De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

11 minuten leestijd

De Meester van Maria van Boiugondië; Uitgave Het Spectrum N.V., Utrecht ƒ 65, —.

Dit boekje is een reproductie van een aantal bladzijden van een manuscript uit de tweede helft van de 15e eeuw, een zogenaamd getijdenboek, het voor leken bestemde gebedenboek uit de late middeleeuwen. Dat manuscript is te vinden in de Badleian Library in Oxford. Binnen korte tijd na de voltooiing ervan in de 15e eeuw heeft het twee eigenaars gehad, namelijk Filips de Schone, de zoon van Maria van Bourgondië en Maximiliaan, de aartshertog van Oostenrijk, later keizer van Habsburg. Voordien was het eigendom van Engelbert van Nassau. De gehele historie ervan wordt in een inleidend stuk van J. J. G. Alexander van de Badleian Library weergegeven.

Op ieder bladzijde van het getijdenboek zijn versieringen aangebracht. Nadat de schrijver de tekst had uitgeschreven verfraaide hij deze met krullen, of verwerkte hij de krullen tot bladeren, maskers of koppen van groteske vogels.

De 'Meester van Maria van Bourgondia', een miniaturist over wiens identiteit geen zekerheid bestaat, heeft tussen 1477 en 1490 aan de randversieringen gewerkt. Allerlei taferelen zijn er verder in opgenomen b.v. van het kruislijden. Ook de inleidende gebeden en de boetepsalmen zijn met miniaturen verlucht.

Het is duidelijk dat we in dit boekje een stuk typisch middeleeuwse kunst aantreffen, die, wat de religieuze achtergrond betreft, gericht is op de Iaat middeleeuwse roomse gedachtewereld. De uitgever heeft het geheel met toestemming van de Badleian Library uitgegeven in een band, die nagenoeg identiek is met die van het origineel. Diegenen, die in deze laatmiddeleeuwse religieuze kunst geïnteresseerd zijn, treffen in dit boekje een juweeltje van een kunstreproductie aan. De hoge prijs van dit werkje, dat tot in de uitvoering toe aan de middeleeuwen herinnert, ligt voor de hand.

Hans Jürgen Schultz: Von Gandhi bis Camara; Beispiele gewaltfreier Politik; Uitgave Kreuz Verlag, Stuttgart; 189 pagina's; D.M. 14, 80.

In dit boek passeren een aantal bekende pacifisten van de 20e eeuw de revue. Het zijn Gandhi, Rosa Luxemburg, Einstein, Toyohiko Kagawa, Bertrand Russell, Albert John Lutuli, Martin Luther King, Abraham Johannes Muste, Danilo Dolci, Helder Camara, Cesar Chavez, Kenneth Divid Kaima, Alexander Dubcek, Ota Sik en Martin Vakuli en tenslotte de Nederlandse pacifistische beweging Sjaloom. Diverse scribenten hebben aan deze bundel meegewerkt. Ze willen niet aan persoonsverheerlijking doen. Maar inmiddels verbergen ze hun sympathieën voor de ideologie van de personen, die ze beschrijven, niet. Daarom tendeert dit boek wel duidelijk in een bepaalde richting, wat b.v. ook duidelijk blijkt uit de beschrijving van de linkse beweging Sjaloom te onzent. Daarom, geen boekje waardoor we ons willen laten leiden. Wel een boekje waardoor we ons kunnen laten inleiden in het denken en handelen van personen, wier namen we herhaaldelijk tegenkomen of kwamen in de kranten, omdat ze eigen wegen gaan of gingen in de politieke vragen van onze tijd. Als zodanig biedt dit boekje veel informatie. Maar het is een boek voor kritische lezing.

v. d. G.

Zending in Nederland. Een bundel opstellen over de missionaire roeping van de gemeente. Uitg. Boekencentrum 's-Gravenhage 1970, 222 blz.; prijs ƒ 9, 90.

Het zal de lezers van De Waarheidsvriend inmiddels wel bekend zijn dat onder bovenstaande titel een bundel opstellen is verschenen ter gelegenheid van het 35-jarig jubüeum van de Hervormde Bond voor Inwendige Zending op Geref. Gronsdlag.

Met deze bespreking willen we de aandacht van de lezers nog eens op dit boek vestigen en degenen die nog niet tot aankoop overgingen daartoe thans nogmaals opwekken. Want we hebben hier te maken met een mooi uitgegeven boek met zeer rijke inhoud.

Zoals de titel zegt en in overeenstemming met het doel van de Bond gaat het hier niet om zendingsarbeid in verre landen, maar in ons eigen land. Dat onderwerp is stevig een boek waard. De toenemende onkerkelijkheid, die onlangs weer eens nadrukkelijk in de publiciteit is geweest met. betrekking tot het vraagstuk van de geboorteleden, Is er voldoende bewijs voor dat heel Nederland zendingsgebied is geworden.

Het kenmerkende van dit boek is zijn bijbels uitgangspunt en daarmee de gerichtheid op de bekering van de individuele mens. Als haar primaire taak ziet de bond haar roeping om bekendheid te geven aan de nood die gelegen is in de vervreemding van God en in de verkondiging van de boodschap dat alleen de kennis van God in Jezus Christus hoop en verwachting geeft. Dat wil niet zeggen dat de boodschap hiertoe beperkt zou blijven. De dienst van God is niet een zuiver particuliere zaak maar trekt een breed spoor en de zonde beperkt zich in zijn bedervende gevolgen niet tot de enkele mens. Daarom komt het gehele leven in al zijn samenlevensverbanden in dit boek binnen het blikveld.

Ook vele actuele vragen komen aan de orde. Heeft de moderne mens een andere boodschap nodig? Hoe werd ten tijde van de Reformatie over inwendige zending gesproken en gehandeld? Op welke wijze dient het evangelie thans te worden uitgedragen?

Kan de bond tevreden zijn over de weerklank die haar werk in eigen gemeenten vindt? Er is stellig een verblijdende groei in ledenaantal en giften. Maar daarmee is niet alles gezegd. In het Woord Vooraf zegt de vroegere voorzitter ds. H. G. Abma dat de bond in de 35 jaar die zij achter zich heeft steeds scherper is gaan zien 'dat één van de voornaamste taken van de inwendige zending is de opdracht om de gemeente haar roeping in dit opzicht bewust te maken. Och of al het volk van de Heere evangelisten waren'. Het boek geeft hiertoe de toerusting; het zij hiertoe ook een stimulans.

De bijdragen zijn verzorgd door ds. H. G. Abma, ds. C. den Boer, drs. L. G. Zwanenburg, prof. dr. S. van der Linde, drs. J. J. Tigchelaar, ds. W. L. Tukker, dr. C. Graafland, wijlen drs. A. Terlouw, drs. K. Exalto, prof. dr. H. Jonker, ds. J. van 't Ende, ds. H. J. Smit, drs. J. J. Bos, ds. G. Hamoen en drs. B. J. Wiegeraad.

Het is ook te bestellen door storting van het bedrag van ƒ9, 90 op giro 980.980 t.n.v. de Inw. Zending, J. van Oldenbameveldlaan 10, Amersfoort.

L. v. d. W.

Prof. dr. W. D. Jonker, Als een riet in de wind... ƒ3, 25; drs. J. C. de Moor, De tijd van het heil, ƒ 3, 73. Prof. dr. G. Th. Rothuizen. Wat is Theologie? , ƒ4, 25. Prof. dr. W. C. van Unnik Het Nieuwe Testament en de ethiek, ƒ3, 25. Dr. O. Jager, Verkondiging en massamedia, ƒ3, 95. Kamper Cahiers, in opdracht van de Theol. Hogeschool van de Geref. kerken in Nederland uitgegeven, nrs. 12 t.m. 16. J. H. Kok, Kampen.

Ter beoordeling werden ons een vijftal Kamper Cahiers toegezonden, een serie waarin overzichtscolleges, oraties, lezingen etc. op keurige wijze worden uitgegeven.

Prof. Jonker schrijft over de huidige discussie rondom het ambt in verband met de gezagscrisis. Ambt en gezag zijn onafscheidbare begrippen. De ambtdrager ontleent dit gezag niet aan eigen bevoegdheid. Achter het ambt staat de roepende en de zendende God. Wanneer we de huidige gezagscrisis beoordelen, is deze, aldus Jonker, in zoverre positief te waarderen, dat ze ons bevrijdt van onbijbelse voorstellingen inzake ambtsgezag, kerkelijke status enz. Dat kan leiden tot een zuiverder begrip inzake het ambt. De ambtsdrager staat als een riet in de wind van de tijden.

Af te wijzen valt de secularisering van het gezagsbegrip. Wat vandaag onder een democratische visie op het ambt verstaan wordt, is in strijd met de bijbelse opvatting over het gezag van de ambtsdrager, die door Christus gezonden is. De slogan 'ambt is dienst' wordt maar al te ongenuanceerd gebruikt, en vaak wordt vergeten dat het gaat om de dienst aan het Woord. Een verhelderend boekje, dat geen complete ambtstheologie bevat, maar in de huidige, discussie enkele principiële punten zeer duidelijk stelt.

Drs. De Moor, inmiddels gepromoveerd aan de V.U., vergelijkt de antieke heilsbeloften van het oude Oosten met de oudtestamentische profetie. Heilsbeloften hadden in het gehele Nabije Oosten betrekking op de nabije toekomst. Ook in Israël. Formuleringen waren nogal stereotiep. In Israël moesten de profeten vanwege de zonden van het volk voor de nabije toekomst onlieil verkondigen, terwijl het heil verlegd werd naar een verder verwijderde toekomst. In dat kader dienen we dan het optreden van de valse profeten te zien. Een belangrijke brochure voor de Oudtestamentische theologie, met name voor het vraagstuk: profetie en cultus.

Prof. Rothuizen geeft een analyse van een afscheidswoord van Bonhoeffer aan zijn studenten in 1933. Wat is de taak van de student in de theologie vandaag? Tussen 1933 en 1971 ligt een gehele ontwikkeling. Toch blijven er fundamentele vragen, die toen en nu opgeld deden.

Boeiend is de wijze waarop de Kamper hoogleraar de huidige discussie inzake de theologische wetenschap en de vernieuwing van het universitair onderwijs erin betrekt. Interessant is de vergelijking tussen Overbeck en Bonhoeffer.

Wat Bonhoeffer schrijft over het belijdend karakter van de theologie, over de taak van de theologie als het testen van de kerk op leer en dwaalleer moet uiteraard verstaan worden tegen de achtergrond van de duitse situatie in 1933. Wij moeten, aldus Bonhoeffer steeds weer terug naar de bijbel en naar de reformatie. Wat zegt de 'werkelijke' Bijbel en wat zegt de 'werkelijke' Luther' Of de theologie die zich op Bonhoeffer beroept, aan deze stelling trouw is gebleven, wagen we op' zijn zachtst gezegd te betwijfelen. En in hoeverre Bonhoeffer dit waar gemaakt heeft, is een moeilijke vraag. Rothuizen gaf een knappe beschouwing, waarbij we wel als bezwaar willen noemen, dat hij erg veel over hoop haalt, zonder het uit te werken. Ik denk b.v. aan de opmerking over Kuitert op blz. 24. Ook de stijl is wat springerig. Maar wie zich bezig wil houden met Bonhoeffer en zijn invloed kan aan dit goed gedocumenteerde commentaar niet voorbij gaan.

In October van het vorig jaar hield de Utrechtse Nieuwtestamenticus prof. dr. W. C. v. Unnik in Kampen voor de studenten een lezing over het Nieuwe Testament en de ethiek. Na een omschrijving van het thema en de probleemstelling volgen een aantal opmerkingen over de ethiek in het Nieuwe Testament (de relatie tot de verkondiging, de rijke variatie binnen de Schrift, de verhouding tot de situatie, de wereld 'rondom het Nieuwe Testament). Voor onze ethiek is nodig, aldus v. Unnik een persoonlijke en gemeentelijke dialoog met het Nieuwe Testament, een voortdurende omgang met net N.T. Christelijke ethiek is een leven met de Heere. Wij hopen dat hetgeen hier in enkele bladzijden is ondergebracht nog eens een bredere uitwerking krijgt. Het onderwerp verdient het ten volle.

Dr. Jager geeft overzichtscollege over de vragen die de massamedia stellen aan de kerken en de verkondiging. Technische middelen zijn meer dan transportmiddelen. De massakommunikatie via t.v. en radio brengt een eigen problematiek met zich mee. Wat betekent dat voor de evangelieverkondiging? Met name in Duitsland is er door verschillende theologen over geschreven. In dit verband spreekt men dan graag over verkondiging als informatie.

Het blijkt dat de vragen van de apostolaatstheologie terugkeren zodra het gaat om de relatie tot de massamedia. De media hebben de wereld veranderd in een reusachtig marktplein, waar allerlei stemmen klinken. De stem van de kerk moet een 'bericht van verandering' doorgeven. Opvallend is de grote nadruk in allerlei beschouwingen op de mens en zijn situatie als medebepalend voor het gebeuren van de verkondiging. De invloed van Tillich is hierbij duidelijk merkbaar. Dr. Jager zelf erkent dat hier grote vragen liggen. Verdringt de dialoog de verkondiging niet te zeer? ' Omroepmensen komen allicht onder invloed van de noodzaak tot overdracht, maar juist daarom moeten de theologen in de omroepwereld het accent leggen op het unieke van de boodschap en op de wet van de plaatsvervanging die ook voor de brede schare hoorders geldt'. De schrijver probeert de benadering vanuit het unieke van het Evangelie en een benadering vanuit de situatie te verbinden. Of hij hierin slaagt en zo boven het dilemma uitkomt, zal de practijk moeten leren.

Maar wat van de apostolaatstheologie geldt, geldt ook in dit vragen complex: Wij zullen altijd weer vanuit het Woord Gods tot de mens en zijn problemen hebben te gaan. Dat neemt niet weg, dat de verkondiging voor radio en t.v. zijn eigen aanpak vergt. Daarover maakt de schrijver waardevolle opirierkingen, alsook over de invloed van de massamedia.

De kwestie van de evangelieverkondiging voor radio en t.v. is nogal in discussie. En de verontrusting over de inhoud is lang niet altijd uit de lucht gegrepen. Teveel wordt vaak geofferd op het altaar van de moderne mens. Wie iets over de achtergronden van deze problematiek wil weten late deze brochure niet ongelezen. Dr. Jager is 'insider' en als zodanig een goede gids. Met belangstelling nam ik van deze publicatie kennis. Er blijven een aantal vragen over. Maar de schrijver zal ongetwijfeld zelf de eerste 'zijn om te erkennen dat het laatste woord in dit onderwerp nog lang niet gesproken is.

A. N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1971

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1971

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's