Kerkeraadsgesprek over ’Dood is dood’ in Groningen
In het Groninger Kerkblad van 27 juni l.l. schreef ds. T. Poot, Hervormd predikant te Groningen het navolgende stuk n.a.v. de veelbesproken uitlatingen van ds. M. A. Krop over het leven na dit leven:
'In het Groninger Kerkblad van zondag 20 juni jl. heeft ds. Krop in een interview met de eindredacteur onder de titel 'Is dood - wél dood? ' zijn inmiddels befaamd geworden opvattingen over 'het leven na dit leven' uiteengezet. Opnieuw uiteengezet, want het is niet de eerste maal dat ds. Krop hierover in het kerkblad schreef, om over andere uitingen via andere media nu maar te zwijgen.
Als ik het allemaal goed begrijp komt ds. Krop met zijn opvattingen dicht in de buurt van de leer van Hymenaéüs en Philétus, over wie sprake is in 2 Timotheüs 2:18. Zij beweerden dat de 'opstanding reeds heeft plaatsgevonden'. Prof. Smelik schrijft in zijn commentaar op deze brief dat hun grondgedachte neer kwam op een z.g. vergeestelijking van de opstanding. Als ds. Krop zegt dat het Opstandingsverhaal vertelt dat ik dit leven als een eeuwigheid mag beleven, dat de essentie van het evangelie is dat dit leven eeuwigheidsbetekenis, dat de wederopstanding des vleses een wezenlijk beeld is dat de betekenis van dit bestaande aanduidt, dan lijkt mij dat een herhaling van de bewering van bovengenoemde tijdgenoten van Paulus, zij het vanuit andere achtergronden wellicht.
Paulus schrijft van Hymenaéüs en Philétus dat zij het spoor der waarheid zijn kwijtgeraakt en met hun bewering het geloof van sommigen afbreken. Het doet mij meer leed dan ik zeggen kan als ik hier als mijn overtuiging moet uitspreken dat dit m.i. ook van ds. Krop geldt inzake zijn opvattingen over Opstanding en Wederopstanding des vleses. Ik ben er van overtuigd dat het de bedoeling van ds. Krop is de waarheid te dienen en het geloof der gemeente op te bouwen in deze tijd. Maar met dezelfde overtuiging zeg ik dat dit op deze wijze niet kan en mag vanuit de Schrift en de Belijdenis der kerk.
Ik mag als bekend veronderstellen dat ik polemiek van predikanten in het kerkblad over zaken die zozeer het hart van ons christelijk geloof raken verwerpelijk vind. Ik heb daarom op de vergadering van de centrale kerkeraad van maandag 21 juni jl. gevraagd om een kerkeraadsgesprek over de aan de orde zijnde vragen. De voorzitter van de c.k. (ds. Krop zelf) heeft toegezegd zo'n gesprek te zullen bevorderen, bijv. in de vorm van een vergadering van amtbsdragers. Ik ben dankbaar voor deze toezegging en ik prijs het in ds. Krop dat hij een gesprek over zijn opvattingen niet uit de weg gaat. Mogelijkerwijs zou bij zulk een gesprek de gemeente mede uitgenodigd kimnen worden. Dit lijkt mij namelijk de wijze waarop wij als gemeente over prediking en belijdenis bezig moeten zijn.
Dat ik niettemin ook in het kerkblad kort reageer op het bovengenoemde interview heeft als reden dat ik mijzelf schuldig en laf zou vinden als ik de door ds. Krop gedane uitingen onweersproken zou laten en niet uiting had gegeven aan mijn diepe onrust en droefheid over wat ik niet anders kan zien dan als een aantasting van de belijdenis van onze Here Jezus Christus en het door Hem voor ons verworven heil.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's