De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

11 minuten leestijd

Dr. C. A. Tukker: In den beginne was het Woord: Uitgave Ton Bolland, v.h. H. A. v. Bottenburg, Amsterdam 1970; 97 pagina's, ƒ5, 90.

Een prekenserie over het begin van het boek Genesis komt bepaald nog niet elke dag uit. Van ds. G. Boer kennen we de preken over deze stof in zijn boek Ik ben de Alpha. Dr. Tukker heeft nu in deze bundel enkele preken samengebracht, die hij in Kinderdijk over dit bijbelgedeelte heeft gehouden, alsook een tweetal lezingen over schepping en evolutie. We mogen dr. Tukker dankbaar zijn dat hij deze moeilijke materie heeft willen aanpakken en in preekvorm zijn gemeente en door deze uitgave nu ook een bredere kring heeft willen aanreiken. Ze bevatten veel rijke gedachten, vooral waar dr. Tukker de grondwoorden van de Schrift laat spreken of de verbanden tussen Genesis en andere Schriftgedeelten, b.v. de Psalmen, laat zien.

Al lezende rezen bij mij een tweetal vragen. In de eerste plaats lijkt het soms alsof de schrijver de schepping versmalt tot een model voor de herschepping. Ik geloof wel dat het legitiem is om lijnen te trekken van de schepping naar de herschepping, aangezien het levendmakende werk van de Heilige Geest in de harten evenzeer scheppingswerk is als de vorming van de zienlijke en onzienlijke dingen. Maar de vraag rijst wel of het juist is het zó voor te stellen alsof de schepping naar de herschepping heenwijst, zoals de schrijver enkele malen schijnt te doen, b.v. bij de scheiding van licht en duisternis en bij de behandeling van het 'voortbrengen door de aarde' van de planten e.d.

In de tweede plaats rees bij mij de vraag of de schrijver door zijn opmerkingen over de chaos of over de grote zeedieren (gedrochten waarmee de onherborenen in de rampzaligheid zullen worden geconfronteerd) niet het gevaar loopt de zonde al te zien in Genesis 1. Deze twee vragen zou de schrijver naar het me voorkomt nog eens onder ogen moeten zien.

Maar voor het overige geeft dit boekje stof te over voor vruchtbare doordenking. De lofzang op Gods grote daden klinkt op elke bladzijde. God die geen rekenschap geeft van Zijn daden, maar in schepping en herschepping souverein werkt wordt met klem beleden en geprezen. Daarom willen we dit boekje van harte aanbevelen. De vragen, die ik stelde, mogen voor de schrijver een uiting zijn van een eerlijk pogen om de bedoeling vjm Genesis 1 recht te verstaan. Excuses overigens aan de schrijver en de uitgever voor deze (te) late bespreking.

Inge Lievaart: Woord en Antwoord: Uitgave G. F. Callenbach N.V., Nijkerk, ƒ 8, 90.

In dit boekje zijn 48 gedichten gebundeld van Inge Lievaart met melodieën van Nelly Poortier, Iskar Aribo, Sander van Marion en Jan Pasveer. Wat de titel betreft, daarvan zegt de schrijfster dat ze het innerlijk als haar opdracht zag 'stem te zijn van en in de gemeente, die, tot leven geroepen door het Woord, haar liefde-antwoord geeft'. Voor een deel zijn de liederen in strofevorm gebrachte schriftgedeelten, voor een ander deel wat vrijere bijbelliederen, weer voor een ander deel geheel vrije liederen. Na enige scheppingsliederen en het lied van Israels wereldroeping volgt de bundel de lijn van het Nieuwe Testament, de geboorte van Christus, zijn tekenen, zijn lijden, dood en opstanding, pinksteren en de morgen van het Godsrijk.
Een mooie bundel van iemand die de gave ontvangen heeft om in een lied te verwoorden de rijke inhoud van het Woord. Van harte aanbevolen.

J. van der Graaf

Rien de Boer e.a. Tussen anarchie en establishment, Carillon-Paperbackreeks, nr. 19, 168 blz. Tweede druk. Prijs ... ? Uitgeverij Ten Have, Baarn 1970

In onze tijd heeft aan de ene kant het establishment, d.w.z. de gevestigde kerkelijke, sociale en politieke orde het zwaar te verduren, terwijl anderzijds anarchistische stromingen, die de mens willen losmaken uit alle bindingen, in protestbewegingen, alternatieve bewegingen, structuurvernieuwingen en nieuwe ethische programma's zich breed maken.

De schrijvers van het hier te bespreken boekje proberen in het geestelijk klimaat van onze tijd het goede spoor te vinden, en boven de tegenstelling progressief-conservatief uit te komen, als ook het dilemma: horizontaal-verticaal te doorbreken.

Wij zouden hen tegelijk toch onrecht doen, als we hen zouden plaatsen bij de zoekers van de befaamde gulden middenweg. Dat is zeer beslist niet het geval. De auteurs van deze opstellen zijn dankbaar voor de beslissingen die in de Hervorming van de zestiende eeuw gevallen zijn, en beschouwen deze niet als museumstukken in de etalage van de kerkgeschiedenis. Verder weten zij zich verbonden met de worsteling van de Belijdende kerk in het Duits­ land van de dertiger jaren. Vandaar dat u in deze bundel ook een opstel aantreft over de Banner Thesen. Ik moet bekennen, dat ik dit niet het sterkste stuk uit de bundel vind. Het is nogal brokkelig van stijl, en fragmentarisch van inhoud. En er wordt nogal heel wat over hoop gehaald, waarbij je vraagtekens kunt zetten.

Dat geldt ook van enkele andere opstellen. Het artikel Geprovoceerd leven probeert 'Ansatze' te geven voor een christelijke ethiek in het kader van een theologie van de hoop, een verbinding van heilsindicatief (Pasen) en gebod. Maar de relatie van gemeente en Koninkrijk, de verhouding kerkwereld komt te weinig aan de orde. Ook het in de Bijbel voorkomende negatieve aspect van de concentratie van het daemonische in de voortgang der geschiedenis krijgt te weinig aandacht.

In het hoofdstuk zending en ontwikkelingssamenwerking komt me toch te zeer een diakonialistische kerkopvatting om de hoek kijken. Te ongenuanceerd worden kerk en zending vereenzelvigd. En te weinig wordt de kerk geconcentreerd op haar eigenlijke taak: Predik het Woord.

Er zijn enkele opstellen in, die er echt uitspringen en waar ik zonder meer een uitroepteken bij wil zetten.

Allereerst is er het voortreffelijke opstel De geest van het fascisme, waarin de schrijver op onthullende wijze laat zien hoe in het verzet tegen het gezag, in het links-revolutionaire protest, de manische sexopwinding allerlei elementen van het fascisme in een nieuw kader terugkeren. Men moet achter de voorgevel van het fascisme kijken om deze verwantschap te ontdekken. Ondanks alle anti-fascistische betuigingen van vandaag wil de schrijver toch de volgende stelling onder onze aandacht brengen: 'Grenzen passeren zonder besef van oorsprong, richting en doel is de diepste, zeg wel de diepste-demonie van het fascisme geweest, en deze Rausch is sinds enige jaren weer virulent geworden, met name onder ontgoochelde jongeren van alle leeftijden'.

Ds. A. A. Spijkerboer, de amsterdamse studentenpastor schrijft indringend over de betekenis van de zondagmorgendienst, die we niet mogen verliezen, wil de liturgie van het gewone leven voor Gods aangezicht niet verloren gaan. Belangrijk is, wat hij schrijft over de predikant in de eredienst, over prediking en politiek, bijbel en krant, over kinderdoop en avondmaal. Wat dit laatste betreft, Spijkerboer heeft geen bezwaar tegen liefdemaaltijden, maar wil deze wel onderscheiden van het H. Avondmaal, als de maaltijd van de vergeving en de gemeenschap met God in Christus, en zo met elkaar.

In de derde plaats noem ik het opstel van dr. Knijff over sexualiteit. Goede opmerkingen worden gemaakt over het verschil tussen sexualiteit en sex, over de ware sexualiteit die het onverwoestbaar karakter van het huwelijk aan zich heeft, over het feit, dat men te gemakkelijk scheidt, over de onmenselijkheid van de kreet, dat iedere vrouw te beschikken heeft over haar eigen lichaam, dit in verband met de abortus. 'Dat is een moreel dogma, waartegen wij voorlopig niet de christelijke belijdenis van de mens als eigendom Gods wensen te ruilen'.

Ook in het opstel van De Boer over belijden en belijdenis worden rake dingen gezegd. Wij hadden graag nog iets meer gehoord over het kerkelijk gezag van de belijdenis, over belijdenis en leertucht, menen toch dat de auteur wat teveel accent legt op het belijden als dynamisch gebeuren. Er zit toch ook een statisch element in, in het bewaren van wat werd toevertrouwd. Anderzijds noteren we graag, dat De Boer de belijdenis niet ziet als vrijblijvend woord en daarom verzet aantekent tegen de op de AKV geuite gedachte van een losbladige belijdenismap. .

De variatie van onderwerpen en de verscheidenheid van auteurs brengen met zich mee, dat niet elk stuk op hetzelfde niveau staat. Kritische lezing doet ongetwijfeld vraagtekens zetten.

Maar de schrijvers bieden u dit boek dan ook niet aan als het laatste woord. Zij zijn op zoek naar het goede spoor. Als zodanig vind ik het een stimulerend boekje. De Onderwerpen die aangesneden worden vragen stuk voor stuk onze aandacht. En het mag ons niet ontgaan dat de auteurs dikwijls rake kritiek leveren op allerlei kretep die in de huidige 'nieuwe' theologie opgeld doen.

A. Noordergraaf

Uit de nalatenschap van dr. H. Kraemer. Een bundel opstellen. Kok Kampen 1971, 185 blz. Prijs gebonden ƒ 16, 75.

11 november 1965 overleed dr. H. Kraemer, een man van grote betekenis voor de zending maar ook voor de geschiedenis van de nederlandse hervormde kerk. De werken die hij naliet vormen tezamen een kleine bibliotheek. Toch was niet alles uitgegeven wat zijn vruchtbare pen had neergeschreven. Als gevolg hiervan heeft zich niet lang geleden een commissie gevormd die zich tot taak stelde een aantal lezingen en artikelen van Kraemer, die voor het merendeel nog nooit eerder waren uitgegeven, als een geestelijke 'nalatenschap' het lezend publiek aan te bieden. Enkele wat eerder verschenen maar moeilijk toegankelijke stukken werden er bij opgenomen. Een der leden der commissie, prof. dr. E. Jansen Schootihoven voorzag het geheel van een Inleiding.

In de 16 opgenomen stukken zijn de onderwerpen nogal uiteenlopend. De meeste bewegen zich op het terrein van de zending, maar dan breed genomen. Kraemer kende letterlijk het Oosten en het Westen. Je vindt bij hem een analyse van beide alsook een vergelijking van beide. Er staan in de bundel ook stukken die gaan over wetenschap en cultuur, zij bieden tendele vak-specialistisch werk. Het allerlaatste stuk 'Terugblik' is een toespraak die hij gehouden heeft aan de vooravond van zijn 70ste verjaardag, het is wel het meest direct aansprekende stuk dat wij in de bundel tegenkomen.

Overigens, het persoonlijke element is in heel de bundel ongewoon sterk; zelfs weleens wat hinderlijk. Iemand kan weleens te sterk onder de indruk zijn van eigen betekenis.

Onwillekeurig komt bij het lezen van een bundel als deze de vraag op wat de zin van haar verschijnen is. Heel veel van wat in de tijd dat het gesproken of geschreven werd nieuw was is dat in onze tijd allang niet meer. Men is öf al veel verder öf men is bewust niet meegegaan. Zo is het ook hier. De belangrijkheid van de bundel ligt dan ook naar mijn gevoelen het meest op het terrein van de kerkgeschiedenis van de jaren 1930—1965 — iemand die Kraemer wil bestuderen zal er een nuttig gebruik van kunnen maken en zijn beeld van Kraemer eruit kunnen completeren.

De bezwaren die wij hebben tegen Kraemers visie zijn door de nu gepubliceerde stukken zeker niet minder geworden. We gevoelden ze extra bij het lezen van het derde stuk dat gaat over 'De wereldkerk in een veranderende wereld', uit 1958, waar Kraemer het hele zijn en handelen van de kerk kwalificeert als 'diakonia' en waarin het er-zijnvan-de-kerk-voor-God geheel vervluchtigt ten gunste van een er-zijn-voor-de-wereld.

K. Exalto

N. Baas: Als de Avondklok luidt; Uitgave J. N. Voorhoeve, Den Haag, 108 pagina's; ƒ 8, 90.

De schrijver van dit boek, bekend Amsterdams straatprediker, heeft menige publikatie op z'n naam staan. Hij is nu 77 jaar en uitgeschakeld voor zijn practische werk. Met dit boekje wil hij bejaarden een steun geven bij de problemen van de oude dag. Op klare wijze doorlicht hij het leven met al z'n noden en zorgen. Maar over alles ligt de glans van een gerijpt en gelouterd geloofsleven. Daarvan is dit boek doortrokken en dit maakt het lezen ervan zo bijzonder boeiend. Het boek heeft een piëtistische inslag. Het is doorademd van een bijbelse geest en verder gestempeld door het werk dat de schrijver verricht heeft in de evangelisatie in de grote stad. Het is een gave apart als iemand zó schrijven kan. Van harte bevelen we dit boekje aan, aan ouderen maar niet alleen aan hen. Het kan ook voor jongeren goed zijn om naar de stem van de ouderen te luisteren. Bovendien niet alle mensen worden oud. Maar wel moeten alle mensen eenmaal sterven. En daarover gaat het ook in dit boekje. Over het uitzicht voor de Kerk des Heeren!

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's