De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Omgang met God in ons ambtelijk leven I

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omgang met God in ons ambtelijk leven I

7 minuten leestijd

Het is een omvangrijk onderwerp, dat door bovenstaande titel wordt aangeduid. Er zitten ook facetten aan, die aanlokkelijk genoeg zijn voor iemand, die pastor pastorum (een herder voor herders) wil wezen. Maar aangezien we in elk geval verschoond willen blijven van bisschoppelijke ambities (laat het éne ambt over het andere niet heersen), zouden we, in de thans volgende inleiding slechts enkele opmerkingen willen maken naar aanleiding van wat we, naar ik hoop, in het leven van een ambtsdrager als onmisbaar en wezenlijk allen telkens weer tegenkomen.

We willen graag de titel van het onderwerp als volgt benaderen en omschrijven: Welke plaats en functie heeft de verborgen omgang met God in ons leven als ambtsdragers? Klopt in de omgang met God het hart van het ambtelijke leven? En op welk niveau zijn we dan in de practijk van óns ambtelijke leven? Gaan hier, in deze allerpersoonlijkste relatie van de mens tot God, de wegen tussen ambtsdragers van verschillende kerken beslissend uiteen? En als dat practisch bij een oordeel der liefde ten aanzien van elkaar als leden van die kerken, niet het geval is, heeft dat dan direct gevolgen met het oog op de erkenning van eikaars ambt? Of leggen wij dan een congregationalistische maatstaf aan, die we liever niet als uitgangspunt van ons zoeken naar elkaar hanteren?

Deze en andere vragen hebben mij bezig gehouden, toen ik nadacht over dit onderwerp, ik ben me bewust, dat ik het me daarmee minder gemakkelijk heb gemaakt dan op het eerste gezicht mogelijk is bij zulk een 'practicaal' onderwerp. Toch waag ik het er iets over te zeggen.

Leer en leven in het Gereformeerd protestantisme

Eén van de meest wezenlijke karaktertrekken van het gereformeerd protestantisme is altijd geweest: het practikale. Verzelfstandiging van de leer, los van het hart en de levenspractijk hebben spoedig na de Reformatie geleid tot orthodoxisme, systeemvorming, scholasticisme en intellectualisme met alle gevolgen voor de stand van het geestelijke leven: wetticisme, verschraling en verdorring. De nadere Reformatie heeft deze ongereformeerde beweging als een ernstige verwording van de zaak bewust willen keren.

De gereformeerde leer is ons gegeven als een geloofsantwoord op de levende openbaring van de levende God in Zijn Woord, tot en met de veelverguisde leer van de praedestinatie van Calvijn. De leer is gericht op het leven, het leven met God en met elkaar. Nooit is de theologie deel in zichzelf. Als zodanig is bv. de Institutie van Calvijn weigenoemd het boek der vroomheid. Zo is het in Calvijns dagen ook ontvangen. Men heeft exemplaren van de Institutie gevonden in stallen en kippenhokken, waar men ze verborgen had in tijden van vervolging.

Dat betekent geen pragmatisme, in deze zin, dat de leer goed is, wanneer en, omdat ze goed is voor het hart. De maatstaf voor de bevinding ligt steeds in God zelf, in Zijn Woord alleen. Hij bepaalt wat goed voor ons is. Maar juist zo geeft Hij smaak aan de verborgen omgang met God. Het Woord van God is 'onze poolster temidden van de stormen des levens'

De leer is er om de mens in het diepste van zijn bestaan voor God te raken, omver te werpen, te troosten, te leiden tot een leven, dat tot in de zwaarste taken overdag en tot in de donkerste aanvechtingen 's nachts aan God gebonden is.

Het gaat in de Reformatie om een 'beleefde' theologie. Luther heeft naar zijn eigen getuigenis zijn theologie in de weg van aanvechtingen, ja in een weg van verdoemd-worden geleerd.

En van onze belijdenisgeschriften geldt, dat de Kerk ze niet als een papieren paus haar bestaan heeft binnengeleid, maar dat de Kerk ze als de uitdrukking van haar geloof heeft aanvaard, omdat ze, bevindelijk gesproken, beslag gekregen hadden in de harten der vromen en daarom ook reeds gezag hadden, voordat de Kerk het er aan verleende.

De Waarheid Gods is dus alleen in de dimensie van het hart te kennen. Daarom is elk theologiseren zonder het geloofsgetuigenis, ijdel tijdverdrijf, een intellectueel knap woordenspel op zijn best, goed om verwondering bij de mensen te verwekken, maar zonder verwondering voor God. Wat iemand als doktor ecclesiae leert, dat moét hij durven vasthouden tot op zijn sterfbed toe.

Kohlbrugge schrijft aan prof. Joh. Wichelhaus, die hem bericht had, dat hij door veel strijd theoloog was geworden: 'Laat je hemd het niet weten, dat je jezelf voor een theoloog houdt... en hij vertelt dan: De drie dagen voor Kerstmis was ik ziek en sluimerde bijna de hele dag op mijn canapé. Aan schrijven was geen denken. Ik kon geen twee zinnen bij elkaar denken. Welk een last drukte op mij! Preken, avondmaal houden en weer twee dagen achter elkaar preken en niet te weten, wat, niets hebben; alles was voor mij gesloten. Ik lag zonder gevoel als dood. Zaterdagmiddag sprak ik: 'Geef mij maar een beetje van Uw genade te smaken, opdat ik het aan mijn broeders mag meedelen'. En nog vandaag aan de dag weet de hele gemeente en ook ik te vertellen van het 'Ueberschüttetsein' (het overstelpt zijn), waarmee zovelen en ook ik op de feestdagen, op de 31-ste december en op de 1-ste januari overstelpt werden.

Wat hielp toen al mijn weten, al mijn kennis? Was ik toen niet een jammerlijk theoloog? In geen enkel opzicht wist ik me te helpen! . . Hoeveel heb ik gelezen, hoe vlijtig gestudeerd en ik ga daar ook mee door! Ik heb veel gezien, zeer veel, maar als het erop aankomt, heb ik niets, zie ik niets. Hoe menig keer zit ik op mijn kamer te wenen, dat ik zo een jammerlijk dienstknecht ben en dat ik niets weet'.

Dat is practikale theologie, ten voeten uit.

Hoezeer de omgang met God over heel de breedte van het kerkelijk en theologisch leven telkens weer aan de orde is, wordt ook bewezen in de moderne theologieën. De voorwal van de Schrift, de belijdenis is geslecht. De Bijbel is in zijn meest fundamentele gezag, nl. als openbaring van de levende God, verkracht en ontzenuwd. Daarmee is de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze als het grootste wonder, dat te prediken valt, van haar plaats gedrongen. Daarmee is ook het ambt in zijn Bijbelse vulling weggeslagen. En uiteindelijk is het alles een frontale aanval op de levende God, die boven wolken en sterren woont en door wie een zondaar in de grootste verslagenheid van zijn leven weer op zijn voeten wordt gezet. Omgang met God is dan een mythologische term geworden voor omgang met de medemensen.

We kunnen hieraan in elk geval deze conclusie verbinden, dat het goed is, als in het kerkelijk leven en in de theologie de wacht betrokken wordt bij de ware leer, maar dat tegelijk de kiemen gelegd zijn voor een fatale degeneratie, tot in de meest satanische vorm van de God-isdood-theologie toe, wanneer dat de-wachthouden-bij-de-belijdenis niet onmiddellijk verweven is met de praktijk der godzaligheid, een geloofsdoorleving van de heilgeheimen Gods, een levende omgang met Godzelf en een dagelijks leven, waarin gebeefd wordt voor de majesteit van Gods gebod.

Anders gezegd: Het onverlichte verstand kan God niet vatten, ook Zijn Woord niet. En als God het verstand verlicht, vermurwt hij ook het hart, breekt hij ook de wil. Buiten deze poort om is er geen weg, noch naar de katheder op een hogeschool, noch naar de kansel, in welke kerk ook.

We kunnen dus met goed recht zeggen, dat de omgang met God het merg is van het voor God aangename ambtelijke leven.

 

* Inleiding, gehouden tijdens een contio van predikanten uit de Gereformeerde Gezindte, najaar 1970

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Omgang met God in ons ambtelijk leven I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's