De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verbreiden en oprichten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verbreiden en oprichten

7 minuten leestijd

'Verbreiden en oprichten', twee sleutelwoorden uit de omschrijving van het doel van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk. Dat is wel ver verwijderd van: in de kerk een eigen bestaan te willen leiden; de Bond voelt zich zeer op de Kerk betrokken. Anderzijds wordt het de Bond in de kerk steeds moeilijker gemaakt. Geen wonder dus, dat in De Waarheidsvriend van tijd tot tijd de vraag opduikt naar de positie van de hervormd gereformeerden in de kerk.

De situatie van de kerk in het geheel van de samenleving wordt al ongunstiger. Hetzelfde is het geval met de verhoudingen binnen de kerk: verschillende groeperingen drijven steeds verder uit elkaar.

Waar gaat dat heen? Daarover willen wij wat gedachten neerschrijven. Daarbij zal het tweede punt: de verhoudingen binnen de kerk, de meeste aandacht krijgen.

Het eerste lijkt belangrijker. In zekere zin is het dat ook: het gaat in de samenleving immers om een wijdere kring. Maar een haperende kerk kan in die samenleving maar weinig betekenen.

De enorme vitaliteit en expansiekracht die de nieuwtestamentische gemeente kenmerkten ontsproten aan de volharding in de leer der apostelen. De Reformatie, even vitaal, greep ten diepste terug op die leer der apostelen. De kerk komt in deze tijd alleen maar uit de moeilijkheden als ze de leer der apostelen voluit honoreert en zich niet verbeeldt die anders — en dus beter — te moeten verstaan dan vorige geslachten. De situatie is nu anders dan toen, zegt men dan. Dat is tot uw dienst, maar die situatie mag de boodschap des heils niet vervormen. Dat loopt onherroepelijk uit op een devaluatie (ontwaarding) en een desintegratie (een uit elkaar vallen) van die boodschap. De kerk is dan niet meer in staat iets wezenlijks te berde te brengen. Ze houdt op, in de samenleving te functioneren.

De gereformeerden in de Hervormde kerk zien (met anderen, ook in andere kerken) met veel verdriet dit-proces zich voor hun ogen voltrekken. En dat niet van vandaag of gisteren. Steeds trachtten zij — zoals zij nog doen — de kerk te betrekken bij de waarden die de Reformatie ons uit de Schrift en uit de nieuwtestamentische gemeente heeft doorgegeven. De wijze waarop dat begrip voor reformatorische noties wordt gevraagd kan echter in deze tijd niet meer dezelfde zijn als voorheen. Het is goed, zich daarvan rekenschap te geven.

Wat is het geval?

Bij het ontstaan van de Gereformeerde Bond, nu zo'n 65 jaar geleden — de kerkelijke situatie vóór 1906 biedt wat minder houvast — was de kerk in een viertal blokken ingedeeld: vrijzinnig, ethisch, confessioneel, gereformeerd. Wel waren de grenzen enigszins vloeiend; nochtans waren de blokken duidelijk te herkennen. Belangrijk voor de vergelijking van de situatie van toen en nu is, dat destijds die blokken wat hun structuur betreft op elkaar geleken. Elk blok had 'zijn' hoogleraren, 'zijn' predikantsplaatsen, 'zijn' gemeenten met kerkeraden die in die predikantsplaatsen beriepen, en 'zijn' kerkvolk dat min of meer bij 'zijn' predikanten kerkte en in ieder geval de predikanten van de andere blokken dan het eigene met gloed en verve 'te zwaar' en 'te licht' vond: elk blok vertegenwoordigde een religieus-kerkelijk leefpatroon dat door de mensen van het eigen blok aanvaard en bepaald werd, en door de anderen werd verguisd. Blok voor blok leek nogal hecht in elkaar te zitten. Derhalve moest het gereformeerde blok, in zijn 'blok'-vorm het jongste van alle, zich in die tijd tussen de andere een plaats veroveren.

Sindsdien veranderde er veel. Door de invloed van Barth werd het categorische denken vervangen door het relativerende denken — men zou, sterk vereenvoudigend en sterk generaliserend, kunnen zeggen: het of ... of werd vervangen door het èn ... èn. Dat 'richtingen' voortaan 'modaliteiten' werden, was daarvan een voorbeeld en een symptoom. Waar Barth de centrale plaats van de verzoening behield, hoe bedenkelijk ook verwerkt, bracht dit in onze kerk een versmelting teweeg van het ethische en het confessionele blok tot de zo geheten midden-orthodoxie, in zulk een mate, dat het ethische blok geheel verdween en het restant van de confessionele richting zich tot zijn eigen verdriet ternauwernood meer in zijn identiteit erkend zag.

Nu is een horizontalisme in opmars zonder weerga. Een wanstaltig-enorme uitschieter van het evangelie breekt zich baan in de richting van intermenselijke verhoudingen, met speciale, progressieve aandacht voor politieke en maatschappelijke vragen. Daarbij verschuiven de accenten zo sterk, dat het wezenlijke van het evangelie vrijwel uitvalt.

Deze ontwikkeling valt niet te waarderen. Ze luidt een nieuwe versmelting in, nu van midden-orthodoxie met de vrijzinnigheid. Immers met het 'verticale' zondebesef verbleekt ook de beslissende betekenis van de verzoening en van de historiciteit van de heilsfeiten waaraan die hangt — het al of niet erkennen van die betekenis scheidde voorheen beide groepen nog.

Het enige positieve punt in die ontwikkeling is een heilzame schrik onder die confessionelen die om de midden-orthodoxie zwierven als een mot om een kaars. Die schrik zou een toenadering tussen confessionelen en gereformeerden kunnen bevorderen.

Nu is wel duidelijk dat hoe verder men afraakt van de klassieke gereformeerde leer — die met de leer der apostelen in één lijn wil blijven — des te meer verliest het kerkvolk de belangstelling voor de kerk. Daarom is er van de richtingbewuste houding die men vroeger in de niet-confessioneel gebonden richtingblokken aantrof niet zo veel meer terug te vinden — althans onder het kerkvolk.

Ten eerste zijn vooral van dat niet-gereformeerde kerkvolk grote stukken helemaal weg (voor 'gereformeerd' zou ik hier liever gereformeerd en confessioneel samennemen als daar maar één woord voor was). Hier past geen koud en kil: zie je nu wel, dat komt ervan. Integendeel, dit is rondweg verschrikkelijk — hoe halen we die ooit weer terug? Wij kunnen dat ook niet, dat kan de Here alleen.

Ten tweede is het overgebleven niet-gereformeerde kerkvolk zo ontstellend onwetend geworden omtrent de gereformeerde leer, dat eigenlijk niet is te zeggen dat het zich daartegen afzet. Als hun gereformeerde noties worden voorgehouden, dan zeggen zij niet: dat willen we niet, maar ze zeggen: wat is dat? Vroeger was hun voornaamste kenmerk: vijandschap. Nu is dat: onwetendheid. Die is er weliswaar in soorten. Er is een schuldige, niet-argeloze onwetendheid die de vijandschap achter zich heeft gelaten, maar nog latent (sluimerend) aanwezig is. Daarmee rekenend, valt van niet-gereformeerden toch het meest hun onwetendheid op.

De onwetendheid onder het kerkvolk in onze kerk jegens de gereformeerde gezindte en wat zij wil brengt een nieuw element in wat ons te doen staat.

Vroeger was die onwetendheid er niet. Verbreiden en verdedigen van de Waarheid, dat was het hoofdmotief van de Gereformeerde Bond.

Men kan bepaald niet zeggen dat dat verbreiden en verdedigen nu achterwege zou kunnen blijven. De links-middengroep in de kerk kan in de uit haar voortkomende leiding, juist als die het eind ziet naderen, nog snel trachten de structuur van de kerk zo te verstoren dat het gereformeerde leven bijna onmogelijk zou worden. Daar moet aan gedaan wat maar mogelijk is. Geen vacant rakende gereformeerde predikantsplaatsen opheffen omdat er net dan geen geld meer zou zijn. Geen halve figuren daar, waar zelfs hele het ternauwernood redden.

Maar het accent moet nu elders liggen: op het oprichten van de kerk uit haar diepe val. Dat is heel wat anders dan er al maar op te wijzen hoe diep die val wel is, en meer niet. Daarmee mag men zich een naam van betrouwbaarheid zoeken te verwerven, maar men helpt er de kerk geen steek verder mee. Grote woorden die niets kosten bederven meer dan dat ze goed doen.

Wat dan? Positief bezig zijn in prediking en pastorale arbeid voor de predikanten; veel gebed voor de gehele gemeente, voor de Kerk, en een juist woord te juister tijd van gemeenteleden, ook: verheugd zijn over en waardering tonen voor goede dingen die uit de koker van niet-gereformeerden komen. Bovenal ook laten voelen en blijken dat we het goede met de gehele kerk van links tot rechts voor hebben, daarbij op de Here zien en Hem als een waterstroom aanlopen.

't Is allemaal wat mager en onuitgewerkt. Direct toegegeven. Maar we moeten doodvoorzichtig zijn met een rampzalig activisme als van Kuyper. Laten wij naar Ps. 127 bouwlieden en wachters zijn — dat is een regelrechte opdracht — maar dan zulke die de Here vragen of Hij de civitas Dei, de stad Gods bewaart en het huis Zijner kerk wil herbouwen. Zijn Naam zal gevreesd worden als Hij zich gewend zal hebben tot het gebed dergenen die gans ontbloot zijn en Hij hun gebed niet zal hebben versmaad.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verbreiden en oprichten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's