Boekbespreking
J. W. V. van Huyssteen, Teologie van die rede, 252 biz., ƒ 18, 50, J. H. Kok, N.V., Kampen, 1970.
Het betreft hier een studie over de theologie van Wolfhart Pannenberg, waarop de schrijver aan de V.U. te Amsterdam is gepromoveerd tot doctor in de theologie. Het boek is in het Zuid-Afrikaans geschreven, maar dit vprmt vrijwel geen belemmering voor het lezen.
Pannenberg behoort momenteel met Moltmann tot de meest invloedrijke theologen in Duitsland. Hij geeft een theologie van de geschiedenis, waarin hij stelt, dat Gods openbaring zich voltrekt binnen de geschiedenis. Dat is zelfs zo duidelijk, dat het slechts een kwestie van inzicht en kennis is om daarachter te komen. De kennis gaat hier zelfs vóór het geloof. Vandaar, dat de schrijver komt tot bovengenoemde betiteling: theologie van de rede. De schrijver verzuimt niet de waardevolle aspecten van deze theologie te noemen, die er ook ongetwijfeld in zitten. Al is het alleen maar dat Pannenberg de werkelijkheid van Gods openbaring in de geschiedenis ernstig neemt en daarom ook de geschiedenis van de heilsfeiten. Maar aan de andere kant worden ook de gevaren genoemd, die vooral tenderen in de richting van een soort natuurlijke geschiedenistheologie. En dat deze gevaren niet denkbeeldig zijn, blijkt wel uit allerlei concrete gevolgtrekkingen, die vanuit deze theologie worden gemaakt in de richting van een revolutionair ontwikkelingsdenken. Het zou de waarde van dit boek verhoogd hebben, wanneer daar nog wat meer aandacht aan zou geschonken zijn.
E. Jüngel, TOD, 175 S., DM 9, 80, Kreuz-Verlag, Stuttgart-Berlin, 1971.
Genoemd boek is een uitgave (Band 8) van de bekende serie Themen der theologie, waarin actuele vraagstukken op populair wetenschappelijke wijze aan de orde worden gesteld. Dat geldt ook in dit geval. Jüngel is nog een jong theoloog, die echter grote naam heeft gemaakt door zijn opvallende studie over Gottes Sein ist im Werden. Destijds hebben wij daar veel aan gehad. Dat kunnen vrij nu niet bepaald zeggen van deze studie. Er worden wel - zeer behartigenswaardige opmerkingen in gemaakt, maar het geheel geeft toch een vlakke indruk. De centrale gedachte, waardoor het boek wordt geleid, is de onderscheiding tussen de dood als verlies van de relatie, tot God en mensen, en de dood als zinvolle beëindiging van een geschiedenis, die God met de mens houdt. De dood in eerste zin wordt negatief, de dood in tweede zin wordt positief beoordeeld. In het Nieuwe Testament neemt de opstanding van Christus een beslissende plaats in in de beoordeling van de dood. Toch meen ik, dat de schrijver aan Paulus te kort doet, als hij meent, dat Rom. 6 : 23 (de bezoldiging der zonde is de dood) slaat op de dood, die de gelovige in dit leven met Christus sterft. Zo wordt aan de ernst van de dood te kort gedaan. Een gemis vind ik ook, dat de schrijver uitsluitend uitgaat van de positie van de gelovige, en niet de vraag stelt, wat de dood betekent voor hen, die niet geloven. Het sterven in het geloof wordt menselijk veralgemeniseerd en zodoend geïdeologiseerd. Maar dat is niet alleen in dit boek aan te treffen, maar bij vele theologen, die op dit ogenblik zich met de dood bezighouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's