Met het oog op de toekomst
Want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af, tot hun grootste toe, spreekt de Here; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken. Jeremia 31 : 34
Wat maakt de toekomst toch zo aantrekkelijk; ik. bedoel, de toekomst des Heren. Zou het dit niet zijn: De Here maakt iets nieuws! Zo stelt Hij het aan Jeremia voor: Een nieuw verbond. Daarover gaan we samen nog wat nadenken. Het nieuwe verbond draait om Christus Jezus. Hij is er de middelaar van; Hij wordt kortweg tot een verbond voor het volk gegeven. Christus heeft ons God geopenbaard; er is licht opgegaan over de Here, helder licht. Het Woord, dat bij God was en dat God was, is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Dat nu is van doorslaggevende betekenis voor de kennis des Heren. De Waarachtige wordt gekend in het aangezicht van Christus Jezus. Niet buiten Christus om, maar dank zij Zijn genade. Wij hebben er geen verstand van en, wat erger is, wij hebben er geen hart i^oor, maar in dit nieuwe verbond staat Christus er voor in. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige, waarachtige God en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.
In dat nieuwe verbond is de Heilige Geest werkzaam. Hij neemt het uit Christus en maakt het ons bekend. Ons. Dat zijn niet de wijzen, maar de dwazen. Dat zijn niet de gewilligen, maar de onwilligen. Hij ontdekt er ons aan, dat leven kennen is God kennen. Hij verlicht het verstand en vernieuwt het hart. Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de Here ben. Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Zulke grote dingen doet de Here; Hij trekt mensen uit de duisternis van de onkunde tot het licht van de kennis, van het leven. Hem daarvoor de eer. Zij zullen Mij allen kennen.
Kijkt de kring eens rond. Kleinen en groten. Jong en oud, rijk en arm, aanzienlijk en eenvoudig; zij allen. Geen bezwaar zegt de Here, het staat Mij niet in de weg. Zij zullen Mij allen kennen. Dan is de gemeenschap hersteld, de levens gemeenschap. Met het oog op de toekomst gericht, mogen we dit herstel verwachten.
Maar... De zonde dan en de ongerechtigheid. De zonde, dat is een conflict dat tussen God en ons is uitgebroken. Nu, iedereen weet, dat een conflict het contact niet alleen verstoort, maar onmogelijk maakt. De zonde maakt scheiding. Hoe zal er dan sprake zijn van gemeen schap? Zouden er al toenaderingspogingen gedaan worden, dan lijden die schipbreuk op de klippen van de ongerechtigheid. Zodoende zal de zonde, het kennen van de Here doorkruisen en verijdelen, telkens weer. Toch staat het hier zwart op wit: zij zullen Mij allen kennen. En nu verder lezen: Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken.
In het nieuwe verbond staat en valt alles met verzoening en de vergeving der zonden. Daarom wordt het bloed van de Here Jezus, het bloed van het nieuwe verbond genoemd. Het verbond is een testament, het wordt van kracht in de kruisdood van Christus. Het verbond is een levensgemeenschap. God wil met ons samenleven, nadat alles uit de weg geruimd is, wat daarmee niet strookt. Uit de weg geruimd: Vergeven en vergeten. En zo leren wij. dit nieuwe verbond, als een nieuwe mogelijkheid, op grond van de offerande van Christus. God maakt schoon schip. Het nieuwe is opnieuw. Het grijpt terug naar het verleden, het strekt zich uit naar de toekomst: Want Ik zal.
Hoe zullen zij dus de Here kennen? Als een God, die de ongerechtigheid vergeeft en de zonden vergeet, voor goed vergeet. De kennis des Heren is ruim en breed, men is er niet een, twee, drie klaar in. Kennen is, ten dele kennen. Het is, dank zij de genade van de Heilige Geest, ook vervolgen te kennen. Er zit voortgang in, we vorderen. Maar het beslissende in die kennis is: Ik zal vergeven. Vraag ik u nu nog eens: Kent u de Here, dan bedoel ik dus: kent u Hem als die God, die redenen te over heeft om ons te veroordelen en daarna nooit meer naar ons om te kijken. U fronst de wenkbrauwen, dat is al te kras. Redenen te over. Heeft u die Hem soms niet gegeven door uw ongerechtigheid. Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen Mij overtreden hebt. U weet, met zo iemand is niets te beginnen, laat staan dat de Here met zo iemand een levensverbintenis sluit.
En zij zullen mij allen kennen want zij zullen zich bekeren, zich verbeteren, eindelijk wijzer worden . .. Niets van dat alles: Want Ik zal! Dat prent de Here ons dus in: Vergeven en vergeten, dat is Mijn genade, om Christus' wil. Zó ben Ik. Wie het anders beweert, weet er niets van; Hij kent Mij niet. Draait de duivel ons het rad onzer zonden voor de ogen en zegt hij duizend maal: de Here kan daar nooit overheen; hij kent Hem niet, hoe zou hij ook. Zij zullen Mij kennen, die Mij zó kennen. Zij zullen in verwondering uitroepen: Wat zijt Gij een God, die de ongerechtigheid vergeeft.
Die goddelijke vergeving is het merg van het nieuwe verbond; de hele omgang smaakt naar de vergeving. De sacramenten zijn tekenen en zegelen van dit verbond. Waarvan spreken zij anders, dan van de vergeving. En als wij gedoopt worden in de Naam van de Vader, zo; in de Naam van de Zoon, zo; in de Naam van de Heilige Geest zo . .. En bij de viering van het Heilig Avondmaal, staat alles in het teken van de vergeving der zonden. Dat is maar goed ook. De zonden kunnen dit verbond niet van zijn kracht beroven, de vergeving weet er weg mee.
Dat maakt geen zondeloze mensen. Zij leven uit de vergeving der zonden, hoe zouden zij dan zondeloos kunnen zijn? Dat maakt ook geen zorgeloze mensen. Het kennen van de Here, als de gave van het nieuwe verbond, is een leven met de Here. Zij maken zich veel zorgen over de zonden, omdat die scheiding maken tussen de Here en ons. Dat luistert heel nauw. De kennis des Heren brengt ons tot de wandel in Zijn wegen, inniger nog, tot een wandel met Hem.
Wat een profetisch perspectief: met het oog op de toekomst. Zij zullen Mij allen kennen. Alles wordt nieuw; alléén, daar zit dan niemand meer tussen, die de Here niet kent. Het nieuwe verbond luidt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe mensheid in. Dat komt er van, wanneer de Here zegt: Ik zal. Daar is niets en niemand tegen bestand. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenzsins voorbijgaan. Hunkert u daarnaar? Een gemeenschap van mensen, die in de gemeenschap met God leven.
Die Hem zullen kennen, gelijk zij gekend zijn. Hier soms een eenling, daarom een vreemdeling. De wereld kent Hem niet. Straks met allen samen. Het eeuwige leven heeft de toekomst.
De toekomst is reeds begonnen. Overal waar mensen, klein en groot, God leren kennen, als de God van vergeving en leven. Waar dit kennen een stempel drukt op hun leven. Dat wordt voor de toekomst bewaard. En wie daar geen kennis aan heeft, die heeft geen deel aan deze toekomst des Heren.
Maar dat is ontzettend. Daarom gaan we, met het oog op de toekomst, door met het moeizame werk; zeggen en nog eens zeggen: Kent de Here. Niet zonder moed, dat niet. Want Gods beloften falen niet. Misschien dat u er door aangesproken wordt, dat u er door aangespoord wordt. Heeft uw naaste, heeft uw broeder het al van u gehoord en geleerd: Kent de Here. Begin maar dicht bij huis, breidt het uit tot al de volken. Zien wij er wat van komen? Wis en zeker.
Jeremia zag er niets van, zouden wij zeggen. Alles wat voorzegd was, werd naar een toekomst verschoven, die hij niet meer meemaakte. Nee, de man die sprak met het oog op de toekomst, zal in die toekomst ontwaken. Hij zal, met allen die de Here kennen, de ogen in Zijn toekomst opslaan. Wat zal dat heerlijk zijn, buiten alle beschrijving en boven alle verwachting. Want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, gelijk de wateren de bodem van de zee bedekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's