De Heilige Geest en de prediking III
De Geest en de gemeente
Al te lang reeds stonden wij stil bij de Geest en de enkeling. Wat is een lid in het lichaam van Christus, op zichzelf beschouwd! Dat kan op zichzelf niet eens bestaan. Zo is ook het individualisme bepaald dodelijk voor het geloof, zoals ook het collectivisme (sec) dat zou zijn. De Geest Gods is der gemeente gegeven, onder het Oude Testament bij de inspiratie der profeten aan de gemeente van Israël, onder het Nieuwe Testament wederom der gemeente gegeven bij de uitstorting op de apostelschaar. Bij de zending door Christus voor de hemelvaart wordt de Geest op hen geblazen, om het wereldwijde werk te gaan doen. Bij 'der gemeente gegeven' zou men nog kunnen denken aan de gemeente te Jeruzalem, hoewel de apostelen ook daar goeddeels noorderlingen uit het Palestijnse land waren. Maar de doopopdracht onder de ontvangst van de Geest laat geen twijfel bestaan, dat het de wereldkerk betreft, die de Geest gaat scheppen. Daar verschijnt dan voor ons als eerste gewrocht van de Geest de gemeente, zeg de plaatselijke gemeente. Ook in de ambten der gemeente, ook in de ordeningen der gemeente, ook in het leven der gemeente, ook in het onderlinge verkeer, in het aanwenden van ieders gaven tot nut en zaligheid van al de leden treedt het werk van de Geest bijzonder naar voren. Gij zijt elkanders leden en samen het lichaam van Christus, is het wat de Geest in 1 Corinthe 12 ons zegt. En als Paulus de gaven van de Heilige Geest opsomt in de lijsten van de charismata in Rom. 12 : 6—8; 1 Cor. 12 : 8—10; 1 Cor. 12 : 28; 1 Cor. 14 : 6 en Efeze 4 : 11 dan nemen de ambten daarin een belangrijke plaats in. Men kan aan ambtsoverspanning lijden, maar dat doet men alleen als men één der ambten verbijzondert en de andere veronachtzaamt-Maar men lijdt daar nooit aan als men de ambten samen beschouwt als een geestelijke zaak en als men die ambten geestelijk bedient. Dan kan men ze niet te hoog schatten!
Van kerken tot kerk te komen is voor ons een moeilijke zaak. Wij beschouwen elk onze plaatselijke gemeente als ons eigen bezit. Daar heeft het al wat ingeboet van het 'des Heeren zijn'. Soms heeft het provinciale een middel muur des afscheidsels opgetrokken, als men in een bepaalde provincie het rijk eerst recht gekomen acht te. zijn. En bijzonder het landelijke geeft ons in een klein land een beperkte horizon, niet dan door mist zo klein getrokken. En wat in ons land de mist doet, dat doen in andere kleine landen de bergen. Het zijn maar enkele geesten, die de kerk in het groot kunnen zien en het zijn niet altijd de meest geestelijke mensen. Maar zeker is dit, dat de Geest van Christus geen geborneerdheid kent. Christus zal regeren van zee tot zee en de middelmuur is afgebroken en de Geest spreekt en doet spreken in alle talen en tongen. De komst van de Geest üi Hand. 2 doet in de Acta en in de zendbrieven tegelijk het Evangelie uitgaan. De kerk is geworden zendende kerk en zendingskerk. En de Geest drijft en dringt naar de einden der aarde. K. Barth stelt het doel van het christelijk leven niet in het persoonlijke heil, maar in het getuige zijn. Het is merkwaardig dat Jezus Zelf geen missionaire bedoelingen had, terwijl de Heilige Geest vanaf de uitstorting de poorten voor het Evangelie openzet. En Zijn dagen, de laatste dagen, zullen niet beëindigd zijn, voordat het evangelie van het koninkrijk gepredikt is over de gehele wereld. Matth. 24 : 14.
Na de machtige daden van Christus in Zijn menswording, in Zijn verzoening en opstanding, wordt het werk van en aan de kerk een even machtige heilsdaad. Deze heilsdaad Gods duurt voort in de explicatio van het heilswerk van Christus en in de applicatio daarvan. De kerk is daarvan het bewijs. Zij is schepping en ook geloofsartikel op zichzelf. En het is de prediking, die als middel in de hand van de Geest deze schepping volbrengt. Zo wordt de kerk, als schepping van de H. Geest, in haar leden, in haar geloof, in haar werken, in haar ordeningen, in haar ambten door de prediking als het scheppende woord tot dat, wat de schepping der wereld ver te boven gaat, niet minder dan de bruidsgemeente van Christus, voor haar Man wel versierd en wel toebereid.
De Geest en de wereld
De wereld is niet het wijde water, waar in gevist wordt door de vissers der mensen. Dat is ze ook wel, maar dat is ze niet alleen. De prediking heeft een veel wijder doel dan alleen maar mensen te wijzen op hun eeuwige bestemming. 2 Timotheus 3 : 16 en 17 zegt dat 'al de Schrift van God is ingegeven en dat ze is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust'. De Heilige Geest rustte toe met kunstenaarsgaven Bezaleël, met bestuurlijke gave en richterlijke gaven mannen als Mozes, Samuel, met heldenmoed en veldheersgave de Richters, met dichterlijke en musicale gaven dichters en musici in Israël, met schrijversgaven de talentvolle bijbelschrijvers. In het Nieuwe Testament vinden wij dezelfde dingen! Zij zijn door de Heilige Geest. De kerk heeft dan ook een taak in en aan de wereld, die zich op alle terrein uitstrekt. Als alle goede gave en alle volmaakte gift van boven is, van de Vader der lichten afdalende, beperkt zich dat dan tot het strikt kerkelijke en geestelijke alleen? Dat kan niet zijn. In zijn knappe en grote boek over 'De Heilige Geest', dat altijd nog als een standaardwerk geldt, werkt dr. A. Kuyper zijn opvattingen van de Gemene Gratie uit. Ik zie dit niet als een aanknopingspunt voor de verkondiging van het heil in Christus, maar wel als een terrein, waar de Geest werkzaam is, waarin de menigvuldige wijsheid Gods werkt, die Zijn ganse schepping naar de voleinding voert. Daar is dan de wijsheid, die Paulus op de Areopagus doet ontmoeten Gods geslacht, dat in Hem leeft en beweegt en is. Daar is geen doorgronden van Zijn verstand, maar in Zijn raad hebben ambt en beroep, taak en vervulling, altijd iets met de Geest te maken. En Hij doet er het Zijne mee, naar Zijn welbehagen.
De Geest en de Pinkster groepen
Tenslotte nog iets over de Geest en de Pinkstergroepen.
Daar is heel wat over geschreven. Ik noem u enkele werken:
ds. D. G. Molenaar: De Doop met de Heilige Geest;
Reuben Archer Torrey: De Heilige Geest; Donald Gee: Over de geestelijke gaven;
Prof. dr. H. Berkhoff: De Leer van de Heilige Geest, 4e lezing: De Geest en de enkeling;
dr. J. L. Koole: De boodschap der. genezing;
Prof. dr. J. H. Bavinck (de zendingsman): Ik geloof in de H. Geest;
Het Rapport Stand Geestelijk Utrecht 1959; Leven
Het Rapport van de Hervormde Gen. Synode: De kerk en de Pinkstergroepen.
Het Rapport 1968 van de Ger. kerken: Het werk van de Heilige Geest in de gemeente.
Sommigen van de bovengenoemden schreven vanuit de Pinkstergroepen, anderen schreven er met sympathie over, de rapporten uit de Gereformeerde Kerken stonden er het meest afwijzend tegenover. Onzerzijds enkele opmerkingen daarover.
De Pinkstergroepen missen het persoonlijk element in de prediking, in het huisbezoek, in de gemeenschap der gelovigen. Inderdaad moet toegegeven worden, dat de prediking veelal een moraalpreek wil zijn, afgestemd is op politiek, sociaal leven en als zij al schriftuurlijk wil zijn, dan is het zo schools, zo wetenschappelijk. Het geloofsleven komt zo wéinig in zijn ups en downs aan de orde. De prediking is zo weinig bevindelijk. De Heilige Geest wordt zo weinig kans gegeven om te werken.
Zij missen ook de persoonlijke heilszekerheid. Het is alles zo voorwerpelijk gehouden en zo hoog gehangen. Er gebeurt ook zo weinig. Men hoort niet van bekeringen. Men ziet niet aan zichzelf en aan anderen een overgezet worden uit de dood in het leven. Vroeger had in piëtistisch getinte kringen de bekommering en de worsteling een plaats. Zulke mensen werden apart aangesproken. De Pinkstergroepen verlangen wel alles, behalve terug naar het 'mocht ik eens'. Hun staat meer voor ogen de jubilante zekerheid van het geloof, dat het er is en dat het in zijn overwinnende kracht voor het grijpen is voor wie durft geloven. Zij staan ook bepaald op getuigenissen. Zij zoeken het spectaculaire!
Met de waterdoop doen zij gepaard gaan de Geestesdoop met een oplaaiend enthousiasme. Dan ook het ontvangen van de Geest, gepaard gaande met profetie en tongentaai. 'k Las over de profetie, waarderend: Het gaat om een doorlichten van de situatie, waarin wij verkeren op zodanige wijze, dat alles in het ontdekkend licht van God wordt geplaatst en daardoor ook ineens de lijnen duidelijk worden, volgens welke het gebeuren zich ontwikkelt'-Hier komt ook de vraag naar voren van de gave van de onderscheiding der geesten. 1 Cor. 12 : 10.
Over de tongentaai las ik deze positieve waardering in kerkelijke kringen: Een mens wordt in zijn naderen tot God en in zijn spreken tot God zó overweldigd door de macht van de Heilige Geest, dat het als het ware over de randen van de taal heen vloeit en gestalte aanneemt in onuitsprekelijke zuchtingen.' Rom. 8 : 26. Paulus wakkert deze gave niet aan en eist ook uitleg door een ander.
Ook de gave der genezing neemt een grote plaats bij hen in. Een gelovige hoeft niet ziek te zijn. Evenwel: het was een teken van het apostelschap. Trofimus te Efeze krank achtergelaten, zelfs door de apostel. Daar is onder ons veel vrees voor verzoeken van God en schade aanbrengen bij oprecht gelovigen. Het optreden van H. Zaiss en T. L. Osborn, Johan Maasbach. Het verband ziekte en Satan.
De kerk maakt bezwaar tegen hun onkerkelijke, sectarische houding, hun verwerpen van de kinderdoop, hun gebrek aan ambtelijk besef, maar ziet wel degelijk, dat haar onbetaalde rekeningen gepresenteerd worden. En de kerk verliest in hen toegewijde leden, die ernst maken met de derde Persoon uit de drieëenheid en met Zijn werk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's