De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De christelijke levenswandel (I)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De christelijke levenswandel (I)

6 minuten leestijd

Wanneer we in enkele artikelen iets gaan schrijven over de christelijke levenswandel, willen we beginnen met het geven van een summiere tijdsanalyse.

De eerste opmerking, die we maken is, dat het lijkt dat het er op na houden van een christelijke levensstijl met de dag moeilijker wordt. Het bolwerk van een christelijke cultuur en maatschappij brokkelt aan alle kanten af. Normen en richtlijnen vervagen en hier en daar dreigen zelfs chaotische toestanden.

Dit is ook te verwachten, gezien het feit, dat het gezag steeds meer gaat devalueren. Dan nemen losbandigheid en verwildering hand over hand toe. De massamens blijkt steeds meer de ontwortelde mens te zijn, die géén geestelijke voedingsbodem meer heeft. En wat ontworteld is moet afsterven. Reeds de psalmist van de oude dag zei: De afvalligen wonen in het dorre' (Ps. 68 : 7b). En Jesaja vergelijkt de mensen zonder God als een voortgedreven zee, die niet rusten kan en wier wateren slijk en modder opwerpen (Jes.57:20).

Met name veel jongeren willen zich uitleven. Nu, als er naar buiten komt wat er in de mens woont dan behoeven we bepaald niet idealistisch te zijn. Als een mens gaat leven zoals hij denkt dat kan en mag, staat het er niet best voor. De Heere Jezus Christus heeft in Mark. 7 : 21—23 wel duidelijk gemaakt wat er in een mensenhart leeft en woelt. Vandaar de remmen van Gods wet, waarvan óók in het openbare leven nog bescherming uitgaat. De stempeling daarvan in maatschappij en cultuur heeft eeuwenlang een grote zegen betekend. Maar het lijkt wel of dit stempel steeds meer vervaagt.

Of (om een ander voorbeeld te gebruiken), het lijkt wel of de tralies van het, fatsoen, beschaafdheid, schaamte, steeds meer uitvallen en het beest in de mens naar buiten komt. Onlangs hoorden we van een aantal jongelieden die per weekend zo'n honderdvijftig gulden opmaakten (met verwoesting van hun lichaam), met de opmerking: at kan ons het schelen al worden we niet ouder dan veertig jaar, als we maar véél genot en plezier gehad hebben. Het aantal, dat zó denkt en leeft neemt helaas met de dag toe. Men gelooft alleen nog maar in het zichtbare en tastbare en wil daar gretig van profiteren. Méér is er — naar men zegt — voor een mens niet te verwachten. En zo wordt ' onze samenleving steeds meer een consumerende genotsmaatschappij. Steeds meer gaat het begeren het presteren overtreffen. Economische inflatie heeft vaak als achtergrond een geestelijke-en morele inflatie. Waar men steeds méér consumerend wil gaan leven, wordt de lust tot produceren geringer. Gevolg: economische achteruitgang. Dat laat zich niet loochenen. Het ziet er voor ons volk dan ook niet bepaald rooskleu­rig uit. Omdat men steeds méér afwijkt van de wegen des Heeren en God en Zijn Woord loslaat. Zo worden alle dingen ontadeld, zo vervreemdt de mens zich steeds meer van z'n hoge roeping om te leven naar Gods geboden. Deze geboden hebben vele eeuwen als zout (d.w.z. bederfwerend) gewerkt. Zij beteugelden het kwaad. Het besef leefde, dat men van alle dingen voor God verantwoording moest afleggen. Zelfs de heidense volken, die de ware God niet kenden, hadden tóch het besef, dat ergens boven deze wereld een hogere macht is aan wie men eens verantwoording moest afleggen van z'n daden. De apostel Paulus zegt daarover behartenswaardige dingen in z'n brief aan de Romeinen (2 : 14—15). Telkens blijkt uit de geschiedenis, dat de mens zich aan normen gebonden voelde, die hij aan een hogere macht ontleende. Kortom, bij de mens leefde het diepe besef, dat er méér bestaat dan de zichtbare en tastbare dingen.

Dit besef is hard aan het uitslijten. Met name ook door de ontwikkeling van de wetenschap en de techniek. Dingen waarvan men vroeger niet kon dromen zijn thans werkelijkheid. Daardoor is de mens machtiger en het leven gemakkelijker geworden. Bijna overal heeft men machine's en motoren voor. De mens toont z'n macht. We behoeven maar even te denken aan de ruimtevaart, het reizen naar de planeten.

De grote vraag zal echter meer gaan nijpen: Beheerst hij ook wat hij heeft ontketend? Nee, want hier is andere kracht nodig, zedelijk-morele energie. En het zal steeds méér blijken, dat dit hèt probleem van de toekomst gaat worden. De atoom-energie is uitgevonden. Maar wie beheerst deze? En welke normen worden daarbij aangelegd? Hier zien we de machteloosheid van de techniek op zich. Hier komen geestelijke vragen aan de orde. Alles wat uitgevonden wordt, daarvoor heeft God de mogelijkheid geschapen. Hij Zelf heeft deze krachten in de schepping gelegd. Maar wee ons wanneer we deze krachten losmaken van de Gever. Met andere woorden: God moet de instructies geven hoe men daarmee werken moet. Wanneer de mens de gaven aan de Gever ontrukt en zelf de spelregels gaat vaststellen, zal het een zeer gevaarlijk spel worden. En dat gaat in onze moderne wereld gebeuren. De normen worden niet meer vanuit het geloof in Gods Openbaring vastgesteld, maar naar de willekeur van de mens. Daardoor verandert het gehele levenspatroon.

In deze wereld leeft de kerk van de Heere Jezus Christus. Die zal óók haar levenshouding hebben te bepalen. Is het mogelijk in déze tijd er nog een christelijke levensstijl op na te houden? Stijl is een bepaalde wijze van leven, een houding, die men aanneemt temidden van de situatie waarin men verkeert. Welnu, deze situatie is tijdelijk, we zijn mensen 'onderweg', we zijn dóórtrekkers. Daarom zouden we liever van een christelijke levens wandel dan van een christelijke levensstijl spreken. Een 'wandel' is méér doelgericht. Een wandelaar gaat ergens naar toe. Zijn gaan is een gaan in een bepaalde richting. Dat heeft de christen van z'n aardse loopbaan steeds voor ogen te houden. Zijn eigenlijk leven is bij Christus en Zijn toekomst. Zo leert de Heilige Schrift het ons. Als uitgangspunt voor deze artikelen willen we nemen het woord van Paulus in Efeze 5 : 15 en 16: Ziet dan toe, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. De tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn'.

We hopen daar (na deze inleiding) de volgende keer een begin mee te maken.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De christelijke levenswandel (I)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's