De christelijke levenswandel II
De tekst: feze 5 : 15, 16, waar we wat nader op in willen gaan, kan vanuit het oorspronkelijke op twee manieren gelezen worden. Sommige handschriften hebben het bijwoord, dat in de statenvertaling met 'voorzichtig' weergegeven is, bij 'wandelen' staan, andere handschriften bij 'zien'. De één vertaalt dus: Zie dan toe hoe gij voorzichtiglijk wandelt. De ander: zie dan nauwkeurig toe hoe gij wandelt'.
Zakelijk maakt dit niet zo'n groot verschil uit. Het christelijk leven moet zijn: een nauwkeurig opletten om tot een goede levenswandel te kunnen komen. Scherp moet toegezien worden waar de gevaren liggen en hoe dreigend van aard ze zijn. Paulus schrijft deze woorden aan-de gemeente van Efeze, die temidden van een heidense omgeving leefde. Allerlei zedeloze practijken werden daar gretig beoefend. Nu wil Paulus zeggen, dat nietmeedoen met de heidenen niet genoeg is. De christen heeft een eigen levensdoel.
Met Goddelijk licht, d.w.z. met het licht van Gods Openbaring moet hij dit steeds voor ogen houden. Met een gescherpt oog moet hij op de gevaren letten. Want, een onloochenbaar feit is, dat naast de Heilige Geest andere, verderfelijke geesten in de wereld werken. Dezen houden er op aan Gods werk te vernietigen of te dwarsbomen. Niet dat dit altijd met louter geweld gepaard gaat. Het kan ook op veel geraffineerder manier en dan is het des te gevaarlijker. De Heere Jezus heeft Zijn discipelen vermaand oprecht te zijn gelijk de duiven, maar ook voorzichtig gelijk de slangen (Matth. 10 : 16). En Paulus spreekt van de listige omleidingen des duivels (Efeze 6 : 11) en dat hij zich veranderen kan als een engel des lichts (2 Kor. 11 : 14). Wat uiterlijk iets hemels lijkt kan iets uit de hel wezen. Vandaar dat de geoefende Paulus kon zeggen: zijn listen zijn ons niet onbekend. Een geoefend christen is een scherp ziend mens omdat hij door de Geest verlichte ogen gekregen heeft. Hij ziet wat andere mensen niet zien omdat God zijn ogen ervoor geopend heeft. Het gebed om verlichte ogen zal daarom altijd noodzakelijk zijn, maar zéker in een tijd van voortgaande vervlakking en uitholling van de christelijke levensbeginselen. Ook hier zal gelden: Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Ja, die lamp hebben we vlak voor onze voet nodig, elke dag. Want het is een licht schijnend in een duistere plaats. En naarmate dit licht z'n bundels uitwerpt zien we hoe duister deze plaats is, ontdekken we hoe donker het pad is, dat we elke dag bewandelen moeten. In een donkere kamer — wanneer de luiken gesloten zijn — zien we geen licht en dus óók geen vuil.
Maar zodra deze opengaan en het zonlicht met volle bundels er in valt, wordt het anders. Hoe méér licht, hoe méér stof en vuil. Zo is het óók in het dagelijks leven. Zonder het licht van Gods Openbaring zien we geen zonde, onreinheid en verderf. We spreken hoogstens van fouten, gebreken, tekortkomingen. We zijn blind voor Gods geboden, dw.z. blind voor de situatie van ons leven. Héél ons leven zonder God is te vergelijken met een zinkend schip, maar we zien het niet. Daarvoor hebben we het scherpe gezicht nodig waarvan Paulus spreekt in Efeze 5:15.
Intussen mag het ons niet ontgaan, dat het er in de gebiedende wijs staat. Het klinkt dus als een bevel. De apostel gaat er van uit, dat de gelovigen te Efeze wéten wat mag en niet mag, wat dus overeenkomstig Gods Woord is en in strijd daarmee. Zij hadden immers de prediking gehoord? !
Dat geldt óók ons. God de Heere heeft niet in het verborgene gesproken. Maar — zegt iemand — er zijn in onze wereld toch tal van dingen waarvan Paulus niets afwist? Inderdaad, hoewel de sportwereld en het zedeloze leven (met name in de havenstad Korinthe) hem niet onbekend waren. Maar al zijn er thans dingen (b.v. radio, televisie, auto) die Paulus niet gekend heeft, hij besefte maar al te goed, dat de vorst der duisternis Gods grote wederpartij der in deze wereld is. En dat, in welke tijd ook mensen leven, er altijd dat grote conflict is tussen het Godsrijk en het rijk van satan. Het was hem óók bekend, dat — naarmate de tijd voortschrijdt — en het op de voleinding der eeuwen aan gaat — deze strijd niet minder maar zwaarder zal worden. Hij spreekt niet voor niets van het rijk van de anti-christ. Dadr gaat het gewis en zeker naar toe. Is het wonder dat hij dan vermaant scherp toe te zien op de levenswandel? Een wandel bepaalt immers een richting? ! Welnu: 'houdt goed voor ogen waar de richting van uw leven héén gaat' wil hij zeggen. Een mens kan nu eenmaal niet twee richtingen tegelijk uitgaan. We wandelen in de ricJiting van de Godsstad öf naar de stad des verderfs. Dat is de ontroerende ernst van ons leven. Wanneer we op alle terreinen onze eigen gang gaan, aan wandelen we zéker in verkeerde richting-
Daarom moeten we verlichte ogen des verstands hebben. Hier geldt: Ora et Labora (bid en werk). Gebed en Bijbelstudie zijn voor elke christen in onze tijd wel bijzonder nodig. Dit zal steeds nauwer gaan luisteren willen we waarlijk wijs zijn. Paulus zegt in Efeze 5 : 15, dat we als wijzen moeten wandelen. Wijs betekent hier iets anders dan 'geleerd'. De wijsheid is in de Schrift de kennis der dingen in de grond van hun wezen en in de werkelijkneid van hun bestaan. Calvijn zegt: De wijzen zijn diegenen, die in de school der ware wijsheid door de Heere onderwezen zijn, want daarin bestaat ons verstand, dat wij God tot leider en leraar hebben, opdat Hij ons in Zijn wil onderwijst'. In het doen van de wil Gods komt de echte wijsheid uit. Wijs is de mens bij wie leeft: Laat u mijn tong en mond en 's harten diepste grond toch welbehaag'lijk wezen'. En onwijs, in bijbelse zin, is de mens, die zonder kennis van God voortleeft. Erger is het als het aan een zekere kennis (vanuit de kracht der opvoeding) niet ontbreekt, maar waar men desniettegenstaande tóch het leven naar eigen believen leidt. Dat is eigenlijk met de'rug naar het licht gaan staan, ja de duisternis liever hebben dan het licht. Dat is (in bijbelse zin) de dwaasheid gekroond.
Paulus zegt in Efeze 5 : 16, dat het daarom zo nodig is als wijzen te wandelen omdat de dagen boos zijn. Reeds in Amos 5 : 13 is sprake van een boze tijd. Paulus spreekt in Galaten 1 : 4 Van de 'tegenwoordige boze wereld'. En Johannes zegt, dat de gehele wereld in het boze ligt (1 Joh. 5 : 19). Boos is datgene, waar de zonde overheerst. En, is dit niet in onze wereld in toenemende mate te zien? Het algemeen gezag van het Woord van God — zoals zich dit de eeuwen door in de samenleving gehandhaafd heeft — valt steeds meer weg. Andere, vrijere normen vervangen Gods Wet. Maar daar zitten ontbindende elementen in. Deze zonde zal chaotische toestanden oproepen. Want de mensheid kan van zichzelf geen ware humaniteit voortbrengen. Het hart van ieder mens is bandeloos en teugelloos. Dat blijkt als het z'n eigen gang kan gaan. En dat gebeurt dagelijks meer en meer. De christgelovige heeft daartegenover steeds meer de tijd uit te kopen. De apostel gebruikt hier een term aan het handelsleven ontleend. Een goed handelsman zoekt z'n tijd uit om z'n slag te slaan. Hij ziet nauwkeurig toe waar zijn kansen liggen.
De voor hèm geschikte tijd besteedt hij goed, want hij weet, dat hij het daarvan hebben moet. Zo — wil Paulus zeggen — moet óók de christen z'n tijd goed besteden, zowel wat hemzelf als z'n medemens betreft. Hij moet voor beiden de gevaren èn de kansen in het oog houden. Calvijn zegt, dat het er om gaat, dat wij de talloze verlokkingen, die ons gemakkelijk ten verderve voeren, uit de weg gaan, dat wij ons aan de zorgen en lusten der wereld ontwringen, dat wij in het algemeen alle dingen ons ontzeggen, die ons in de weg zouden kunnen staan'. (Comment. Efeze 5 : 16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's