De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

22 minuten leestijd

Een drietal interviews

Zoals u weet, wordt in de kerkelijke pers — en uiteraard niet alleen daarin — veelvuldig gebruik gemaakt van het interview. In plaats van het lange betoog, waarin iemand zijn mening over het een of ander te kennen geeft, wordt de methode van het gesprek gekozen. Dat alles komt de levendigheid en de directheid ten goede. Het nadeel blijft, dat allerlei zaken over hoop gehaald worden, zonder dat de aangeroerde onderwerpen diepgaand behandeld worden. Maar niettemin moeten wij zeggen: Menig interview geeft een goed portret van de geïnterviewde, en bevat interessante gegevens voor de kijk van de betroffene op het tijdsgebeuren.

In deze persschouw willen we het een en ander doorgeven uit gesprekken die gevoerd zijn met ds. W. L. Tukker, prof. mr. I. A. Diepenhorst en prof. C. Veenhof. Drie figuren, behorend tot de Gereformeerde gezindte, en alle drie op een verschillende post geplaatst. Natuurlijk mogen we niet pretenderen met deze drie gesprekken de gehele Gereformeerde gezindte 'onder schot' gekregen te hebben.

Dan zouden ook anderen aan het woord moeten komen. Maar toch komen in deze gesprekken allerlei wezenlijke vragen naar voren, die de Gereformeerde gezindte raken, vooral die vragen, die van belang zijn voor de verhouding van de Gereformeerde gezindte tot de kerkformaties, waartoe betrokkenen behoren.

Ds. W. L. Tukker

Allereerst enkele fragmenten uit het gesprek dat de amsterdamse studentenpredikant, ds. A. A. Spijkerboer voerde met ds. Tukker en dat gepubliceerd is in 'Woord en Dienst' van 19 juni jl.

Onder meer kwam ter sprake de geestelijke betekenis van de Gereformeerde Bond in het geheel van de kerk, de visie op de prediking en de vragen rondom de heilstoeëigening.

Welke is de geestelijke betekenis van de Gereformeerde Bond?

Het is hiermee begonnen, dat men een theologie van de wedergeboorte stelde tegenover de theologie van het modernisme. Men zou kunnen zeggen: 'de vrome mens' tegenover 'de brave en goede mens'. In de oorlogsjaren is daarin onder invloed van ds. I. Kievit verandering gekomen: de prediking werd meer Christo-centrisch. Christus werd bevindelijk gepreekt, daarin hoe Hij gekend wordt en hoe men voortvaart Hem te kennen. Kievit bracht ons meer in aanraking met de Reformatie. De Reformatie is rijker dan de Nadere Reformatie, omdat ze meer gebonden is aan de Triniteit; de bevinding verschuift van kennis van de Heilige Geest naar kennis van de Drieënige God. Het verbondsmatige denken hebben we, naast Kievit, ook te danken aan Woelderink, die scherpe critiek op ons had, evenals op de Gereformeerde Gemeenten, waar we nogal op leken. Zo kwam de Bond meer in echt Hervormd vaarwater en we kregen meer oog voor de kerk. Wij zien de andere groeperingen graag als echt hervormd, 'naar de orde van het verbond'. Maar naast de belofte van het verbond, die over ons ligt, denken we aan de krachtige eisen van het verbond, aan de eisen van een nieuwe gehoorzaamheid en de bede om de Heilige Geest, waarvan het klassieke doopformulier spreekt. Wedergeboorte is noodzakelijk.

U zou dus niet kunnen zeggen, dat we in Christus wedergeboren zijn?

Wij worden wel wedergeboren in Hem, gerechtvaardigd in zijn opstanding, maar de Geest zal ons opwekken met Hem.

Roept dat dan niet het gevaar op, dat, we erg met onszelf bezig zijn en dat we ons op onszelf concentreren?

Dat zou waar zijn, als we in onze prediking niet krachtig geworpen waren op de Godsleer. Zelfs bij de Nadere Reformatie bestond 2/3 van de preek uit een voorwerpelijke uiteenzetting van het heil en 1/3 was toepassing.

Hoeveel krachtiger was dit bij de Reformatie zelf! Onze tijd belet het ons wel om ons tevreden te houden met een ingekeerd leven.

Maar blijven we dan niet bedrukt leven, omdat je nooit weet of je als kind van God mag leven?

Ik kom oorspronkelijk uit een 'ethische', later uit een 'confessionele' gemeente en ik heb er zelf een sterke behoefte aan om vanuit Christus, vanuit de Triniteit, zó te spreken, dat het zijn uitloper vindt in het persoonlijk geloofsleven. U kunt het zo zien: vroeger werd het woord 'het geloof is een gave Gods' onder ons zo verstaan, dat we zeiden: 'Voorzichtig, daar moeten we afblijven'. Maar wat het nu voor ons inhoudt is: 'Het is de gave van God, die geeft en zo gaarne geeft'. Vroeger dachten we aan Gods naar achter gekeerde handen, nu aan de handen, die Hij gevend naar ons toekeert, zoals de handen van de gekruisigde Jezus Christus. Nu vooral dit: in de doop wordt over onze kleine kinderen het heil uitgesproken, in die woorden wordt al het heil op het voorhoofd gelegd, het is een bezegelde belofte, al het heil zit er al in. In het avondmaal wordt de prediking, de hele leer van de verzoening van onze zonden, bezegeld. Maar daarbij blijft onverkort staan, dat de Heilige Geest ons toeeigent, wat we in Christus hebben.

Wij menen dat hier een aantal belangrijke dingen gezegd worden, die voor heel de kerk van belang zijn. Met name de evenwichtige wijze waarop het werk van de Heilige Geest in verband gebracht wordt met de bediening van Woord en sacramenten. Men zou de woorden uit dit gedeelte van dit gesprek regel voor regel kunnen toelichten met het formulier voor de bediening van de Doop. Het Verbondsmatige spreken en de nadruk op de toeeigening in een persoonlijk geloofsleven krijgen beide dan hun volle accent.

Uiteraard komt in dit gesprek ook de visie op de synode en kerk ter sprake. In antwoord op een vraag over de vrijzinnigheid, wijst ds. Tukker er op, dat hij niet kan denken in verenigingsverbanden. De aard van de vrijzinnigheid dient z.i. afgemeten te worden naar de wijze van Schriftbeschouwing en de waardering voor de spreekregel van de kerk, de belijdenis. Dan moet men bij het woord 'vrijzinnig' aan een wijdere kring denken dan aan de organisatie.

Hier wordt m.i. in een zin de 'crisis van de midden-orthodoxie' (Berkhof) aan de orde gesteld.

Ook komt de positie van de Bond in de kerk ter sprake. Dient de Gereformeerde Bond zichzelf op te heffen? Ds. Tukker antwoord hierop.

De Bond is opgericht als steigerwerk, zoals men vroeger zei, om zichzelf op te heffen, zodra de kerk zich weer zou gaan houden aan haar belijdenis. De vorige voorzitter van de Bond heeft eens gezegd: 'U kunt de hele Bond van mij cadeau krijgen, als de kerk doet wat ze moet doen'. En nu dit: de Bond is heus niet het sterkst door haar organisatie; men heeft voor de kerk van het begin af dit gedaan, dat men een leger predikanten aan de kerk geschonken heeft. Onze eigenlijke organisatie is het leerstoelfonds, waarvoor veel geofferd is door gemeenten, die graag predikanten wilden hebben uit een gereformeerd milieu. Deze gemeenten vragen niet of iemand lid van dé Bond is, maar ze letten op de preek, de liturgie en de geloofsinstelling van de predikant. Later is het uitgegroeid in de Gereformeerde Zendingsbond en in de Bond voor Inwendige Zending. Wat we van mensen, die uit onze fondsen studeren, vragen, is niet dat ze lid worden, maar dat ze de statuten van de Bond ondertekenen. Het is verder niet waar, dat afgestudeerden, die de Bond willen verlaten, het geld moeten terugbetalen. Daar spreken wij niet met een woord over.

Wat verwacht u in' de naaste toekomst voor de Hervormde Kerk?

Als ik zie, hoeveel kerken er afgebroken worden, hoeveel predikantsplaatsen er opgeheven worden, niet alleen in de city, hoe men zonder belijdenis gedaan te hebben naar het avondmaal gaat, dan denk ik, dat de andere groeperingen in de kerk zichzelf wel een slechte dienst bewezen hebben. Dat alles gaat aan de Bond niet voorbij, maar zal hem in mindere mate treffen. Maar ik hoop, dat de kerk door deze dieptepunten heen, in een sterkere bin­ ding aan de Drieënige God van de Bijbel en de belijdenis weer groeien zal. En ik zal me meer verheugen over hét geestelijk welzijn en het geloofswelzijn van elke groep in de kerk, dan over het welzijn van onze eigen organisatie. Als de kerk wel vaart, heffen we die graag op. In onze krmg leeft sterk Hoedemakers 'Heel de kerk en heel het volk', geloofsmatig verstaan. Eha bouwde een altaar van twaalf stenen, naar het getal vatn al de stammen van Israël. Als de volheid der heidenen zal zijn ingegaan, zal heel Israël zalig worden. Wij kijken altijd naar het Oosten, maar dan naar Israël onder Zions Koning Jezus, en wij mèt hen, achter hen.

Prof. mr. I. A. Diepenhorst

In de nummers van 18 en 25 juni van het Geref. Weekblad staat het interview dat Rik Valkenburg had met prof. Diepenhorst. Het gesprek ging natuurlijk o.a. over de koerswijzigingen in de Geref. kerken, de kwestie-Kuitert, de verontrusting etc. Over de positie van de VU, mede naar aanleiding van de dissertatie van dr. Wiersinga over de verzoening werd het volgende gezegd:

Ik kan me heel goed voorstellen dat iemand de Verzoening opnieuw aan de orde stelt en tot een iets andere voorsteüing komt dan vroeger gangbaar was. Vooral met de geijkte juridische voorstelling viel men soms in eenzijdigheid. Maar dat valt men bijna altijd. De meer ethische beschouwing van dr. Wiersinga staat tegenover de juridische en die leidt ook weer tot grote eenzijdigheid. Dat men de zaak opengooit, daar is niet zo veel op tegen. Jonge theologen als dr. Wiersinga hebben wat vrijheid van beweging nodig; ook de godgeleerdheid kan alleen in vrijheid ademen.

Staat u aan zijn kant? ...

Je kunt je niet helemaal losmaken van je opleiding en scholing. Toch geloof ik dat we objectief kunnen vaststellen dat er tegenwoordig te misprijzend gesproken wordt over het 'juridische', over het recht. Recht is ten slotte recht en staat tegenover onrecht. Waarom is het woord recht impopulair? Recht beschermt! Recht handhaaft. Recht heeft een aparte afmeting. Het verdiept zich tot gerechtigheid, waartegenover de ongerechtigheid zich stelt. Als men over de Verzoening spreekt moet men goed begrijpen wat zij betekent. Bloed is bloed. We kunnnen er niet onderuit, dat er geen verzoening zonder voldoening is. Hoe genuanceerd iemand de zaken ook voorstelt, de radicaliteit van hetgeen op Golgotha gebeurde, blijft.

Kunt u het dan wel accepteren dat iemand als dr. Wiersinga op een alternatieve verzoeningsleer aan de V.U. promoveert? ...

Dat is vooreerst, naar mijn mening, een kwestie die samenhangt met de vrijheid van de wetenschap. Men kon altijd al mensen van allerlei kleur voor studie aan de V.U. toelaten. De ondertekening van de grondslag door de promovendi is er al jaren af. Er zijn trouwens steeds hoogleraren aan de V.U. geweest die meenden, dat promovendi niet aan de grondslag konden worden gebonden. Fabius dacht daar heel anders over dan Kuyper. De opvatting van een jonge doctor behoeft daarom nog niet 'kerkelijk' of confessioneel aanvaard te worden.

Wat is dan nog de waarde van een confessionele (Gereformeerde) universiteit als de V.U.? ...

Ook voorheen kon iedereen studeren aan de V.U., dus niet alleen orthodoxen. Dat promovendi niet aan de grondslag gebonden zijn, is uiteraard van beperkt belang. Het gaat er niet om wie het onderwijs ontvangt, maar wel hoe het gegeven wordt. Een principiële Humanist of Islamiet is als docent uitgesloten aan de V.U. Dat is dan één van de gevallen, dat de grondslag waarde heeft.

Wat is in concreto deze waarde? ...

Het gaat om het onderwijs. Het wordt aan de V.U. vanuit een fundamentele overtuiging, dus in een bepaalde geest gegeven. Ieder die zich daartoe voelt aangetrokken, kan weten waar hij ongeveer aan toe is. Dat is een voordeel! Met het wetenschappelijk onderzoek is het niet anders gelegen.

Dr. A. C. Drogendijk heeft bezwaren tegen het veranderen van de grondslag, waardoor er niet meer sprake kan zijn van een gereformeerde universiteit...

Beslissend is of de geest van. het onderwijs aan de V.U. wordt aangetast. Ik heb niet gezien dat prof. Drogendijk de zaak zo ernstig vindt dat hij de band met de V.U. gaat doorsnijden. Verder mag men van de V.U. nooit spreken in die zin dat het om een gereformeerde universiteit gaat in de kerkelijke betekenis van deze aanduiding.

Prof. Drogendijk bedoelt met gereformeerd 'reformatorisch'...

Tja, dan zit er natuurlijk iets in. Maar men moet weten, dat dr. Kuyper oorspronkelijk liever een brede, orthodox-protestantse universiteit wilde. De katholieke universiteiten hebben momenteel de grootste moeite het katholieke karakter te handhaven. Zij werken er ook met reformatorische krachten. De bezetting van sommige faculteiten (wis-en natuurkunde en medicijnen) baart in Nijmegen zorgen. Terwille van de 'bemanning' of 'bevrouwing' is grondslagverbreding gewenst.

U heeft geen overwegende bezwaren? ...

Waar men geen moeite heeft elkaar als christen te herkennen, acht ik een verbreding niet bezwaarlijk; de evangelische maatstaf zal beslist gehandhaafd moeten blijven.

Maakt het nog wel verschil of men aan de V.U. of de R.U. studeert? ...

De studenten zullen het zelf moeilijk kunnen merken, omdat ze of aan de R.U. óf aan de V.U. studeren. Zouden ze kunnen vergelijken, dan zouden ze wel op verschil stuiten, geloof ik. Aan de bijzondere universiteit is er een grotere belangstelling voor de samenhang, de fundering, het eigen karakter van de wetenschap. Hoogst waarschijnlijk vindt er een persoonlijker benadering plaats van de wetenschap en de individuele student.

Ook de vragen van prediking en politiek, revolutie en structuurvernieuwing kwamen aan de orde. Prof. Diepenhorst meent, dat kerkleden meer geïnformeerd dienen te worden over de dreigende wereldsituatie, het verschil rijk-arm etc, maar tegelijk waarschuwt hij tegen een wit-zwart schema. De onzekerheid is vaak dermate groot, dat men niet te vlug moet zeggen: Deze of die keuze is bij uitstek de christelijke.

Over de revolutie zei prof. Diepenhorst

Is revolutie noodzakelijk om de structuren te vernieuwen? ...

Velen menen, dat alleen de revolutie past in het denkraam van christenen. Revolutie tegen onrecht en dus het scheppen van een betere toestand? Dan is revolutie niet kwaad, maar de revolutie heeft die uitwerking vaak niet. Velen schrijven zo gemakkelijk over revolutie in gebieden ver weg, maar als puntje bij paaltje komt wordt door de betrokken schrijvers toch — het is weinig indrukwekkend — bedacht: In Nederland is de situatie niet zodanig dat er revolutie nodig zou zijn. Voor Nederland, voor het eigen land, durven ze de consequenties van hun gedachten over de revolutie niet aan. Over andere landen hebben ze de mond vol. Ik zou liever zwijgen over Cuba of over Zuid-Amerika. Als men ergens anderhalve maand is geweest dan kan men nog maar weinig zinnigs over elders aangetroffen toestanden zeggen. Men moet met deugdelijke argumenten komen ter aanbeveling voor een omwentelingsbeleid.

Elke revolutie wijst u dus af? ...

Zeker niet. Maar dat gekoketteer met de revolutie hangt me de keel uit. Vooral met betrekking tot landen ver weg. Het lijkt of men er hier alles vanaf weet, maar een revolutie heeft in de geschiedenis maar weinig dingen rechtgezet. Laat men dat goed bedenken. In feite is ook een deskundige als Verkuyl er op tegen. Hij wil transformatie!

U ziet, in het algemeen gesproken, dus geen heil in de revolutie? ? ...

Nee, niet gelijk men deze vandaag bepleit. Omwenteling is een heel ernstige zaak. De revolutie heeft in Rusland veel recht gezet, maar daartegenover ook naamloze ellende gebracht. Voor de revolutie in China geldt hetzelfde.

De arme man heeft in beide landen nu toch een beter leven? ...

Wat is een beter leven? Dictatuur? Jodenvervolging? Kerkelijke en geestelijke onvrijheid? ... Ik zeg niet dat ik het Tsaristische regiem in Rusland voor mijn rekening neem; helemaal niet, maar het is er nu ook wat! De mensen die hier revolutie voorstaan, moesten daar hetzelfde eens proberen. Binnen de kortst mogelijke tijd waren ze onschadelijk gemaakt.

Hoe moeten de structuren dan veranderen, ver­nieuwen? ...

Het plotseling en geheel gelijk maken van alle inkomsten etc. is dus niet de weg die we op moeten. Dat zou elke prikkel tot prestaties wegnemen. Wel zijn er mensen die met weinig inspanning veel verdienen en met veel inspanning weinig verdienen.. Neem ook de nog te geringe beloning van mindervaliden en gehandicapten. Wellicht is juist hier sprake van de grootste ijver en toewijding. In de toekomst zal men wat minder gewicht moeten hechten aan het verrichten van arbeid. Er zijn al zoveel dingen anders geworden. Er wordt klasse-loos gezwommen, gevoetbald, gekampeerd. Maar de arbeid mag wel iets van haar onderscheidend karakter be­ houden. Het teveel hechten aan graden neemt bovendien af, zodat de zuivere prestatie meer waardering ontvangt.

Prof. Veenhof

Op 19 juni 1946 werd prof. C. Veenhof hoogleraar aan de Theologische Hogeschool van de Vrijgemaakte Gereformeerde kerken in Kampen. In het blad Opbouw is het interview overgenomen dat Rik Valkenburg hem afgenomen heeft voor het blad Koers.

Prof. Veenhof is de laatste jaren nauw betrokken geraakt bij de moeilijkheden in de kring der Vrijgemaakte kerken. In dat verband worden de zgn. 'buiten verbanders' wel aangeduid als vrijgeraakten. Vrijgemaakten en vrijgeraakten ... twee , namen, waarachter een verdrietig stuk kerkhistorie van het jongste verleden schuil gaat. Ook prof. Veenhof heeft daaronder te lijden gehad. De rechten als emeritus-hoogleraar zijn hem ontnomen. Betrokken bij de scheuring in Kampen raakte prof. Veenhof buiten het kerkverband.

Over de kwesties van de laatste jaren wordt in het interview het volgende gezegd.

Sinds enige tijd is een aantal vrijgemaakte kerken bulten het kerkverband geraakt, de zogenaamde 'vrijgeraakten'.

Is die Vrijraking niet een duidelijke consequentie van de opvatting over de 'ware kerk' bij de vrijgemaakten? ...

Inderdaad is één van de oorzaken daarvan de verabsolutering van een bepaalde kerkopvatting. In de Ned. Gel. bel. wordt in art. 27 duidelijk uitgesproken dat de unica katholica de vergadering is van alle Christgelovigen. In de latijnse vertaling van deze confessie die in de Dordtse synode werd gemaakt staat het woord 'alle' er nadrukkelijk bij. Deze omschrijving van de kerk vindt men in alle reformatorische belijdenisgeschriften. Ze was een fundamenteel moment in de kritiek-van de reformatoren op de rooms-katholieke kerkopvatting. Dit aspect van de kerk wordt door de 'Hoogeveense' vrijgemaakten genegeerd. Ongetwijfeld zegt de confessie over de kerk veel meer. B.v. dat ze het volle Evangelie moet preken, de sacramenten 'zuiver' moet bedienen en de tucht oefenen. De indicatief — gij, alle gelovigen, vormt tezamen de kerk — is ook als het gaat over de kerk onlosmakelijk verbonden met de imperatief — weest nu ook kerk! Met die indicatief wordt door de genoemde vrijgemaakten evenwel geen ernst gemaakt. Zij beschouwen zich in Nederland als de enige, de enige ware kerk. En daardoor wordt bij hen alles wat ze over de kerk zeggen scheef getrokken.

Wat verstaat u onder de ware kerk? ...

Op die vraag geef ik uit volle overtuiging het antwoord dat art. 29 op deze vraag geeft. Een ware kerk is elke — plaatselijke! — kerk waarin het Woord van God metterdaad zuiver wordt verkondigd, de sacramenten metterdaad 'rein' worden bediend en de kerkelijke tucht metterdaad gehanteerd wordt om de zonden te straffen. Ik zeg er telkens 'metterdaad' bij, omdat er wel geref. kerken zijn die nominaal de geref. confessies handhaven, bij wijze van spreken doodvallen om een woordje daarvan, maar in feite in de uitvoering van de genoemde opdrachten ernstig te kort schieten.

Loopt men bij het hanteren van de 'ware-kerk-gedachte' niet het gevaar kerkistisch te worden? ...

Natuurlijk loopt men dat gevaar. Een kerk loopt altijd alle gevaren die een kerk kunnen verwoesten. Maar het genoemde gevaar kan overwonnen worden als men gelovig vast houdt dat alle gelovigen lid van de kerk van Christus zijn; als men de 'eigen' kerk niet verabsoluteert tot de enig (ware) kerk — die term 'eigen kerk' is in feite slecht: een waar christen heeft nooit een 'eigen' kerk! en als men de door God opgelegde strijd — vóór de kerkelijke eenheid niet voert met de al of niet uitgesproken gedachte dat met het oog daarop alle gelovigen zich bij 'onze kerk' moeten voegen. Bij de 'hervormde', de 'synodale', de 'christelijke gereformeerden', de 'vrijgemaakten' of welke andere ook.

Waardoor is de Vrijraking veroorzaakt? ...

Dat is niet in een paar woorden te zeggen. Er was de schorsing van ds. Van der Ziel. Maar het conflict spitste zich toe op de bekende 'open brief' die door een aantal predikanten en kerkleden aan de buiten het verband geraakte gemeente van ds. Van der Ziel werd gericht. In de brief werd o.a. gewaarschuwd tegen wat daarin als een 'vrijmakingsideologie' werd gekwalificeerd. De ondertekenaars ontdekten die in de pretentieuze bewering dat 'de zaak van Jezus Christus' alleen dan nog een toekomst in ons land heeft als allen die bij deze zaak betrokken zijn elkaar 'vóór alles hebben te vinden in de benoeming en waardering van dat wat in 1944 in Nederland is geschied binnen de Geref. kerken.' Een bepaalde visie op een kerkhistorisch gebeuren werd zo tot voorwaarde gemaakt voor de voortgang van de 'zaak des Heren', in ons land. De synode van de vrijgemaakte kerken lichtte uit die 'Open Brief' een paar citaten, trok daar een paar conclusies uit en constateerde op grond daarvan dat de ondertekenaars in strijd kwamen met de belijdenis. Van het protest der ondertekenaars dat zij zich niet herkenden in wat de synode him in de schoenen schoof trok de synode zich niets aan. En alle ondertekenaars werden kerkelijk gevonnist. En niet alleen zij, maar ook allen, die hoewel zij de 'Open Brief' niet hadden ondertekend, het met de gevelde vonnissen niet eens waren.

Waren er ook andere oorzaken? ...

U bedoelt de kwestie-ds. Telder? Naar mijn overtuiging wil ds. Telder te veel weten over de toestand der gelovigen tussen dood en eindgericht. Het overgrote deel van de leden onzer kerken volgt hem in zijn beschouwing op dit punt niet. In 'Opbouw' werd hij door alle redacteuren bestreden. Maar Telder is een man die onvoorwaardelijk buigt voor het Woord van God. En hij is een herder van de kudde geweest zoals er maar zelden voorkomen. Wat ons in de procedure die tegen hem gevoerd is heeft geschokt en haar hebben doen afwijzen is dat noch de particuliere, noch de generale ssmode ooit met hem heeft gesproken. Ook is hem niet gevraagd of hij bereid was zijn bijzonder gevoelen niet te zullen leren. Telder is. onverhoord veroordeeld. Van een pastoraal optreden tegen hem was geen sprake.

Was u de grote man bij de Vrijraking? ...

O nee, helemaal niet. Men oordeelde over mij dat het met mijn 'confessionaliteit' wel in orde was, maar dat die niet goed functioneerde'! Zo verleende ik 'doortocht aan de dwaling'. Mijn rechten als emeritus hoogleraar — ik was kort tevoren geëmeriteerd — zijn mij ontnomen. Ik raakte buiten het 'kerkverband' doordat de kerk van Kampen, waarvan ik lid ben, uit dat verband werd gestoten. Toen een paar volgelingen van prof. Kamphuis de leden van de kerk van Kampen 'van achter de onbetrouwbare kerkeraad wegriepen' was ik in het buitenland.

Hoe groot is de aanhang van de Vrijgeraakten? ...

Er zijn meen ik ruim negentig gemeenten met in totaal een kleine dertig duizend leden. De kerk van Kampen is de grootste. Die telt ongeveer drie duizend leden en heeft vier predikanten.

Hebben de Vrijgeraakten zich niet te gemakkelijk uit het verband laten zetten? ...

Ik kan met volstrekte zekerheid zeggen dat niemand dat heeft gewild. Wij hebben tot het laatste gevochten om de eenheid te bewaren. Maar we hadden geen keus. We zijn er eenvoudig uitgezet.

Prof. Veenhof heeft voor de Gereformeerde theologie grote verdiensten. Wij denken aan zijn prachtige opstellen over Calvijn en de prediking, aan zijn boek over de kerkopvatting van Bavinck. Het is een in-droeve zaak, dat hij op deze wijze betrokken is geraakt bij de kerkscheuringen en het slachtoffer is geworden van een kerkistisch absolutisme. De nood van de Gereformeerde gezindte wordt hier schrijnend gedemonstreerd. Wij zeggen dit niet, om hooghartig een oordeel te vellen over een bepaalde kerkformatie, i.e. de Vrijgemaakten. Maar wel menen we, dat hier het gevaar van confessionalisme met de handen te tasten is. De erkenning van het gezag van de belijdenis ligt nl. op een ander vlak. Binnen het raam van deze gezagserkenning is verscheidenheid van inzicht en gevoelen gewettigd en verstaanbaar. Dat betekent niet dat de waarheid opgeofferd wordt aan de eenheid. Het houdt wel in, dat we bij alle waardering voor de belijdenis van de kerk hebben te verdisconteren dat Schrift en belijdenis niet op één lijn staan. Men zal van vrijgemaakte zijde willen opmerken: Maar onze zorg is juist dat we niet terecht komen in een confessioneel relativisme, d.w.z. een dusdanige verwatering, dat alles betrekkelijk gesteld wordt en we uiteindelijk bij een vage midden-orthodoxie uitkomen. Dat gevaar is inderdaad aanwezig.

Maar tegen dit relativisme baat niet de vlucht in het confessionalisme. Terecht schrijft prof. Van Genderen in zijn brochure De reformatorische belijdenis in discussie: 'De Bijbel is oneindig veel rijker dan de belijdenis der kerk. De Bijbel is ook veel directer. ... Men kan de belijdenis onderschatten en men kan haar overschatten. De belijdenis is er terwille van het Woord en de kerk. Zij wil de kerk bij het Woord van God doen blijven.'

Dat laatste beweegt, getuige zijn uitspraken in het interview ook prof. Veenhof. Hij ziet ook bij de Vrijgeraakten gevaren. Op de vraag: En welke is de grootste fout van de Vrijgeraakten, antwoordt hij:

Hun — gedwongen — zelfstandig optreden is nog van te korte duur om op die vraag een exact antwoord te geven. Ons bedreigen evenwel duidelijk twee gevaren. Vooreerst 'reactie'. Met name ten aanzien van de kerkregering. Wij hebben de waarheid beleefd van het door Bavinck geciteerde woord van Gregorius van Nazianze dat hij geen synode had gekend die aan het einde van haar zittingen de kerk niet in nog groter verwarring achterliet dan ze die bij de aanvang daarvan vond. En ook van het evenzo door Bavinck geciteerde spreekwoord: omne concilium parit bellum - iedere synode brengt oorlog voort. Ten gevolge daarvan is het gevaar van depreciatie van het kerkverband aanwezig. Anderzijds bedreigt ons het gevaar van 'restauratie', het zonder Schriftmatige kritiek voortleven in traditionele kaders en volgens gangbare modellen. Restauratie is de karikatuur van reformatie. Het moet er in een kerk steeds om gaan meer in alles te leven uit en naast het Woord van God.

Het is voor het geheel van de Gereformeerde gezindte goed naar dat geluid te luisteren en er naar te handelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's