grootste klandizie.

Het is bekend dat in ons land 'De Telegraaf' met zijn meer dan 600.000 abonné's aan de kop staat. Men kan hieruit uiteraard zijn conclusies trekken inzake de geestelijke achtergronden in ons volksleven, het feit als zodanig ligt er.

Prof. Veenhof ziet geen heil in overheidssubsidie, omdat het z.i. onbillijk is mensen te laten betalen voor een blad, dat zij niet wensen te lezen. Voorts acht hij het juist dat zij die uit beginselovertuiging een bepaald blad willen lezen, hiervoor ook een offer brengen.

Belangwekkend is voorts wat Veenhof schrijft over de invloed van de pers. Hij spitst dit wat toe op de invloed van een blad als 'Trouw'. We citeren uit zijn artikel:

Het is voorts noodzakelijk er zich ter dege rekenschap van te geven dat de invloed van een krant enorm is.

De pers wordt niet voor niets 'de koningin der aarde' genoemd.

Bruins Slot schreef onlangs volkomen naar waarheid dat een krant véél meer macht bezit dan een politieke partij!

Wanneer men zich b.v. afvraagt wat de oorzaak is van de in onze dagen in steeds sneller tempo zich voltrekkende liquidatie van het z.g. 'calvinistische reveil' uit het laatste deel van de vorige eeuw — het door Algra zo boeiend beschreven 'wonder der negentiende eeuw' — dan moet misschien nog wel vóór de 'veralgemening' van de Vrije Universiteit, op de invloed van 'Trouw' worden gewezen.

Op een zeer knappe en effectieve wijze is deze krant, na haar ommezwaai in het begin van de jaren zestig, er in geslaagd het 'gereformeerde volksdeel' 'om te turnen'. Meer dan alle kerkelijke en andere activiteiten is het haar gelukt de gereformeerde wereld open te breken voor de moderne oecumeniciteit, voor de nieuwe, revolutionaire theologie en voor de sterk op 'links' georiënteerde, zogenaamd 'door het Evangelie geïnspireerde' politiek.

Ik las zo juist in het Friesch Dagblad een verslag van een rede van ds. Overduin die hij voor het Gereformeerd Confessioneel Beraad in Amersfoort heeft 'gehouden. Daarin zei hij o.a. dat er in de Gereformeerde Kerken lieden zijn die geen binding willen aan de belijdenisgeschriften. Deze mensen tasten z.i. de kerken in haar wezen aan. Verder worden er volgens hem in de Geref. Kerken mensen gevonden die beweren dat de inhoud van Zondag één van de Catechismus hen niet ligt, omdat daarin sprake is van heilsegoïsme. De zendingsopdracht versmallen zij tot ontvnkkelingshulp. Ze zeggen voorts dat je God ontmoet in de medemens. En dat is ook wel waar, maar er is veel meer. Je ontmoet God vooral in Jezus Christus en die boodschap wordt niet primair verkondigd. Op grond van deze en andere verschijnselen was ds. Overduin van oordeel dat in de Geref. Kerken het sein op rood staat. Welnu, aan het creëren van deze situatie heeft niet in het minst 'Trouw' krachtig meegewerkt!

Het meest effectieve wapen dat men bij een dergelijke manipulatie gebruiken kan is wat ik zou willen noemen de 'sympathieke berichtgeving' omtrent al die feiten en gebeurtenissen welke naar het beoogde doel tenderen.

Dit wapen heeft 'Trouw' met onmiskenbaar talent gehanteerd. Het is haar daardoor gelukt een geestelijk klimaat te scheppen waarin de door haar geselecteerde gewassen bijzonder voorspoedig gedijen. Men moet zich bij de overweging van deze dingen nooit laten wijsmaken dat er zo iets als een neutrale berichtgeving bestaat.

In de eerste plaats is de keuze van de op te nemen berichten dat nooit. Welk bericht uit de enorme massa dagelijks binnenkomend nieuws neemt men op en wat laat men liggen?

En in de tweede plaats is de wijze van berichtgeving nooit neutraal. Als men b.v. in een krant over de levering van een paar helikopters door Engeland of Frankrijk aan Zuid-Afrika frontpagina-nieuws maakt en tegelijk over een juist gepubliceerd officieel overzicht van de fantastische uitbouw van de Russische vloot in alle wereldzeeën een klein berichtje op een van de laatste pagina's maakt, weet een kritische lezer direct hoe laat het is!

Vooral de z.g. 'moderne berichtgeving' — b.v. van wat er in de Eerste en Tweede Kamer wordt gezegd — is een doeltireffend middel om de lezers voorzichtig maar krachtig in een bepaalde, door de krant gewenste, richting te dringen. Bij die 'moderne berichtgeving' neemt een verslaggever namelijk de vrijheid in zijn verhaal dat naar voren te schuiven en te accentueren wat hij belangrijk acht in het door hem gehoorde en geziene.

Ik wil wel eerlijk zeggen dat ik het zonder meer een griezelige zaak vind dat een klein groepje mensen, mensen die je niet weg kunt stemmen, dag in dag uit zulk een enorme invloed uitoefenen op tienduizenden.

Er was een tijd dat b.v. de directie van de firma Zomer en Keuning in Wageningen voor een groot deel de geestelijke leiding van het christelijke volksdeel in handen had. Zij was eigenares of had grote invloed op bladen als Trouw, de Rotterdammer, de Spiegel, Op de Uitkijk, de Prinses, de Arend. Ze drukte de Radiogids van de N.C.R.V. en gaf de Spiegel-serie uit. Wat het christelijk volksdeel lezen zou werd voor een belangrijk deel uitgemaakt in de directiekamer van die firma.

Dat betekent allerminst een verwijt aan wie ook. Het is zonder meer een geweldige prestatie zich een dergelijke machtspositie te veroveren in het kerkelijke, politieke, maatschappelijke en culturele leven! Doe het maar eens na. Maar het is toch griezelig.

Toen Bruins Slot zijn grote draai maakte zo om ende bij 1960 ging hij als Kamerlid aan de kant, maar bleef hij baas van Trouw. En de lezers van Trouw konden niets anders doen dan dat te accepteren. De tijd Waarin Zuidema hoofdartikelen schreef in Trouw is lang voorbij. En tegenwoordig zal Trouw b.v. aan mannen als Rooivink en Schakel om er maar een paar te noemen nooit op gelijke wijze en met gelijke rechten het woord geven in haar kolommen als aan Bruins Slot. En evenmin aan b.v. prof. Velema als momenteel aan prof. Kuitert!

Prof. Veenhof acht het gevaarlijk, wanneer een krant eigendom is van een uitgever, en acht de ideale vorm daarom die van een persvereniging. De krant dus het eigendom van de lezers. Of dit altijd te realiseren is, is m.i. nog de vraag! Ook bij de meest ideale vorm van uitgave blijft er toch een sterk zakelijk element in meespreken. Elke krant wordt toch in zekere zin gevormd door zijn lezers.

Dat neemt niet weg dat juist een christelijk blad — en we bedoelen dan een blad, dat rekening wil houden met het gezag van Gods Woord op alle terreinen van het leven — de inhoud niet mag verzwakken terwille van zakelijke belangen, winstoogmerken etc. De vrijheid voor de inhoud betekent gebondenheid aan het beginsel.

Dat is echter niet alleen de zaak van een redactie of uitgeverij. Het is een zaak, die heel christelijk Nederland raakt.

Dorothee Sölle

Deze duitse theologe, bekend door haar rede over de kerk buiten de kerk, door haar boek 'Plaatsbekleding', alsmede haar actie voor het politieke avondgebed, heeft in een onlangs in het nederlands vertaald boekje een proeve gegeven van een nieuwe geloofsbelijdenis. Deze geloofsbelijdenis van mevr. Sölle moet ook al in een kerkdienst gebruikt zijn, naar ds. Kooistra in het Hervormd Weekblad van 3 juni meedeelde.

Dat is natuurlijk al een vreemde en ongehoorde zaak. In de eredienst hebben we ons te houden aan de orde der kerk. Het dienstboek bevat de tekst van de 12 artikelen alsmede van de Geloofsbelijdenis van Nicea.

Waar blijven we, als elke predikant daarin naar eigen voorkeur of believen wijzigingen gaat aanbrengen? Dan is het hek van de dam. De gemeente wordt dan overgeleverd aan de willekeur van de voorgangers. Dat zou dominocratie zijn in de meest slechte zin van het woord. En dat in een tijd, waarin het woord 'inspraak' mode is.

De Kerk heeft te belijden in gehoorzaamheid aan de Schrift en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen.

Om nu terug te komen op de geloofsbelijdenis van dr. Sölle, duidelijk blijkt hoe deze theologe de theologie van de revolutie voorstaat en zoekt te integreren in een schema, dat trinitarisch is opgebouwd.

Wij geven hier de tekst van deze proeve:

Ik geloof in god
die de wereld niet af heeft geschapen
als iets dat altijd zo moet blijven
die niet regeert volgens eeuwige wetten
die onveranderlijk van kracht zijn
niet volgens natuurlijke ordeningen
van armen en rijken
deskundigen en onwetenden
heersers en afhankelijken
ik geloof in god
die de tegenspraak wil van wat leeft
en de verandering van alles
door ons werk
door onze politiek

Ik geloof in jezus christus
die gelijk had toen hij
'een enkeling die niets kan beginnen'
precies zoals wij
werkte aan de verandering van alles
en daaraan te gronde ging
met hem als maatstaf erken ik
dat ons verstand is verminkt
onze fantasie verstikt
onze moeite verspild
omdat we niet leven zoals hij leefde
elke dag vrees ik
dat hij vergeefs is gestorven
omdat hij in onze kerken begraven is
omdat we zijn revolutie hebben verraden
gehoorzaam en bang
voor de autoriteiten
ik geloof in jezus christus
die opstaat in ons leven
opdat wij vrij worden
van vooroordelen en aanmatiging
van angst en haat
en zijn revolutie voortzetten
op weg naar zijn rijk
Ik geloof in de geest
die met jezus in de wereld is gekomen
in de gemeenschap van alle volken
en onze verantwoordelijkheid voor
wat onze aarde zal worden
een dal van ellende honger en geweld
of de stad van god
ik geloof in de rechtvaardige vrede
die verwerkelijkt kan worden
in de mogelijkheid van een zinvol leven
voor alle mensen
in de toekomst van deze wereld van god amen'

Ds. Kooistra geeft bij deze regels ook een commentaar waar we van harte mee instemmen en dat we u graag doorgeven:

Als we deze 'geloofsbelijdenis' van D. Sölle nader nader critisch bekijken, merken we duidelijk, dat zij Jezus ziet als een revolutionair. Zij belijdt o.a. van Hem, dat Hij 'werkte aan de verandering van alles en daaraan te gronde ging'. Zij vreest zelfs, dat 'hij vergeefs is gestorven... omdat we zijn revolutie hebben verraden'. De Opstanding van Christus betekent voor haar enkel opstanding in ons leven, doordat wij de revolutie voortzetten: 'ik geloof in Jezus Christus die opstaat in ons leven opdat wij... zijn revolutie voortzetten op weg naar zijn rijk.' 'Opvallend is, dat zij haar 'credo' trinitarisch heeft opgebouwd evenals het klassieke Apostolicum.

Ook D. Sölle belijdt op haar wijze het geloof in de Drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Masir het revolutionaire, dat zij vooral van Christus belijdt, horen we ook al in haar eerste en derde artikel. Van God wordt in het eerste artikel beleden, dat Hij wil 'de verandering van alles door ons werk, door onze politiek'. En van de Heilige Geest wordt in het derde artikel als voornaamste werk beleden, dat Hij de vrede brengt onder de volken: 'ik geloof in de rechtvaardige vrede die verwerkelijkt kan worden'. Nu zult u misschien zeggen: zit in dit alles ook niet een waarheidselement? Ongetwijfeld! Het Evangelie heeft ook een politieke betekenis! Christenen kunnen zich nooit neerleggen bij deze bestaande wereld vol onrecht en leed. Wij verwachten de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. En bij Jezus' geboorte hebben de engelen reeds gezongen van vrede op aarde. Maar het grote bezwaar tegen D. Sölle is, dat zij dit Evangelie enkel vertaalt in de taal van de revolutie. Dat blijkt ook verder uit haar boekje, als op pag. 29 o.a. dit antwoord wordt gegeven aan 'onze linkse vrienden op hun vraag waarom wij bidden: 'Omdat het ons om de broederschap gaat van allen... van 'de doden die voor ons geleefd hebben, wier dromen wij hebben verraden, de dromen van 1789 en van 1917'. De Franse revolutie van 1789 en de Russische revolutie van 1917 worden regelrecht als Evangelie verkondigd. Dat Jezus de Redder van de zonde is horen wij niet. Het 'credo' van D. Sölle is dus een totaal ander geloof dan het klassieke credo van de Apostolische Geloofsbelijdenis, welke doorgaans in onze kerkdiensten beleden wordt. Het komt me voor, dat een predikant nooit verstandig doet als hij in plaats van de klassieke geloofsbelijdenis een andere meer moderne geloofsbelijdenis uitspreekt. In de Vrijzinnige bijdrage tot de Hervormde Eredienst 1956 kan men naast het Apostolicum en de geloofsbelijdenis van Necaea nog elf andere geloofsbelijdenissen vinden, die nooit officieel door de Kerk zijn aanvaard. Het lijkt me nu niet gewenst, als iedere predikant naar eigen keuze te werk gaat met het belijden van het credo in de eredienst. Persoonlijk zou ik het gebruik van het Apostolicum verplicht willen stellen. Maar zo ver is het nog niet.

De oude reglementenbundel der Ned. Herv. Kerk gaf de predikanten de vrijheid om inzake de litiurgische schriften 'naar eigen oordeel te rade te gaan met de godsdienstige behoeften hunner gemeenten'. De Kerkorde verwijst in deze naar het dienstboek der Kerk. Maar tot nu toe bezitten we slechts een dienstboek in ontwerp, dat nog niet officieel door de Synode is vastgesteld. Theoretisch bezit dus een predikant de vrijheid om in overleg met zijn kerkeraad een andere geloofsbelijdenis voor de kerkdienst te kiezen dan het Apostolicum. Wel rijst bij mij de vraag, of hij bij een keuze voor het 'credo' van D. Sölle niet te maken krijgt met hoofdstuk 4 van Ord. 11 'Het opzicht over de Dienst des Woords en de catechese'. Ik zou het kerkeraadslid uit X dan ook de raad willen geven om de vraag voor te leggen aan de Prov. Kerkvergadering van de provincie waar hij woont, of een predikant het recht heeft de Gemeente haar geloof te laten belijden met het 'credo' van Dorothee Sölle. Persoonlijk meen ik dat dit credo 'de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift uitsluit en de gemeenschap met de belijdenis der vaderen verbreekt'

Het wordt hoog tijd, dat de kerk van hoog tot laag zich erop gaat bezinnen, wat de woorden van Paulus uit Galaten 1 over een ander evangelie, dat geen Evangelie is, vandaag betekenen en wat de consequenties daarvan zijn voor de practijk van het kerkelijk handelen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1971

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1971

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's