De Heilige Geest en de prediking II
Gaarne wil ik mij houden aan het in onze kerkorde als derde daar genoemde Athanasianum, waardoor de kerk zich verbonden weet met de Algemene Christelijke Kerk. En dan zegt deze belijdenis in artikel 3: Het algemeen geloof is dit, dat wij den Enigen God in de Drieheid en de Drieheid in de Eenheid eren; in artikel 4: Zonder de personen te vermengen, of het wezen en de zelfstandigheid te delen; in artikel 5: Want de Persoon des Vaders is een ander, die des Zoons is een ander, die des Heiligen Geestes is een ander.
De Geest en de dienaren
Na u dit over de Persoon van de Geest en over ons geloof in Hem gezegd te hebben dit, dat Zijn werk voor alles en boven alles betrekking heeft op de predikers en op hun prediking. Dat stelt ons onder Zijn gezag en onder Zijn genadige hulp en ook onder Zijn almachtige resultaten. Een zeer verootmoedigende en bemoedigende gedachte! Na Zijn grote praeparerende werk van de Schepping is het tweede grote werk van de Geest de teboekstelling van het Woord Gods, de roeping en de inspiratie van profeten en apostelen. Daarmee parallel lopend, daaraan voorbijgaand tot aan het eschaton, is Zijn derde grote werk de vergadering en de schepping van de kerk van Christus. En deze drie werken in deze wereld, opdat de cosmos opbloeie naar de belofte Gods: 'Bebouwt het aardrijk', Gode vrucht opleveren zal, de mens tot zegen zal zijn en uiteindelijk herschapen worde.
Het is toch wel het hoofdmoment in de uitstorting van de Heilige Geest, dat Hij nederdaalt in tekenen op de apostelschaar, op predikers. De stichting der gemeente verricht de Heilige Geest middels mensen: apostelen, evangelisten, herders en leraars. In Joh. 20 : 22 lezen wij, dat Jezus op de discipelen blies (men denke aan Gen. 2:7) en tot hen zeide: Ontvangt de Heilige Geest'. En in Hand. 2 : 2—4 werden de apostelen vervuld met Pneuma. Om een dienaar van de Geest te zijn, moet men een bezitter van de Geest zijn. Door de handoplegging wordt de Geest overgedragen van geslacht tot geslacht. Er zijn ambten en bedieningen, rangorden van functies, die vermoeden doen, dat er ook maten zijn in het bezit van de Geest. Belangrijker functie is die van de apostel dan die van de Evangelist, dan die van de herder en leraar. Groter plaats is die van de apostel dan die van de herder en leraar. Bij de keuze van een nieuwe apostel, bij de keuze van alle soorten van ambtsdragers wordt in de Handelingen en in de brieven dan ook als eerste vereiste genoemd: goede getuigenis, vol zijn van de Heilige Geest en van wijsheid'. De volgende vereiste is een' ordelijk kerkelijk handelen bij verkiezing of aanwijzing. En de laatste vereiste is de ordening, de handoplegging, de bevestiging. Maar nummer één in dit alles blijft het vervuld zijn van, het begiftigd zijn' met de Heilige Geest. Het staan tot Zijn dienst maakt tot nuchtere mensen, die staan in de wereld, waarin zij leven en werken moeten, tot offer bereide mensen, die de perigrimage door de wereld willen volbrengen. Ik denk aan R. Adolfs' 'Het graf van God', waarin Adolfs pleit voor de kenosis, de ontlediging. Het staan tot Zijn dienst maakt ten derde tot geestelijke mensen, bekwaam om geestelijk werk, het werk Gods, het werk van Christus te doen en ook bekwaam om geestelijke mensen te leiden — een herder der schapen te zijn — en om geestelijke mensen te wekken, te scheppen, te kweken-Zij mogen toch als instrument van de Geest het geloof planten, de hoop wekken, de liefde kweken, al is het dat God de wasdom moet geven.
Met dit dienstknecht van de Geest zijn hangt ook nauw samen het gehoorzaam zijn, niet alleen in het persoonlijk leven, maar bijzonder in het ambtelijk leven. Het is bij de verscheidenheid der apostelen, ook bij de verscheidenheid van hun lering, van hun geaardheid, van de plaats waar en de omstandigheden, waaronder zij hun werk moeten doen, toch zó, dat de Schrift spreekt van 'de leer' der Apostelen. Daar is toch een eenheid van geloven bij hen geweest. Wat de apostelen ook het Jodendom hadden te verwijten, namelijk het altijd wederstaan van de Heilige Geest, dit hebben de apostelen zelf niet gedaan. Het is voor hen een zich dienstbaar stellen tot alles, een gewillig opofferen van alles, een gehoorzaam prediken van alles, wat de Geest hun gaf te spreken. Dit leverde voor deze mensen op wonden, littekenen en soms zelfs het verlies van hun leven.
De Geest en het Woord
Hoofdzakelijk lag dan voor hen de gehoorzaamheid in twee dingen, nl. in het erkennen van de Schriften, wat zij noemden het Profetische Woord, dat zeer vast is, en het prediken van Christus. 'Voor het eerste wil ik wijzen op Calvijns Institutie, Boek I, de hoofdstukken 6—9, waar ons het gezag van Gods Woord op het geweten gebonden wordt. 'Voor het tweede wil ik wijzen op Karl Barth's Kirchliche Dogmatik. Band IV, deel II Der Heilige Geist und die Erbauung der Christliche Gemeinde S. '695—S 825. Het moet voor u als a.s. dienaren des Woords in de Ned. Herv. Kerk niet te bezwaarlijk zijn, om u aan het Woord Gods te houden als aan uw kerkelijke opdracht, uw leeropdracht en als het welomschrevene van uw leer en taak. De kerkorde vraagt niet slechts gehoorzaamheid, maar zelfs dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als de bron der prediking en de enige regel des geloofs voor de gehele kerk. Laat mij u een aantal markante uitspraken, van de Hervormer Calvijn geven over het gezag van Gods Woord. Boek I VI. 3 'Indien wij van het Woord afwijken zal het ons, met hoe voortvarende snelheid wij ons dan ook inspannen, toch nooit gelukken de eindpaal te bereiken, omdat wij buiten de weg lopen. Zodat het beter is op deze weg kreupel te gaan, dan buiten hem zeer snel te lopen'. Boek I , VII 4 'Wij moeten vasthouden dat de geloofwaardigheid der leer niet eerder bevestigd wordt, dan wanneer wij zonder twijfel er van overtuigd zijn, dat God haar grondvester is. Daarom wordt het hoogste bewijs van de waarheid der Schrift overal ontleend aan de persoon Gods, die in haar spreekt'. VII 5 'Door de kracht van den Geest verlicht, geloven wij niet meer op grond van ons eigen of anderer oordeel, dat de Schrift van God is; maar boven het menselijk oordeel uit stellen wij als zeker dan zeker vast (evenals of wij de Godheid van God Zelf aanschouwden) dat zij door de dienst van mensen, van Gods eigen mond zelf tot ons gekomen is'. VIII. 2 'Laat men ieder der profeten inzien; geen zal er gevonden worden, die niet ver boven de menselijke maat uitgaat'. VII 12 'Voeg hier nog bij, dat niet slechts een enkele stad, niet een enkel volk tot het besluit kwam haar te aanvaarden en te omhelzen, maar dat ze over de lengte en de breedte der aarde, door de heilige eenstemmigheid van verschillende volken, die overigens niets met elkander gemeen hadden, haar gezag verkregen heeft'. Even zeker nu als de.H. Geest een communio consensus geeft ten aanzien van de Heilige Schrift, even zeker geeft Hij die ten aanzien van de prediking.
Wat Karl Barth in het lange betoog over 'Der Heilige Geist und die Erbauung der christliche Gemeinde' eindeloos zegt is dit, dat de prediking van den Geest gedreven, door den Geest geleerd, is een prediking van Christus. In zeer rijke woordkeus en in onverwachte zinswendingen plaatst Barth ons telkens voor dit ene thema. Hij doet dit op een Paulinische wijze: Ik heb mij niet voorgenomen iets onder u te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd'. 1 Kor. 2 : 2.
De Geest en de prediking
Maar nu dan de prediking zelf. Ik laat rusten de vraag in hoeverre de liturgie, het geheel van de vormgeving van de eredienst prediking is en kan zijn, maar de prediking is de eerst opgedragen zaak. Men zal daar alle ernst meemaken! De naam van het ambt, dat gij dragen zult, is 'dienaar van het Goddelijk Woord'. Ik laat ook rusten de vraag in hoeverre catechese, pastoraat prediking is en kan zijn. Maar de prediking is de eerst aangelegen zaak! Die zal men moeten geven, die zal men menigvuldig moeten geven, die zal men in goede maat moeten geven. Een gevulde, geschudde . . . maar niet overlopende maat. Dit is de zorg voor de jonge dominee, om na de eerste preek de tweede te maken, en om na de eerst gekozen teksten de wekelijkse stof te vinden. Deze zorg verkleint niet in de latere jaren en ze groeit mogelijk nog als de ouderdom daar is. Laat ieder daar de nodige zorg aan besteden en vooral tijd voor nemen: het eerste stuk van de week of het laatste stuk van de week, maar 'gereserveerde tijd', 'k Ga natuurlijk niet handelen over het maken van de preek, maar wel zeggen, dat dit werk in gehoorzaamheid aan de Geest en onder leiding van de Geest moet geschieden. Dat is in de eerste plaats exegetiserend deze tekst, in deze contekst geplaatst. Als men in de consistoriekamer bidt om een preek naar de zin en naar de mening van de Geest, dan is dat een goede bede. Mij lijkt een theologische exegese sterker dan een philologische. Niet zozeer de letters, niet zozeer wat zinsdeel na zinsdeel betekent, als wel de generale zin van dat tekstwoord moet gezegd worden. Sterker nog dan een theologische uitleg — en ach hoeveel theologieën zijn er niet — is een dogmatische uitleg, waar in de.leer des Heeren klinkt. Om het duidelijker te zeggen: men stoppe niet in elke tekst de hele dogmatiek, maar men maake het dogma der kerk (dat is, wat de kerk in het Woord Gods gehoord heeft) tot de leidraad voor de prediking. Dan komt men op de hoofdlijnen van de bijbel, dan komt men in al de hoofdstukken van ons christelijk geloof, dan vat men de zin en de mening des Geestes! Men onderschatte toch niet de gang van het geloof der kerk door de eeuwen. In de worsteling der kerk tegen de dwalingen, in de worsteling der kerk om het geloof, in de worsteling der kerk om het geloof onder woorden te brengen ... is de nazorg van de Geest over Zijn woord te zien.
Een dóórpreken van de bijbel, een mijden van modalitaire bloemlezingen van teksten, verdient sterke aanbeveling. De gangen van de bijbel volgen is de gangen van de Geest in de heilsorde volgen. Wij moeten de Geest laten werken en Hem niet verhinderen. Bij de grote lijnen, maar evengoed in de kleinere detaillijnen, past steeds weer het woord; 'Wie oren heeft om te horen, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt'. Bij een dergelijk Schriftmatig preken, bij een dergelijke geloofsmatige prediking, wordt men ook bewaard voor specialisatie in de prediking en voor een te veel afstemmen van de prediking op plaatselijke en landelijke situaties.
Het kan zo bevrijdend werken als men, afgezien van elke situatie, het boventijdelijke en het boventopographische Woord Gods spreekt! De predikant mag en moet wel iets profetisch hebben. En zowel in de tredmolen van het gewone preken als in de bijzondere omstandigheden betoont de Geest 'in' het Woord te zijn.
Op de vraag of en hoe de prediking aankomt en wat zij doet, is niet zo gemakkelijk een antwoord te geven. K. Barth behandelt in de K.D. IV 2, § 67, pag. 727 de sancta, die in de communis sanctorum verkregen worden door de sancti. Hij laat daar het gehele geloof van kennisname tot bekentenis, van berouw via bekering lopen tot dankzegging, van hoop via profetie tot aanbidding. In dit alles is een wasdom, een toename in kennisname, in berouw, in bekering, in dankzegging. Het klinkt wat onwennig voor een Barthiaan, zodat de grote man zelf zegt: 'Met het oog op dit immanente karakter wagen wij de zin: 'daar treedt een zekere wasdom op'. De zekerheid van het geloof komt naar de mate, dat men buiten zichzelf op Christus gaat zien.
Nu de wat gevaarlijke vraag wat wij er zelf aan kunnen doen. Wij brengen dat niet in mindering op wat de Geest doet, wij zetten 't integendeel op Zijn rekening. Vele uitdrukkingen in de bijbel als bedroeven, uitdoven, staan naar de hoogste gaven, verzuimen van de gaven, aanwakkeren Van die gaven zeggen ons dit, dat er onder de verkondiging is de zelfwerkzaamheid der gelovigen. Dit is het typische woord voor de Heilige Geest: Werkt uws zelfs zaligheid met vrezen en beven, want het is God Die in u werkt het willen en het werken naar Zijn welbehagen'. Fil. 2 : 12. Het is goed, om in werkheilige, activistische gemeenten de tweede helft van de tekst vaak te hanteren, om in een lijdelijk aangelegde gemeente de eerste helft vaak te hanteren. De juiste Evangelische instelling is dacht ik: werken, alsof er geen genade was, zalig worden, alsof er geen werken waren. Al is het dat de Geest de toepassing des heils brengt, zo zal de prediker-zielzorger in vermaan, in vertroosting, in onderwijzing alles brengen, wat tot de zaligheid nodig is. Anders gezegd is de prediker het middel waardoor de Heilige Geest een zondaar tot Christus leidt. Daarnaast , wordt de gelovige geleid tot de volle kennis van de openbaring in Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's